Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:463

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
24-02-2016
Datum publicatie
08-03-2016
Zaaknummer
22-001154-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich beledigend uitgelaten tegenover politieambtenaren in functie.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001154-15

Parketnummer: 10-006991-13

Datum uitspraak: 24 februari 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 3 maart 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortejaar] 1979,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

10 februari 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete van € 550,--, subsidiair 11 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 januari 2013 te Rotterdam opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [benadeelde partij 1] (hoofdagent district Centrum, Eenheid Rotterdam) en/of [benadeelde partij 2] (hoofdagent district Centrum, Eenheid Rotterdam), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, die [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Het is hier een Hitlerstaat" en/of "kankerhonden" en/of "In 1945 waren de agenten ook racisten" en/of "Ooit komt dat dag dat wij in opstand komen, meneer de racist", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 12 januari 2013 te Rotterdam opzettelijk beledigend (een) ambtena (a) r ( en ) , te weten [benadeelde partij 1] (hoofdagent district Centrum, Eenheid Rotterdam) en/of [benadeelde partij 2] (hoofdagent district Centrum, Eenheid Rotterdam), gedurende en /of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/ hun bediening, die [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] in diens/ dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Het is hier een Hitlerstaat" en /of "kankerhonden" en/of "In 1945 waren de agenten ook racisten" en /of "Ooit komt dat dag dat wij in opstand komen, meneer de racist" , althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte aangevoerd dat hij de bewezenverklaarde woorden heeft gebruikt in zijn betoog, maar dat hij daarbij niet de intentie had om de politieambtenaren te beledigen, zodat hij van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

Het hof verwerpt het verweer.

Blijkens de processen-verbaal van bevindingen nr. PL17DO 2013012883-3 en PL17DO 2013012883-5, beide d.d. 12 januari 2013, zagen de verbalisanten [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] de verdachte op 12 januari 2013, omstreeks 03.35 uur, door een portier van horeca-gelegenheid Bed naar buiten werd geleid en hoorden zij dat hij met zeer luidde stem riep dat hij door iemand gediscrimineerd was. Voorts zagen de verbalisanten dat de verdachte hevig gebarend en met zwaaiende armen naar hen toeliep; dat de verdachte onvast ter been was en dat zijn adem rook naar het gebruik van alcohol.

Omdat de verdachte geen signalement kon geven van de vrouw die hem zou hebben gediscrimineerd is aan de verdachte geadviseerd om aangifte te doen op het politiebureau op het moment dat hij niet meer in staat van dronkenschap zou verkeren. Nadat dit nogmaals tegen de verdachte was gezegd, is de verdachte op ongeveer 50 centimeter van verbalisant [benadeelde partij 1] gaan staan en heeft hij de verbalisant met zijn beide handen vastgegrepen om zijn linkerarm. Voorts zag verbalisant [benadeelde partij 1] dat de verdachte een verwilderde blik en een agressieve blik had in zijn ogen. Nadat verbalisant [benadeelde partij 1] zich had losgetrokken en de verdachte beval afstand te nemen, hoorde hij dat de verdachte met zeer luide stem riep dat we hier in een Hitlerstaat leefden en dat de agenten in de tweede wereldoorlog ook al racisten waren.

Verbalisant [benadeelde partij 1] heeft hierop tegen de verdachte gezegd niet gediend te zijn van zijn uitspraken en tegen hem gezegd dat hij hiermee moest stoppen.

Nadat de verdachte door de verbalisanten was aangehouden en overgebracht naar het politiebureau bleef de verdachte tijdens de fouillering beledigende woorden uitspreken. Hij heeft op het moment dat hij verbalisant [benadeelde partij 1] aankeek, onder meer gezegd: “Ooit komt een dag dat we in opstand komen, meneer de racist”.

Naar het oordeel van het hof hadden de uitlating van de verdachte onder voormelde omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, de strekking om de verbalisanten in hun eer en goede naam aan te tasten en ondermijnde de uitlating van de verdachte het gezag van de verbalisanten, zodat sprake is van belediging in de zin van artikel 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte heeft verklaard dat hij de uitlatingen niet heeft gericht tot de verbalisanten maar in gesprek was met een kennis. Gelet op voormelde processen-verbaal is deze verklaring ongeloofwaardig.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, onder aanvulling van de verklaring van de verdachte afgelegd tegenover de politie op 12 januari 2013, als bewijsmiddel.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich beledigend uitgelaten tegenover politieambtenaren in functie. Het uitschelden van een politieambtenaar getuigt van gebrek aan respect jegens het door de politie vertegenwoordigde gezag, en kan niet worden getolereerd.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 januari 2016.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte een passende en geboden reactie vormt.

Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24a, 24c, 57, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 4 (vier) opeenvolgende termijnen van 1 maand, elke termijn groot

€ 100,00 (honderd euro).

Dit arrest is gewezen door mr. J.M. van de Poll,

mr. S. van Dissel en mr. D.M. Thierry, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 februari 2016.

Mr. Thierry en de griffier zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.