Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:4415

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
16-08-2016
Datum publicatie
12-07-2022
Zaaknummer
200.177.713/01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2018:509
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arbeidsovereenkomst. Aanspraak uitbetaling overuren. Werd beloning voor het overwerk geacht te zijn verdisconteerd in de hoogte van het salaris?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0786
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel Recht

Zaaknummer : 200.177.713/01

Rolnummer Rechtbank : 3053092 \ CV EXPL 14-22124

Arrest van 16 augustus 2016

inzake

Misuga Kaiun Holland B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

appellante,

hierna te noemen: Misuga Kaiun,

advocaat: mr. R. van der Stap te Rotterdam,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde] .

advocaat: mr. K. Zeylmaker te Breda.

Het geding

1. Bij arrest van 20 oktober 2015 is in deze zaak een tussenarrest gewezen waarbij een comparitie van partijen is gelast. Die comparitie heeft plaatsgevonden op 24 maart 2016. Van het verhandelde ter zitting is proces-verbaal opgemaakt. Misuga Kaiun heeft een memorie van grieven (met producties) genomen waarbij tegen het bestreden vonnis vijf grieven zijn opgeworpen. [geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord (met producties) die grieven gemotiveerd weersproken.

Arrest wordt, met instemming van partijen, gewezen op de stukken die in verband met de comparitie van partijen aan het hof zijn toegezonden, aangevuld met de naderhand opgestuurde memorie van antwoord.

Beoordeling van het hoger beroep

2. In het vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter een aantal feiten vastgesteld. Daartegen is in hoger beroep niet opgekomen. Het hof zal van die feiten uitgaan. Samengevat gaat het om het volgende.

- Misuga Kaiun is een bedrijf dat zorg draagt voor het (technisch) beheer en management van schepen over de gehele wereld.

- [geïntimeerde] , geboren op [geboortedatum] , is van [datum 1] 2011 tot [datum 2] 2013 bij Misuga Kaiun in dienst geweest.

- [geïntimeerde] was laatstelijk bij Misuga Kaiun werkzaam in de functie van [functie] tegen een salaris van€ 7.801,61 bruto per maand, exclusief emolumenten.

- Een [functie] draagt zorg voor het (technisch) beheer en onderhoud van een schip. Afhankelijk waar ter wereld een schip op dat moment ligt, dient een [functie] naar die locatie af te reizen en dient hij daar te verblijven gedurende de periode dat het beheer en onderhoud plaatsvindt.

- In de op 22 februari 2011 tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst (hierna: de oude arbeidsovereenkomst) zijn de "Working Regulations" van toepassing verklaard. Art. 1.02 verklaart in dat verband: "This Rules shall apply to all contracts of employment entered into between Misuga Kaiun Holland B.V. (the Company) and each employee of the Company (the Employee). "

- Verder staat in artikel 6.03 van de "Working Regulations" opgenomen:

"Employees may be required by the Company to work overtime besides the normal working hours or on holidays. Overtime allowance for that month shall be paid together with the monthly salary of the following month according to the employment contract and is calculated as follows:

(Overtime Allowance) = {(Monthly Salary x 120%) x (Overtime Working minutes per

month)} divided by {(21.25 days per month) x (8 hours per day) x (60 minutes per hour)} Employees are not entitled to overtime pay in case of the working time less than thirty (30) minutes at any one time. Employees shall be only entitled to overtime allowance subject to the prior consent on their overtime work by their immediate supervisor. "

- Partijen hebben op 1 juni 2012 een nieuwe arbeidsovereenkomst (hierna: de nieuwe arbeidsovereenkomst) gesloten, waarbij onder art 1.1. is opgenomen dat [geïntimeerde] sedert [datum 1] 2011 bij Misuga Kaiun in dienst is. In artikel 6.3 van de nieuwe arbeidsovereenkomst staat het volgende opgenomen:

"Given the nature of Employee 's position, the remunerationfor any hours worked overtime, including weekends and national holidays, is expressly deemed included in Emloyee 's salary as referred to in this clause. "

3. Stellende dat hij in de periode van [datum 1] 2011 tot 1 juni 2012 overuren gemaakt heeft, welke overuren niet door Misuga Kaiun zijn uitbetaald, vorderde [geïntimeerde] , onder verwijzing naar art. 6.03 van de "Working Regulations", bij inleidende dagvaarding van 30 april 2014 (voorzover thans nog van belang) van Misuga Kaiun uitbetaling van 1.043,8 overuren (neerkomend op een bedrag van€ 63.578,60 bruto), vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, en met veroordeling van Misuga Kaiun in de kosten van de procedure.

4. De kantonrechter heeft de vordering van [geïntimeerde] toegewezen tot een bedrag van € 46.803,99, te vermeerderen met de wettelijke rente en Misuga Kaiun veroordeeld in de kosten van de procedure.

