Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:601

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
08-03-2016
Datum publicatie
22-08-2016
Zaaknummer
200.121.606/01
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:2270, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nakoming of opheffen erfdienstbaaheid; geen redelijk belang; artikel 5:79 BW. Verzwaring erfdienstbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.121.606/01

Zaak-/rolnummer rechtbank : 96133 / HA ZA 11-2579

arrest van 8 maart 2016

inzake

Dordtse Schoolvereniging voor Basisonderwijs op Algemene Grondslag,

gevestigd te Dordrecht,

appellante in principaal appel,

verweerster in incidenteel appel,

hierna te noemen: School Vest,

advocaat: mr. J.P. Heering te Den Haag,

tegen

1. [geïntimeerde 1],

2. [geïntimeerde 2],

3. [geïntimeerde 3],

allen wonende te [woonplaats],

geïntimeerden in principaal appel,

appellanten in incidenteel appel,

hierna gezamenlijk in (mannelijk) enkelvoud te noemen: [geïntimeerde 1] c.s.,

advocaat: mr. P.A. van Lange te Dordrecht.

Het verdere verloop van het geding

Voor het verloop van de procedure tot 12 mei 2015 verwijst het hof naar het tussenarrest van die datum, waarbij School Vest in de gelegenheid is gesteld een akte en een memorie van antwoord in incidenteel appel te nemen en voorts een descente en een comparitie van partijen is gelast. School Vest heeft vervolgens ter rolle van 16 juni 2015 een akte tevens memorie van antwoord in incidenteel appel genomen. [geïntimeerde 1] c.s. heeft daarop gereageerd bij antwoordakte van 28 juli 2015. Daarna heeft de descente plaatsgevonden op 9 november 2015. Aansluitend heeft de comparitie van partijen plaatsgevonden. Van de descente en de zitting is proces-verbaal opgemaakt. Vervolgens is arrest bepaald.

De verdere beoordeling van het hoger beroep

1.1.

Voor de vaststelling van de feiten en een samenvatting van het oordeel van de rechtbank en van de gewijzigde eis van School Vest verwijst het hof naar zijn tussenarrest van 12 mei 2015.

1.2.

[geïntimeerde 1] c.s. heeft in de eerste plaats aangevoerd dat de vordering tot nakoming van de erfdienstbaarheid moet worden afgewezen omdat die uitgaat van een onjuiste en onterechte inhoud en uitvoering van de erfdienstbaarheid. Hij moet weliswaar dulden dat de eigenaar van het heersend erf komt en gaat naar zijn erf, maar niet dat via het heersend erf andere erven worden ontsloten of dat eigenaren van andere erven gebruik maken van de erfdienstbaarheid. [geïntimeerde 1] c.s. stelt dat hij alleen maar toegang hoeft te geven tot het perceel ten behoeve waarvan de erfdienstbaarheid is gevestigd en dat hij niet hoeft te dulden dat men van de ene kant van het schoolplein naar de andere kant (gelegen op een ander erf) loopt of de school betreedt en binnen van het ene erf naar het andere loopt. School Vest wenst met een beroep op artikel 5:80 BW een volledige nieuwe erfdienstbaarheid te creëren, aldus [geïntimeerde 1] c.s.

1.3.

Het hof stelt voorop dat niet in geschil is dat slechts een gedeelte van het perceel met nummer 6775 (het perceel van School Vest) heersend is omdat dit perceel is ontstaan door samenvoeging van het oorspronkelijke, heersend erf met andere percelen. Voorts is bij de overdracht van perceel 6775 aan School Vest het heersende erf gesplitst, waarbij School Vest eigenaar werd van een deel van het heersend erf en de gemeente eigenaar bleef van het overige deel van het heersend erf. Verder heeft School Vest onbetwist gesteld dat het schoolgebouw deels is gebouwd op het heersend erf en voor het overige op het andere deel van het perceel dat niet heersend is. Beoordeeld moet worden of de erfdienstbaarheid mede strekt tot het feitelijk gebruik van het dienend erf om (via het heersend erf) ook het overige deel van het perceel te bereiken ten behoeve waarvan de erfdienstbaarheid niet is gevestigd. [geïntimeerde 1] c.s. heeft met juistheid betoogd dat een erfdienstbaarheid gevestigd ten behoeve van een bepaald erf niet ook kan strekken ten behoeve van andere percelen (HR 13 maart 1981 NJ 1982/38). Nu het perceel dat eigendom is geworden van School Vest één geheel is geworden doordat het schoolgebouw, dat voor een deel is gebouwd op het heersend erf en voor het overige op het andere deel van het perceel, en het schoolplein feitelijk gebruikt worden als één geheel, wijkt de zaak af van het geschil dat uitmondde in voornoemd arrest van de Hoge Raad. Naar het oordeel van het hof is de uitoefening door School Vest van haar recht om via het perceel van [geïntimeerde 1] c.s. van en naar de Singel te komen van en te gaan naar haar perceel (het schoolplein en het schoolgebouw) overeenkomstig de aard en de (huidige) inrichting en functie van het heersend erf. Het gaat er immers om dat naar huidige maatschappelijke opvattingen een school en het bijbehorende schoolplein als één geheel moeten worden beschouwd en dat het onwerkbaar zou zijn indien via het dienende erf uitsluitend een gedeelte van dat geheel zou worden ontsloten. De inrichting van het heersend erf is gewijzigd na de overdracht van het perceel aan School Vest en dat betekent weliswaar een verzwaring van de erfdienstbaarheid, maar de notariële akte van 1929 waarbij de erfdienstbaarheid is gevestigd staat een dergelijke verzwaring toe indien de bestemming wijzigt. Niet in geschil is dat na overdracht van het perceel aan School Vest de bestemming van het heersend erf – een schoolgebouw waarin onderwijs wordt gegeven aan leerlingen van de basisschool – is gewijzigd.

