Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:379

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
19-02-2016
Datum publicatie
22-02-2016
Zaaknummer
0007-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Afwijzing wrakingsverzoek.

Het hof heeft met zijn beslissingen kennelijk op het oog gehad nader onderzoek te doen naar de door de verdediging en de advocaat-generaal met hun onderzoekswensen aan de orde gestelde vraagpunten. Dat het hof daarbij niet dadelijk de gevraagde wijze van onderzoek heeft gevolgd betekent niet dat de rechters van wie de wraking is verzocht ten aanzien die vraagpunten vooringenomen waren of de schijn hebben gewekt dat het hun of een van hen aan de vereiste onpartijdigheid heeft ontbroken.

Daarbij komt dat het hof in de weergave van de resultaten van zijn beraadslaging door het indienen van het wrakingsverzoek werd onderbroken en dus geen gelegenheid heeft gehad daarop tijdig een nadere toelichting te geven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Zaaknummer : 000007-16
Rolnummer hoofdzaak : 23-003043-14

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken

inzake het verzoek tot wraking als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering in de strafzaak van het Openbaar Ministerie tegen:

[naam]

geboren op [datum] te [plaats],

adres: [adres],
de verzoeker,
bijgestaan door zijn raadsman mr. L.C.M. Jurgens, advocaat te Amsterdam.

Het geding

In de strafzaak tegen de verzoeker onder genoemd rolnummer heeft op 8 december 2015 bij het gerechtshof Amsterdam een terechtzitting van de meervoudige strafkamer plaatsgevonden, alwaar mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter, mr. H.W.J. de Groot en mr. M. Gonggrijp-van Mourik zitting hadden.

Bij mondeling verzoek van 8 december 2015 heeft de raadsman namens de verzoeker een verzoek tot wraking van genoemde voorzitter en raadsheren gedaan.

Bij beslissing van 14 december 2015 heeft de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam in het kader van de ‘pilot externe wrakingskamer’ de wrakingszaak op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie ter verdere behandeling verwezen naar de wrakingskamer van dit gerechtshof.

Mr. van Asperen de Boer-Delescen heeft, mede namens mr. de Groot en mr. Gonggrijp-van Mourik, per e-mailbericht d.d. 30 december 2015 medegedeeld niet in de wraking te berusten.

De wrakingskamer heeft het verzoek op 5 februari 2016 ter openbare terechtzitting behandeld, waar de raadsman van de verzoeker is gehoord. De advocaat-generaal mr. H.I. den Hartog heeft haar standpunt uiteengezet. De verzoeker zelf is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting van de wrakingskamer verschenen. Evenmin zijn de voorzitter en de raadsheren van wie de wraking is verzocht ter terechtzitting verschenen.


Het wrakingsverzoek

Uit het proces-verbaal ter terechtzitting in hoger beroep van het gerechtshof Amsterdam van 8 december 2015 blijkt dat verzoeker aldaar terecht stond met mr. Jurgens als zijn raadsman. Mr. Jurgens heeft het hof ter terechtzitting de oproeping als getuige verzocht van [verbalisant 1] en [verbalisant 2], respectievelijk als verbalisant en hulpofficier van justitie betrokken bij het opsporingsonderzoek waarvan een document deel uit maakt dat volgens de stellingen van de verdediging in deze strafzaak vals, althans valselijk ondertekend is, en op grond van welke omstandigheid de verdediging overweegt een verweer te voeren strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Nadat de advocaat-generaal had gereageerd, daarbij had verklaard zich niet te verzetten tegen het horen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en het daarnaast wenselijk te achten de verbalisant [verbalisant 3] als getuige te horen, heeft het hof zich beraden en vervolgens als beslissing meegedeeld dat de advocaat-generaal de opdracht wordt gegeven om door de politie een aanvullend proces-verbaal te laten opmaken waarin antwoord wordt gegeven op de volgende vragen:

– wie heeft feitelijk de klacht van [aangever] opgenomen?

