Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:607

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
08-03-2016
Datum publicatie
08-03-2016
Zaaknummer
22-003274-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft niet voldaan aan een bevel om zich niet op te houden in een door of vanwege de burgemeester van Den Haag aangewezen gebied.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003274-15

Parketnummer: 09-818622-15

Datum uitspraak: 8 maart 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 6 juli 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1985,

[adres],

ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde gedetineerd in

PI Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

23 februari 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie dagen met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 03 juli 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk BENW/2015.989 gedaan krachtens artikel 172a eerste lid van de Gemeentewet, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, door de burgemeester van Den Haag, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen 18 juni 2015, 09:00 uur tot 18 september 2015, 09:00 uur niet mocht bevinden in/op het gebied dat wordt omgeven door de straten; Prinsegracht - Lage Nieuwstraat - Lange Lombardstraat - Westeinde - Vleerstraat - Breedstraat - Noordwal - Prinsestraat - Molenstraat - Noordeinde - Heulstraat - Lange Voorhout - Toernooiveld - Korte Voorhout - Koningskade - Lekstraat - Weteringkade - Rijswijkseplein - Stationsplein - Parallelweg - De Heemstraat - Hoefkade - Kaapse Plein - Hoefkade - De La Reyweg - Steijnlaan - Paul Krigerlaan - Delftselaan - Vaillantplein - Buitenom, immers bevond hij, verdachte, zich op 3 juli 2015 omstreeks 18:15 uur opzettelijk in/op de Hoefkade, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 03 juli 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk BENW/2015.989 gedaan krachtens artikel 172a eerste lid van de Gemeentewet, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, door de burgemeester van Den Haag, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 18 juni 2015, 09:00 uur en

18 september 2015, 09:00 uur niet mocht bevinden in/op het gebied dat wordt omgeven door de straten; Prinsegracht - Lage Nieuwstraat - Lange Lombardstraat - Westeinde - Vleerstraat - Breedstraat - Noordwal - Prinsestraat - Molenstraat - Noordeinde - Heulstraat - Lange Voorhout - Toernooiveld - Korte Voorhout - Koningskade - Lekstraat - Weteringkade - Rijswijkseplein - Stationsplein - Parallelweg - De Heemstraat - Hoefkade - Kaapse Plein - Hoefkade - De La Reyweg - Steijnlaan - Paul Krigerlaan - Delftselaan - Vaillantplein - Buitenom, immers bevond hij, verdachte, zich op 3 juli 2015 omstreeks 18:15 uur opzettelijk in/op de Hoefkade, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw van de verdachte heeft vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe – in de kern genomen - aangevoerd, dat het bevel inhoudende het gebiedsverbod niet onherroepelijk is.

Naar het oordeel van het hof vindt een dergelijke eis van onherroepelijkheid geen steun in het recht en staat de niet-onherroepelijkheid van het bevel niet zonder meer in de weg aan bewezenverklaring. Het verweer wordt daarom verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft niet voldaan aan een bevel om zich niet op te houden in een door of vanwege de burgemeester van Den Haag aangewezen gebied. De verdachte heeft hierdoor een door het bevoegd gezag aan hem gegeven bevel genegeerd. Dit is een ernstig feit omdat het de orde in de samenleving verstoort.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 februari 2016, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles overwegende – anders dan de advocaat-generaal van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie dagen met aftrek van voorarrest een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk,

mr. H.J. van Kooten en mr. G.J.W. van Oven, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 maart 2016.