Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:3991

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
07-06-2016
Datum publicatie
04-01-2017
Zaaknummer
22-002731-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde (ontucht met minderjarigen) heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002731-14

Parketnummer: 09-777449-13

Datum uitspraak: 7 juni 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 19 juni 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 2000,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 24 mei 2016. Het onderzoek heeft plaatsgevonden met gesloten deuren.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest. Aan de verdachte is als, dadelijk uitvoerbare, bijzondere voorwaarde opgelegd dat hij zich zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de Stichting Bureau Jeugdzorg, ook als dat inhoudt het volgen van een behandeling bij De Waag. De verdachte is ter zake van het onder 2 ten laste gelegde ontslagen van alle rechtsvervolging.

De vorderingen van de benadeelde partijen zijn gedeeltelijk toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. Tot slot is het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en de verdachte in het hoger beroep ter zake van feit 2

De verdachte is in eerste aanleg ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van hetgeen aan hem onder 2 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door het Openbaar Ministerie onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing met betrekking tot feit 2. De appelmemorie bevat echter met betrekking tot dat feit geen grieven. Namens het Openbaar Ministerie heeft de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven dat bedoeld is het appel te beperken tot feit 1. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van feit 2 in hoger beroep. Daarom zal het hof het Openbaar Ministerie, gelet op het bepaalde in artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, ten aanzien van feit 2 niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

Door de verdediging is eveneens onbeperkt appel ingesteld. De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend voor wat betreft feit 2. De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangegeven dat het appel niet is gericht tegen de beslissing tot ontslag van alle rechtsvervolging ten aanzien van feit 2. Hieruit begrijpt het hof dat de verdediging geen grieven tegen het vonnis voor zover dit betrekking heeft op feit 2 wenst in te dienen. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van feit 2 in hoger beroep. Daarom zal het hof de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, ten aanzien van feit 2 niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is –voor zover aan het oordeel van het hof is onderworpen- ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 27 juli 2013 te 's-Gravenhage door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) - [benadeelde partij 1] (geboren op [geboortejaar] 2007) en/of

- [ benadeelde partij 2] (geboren op [geboortejaar] 2006) en/of

- [ benadeelde partij 3] (geboren op [geboortejaar] 2004) en/of

- [ benadeelde partij 4] (geboren op 26 april 2003)

heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4], hebbende verdachte

- die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] zijn penis doen/laten likken en/of

- zijn penis in de mond van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] gedaan en/of

- die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] zijn, verdachtes, penis laten vasthouden en/of aan de penis van verdachte doen/laten trekken en/of verdachte doen/laten aftrekken en/of

- zijn vinger op de vagina en/of in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde partij 4] gebracht en/of die [benadeelde partij 4] gevingerd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- tegen die [benadeelde partij 3] heeft gezegd dat hij keihard op zijn neus zou worden geslagen als die [benadeelde partij 3] het niet zou doen en/of

- tegen die [benadeelde partij 4] heeft gezegd dat verdachte haar moeder dood ging schieten als zij het niet deed en/of dat verdachte haar moeder ging neersteken als zij het niet deed en/of dat verdachte haar moeder iets aan zou doen en/of (aldus) voor die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

en/of

hij op of omstreeks 27 juli 2013 te 's-Gravenhage met

- [ benadeelde partij 1] (geboren op [geboortejaar]) en/of

- [ benadeelde partij 2] (geboren op [geboortejaar]) en/of

- [ benadeelde partij 3] (geboren op [geboortejaar 2004) en/of

- [ benadeelde partij 4] (geboren op [geboortejaar] 2003)

die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had(den) bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4], hebbende verdachte

- die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] zijn penis doen/laten likken en/of

- zijn penis in de mond van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] gedaan en/of

- die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] zijn, verdachtes, penis laten vasthouden en/of aan de penis van verdachte doen/laten trekken en/of verdachte doen/laten aftrekken en/of

- zijn vinger op de vagina en/of in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde partij 4] gebracht en/of die [benadeelde partij 4] gevingerd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan de verdachte de bijzondere voorwaarde zal worden opgelegd dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de jeugdreclassering, ook als dit inhoudt het volgen van een behandeling bij De Waag. Voorts heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 eerste cumulatief/alternatief is ten laste gelegd. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen hetgeen de deskundige dr. G. Wolters in zijn rapport d.d. 11 september 2015 heeft verklaard over de betrouwbaarheid van de diverse aangiftes en verklaringen. Het hof verwijst voorts naar hetgeen hierna ten aanzien van het aan de verdachte onder 1 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt overwogen.

