Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:856

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
12-04-2016
Datum publicatie
12-04-2016
Zaaknummer
200.182.126/01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2017:2097
Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2019:1153
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Incident. Vordering ex artikel 843a Rv. Gezag van gewijsde. Arbeidszaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1078
AR-Updates.nl 2016-0422
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.182.126/01

Zaaknummer rechtbank : 1168211 \ CV EXPL 12-33447

arrest van 12 april 2016

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

eiser in het incident,

hierna te noemen: [appellant] ,

advocaat: mr. C.C.P. Jansen te Spijkenisse,

tegen

Stichting Geestelijke Gezondheidszorg Delfland,

gevestigd te Delft,

geïntimeerde,

verweerster in het incident,

hierna te noemen: GGZ Delfland,

advocaat: mr. D.J.G. Timmermans te Leiden.

1 Het verloop van het geding

1.1

Bij exploot van 6 november 2014 is [appellant] in hoger beroep gekomen van:

 het door de rechtbank ‘s-Gravenhage sector civiel recht gewezen vonnis van 14 december 2011 onder zaak-/rolnummer 402458 HA ZA 11-2359;

 het door de rechtbank ‘s-Gravenhage sector civiel recht gewezen vonnis van 25 april 2012 onder zaak-/rolnummer 402458 HA ZA 11-2359;

 het door de rechtbank ‘s-Gravenhage , sector kanton, locatie Delft, gewezen vonnis van 24 mei 2012 onder zaak-/rolnummer 1168211 CV EXPL 12-4670;

 het door de rechtbank Den Haag, team kanton Den |Haag, gewezen vonnis van 11 augustus 2014 onder zaak-/rolnummer 1168211 CV EXPL 12-33447 (voorheen: 12-4670).

1.2

Bij memorie van grieven heeft [appellant] 24 grieven aangevoerd en toegelicht tegen voornoemd vonnis van 11 augustus 2014, alsmede tegen een vonnis van de rechtbank Den Haag, team kanton Den Haag van gelijke datum gewezen onder zaak-/rolnummer 1069232 CV EXPL 11-38154 (voorheen: 11-5372). [appellant] heeft daarbij producties overgelegd. Tevens heeft [appellant] een incident ingesteld houdende inzage ex art. 843a Rv.

1.3

Bij memorie van antwoord heeft GGZ Delfland onder overlegging van producties de grieven en de toewijsbaarheid van het incident bestreden.

1.4

Ten slotte is arrest in het incident gevraagd. Partijen hebben daartoe beide gefourneerd, zij het dat slechts het procesdossier in hoger beroep is overgelegd.

2 Beoordeling van het hoger beroep

2.1

De kantonrechter heeft in het vonnis van 11 augustus 2014 (zaak-/rolnummer 1168211 CV EXPL 12-33447 (voorheen: 12-4670)) onder 1 tot en met 15 een aantal feiten vastgesteld. Daartegen zijn geen grieven gericht of bezwaren ingebracht, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

2.2

Het gaat in deze zaak om het volgende.

( i) [appellant] is op 19 augustus 2008 in dienst getreden bij GGZ Delfland in de functie van [functienaam] . In die hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor de inkoop van ICT-diensten en daaraan gerelateerde zaken.

(ii) Op 15 maart 2011 is [appellant] op non-actief gesteld in verband met een arbeidsconflict. Kort daarop is tijdens de waarneming van de werkzaamheden van [appellant] bij GGZ Delfland de verdenking van fraude gerezen. GGZ Delfland heeft hiernaar onderzoek laten instellen door [naam ] Bedrijfsrecherche (hierna: [bedrijfsrecherche] ).

(iii) Bij brief van 27 april 2011 heeft GGZ Delfland [appellant] op staande voet ontslagen wegens fraude. De fraude betrof onder meer de aanschaf van een Leica-lens en een TomTom navigatiesysteem voor privégebruik, waarvoor [appellant] GGZ Delfland een bedrag van € 4.401,96 heeft laten betalen aan ICT [leverancier] , de vaste ICT-leverancier van GGZ Delfland.

(iv) Bij beschikking van 8 september 2011 heeft de kantonrechter te Den Haag de arbeidsovereenkomst, indien nog niet anderszins geëindigd, ontbonden zonder toekenning van een vergoeding.

( v) Een door [appellant] gevorderde voorlopige voorziening strekkende tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling is in twee instanties geweigerd. [appellant] heeft tegen het in die procedure door het hof Den Haag gewezen arrest van 29 november 2011 geen cassatie ingesteld.