1.4.

Kern van het geschil dat in reconventie in eerste aanleg voorlag is de vraag of de erfdienstbaarheid moet worden opgeheven omdat School Vest geen redelijk belang heeft bij uitoefening van de erfdienstbaarheid en dat niet aannemelijk is dat dat belang terug komt. De rechtbank heeft die vraag bevestigend beantwoord en heeft de reconventionele vordering toegewezen. Met de grieven 2 en 3 komt School Vest op tegen deze beslissing. [geïntimeerde 1] c.s. stelt in de eerste plaats dat uitoefening van de erfdienstbaarheid door School Vest onmogelijk is geworden, aangezien het dienend erf thans slechts bereikbaar is door een tussenliggend perceel over te steken dat in eigendom is van de gemeente Dordrecht. School Vest heeft om die reden geen enkel belang meer bij het gebruik van de erfdienstbaarheid. Het hof volgt [geïntimeerde 1] c.s. niet in die stelling. Gesteld noch gebleken is dat de gemeente Dordrecht de toegang tot de betreffende strook grond aan School Vest heeft ontzegd of zal ontzeggen. Dit is ook niet aannemelijk, aangezien de strook grond, die is gecreëerd om de eigenaren van de naastgelegen woonhuizen een achteruitgang te verschaffen, een (zeker) openbaar karakter heeft. Overigens heeft School Vest onbetwist gesteld dat de gemeente de grond aan haar te koop heeft aangeboden.

1.5.

[geïntimeerde 1] c.s. stelt zich verder op het standpunt dat, anders dan ten tijde van de vestiging van de erfdienstbaarheid, het heersend erf thans zowel per auto als te voet goed bereikbaar is vanaf de Waterbeekstraat. De doorgang via het dienend erf naar de Singel speelt geen rol in het evacuatieplan van de school. Het hof verwerpt dit betoog. Artikel 5:79 BW bepaalt dat de rechter een erfdienstbaarheid kan opheffen indien de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang bij de uitoefening meer heeft en niet aannemelijk is dat het redelijk belang daarbij zal terugkeren. Reeds uit de bewoordingen van deze bepaling volgt dat de beoordelingsmaatstaf uitgaat van alléén het belang van de gerechtigde bij de uitoefening van zijn recht, hetgeen betekent dat de belangen van de eigenaar van het dienend erf bij opheffing geen rol spelen, behoudens in het geval van misbruik van bevoegdheid. Aan de stellingen die [geïntimeerde 1] c.s. heeft aangevoerd in het kader van een door de rechter te maken afweging van de belangen van de eigenaar van het heersend erf tegen die van de eigenaren van het dienend erf gaat het hof dan ook voorbij. School Vest betoogt dat zij wel degelijk een redelijk belang heeft bij uitoefening van de erfdienstbaarheid. Zij heeft er belang bij dat de leerlingen het schoolterrein ook kunnen verlaten via de Singel. In de eerste plaats is het in het kader van efficiency van belang dat de leerlingen (al dan niet met ouders) het schoolterrein verspreid kunnen betreden en verlaten. Door de verspreide aankomst en vertrek zullen er minder verkeersopstoppingen ontstaan aan de Waterbeekstraat, hetgeen de verkeersveiligheid bevordert. Ten tweede stelt School Vest dat de erfdienstbaarheid van groot belang is in het geval van noodsituaties, nu deze ontsluiting een extra evacuatieroute biedt in het geval van brand of andere calamiteiten. Het huidige ontruimingsplan voorziet enkel in vluchtroutes over de Waterbeekstraat waardoor er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan omdat de hulpdiensten, 400 kinderen en het aanwezige personeel allemaal gebruik moeten maken van dezelfde korte, doodlopende straat. Daarnaast zal de huidige verzamelplek niet meer beschikbaar zijn in geval van calamiteiten omdat in januari 2016 zal worden begonnen met de bouw van een gymzaal op het terrein aan de overzijde van het schoolgebouw. Het hof is van oordeel dat School Vest voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat zij een redelijk belang heeft bij het behoud van de erfdienstbaarheid. Het hof acht voorts deze belangen redelijk en legitiem; er is geenszins sprake van een situatie waarin voortzetting van de erfdienstbaarheid voor School Vest niet van betekenis moet worden geacht. In zoverre heeft School Vest de stelling van [geïntimeerde 1] c.s. dat School Vest geen redelijk belang heeft omdat het schoolgebouw goed bereikbaar is vanaf de Waterbeekstraat voldoende gemotiveerd betwist. Nu evenmin sprake is van misbruik van bevoegdheid, slagen de grieven.