Naar het oordeel van het hof is evenmin wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 tweede cumulatief/alternatief is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan eveneens behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Het hof stelt vast dat de aangevers [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] weliswaar verklaren over handelingen van seksuele aard die zij bij de verdachte hebben verricht, maar dat die verklaringen uiteenlopen als het gaat om welke handelingen zijn verricht en wie deze heeft verricht. [getuige] verklaart dat er geen sprake was van dwang, dat [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] het zelf wilden en dat [verdachte] niet heeft gezegd dat ze het moesten doen. In het aanvullende verhoor van [getuige] van 21 januari 2015 verklaart hij niet daadwerkelijk te hebben gezien dat verdachte werd gepijpt, wel heeft hij gezien het met de handen zitten aan en vastpakken van het geslacht van verdachte. Voorts neemt het hof in aanmerking het rapport d.d. 11 september 2015 van de deskundige dr. G. Wolters (hierna te noemen: Wolters), die een onderzoek heeft ingesteld naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangevers en de getuige [getuige]. Wolters maakt in dit rapport melding van een viertal factoren die de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangevers kunnen hebben beïnvloed: (1) tussen de kinderen heeft voorafgaand aan de onthulling van de vermeende ontucht aanzienlijke interactie plaatsgevonden zodat zij elkaar kunnen hebben beïnvloed; (2) de kinderen hebben aangegeven dat zij bang waren voor de reacties van hun ouders als het uit zou komen en het is niet uit te sluiten dat deze angst hun verklaringen heeft beïnvloed; (3) na de onthulling zijn de emoties in bijzijn van de kinderen hoog opgelopen en de reacties van de ouders kunnen van invloed zijn geweest op hoe de kinderen later zijn gaan verklaren; (4) de kinderen zijn bovendien jong en relatief gevoelig voor suggesties en beïnvloeding.

Wolters stelt vast dat [benadeelde partij 4] op diverse punten anders heeft verklaard dan de andere kinderen. Nadat zij hiermee is geconfronteerd heeft zij haar verklaring deels veranderd. Wolters acht de verklaring van [benadeelde partij 4] betreffende de vermeende ontucht (het hof begrijpt daaronder ook: het pijpen en het vingeren) in beperkte mate betrouwbaar. Ook de verklaring van [benadeelde partij 3] acht Wolters in beperkte mate betrouwbaar. De verklaring van [benadeelde partij 3] is volgens Wolters op diverse punten in tegenspraak met die van [benadeelde partij 4]. Het lijkt alsof [benadeelde partij 3] op enig moment in een chatgesprek met de verdachte aan hem toegeeft dat hij heeft gelogen over de ontucht (blz. 292). [benadeelde partij 3] komt hier later weer op terug en verklaart dan dat hij dit heeft gezegd omdat hij bang was. Wolters acht echter de uitleg van [benadeelde partij 3] hierover niet overtuigend. [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] hebben slechts summier en beperkt verklaard. [getuige] heeft niet duidelijk kunnen aangeven wat hij precies heeft gezien. Wolters concludeert dat de verklaringen over het aftrekken van de penis van de verdachte door meerdere kinderen en het likken aan de penis van de verdachte door een of meer kinderen in hoge, respectievelijk, aanzienlijke mate, betrouwbaar zijn te achten. De verklaringen over het pijpen, het vingeren van [benadeelde partij 4] en de bedreiging door de verdachte bij de vermeende ontuchtige handelingen acht de rapporteur in (hoge mate) onbetrouwbaar.

Het hof komt gelet op het voorgaande tot het oordeel dat het aftrekken en likken van de penis van de verdachte door een of meer aangevers wettig en overtuigend zou kunnen worden bewezen. Dit zijn echter geen handelingen die het seksueel binnendringen van het lichaam betreffen. De handelingen die daarop wel zien, het pijpen en het vingeren, acht het hof, gelet op het vorengaande, niet wettig en overtuigend bewezen. Nu aan de verdachte onder 1 tweede cumulatief/alternatief ten laste is gelegd handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van de aangevers, dient de verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen

In het onderhavige strafproces hebben [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4], vertegenwoordigd door hun ouders, zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van respectievelijk € 2.500,00 immateriële schade, € 2.500,00 immateriële schade, € 1.250,00 immateriële schade en € 4.523,00 materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 27 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.

In hoger beroep zijn de vorderingen van [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 4] aan de orde tot het in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag. De vordering van [benadeelde partij 3] is in hoger beroep aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen ieder tot een bedrag van € 1.000,00 immateriële schade, en ten aanzien van [benadeelde partij 4] voorts tot toewijzing van een bedrag van € 233,00 materiele schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist, in die zin dat vrijspraak is bepleit.

Nu de verdachte ter zake van het onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt vrijgesproken, dienen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de officier van justitie en de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover in hoger beroep aan de orde en doet opnieuw recht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4], in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. J.A.C. Bartels,

mr. M.J. de Haan-Boerdijk en mr. E.C. van Veen, in bijzijn van de griffier mr. S. Imami.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 juni 2016.

Mr. M.J. de Haan-Boerdijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.