5. Misuga Kaiun kan zich met het vonnis van de kantonrechter niet verenigen. In hoger beroep vordert zij vernietiging van genoemd vonnis met afwijzing van de door [geïntimeerde] ingestelde vordering. Tevens vordert Misuga Kaiun veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van al hetgeen zij ter uitvoering van het bestreden vonnis aan [geïntimeerde] heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag der terugbetaling. Ook vordert Misuga Kaiun veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het te wijzen arrest, bij niet tijdige voldoening te vermeerderen met de wettelijke rente.

De grieven die Misuga Kaiun in het kader van het hoger beroep heeft geformuleerd lenen zich voor gezamenlijke behandeling. In dat kader overweegt het hof het volgende.

6. Als rode draad loopt door de opgeworpen grieven heen de klacht van Misuga Kaiun tegen het oordeel van de kantonrechter dat [geïntimeerde] aanspraak kan maken op uitbetaling van overuren, betrekking hebbend op de periode van [datum 1] 2011 tot juni 2012. Misuga Kaiun bestrijdt dat [geïntimeerde] ooit op uitbetaling van die uren recht gehad heeft. Weliswaar kon het, aldus Misuga Kaiun, voorkomen dat gezien de aard en de functie van [geïntimeerde] er overwerk verricht werd, maar dat overwerk werd niet extra beloond, een beloning voor het overwerk werd geacht te zijn verdisconteerd in de hoogte van het salaris. Art. 6.03 (waar [geïntimeerde] zijn vordering op baseert) geldt, aldus Misuga Kaiun, gezien zijn bewoordingen, naar zijn aard voor kantoorpersoneel, waarvan de werktijd op de minuut af kan worden geregistreerd door een toezichthoudende leidinggevende. Dat het nooit de bedoeling geweest is dat [geïntimeerde] voor overwerk extra betaald kreeg, moge, aldus Misuga Kaiun, ook blijken uit de nieuwe arbeidsovereenkomst waarin in art 6.3 expliciet is opgenomen dat in het [geïntimeerde] toekomende salaris een overwerkvergoeding zit inbegrepen. Volgens Misuga Kaiun legt art. 6.3 van de nieuwe arbeidsovereenkomst (met terugwerkende kracht) vast, wat steeds gelding had. Het feit dat in de nieuwe arbeidsovereenkomst het salaris van [geïntimeerde] gelijk gebleven is, wijst daar ook op.

Overigens heeft Misuga Kaiun het aantal door [geïntimeerde] opgevoerde overuren gemotiveerd bestreden.

7. Het hof onderschrijft voormelde stellingname van Misuga Kaiun niet. Art. 1.02 van de "Working Regulations" bepaalt dat de bepalingen van die Regulations voor iedere werknemer van Misuga Kaiun gelden, hetgeen, ingevolge art. 6.03 van die zelfde Regulations betekent dat ook [geïntimeerde] recht heeft op betaling van overuren. Dat de tekst van art. 6.03 toegesneden lijkt op personeel dat op kantoor werkzaam is onder een leidinggevende, maakt vorenstaande niet anders. Voor een werknemer met een functie als [geïntimeerde] is in de "Working Regulations" geen uitzondering gemaakt. De argumenten die Misuga Kaiun ter adstructie van haar standpunt heeft aangevoerd met betrekking tot de hoogte van het loon van [geïntimeerde] , dit in vergelijking met Technica! Superintendents elders, en het feit dat dit salaris niet veranderd is nadat de nieuwe arbeidsovereenkomst van toepassing werd, zijn niet relevant, gelet op de toepasselijkheid van art 6.03 van de "Working Regulations" Grief II, waarmee wordt opgekomen tegen het oordeel van de kantonrechter dat de "Working Regulations" ook op [geïntimeerde] van toepassing zijn, slaagt niet.

8. Vorenstaande betekent dat, zo er voldaan is aan de voorwaarden van genoemd art. 6.03, [geïntimeerde] aanspraak heeft op vergoeding van overuren over de periode als door hem gevorderd. De stelling van Misuga Kaiun dat art. 6.3 van de nieuwe overeenkomst (getekend op l juni 2012) terugwerkende kracht zou hebben tot [datum 1] 2011 omdat in de nieuwe overeenkomst staat aangegeven dat [geïntimeerde] per l maart 2011 bij Misuga Kaiun in dienst is en onder 15.5 staat aangegeven dat "This employment agreement(...) supersedes any and all previous understandings and commitments agreed between Employee and Employer (. ..) " wordt door het hof verworpen. Uit niets blijkt dat rechten (reeds) ontleend aan de "Working Regulations" als gevolg en op grond van het sluiten van de nieuwe overeenkomst, zijn komen te vervallen voor zover die rechten in de nieuwe overeenkomst geen grondslag meer hebben; van enige instemming van [geïntimeerde] op dat punt blijkt niet. Grief I, waarin geklaagd wordt over het oordeel van de kantonrechter dat de nieuwe overeenkomst geen terugwerkende kracht heeft tot [datum 1] 2011, faalt.

