Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:935

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
31-03-2016
Datum publicatie
06-04-2016
Zaaknummer
22-004068-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft stoelen in het stadion van ADO Den Haag vernield door vuurwerk naar die stoelen te gooien, zoals bewezenverklaard. De verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan belediging van een politieambtenaar.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004068-15

Parketnummers: 09-076372-15, 09-141936-15 en

22-003740-13 (TUL)

Datum uitspraak: 31 maart 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 3 september 2015 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortejaar] 1989,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 17 maart 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-076372-15 en het in de zaak met parketnummer 09-141936-15 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 09-076372-15:

hij op of omstreeks 21 maart 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere stadionstoelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ADO Den Haag NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, door het gooien van vuurwerk naar die stoelen;

Zaak met parketnummer 09-141936-15 (gevoegd):

hij op of omstreeks 16 juli 2015 te Delft opzettelijk een ambtenaar, [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], beide hoofdagent van de politie Eenheid Den Haag, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "kankerjood" en/of "kankergehaktbal", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-076372-15 en het in de zaak met parketnummer 09-141936-15 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 09-076372-15:

hij op of omstreeks 21 maart 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere stadionstoelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ADO Den Haag NV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, door het gooien van vuurwerk naar die stoelen;

Zaak met parketnummer 09-141936-15 (gevoegd):

hij op of omstreeks 16 juli 2015 te Delft opzettelijk een ambtenaar, [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], beide hoofdagent van de politie Eenheid Den Haag, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "kankerjood" en/of "kankergehaktbal", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 09-076372-15 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Het in de zaak met parketnummer 09-141936-15 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft stoelen in het stadion van ADO Den Haag vernield door vuurwerk naar die stoelen te gooien, zoals bewezenverklaard. Zodoende heeft de verdachte ADO Den Haag financiële schade berokkend en overlast bezorgd.

De verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan belediging van een politieambtenaar, zoals bewezenverklaard. De verdachte heeft er aldus blijk van gegeven geen respect te hebben voor het openbaar gezag.

Het hof heeft daarenboven in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 maart 2016.

Het hof is - alles overwegende en overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding van ADO Den Haag

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij] zich namens ADO Den Haag als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-076372-15 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 240,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

Bij vonnis waarvan beroep is de vordering van de benadeelde partij toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep ook ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet inhoudelijk betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-076372-15 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van ADO Den Haag

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 240,- aansprakelijk is voor de schade die door het in de zaak met parketnummer 09-076372-15 bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van ADO Den Haag.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij arrest van de enkelvoudige strafkamer in het gerechtshof Den Haag van 10 juni 2014, gewezen onder rolnummer 22-003740-13, is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Bij het vonnis waarvan beroep is deze proeftijd met een jaar verlengd.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep ook ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken. De vordering is in beginsel gegrond.

Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken ter terechtzitting in hoger beroep, en overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, is het hof evenwel van oordeel dat de proeftijd met één jaar moet worden verlengd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 57, 266, 267 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-076372-15 en het in de zaak met parketnummer 09-141936-15 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-076372-15 en het in de zaak met parketnummer 09-141936-15 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij ADO Den Haag

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ADO Den Haag ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-076372-15 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 240,00 (tweehonderdveertig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd ADO Den Haag, ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-076372-15 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 240,00 (tweehonderdveertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Verlengt de proeftijd, vastgesteld bij arrest van de enkelvoudige strafkamer in het gerechtshof Den Haag van 10 juni 2014, onder rolnummer 22-003740-13, met een termijn van 1 (één) jaar.

Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar,

mr. G. Knobbout en mr. M.J.J. van den Honert,

in bijzijn van de griffier mr. C. de Bruin.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 maart 2016.