– wie heeft het proces-verbaal behelzende de klacht ter ondertekening aangeboden?

– wie heeft de klacht als klager ondertekend?

Hierop heeft mr. Jurgens het onderhavige wrakingsverzoek mondeling ingediend. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting berust dit wrakingsverzoek op de grond dat het hof het handelen van de verbalisanten probeert weg te moffelen door het trucje toe te passen van het laten opmaken van een aanvullend proces-verbaal in plaats van de verbalisanten te horen onder ede zoals door hem verzocht.

Ter zitting van de wrakingskamer heeft de raadsman nog de volgende gronden voor het wrakingsverzoek aangevoerd.

o Het hof heeft bevindingen van P.L. Zevenbergen, die zijn opgenomen in het deskundigenbericht ‘forensisch schriftonderzoek’ d.d. 18 augustus 2014 genegeerd.

o Het hof is ten onrechte uitgegaan van de informatie die is opgenomen in het ‘proces-verbaal klacht’.

o Het hof heeft door aldus te handelen in strijd met artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht gehandeld.

Mr. van Asperen de Boer-Delescen, mr. de Groot en mr. van Gonggrijp-van Mourik hebben bij e-mailbericht van 30 december 2015 laten weten dat zij niet in de wraking berusten. Zij wensen geen reactie te geven op het wrakingsverzoek, nu de inhoud van het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 8 december 2015 voor zich spreekt.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het wrakingsverzoek dient te worden afgewezen, nu - kort gezegd - wraking niet kan fungeren als rechtsmiddel tegen onwelgevallige beslissingen door een rechterlijk college genomen in de strafzaak. Voorts is er in de strafzaak geen sprake van dermate onbegrijpelijke beslissingen dat daarvoor in redelijkheid geen andere verklaring is te geven dan dat dit door vooringenomenheid van de voltallige kamer is ingegeven. De advocaat-generaal merkt hierbij op dat het verzoek van de raadsman om verbalisant [verbalisant 1] en hulpofficier van justitie [verbalisant 2] te horen als getuigen niet door het hof is afgewezen.

Beoordeling van het wrakingsverzoek

De wrakingskamer is allereerst van oordeel dat de ter zitting (nieuw) aangevoerde gronden voor het wrakingsverzoek te laat zijn ingediend, zodat zij geen bespreking behoeven.

Volgens vaste jurisprudentie dient de rechter uit hoofde van zijn aanstelling te worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens de verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

De wrakingskamer is van oordeel dat de gang van zaken ter terechtzitting geen grondslag biedt voor de door mr. Jurgens aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegde argumenten.

Het hof heeft met zijn beslissingen kennelijk op het oog gehad nader onderzoek te doen naar de door de verdediging en de advocaat-generaal met hun onderzoekswensen aan de orde gestelde vraagpunten. Dat het hof daarbij niet dadelijk de gevraagde wijze van onderzoek heeft gevolgd betekent niet dat de rechters van wie de wraking is verzocht ten aanzien die vraagpunten vooringenomen waren of de schijn hebben gewekt dat het hun of een van hen aan de vereiste onpartijdigheid heeft ontbroken.

Daarbij komt dat het hof in de weergave van de resultaten van zijn beraadslaging door het indienen van het wrakingsverzoek werd onderbroken en dus geen gelegenheid heeft gehad daarop tijdig een nadere toelichting te geven.

Het wrakingsverzoek is ongegrond en dient derhalve te worden afgewezen.

Beslissing

Het hof:

  • -

    wijst het verzoek tot wraking af;

  • -

    bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan de verzoeker, de raadsman van de verzoeker, de genoemde voorzitter en raadsheren en de advocaat-generaal.

Deze beslissing is gegeven op 19 februari 2016 door mr. M.A.F. Tan-de Sonnaville, voorzitter, mr. R.M. Bouritius en mr. drs. Chr.Th.P.M. Zandhuis, in aanwezigheid van de griffier mr. A.D. Verhoeven.