2.3

In de procedure met rolnummer 1069232 CV EXPL 11-38154 (voorheen: 11-5372) heeft [appellant] gevorderd een verklaring voor recht dat de hem op 15 maart 2011 aangezegde schorsing en de verlenging daarvan nietig of onrechtmatig is, dat het op 27 april 2011 aangezegde ontslag op staande voet nietig c.q. onrechtmatig is, en dat GGZ Delfland zich niet heeft gedragen als een goed werkgever en derhalve aansprakelijk is voor de schade die [appellant] heeft geleden, alsmede dat, kort gezegd, GGZ Delfland zal worden veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 27 april 2011, met nevenvorderingen, tot toelating tot de gebruikelijke werkzaamheden op straffe van een dwangsom en tot afgifte van eigendommen.

2.4

De kantonrechter heeft [appellant] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot loondoorbetaling, omdat hij geen deskundigenverklaring als bedoeld in art. 7:629a BW heeft overgelegd met betrekking tot zijn ziekteperiode. De overige vorderingen heeft de kantonrechter afgewezen op grond van een aantal door de kantonrechter geciteerde overwegingen van het hof Den Haag in zijn arrest 29 november 2011 inhoudend (kort gezegd) dat het betoog van [appellant] dat ter zake van de Leica-lens sprake was van een vergissing en niet van fraude, onvoldoende geloofwaardig is.

2.5

In de procedure met rolnummer 1168211 CV EXPL 12-33447 (voorheen: 12-4670) heeft GGZ Delfland de volgende vorderingen tegen [appellant] en/of [leverancier] (eigenaar van de eenmanszaak ICT [leverancier] ) ingesteld:

- een verklaring voor recht dat [appellant] en/of [leverancier] toerekenbaar tekort is/zijn geschoten in de nakoming van hun contractuele verplichtingen jegens GGZ Delfland, althans dat [appellant] en/of [leverancier] onrechtmatig heeft/hebben gehandeld jegens GGZ Delfland en dat zij deswege hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de daaruit voor GGZ Delfland ontstane schade;

- de (partiële) ontbinding van alle overeenkomsten als bedoeld in bijlage 138 van het onderzoeksrapport van [naam ] wegens bedrog, misleiding, ernstige wanprestatie zijdens [appellant] en/of [leverancier] en/of vanwege (wederzijdse) dwaling;

- hoofdelijke veroordeling tot betaling van schadevergoeding door [appellant] en/of [leverancier] ten bedrage van € 431.620,-, dan wel op te maken bij staat;

- hoofdelijke veroordeling van [appellant] en [leverancier] tot betaling van de proceskosten, de beslagkosten en de kosten van het onderzoek van [naam ] (€ 98.770,-) en advocatenkosten € 97.769,95 (excl. BTW).

2.6

In reconventie heeft [appellant] dezelfde vorderingen ingesteld als in de procedure met rolnummer 1069232 CV EXPL 11-38154 (voorheen: 11-5372). Daarnaast heeft hij in reconventie de opheffing van de gelegde beslagen gevorderd.

2.7

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis van 11 augustus 2014 overwogen dat het vonnis in de procedure met rolnummer 1069232 CV EXPL 11-38154 (voorheen: 11-5372) zal worden aangehecht en dat de overwegingen uit dat vonnis moeten worden beschouwd als herhaald en ingelast. Voorts heeft de kantonrechter overwogen dat onder meer uit het rapport van [naam ] volgt dat [leverancier] en [appellant] nauw hebben samengewerkt teneinde GGZ Delfland onrechtmatig te benadelen. In dit stadium van de procedure behoeft, aldus de kantonrechter, geen bespreking of er ten aanzien van alle in de ontslagbrief genoemde voorbeelden sprake is van opzettelijke benadeling, omdat in een tweetal wél grondig onderzochte gevallen het onrechtmatig handelen vaststaat en omdat GGZ Delfland goed heeft onderbouwd dat het niet bij die twee gevallen is gebleven. Het gaat om een groot aantal transacties waarbij ofwel in het geheel geen goederen of diensten aan GGZ Delfland zijn geleverd of ten goede zijn gekomen, ofwel zaken of diensten zijn door geleverd met een in overleg tussen [appellant] en [leverancier] bepaalde, extreme winstopslag.

De kantonrechter heeft dan ook voor recht verklaard dat [appellant] en [leverancier] onrechtmatig hebben gehandeld jegens GGZ Delfland en deswege hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de daaruit voor GGZ Delfland ontstane schade. De kantonrechter is tot de conclusie gekomen dat een deel van de schade nu reeds vaststaat en heeft [appellant] en [leverancier] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 107.814,- aan GGZ Delfland. Voor zover de schade nog niet vaststaat zijn [appellant] en [leverancier] hoofdelijk veroordeeld tot vergoeding van schade op te maken bij staat. Zij zijn voorts hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van GGZ Delfland.

2.8

De kantonrechter heeft [appellant] ’s reconventionele vordering tot opheffing van de beslagen afgewezen. Voor het overige wordt hij niet-ontvankelijk verklaard omdat over die vorderingen reeds is beslist in het vonnis in de procedure met rolnummer 1069232 CV EXPL 11-38154 (voorheen: 11-5372).

