Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:1396

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
05-01-2017
Datum publicatie
18-05-2017
Zaaknummer
22-003563-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak.

Het hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003563-16

Parketnummer: 09-019923-15

Datum uitspraak: 5 januari 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag van 3 augustus 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortejaar] 1999,

[adres]: (China), ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep verblijvende op het [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 22 december 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 6 maanden. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 oktober 2014 tot en met 13 november 2014 te Zoetermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk de toegang tot en/of het gebruik van een geautomatiseerd werk heeft belemmerd, door daaraan gegevens aan te bieden en/of toe te zenden door meermalen, althans eenmaal uitvoeren van een Distributed Denial of Service aanval oftewel Ddos-aanval gericht op de digitale omgeving en/of internetomgeving van het Alfrink College (zogenaamde spam/bombing).

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof kan op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan. Het hof overweegt daartoe als volgt.

Blijkens het proces-verbaal van aangifte heeft de verdachte een bekennende verklaring afgelegd in het bijzijn van de afdelingsleiding van het Alfrink College.

Voorts heeft er ná dat gesprek nog een gesprek met de verdachte plaatsgevonden waarbij verbalisant [verbalisant] aanwezig is geweest. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen van deze verbalisant heeft de verdachte, nadat hem de cautie was gegeven, in dat gesprek eveneens bekend het hem ten laste gelegde te hebben gepleegd.

Naar het oordeel van het hof kunnen vorenbedoelde verklaringen echter niet bijdragen aan de bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Het hof overweegt daartoe allereerst dat uit het proces-verbaal van aangifte niet blijkt dat de aangever zelf bij het eerste gesprek met de verdachte aanwezig is geweest. Het dossier bevat evenmin een verslaglegging van dat gesprek, inhoudende wie er bij het gesprek aanwezig is geweest en hoe het gesprek is verlopen.

Ten aanzien van de verklaring van de verdachte ten overstaan van verbalisant [verbalisant] is het hof van oordeel dat, hoewel aan de verdachte de cautie is gegeven, daarmee onvoldoende is gewaarborgd dat de verdachte zijn verklaring in vrijheid heeft afgelegd nu er bij dat gesprek geen vertrouwenspersoon van de verdachte aanwezig is geweest. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat het een minderjarige verdachte betrof die destijds 14 jaar oud was.

Voor het overige is het hof van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat het de verdachte is geweest die het ten laste gelegde heeft begaan. Ook de zich in het dossier bevindende printscreens vormen geen sluitend bewijs omtrent de betrokkenheid van de verdachte bij de hem ten laste gelegde Ddos-aanval. Niet bekend is of de betreffende laptop nog onder beslag is, zodat moet worden aangenomen dat nader onderzoek van de laptop niet mogelijk is. Van de kant van het Openbaar Ministerie is een nader onderzoek van de laptop ook niet gevorderd.

Aldus kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding van het Alfrink College

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij] zich namens het Alfrink College als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde tot een bedrag van € 6.909,91.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Nu de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. J.A.C. Bartels,

mr. Chr.A. Baardman en mr. J. Calkoen-Nauta,

in bijzijn van de griffier mr. C. de Bruin.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 januari 2017.

Mr. J. Calkoen-Nauta is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.