1.6.

Het vorenoverwogene betekent dat [geïntimeerde 1] c.s. zal worden veroordeeld de erfdienstbaarheid die is gevestigd op zijn perceel na te leven in die zin dat hij de obstakels die gebruikmaking van de erfdienstbaarheid verhinderen, waaronder begrepen de betonnen schutting aan de achterzijde van zijn perceel, dient te verwijderen alsmede tot het toelaten op zijn perceel van de leerlingen, hun ouders en andere bezoekers van het schoolgebouw op schooldagen, een en ander vanaf een maand na betekening van dit arrest. Het hof is van oordeel dat de poort/het ijzeren hek niet behoeft te worden verwijderd, maar dat School Vest wel over een sleutel dient te beschikken zodat gebruik kan worden gemaakt van het dienend erf om te komen van en te gaan naar het schoolplein en schoolgebouw. De aan deze veroordeling gevorderde dwangsom van € 500,00 zal worden toegewezen, zij het dat het hof daaraan een maximum zal verbinden van € 25.000,00.

1.7.

Grief 1 richt zich tegen de overweging van de rechtbank dat het doel van de erfdienstbaarheid is geweest om de mogelijkheid te creëren om vanaf de openbare weg met de auto op het heersend erf te komen. De rechtbank heeft overwogen dat dit volgt uit de in de vestigingsakte opgenomen bewoordingen “binnenterrein” en “erfdienstbaarheid van weg om te komen van- en naar het bij deze verkochte terrein naar en van den Ferdinand Bolsingel”. Aangezien op het heersend erf niet langer een autobedrijf maar een school/schoolplein is gevestigd en het heersend erf tegenwoordig bereikbaar is via de hoofdingang van de school aan de Waterbeekstraat, is het doel dat destijds is beoogd komen te vervallen, aldus de rechtbank. Gelet op het slagen van de grieven 2 en 3 heeft School Veste geen belang bij de beoordeling van grief 1. Dat zelfde geldt voor grief 4 en de incidentele grief, die zijn gericht tegen de hoogte van de door de rechtbank vastgestelde schadeloosstelling van € 7.500,00, als voorwaarde voor de opheffing van de erfdienstbaarheid.

1.8.

De slotsom luidt dat het vonnis zal worden vernietigd en dat de vordering van School Vest in hoger beroep zal worden toegewezen, met in achtneming van hetgeen onder 1.7 is overwogen. Bij deze beslissing past dat [geïntimeerde 1] c.s. als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de eerste aanleg en van dit hoger beroep, zoals in het dictum nader is bepaald.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het vonnis van 25 juli 2012 van de rechtbank Dordrecht;

en, opnieuw rechtdoende:

- verplicht [geïntimeerde 1] c.s. de erfdienstbaarheid zoals gevestigd op het erf van [geïntimeerde 1] c.s. na te leven, hetgeen inhoudt het verwijderen van alle doorgang belettende obstakels, met uitzondering van de poort/het ijzeren hek, op het dienend erf alsmede het toelaten op schooldagen met en zonder rijwiel of kinderwagen van de leerlingen, hun ouders en alle andere bezoekers van het schoolgebouw aan de Waterbeekstraat op het dienend erf vanaf een maand na betekening van dit arrest, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 25.000,00;

- veroordeelt [geïntimeerde 1] c.s. in de proceskosten in eerste aanleg, tot op 25 juli 2012 vastgesteld op € 90,81 aan kosten voor het exploot, € 560,00 aan griffierecht en € 904,00 aan kosten voor de advocaat alsmede in de proceskosten in hoger beroep, tot op heden vastgesteld op € 92,17 aan kosten voor het exploot, € 666,00 aan griffierecht en € 4.023,00 aan kosten advocaat;

- verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. T.G. Lautenbach, S.A. Boele en J.E.H.M. Pinckaers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.