2.9

In het incident heeft [appellant] gevorderd dat GGZ Delfland hem inzage zal verlenen in zijn zakelijke e-mailaccount bij GGZ Delfland. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Volgens [appellant] is hij ontslagen omdat hij niet goed overweg kon met zijn leidinggevende, de heer [...] . Op het moment dat hij werd geschorst, was er nog geen enkel vermoeden van fraude. GGZ Delfland wilde hem echter eruit werken en heeft een fraudeonderzoek laten uitvoeren door [naam ] met als vooropgezet doel niet bestaande fraude aan zijn kant aan te tonen, zodat er alsnog een ontslaggrond zou zijn. [appellant] is van mening dat [naam ] onzorgvuldig te werk is gegaan en hem een karrenvracht aan verwijten maakt in de hoop dat er iets zou beklijven. [naam ] heeft daarbij echter verschillende e-mailberichten uit hun verband gerukt. Als [appellant] inzage heeft in zijn zakelijk e-mailaccount bij GGZ Delfland kan hij aantonen dat deze verwijten van [naam ] niet kloppen. Die kans moet hem geboden worden. [appellant] betoogt ernstig benadeeld te zijn in zijn bewijspositie omdat hij niet langer toegang tot zijn zakelijke e-mailaccount heeft.

2.10

GGZ Delfland heeft de incidentele vordering weersproken. Zij voert aan dat [appellant] niet in appel is gekomen tegen het vonnis van 11 augustus 2014 in de procedure met rolnummer 1069232 CV EXPL 11-38154 (voorheen: 11-5372) en dat dat vonnis kracht van gewijsde heeft gekregen. GGZ beroept zich op het gezag van gewijsde van hetgeen in dat vonnis is overwogen en beslist. Volgens GGZ Delfland heeft [appellant] daarom geen belang bij zijn incidentele vordering. GGZ Delfland acht de vordering bovendien te vaag en is van mening dat er gewichtige redenen zijn om de vordering af te wijzen, omdat de gevraagde gegevens vertrouwelijk kunnen zijn.

2.11

Het hof overweegt als volgt. Uit de appeldagvaarding van 6 november 2014 blijkt dat [appellant] uitsluitend hoger beroep heeft ingesteld tegen de vonnissen met de rolnummers 402458 en 1168211 (zie hierboven onder 1.1). [appellant] heeft met die appeldagvaarding niet geappelleerd tegen het vonnis van 11 augustus 2014 in de procedure met rolnummer 1069232 CV EXPL 11-38154 (voorheen: 11-5372). [appellant] zal in de gelegenheid worden gesteld te reageren op de stelling van GGZ Delfland dat het laatstgenoemd vonnis gezag van gewijsde heeft gekregen tussen [appellant] en GGZ Delfland, zodat [appellant] niet meer kan opkomen tegen de eindbeslissingen in dat vonnis. Het hof overweegt nu reeds dat de enkele omstandigheid dat de kantonrechter het vonnis met rolnummer 1069232 CV EXPL 11-38154 (voorheen: 11-5372) aan het vonnis met rolnummer 1168211 heeft gehecht en in dat laatste vonnis de overwegingen uit het aangehechte vonnis beschouwd als herhaald en ingelast, onvoldoende is om te concluderen dat GGZ Delfland zich niet zou kunnen beroepen op het gezag van gewijsde van het aangehechte vonnis.

2.12

Voorts wordt [appellant] in de gelegenheid gesteld nader toe te lichten welk belang hij heeft bij zijn incidentele vordering voor het geval wordt geoordeeld dat het vonnis in de procedure met rolnummer 1069232 CV EXPL 11-38154 (voorheen: 11-5372) ten opzichte van hem gezag van gewijsde heeft gekregen. Immers, indien moet worden aangenomen dat het vonnis gezag van gewijsde heeft, zou dit tot gevolg kunnen hebben dat tussen partijen vaststaat dat – kort gezegd – [appellant] heeft gefraudeerd en daarom terecht door GGZ Delfland is ontslagen. Ten overvloede wijst het hof erop dat de kwestie van het gezag van gewijsde ook van invloed zou kunnen zijn op uitkomst van de procedure in de hoofdzaak.

2.13

De conclusie van vorenstaande is dat de zaak naar de rol zal worden verwezen voor een akte aan de zijde van [appellant] als bedoeld in rov. 2.11 en 2.12. Partijen wordt verzocht om na de aktewisseling het procesdossier in eerste aanleg over te leggen vordering; het hof beschikt thans slechts over het dossier in hoger beroep.

3 Beslissing

Het hof:

- verwijst de zaak naar de rol van 10 mei 2016 voor het nemen van een akte aan de zijde van [appellant] als hierboven onder 2.11 en 2.12 bedoeld;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.A. Joustra, R.S. van Coevorden en S.R. Mellema en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.