9. Vorenstaande betekent dat [geïntimeerde] recht heeft op uitbetaling van overuren gemaakt in de periode van [datum 1] 2011 tot 1 juni 2012, doch enkel voor zover het maken van overuren door zijn leidinggevende is verzocht of geaccordeerd ("required by the company"). Met betrekking tot dat laatste betoogt [geïntimeerde] dat het inherent aan zijn functie was dat hij niet onder het directe toezicht van een leidinggevende stond en dat hij zelf bepaalde wanneer het noodzakelijk was dat hij werkzaamheden verrichtte en om daarbij overuren te maken.

Tijdens de voor Misuga Kaiun gemaakte reizen stond een snelle oplossing van de ontstane problemen en een vlotte uitvoering van de werkzaamheden voorop, er werd, aldus [geïntimeerde] , simpelweg doorgewerkt ook buiten de reguliere werktijden. Omdat [geïntimeerde] veel probleemschepen onder zijn hoede had maakte hij, stelt hij, zoveel meer overuren, dat dit niet meer als bij de aard van de functie horende extra uren gezien kon worden. Dit wist Misuga Kaiun dan wel behoorde zij dit te begrijpen omdat zij zelf gekozen had voor het toewijzen aan [geïntimeerde] van een groter aantal probleemschepen dan gebruikelijk. Nimmer is tussen partijen overeengekomen dat [geïntimeerde] in zijn eigen tijd dienstreizen zou moeten verrichten. [geïntimeerde] betoogt dat hij al in een vroeg stadium het maken en uitbetalen van overuren bij de heer Kurosawa, zijn toenmalige leidinggevende, heeft aangekaart, dit naar aanleiding van het schip de Taio Dream. Dat schip was verwaarloosd en betekende voor [geïntimeerde] fors meer werk en dus meer arbeidsuren. Volgens [geïntimeerde] heeft Kurosawa toen te kennen gegeven dat het niet uitmaakte wat [geïntimeerde] zou moeten doen, het schip moest goed zijn. Volgens [geïntimeerde] is met Kurosawa de afspraak gemaakt dat de [functie] hun overuren konden indienen. Los daarvan heeft Kurosawa [geïntimeerde] ook persoonlijk toegezegd dat hij zijn overuren vergoed zou krijgen. [geïntimeerde] betoogt dat hij op voornoemde toezegging heeft vertrouwd en ook heeft mogen vertrouwen.

Misuga Kaiun heeft de stellingen van [geïntimeerde] gemotiveerd bestreden.

10. Met betrekking tot het voorgaande oordeelt het hof als volgt. Zo mocht blijken dat [geïntimeerde] in de betreffende periode ruim 1.000, althans een beduidend aantal, overuren heeft gemaakt, hetgeen duidt op zeer aanzienlijke werkzaamheden bovenop het reguliere werk, gaat het hof er voorshands van uit dat Misuga Kaiun, op grond van de norm van het goed werkgeverschap, gehouden is [geïntimeerde] voor dat aanzienlijke extra werk financieel te compenseren, nu, tenzij anders is afgesproken, een werkgever in redelijkheid van een werknemer niet kan verlangen dat hij zoveel extra werk verricht, bovenop de reguliere arbeidsuren, zonder dat extra werk geldelijk te belonen dan wel op relevante wijze te compenseren met vrije tijd. In dat geval is niet relevant of het maken van overuren met zoveel woorden door een leiding gevende is verzocht of geaccordeerd.

11. Vorenstaande betekent, gelet op de betwisting door Misuga Kaiun van het maken van overuren zoals door [geïntimeerde] gesteld, dat [geïntimeerde] bewijs moet leveren van zijn stelling dat hij als gevolg van de hem opgedragen werkzaamheden in de periode van [datum 1] 2011 tot 1 juni 2012 ruim 1.000, althans een aanzienlijk aantal, (niet gecompenseerde) overuren heeft moeten maken om die werkzaamheden op een verantwoorde wijze te kunnen verrichten. Het gelijk van [geïntimeerde] kan niet aanstonds worden aangenomen op de door [geïntimeerde] in het geding gebrachte stukken, gelet ook op het verweer van Misuga Kaiun ter zake. [geïntimeerde] zal tot bewijslevering worden toegelaten.

De vraag of [geïntimeerde] wel recht had op betaling van overuren omdat partijen anderszins waren overeengekomen, zal in het getuigenverhoor worden meegenomen.

12. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Beslissing

Het hof:

- laat [geïntimeerde] toe tot het bewijs zoals hiervoor omschreven onder 11;

- bepaalt dat, indien [geïntimeerde] getuigen wil doen horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag ten overstaan van de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. S.R. Mellema op donderdag 10 november 2016 om 10.00 uur;

- bepaalt dat, indien één der partijen binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen en de te horen getuigen in de maanden november 2016 tot en met januari 2017 opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer­ commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de getuigenverhoren zal vaststellen;

- verstaat dat het hof reeds beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat overlegging daarvan voor het getuigenverhoor niet nodig is;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.R. Mellema, H.J. Vetter en J. Montijn, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier.