Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:3691

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
08-06-2016
Datum publicatie
13-12-2016
Zaaknummer
22-005419-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het slachtoffer is tijdens een bezoek aan de verdachte, destijds haar vriend, door hem enkele uren van haar vrijheid beroofd, gedurende welke periode de verdachte haar heeft mishandeld, bedreigd en verkracht.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 (zevenentwintig) maanden met een proeftijd van 3 (drie) jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005419-15

Parketnummer: 10-700304-15

Datum uitspraak: 8 juni 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 november 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Guinee) op [geboortejaar] 1982,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Rijnmond - Gevangenis De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 25 mei 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren onder de bijzondere voorwaarden als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Voorts is beslist omtrent het beslag als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:


hij op of omstreeks 22 juli 2015 te Rotterdam

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

namelijk het meermalen, althans eenmaal, brengen/houden van zijn vinger(s) en/of penis in haar vagina,

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het meermalen, althans eenmaal,

- blinddoeken van die [slachtoffer] en/of

- knevelen, althans het vastbinden van de hand(en)/pols(en), van die [slachtoffer] (met (een) sjaal(s) en/of touw en/of oplaadsnoer(en)) en/of

- ( met een oplaadsnoer en/of mes) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen tegen/in het hoofd en/of het lichaam en/of het gezicht van die [slachtoffer] en/of

- zeggen tegen die [slachtoffer] dat:

* hij haar dood zou maken en/of

* zij op bed moest gaan liggen en/of

* wanneer hij klaar was met haar, ze niet meer met iemand anders kon en/of

* zij haar "fucking legs" moest openen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking en/of

- trekken/sleuren aan het lichaam van die [slachtoffer] (om haar te verplaatsen naar een andere locatie en/of de slaapkamer, althans een andere ruimte) en/of

- afsluiten van de (slaapkamer)deur en/of

- ontkleden van die [slachtoffer] (waardoor onder andere haar jurk over haar vastgebonden pols(en) wordt geplaatst);

2:

hij op of omstreeks 22 juli 2015 te Rotterdam

opzettelijk

[slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer] geblinddoekt en/of

- die [slachtoffer] gekneveld, althans de hand(en)/pols(en) vastgebonden, (met (een) sjaal(s) en/of touw en/of oplaadsnoer(en)) en/of

- aan het lichaam van die [slachtoffer] getrokken/gesleurd (om haar te verplaatsen naar een andere locatie en/of de slaapkamer, althans een andere ruimte) en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij op bed moest gaan liggen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking en/of

- de (slaapkamer)deur heeft afgesloten;

3:

hij op of omstreeks 22 juli 2015 te Rotterdam

[slachtoffer] heeft mishandeld door (haar) meermalen, althans eenmaal,

- te knevelen, althans haar hand(en)/pols(en) vast te binden, (met (een) sjaal(s) en/of touw en/of oplaadsnoer(en)) en/of

- ( met een oplaadsnoer en/of mes) tegen/in het hoofd en/of het lichaam en/of het gezicht te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen en/of

- te trekken/sleuren aan haar lichaam (om haar te verplaatsen naar een andere locatie en/of de slaapkamer, althans een andere ruimte);

4:


hij op of omstreeks 22 juli 2015 te Rotterdam

[slachtoffer] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd dat

* hij haar dood zou maken/slaan en/of zou vermoorden en/of

* hij haar zou slaan tot aan de dood,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet helemaal verenigt.

Beoordeling van het onder 1 ten laste gelegde

De kernvraag in deze zaak is of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte aangeefster op 22 juli 2015 met geweld en/of andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of andere feitelijkheden heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele

handelingen die (mede) bestonden uit het binnendringen van het lichaam. Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer] (aangeefster) op 22 juli 2015 in verwarde toestand op straat in de nabijheid van de woning van de verdachte is aangetroffen. Uit de verklaring die [slachtoffer] zeer kort daarna, direct na de komst van de politie, heeft afgelegd tegenover twee verbalisanten volgt dat zij even daarvoor ruzie had gekregen met de verdachte in diens woning, dat deze haar vervolgens heeft mishandeld, haar handen heeft vastgebonden en haar heeft verkracht.

Zowel tijdens het informatieve gesprek zeden en de aangifte op 24 juli 2015, als bij haar getuigenis bij de rechter-commissaris, heeft [slachtoffer] op alle relevante en essentiële onderdelen gelijkluidende en gedetailleerde verklaringen afgelegd. Zij heeft daarbij onder meer verklaard dat de verdachte, nadat zij ruzie hadden gekregen, haar polsen vastbond met twee verschillende shawls, een wit touw en twee oplaadsnoeren en haar daarna begon te slaan. De verdachte bedreigde haar met de dood. Ook heeft hij haar met een oplaadsnoer geslagen. De verdachte heeft [slachtoffer] voorts richting de slaapkamer getrokken. In de gang is zij gevallen, waarna de verdachte haar heeft geschopt terwijl zij op de grond lag. Eenmaal op de slaapkamer heeft de verdachte haar kleding en ondergoed uitgetrokken en moest zij van hem op het bed gaan liggen waarna hij foto’s en filmpjes van haar heeft gemaakt. De verdachte heeft vervolgens tegen haar gezegd dat hij haar ging neuken en als hij klaar met haar was zij niet meer met iemand anders kon. Hij ging toen naar een andere kamer en kwam terug met een condoom. Daarna ging de verdachte met zijn vingers in haar en had hij vaginale seks met haar. De verdachte tilde hierbij haar benen omhoog en zei: “Open your fucking legs”.

Ter terechtzitting in hoger beroep is [slachtoffer] als getuige gehoord, waarbij zij – anders dan in de door haar eerder afgelegde verklaringen – heeft verklaard dat de seks tussen haar en de verdachte heeft plaatsgevonden vóórdat zij en de verdachte ruzie hebben gekregen en dat deze seks vrijwillig was. Het hof acht deze verklaring van aangeefster ongeloofwaardig in het licht van al haar eerder afgelegde verklaringen en zal deze ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring derhalve niet voor het bewijs bezigen, maar uitgaan van de verklaringen zoals zij deze bij de politie en tegenover de rechter-commissaris heeft afgelegd, waarvan enkele verklaringen reeds kort na het gebeuren zijn afgelegd en welke verklaringen gedetailleerd zijn. Het hof merkt hierbij op dat de bij de politie en tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaringen van [slachtoffer] niet alleen gedetailleerd en consistent zijn, maar bovendien steun vinden in de processen-verbaal van bevindingen. In het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2015 zijn de op de mobiele telefoon van de verdachte aangetroffen foto’s op chronologische volgorde gerangschikt. De volgorde van de gebeurtenissen, zoals door aangeefster in haar eerdere verklaringen is aangegeven, komt precies overeen met de chronologische volgorde van de aangetroffen foto’s op de in beslag genomen telefoon. Ook blijkt uit de processen-verbaal bevindingen dat in de woning van de verdachte de volgende voorwerpen werden aangetroffen: een shawl, diverse opladers met snoeren, een holletje wit touw, een los wit touw, een mes en een condoom met daarin een vloeistof. De verklaringen van [slachtoffer] stroken eveneens met het bij haar waargenomen letsel aan haar polsen en in haar gezicht en met de foto’s en filmpjes in de onder de verdachte inbeslaggenomen mobiele telefoon. Op die foto’s is [slachtoffer] zichtbaar, liggend in de gang en naakt op bed, in beide gevallen met geknevelde polsen, en op de filmopnames is hetzelfde te zien, waarbij te horen is hoe de verdachte [slachtoffer] uitscheldt en bedreigt. De eerdere verklaringen van [slachtoffer] vinden bovendien in belangrijke mate ondersteuning in de verklaring van de verdachte zelf die, na aanvankelijk te hebben ontkend, de verklaringen van [slachtoffer] op vrijwel alle essentiële onderdelen heeft bevestigd, behoudens waar het gaat om het moment waarop hij gemeenschap met [slachtoffer] zou hebben gehad en onder/na welke omstandigheden deze plaatsvond.

Tot slot merkt het hof op dat het hof het volstrekt onaannemelijk acht dat aangeefster zich in haar eerdere verklaringen zou hebben vergist over het moment waarop de verdachte gemeenschap met haar heeft gehad. Aangeefster is op 22 juli 2015 urenlang bij de verdachte in huis geweest en de mishandeling en de bedreiging hebben geruime tijd in beslag genomen. Je dan vergissen in het moment waarop, dus of je voor of na al die verschrikkelijkheden gemeenschap met elkaar hebt gehad, acht het hof, zoals gezegd, volstrekt onaannemelijk.

Het scenario dat de verdachte hier tegenover heeft gesteld — te weten dat hij en [slachtoffer] vrijwillige seks hebben gehad en daarna ruzie hebben gekregen waarna de wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling en bedreiging hebben plaatsgevonden — acht het hof, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet aannemelijk. Het hof neemt daarbij tevens in aanmerking dat de verdachte aanvankelijk heeft ontkend en zijn verklaringen steeds, pas en onder meer nadat hij werd geconfronteerd met het film- en fotomateriaal, heeft bijgesteld en meer openheid van zaken heeft gegeven.

Het hof acht, gelet op het bovenstaande in onderling verband en samenhang bezien, de onder 1 ten laste gelegde verkrachting wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:


hij op of omstreeks 22 juli 2015 te Rotterdam

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

namelijk het meermalen, althans eenmaal, brengen/houden van zijn vinger(s) en/of penis in haar vagina,

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het meermalen, althans eenmaal,

- blinddoeken van die [slachtoffer] en/of

- knevelen, althans het vastbinden van de hand(en)/pols(en), van die [slachtoffer] (met (een) sjaal(s) en/of touw en/of oplaadsnoer(en)) en/of

- ( met een oplaadsnoer en/of mes) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen tegen/in het hoofd en/of het lichaam en/of het gezicht van die [slachtoffer] en/of

- zeggen tegen die [slachtoffer] dat:

* hij haar dood zou maken en/of

* zij op bed moest gaan liggen en/of

* wanneer hij klaar was met haar, ze niet meer met iemand anders kon en/of

* zij haar "fucking legs" moest openen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking en/of

- trekken/sleuren aan het lichaam van die [slachtoffer] (om haar te verplaatsen naar een andere locatie en/of de slaapkamer, althans een andere ruimte) en/of

- afsluiten van de (slaapkamer)deur en/of

- ontkleden van die [slachtoffer] (waardoor onder andere haar jurk over haar vastgebonden pols(en) wordt geplaatst);

2:

hij op of omstreeks 22 juli 2015 te Rotterdam

opzettelijk

[slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer] geblinddoekt en/of

- die [slachtoffer] gekneveld, althans de hand(en)/pols(en) vastgebonden, (met (een) sjaal(s) en/of touw en/of oplaadsnoer(en)) en/of

- aan het lichaam van die [slachtoffer] getrokken/gesleurd (om haar te verplaatsen naar een andere locatie en/of de slaapkamer, althans een andere ruimte) en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij op bed moest gaan liggen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking en/of

- de (slaapkamer)deur heeft afgesloten;

3:

hij op of omstreeks 22 juli 2015 te Rotterdam

[slachtoffer] heeft mishandeld door (haar) meermalen, althans eenmaal,

- te knevelen, althans haar hand(en)/pols(en) vast te binden, (met (een) sjaal(s) en/of touw en/of oplaadsnoer(en)) en/of

- ( met een oplaadsnoer en/of mes) tegen/in het hoofd en/of het lichaam en/of het gezicht te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen en/of

- te trekken/sleuren aan haar lichaam (om haar te verplaatsen naar een andere locatie en/of de slaapkamer, althans een andere ruimte);

4:


hij op of omstreeks 22 juli 2015 te Rotterdam

[slachtoffer] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd dat

* hij haar dood zou maken/slaan en/of zou vermoorden en/of

* hij haar zou slaan tot aan de dood,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

verkrachting.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Het slachtoffer is tijdens een bezoek aan de verdachte, destijds haar vriend, door hem enkele uren van haar vrijheid beroofd, gedurende welke periode de verdachte haar heeft mishandeld, bedreigd en verkracht. Door aldus te handelen heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dergelijke geweldsdelicten veroorzaken in zijn algemeenheid gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de samenleving.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 2 mei 2016, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof heeft omtrent de persoon van de verdachte kennis genomen van de rapportage van 29 september 2015 van B.Y. van Toorn, psycholoog, en van het rapport van de Reclassering Nederland van 21 oktober 2015. Uit laatstgenoemd rapport volgt dat wordt geadviseerd om een deels voorwaardelijke straf op te leggen, waarbij als bijzondere voorwaarde - onder meer – reclasseringstoezicht wordt geadviseerd.

Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat de door de rechtbank opgelegde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur met de hierna te melden bijzondere voorwaarde een passende en geboden reactie vormt.

Gelet op de aard van de bewezen verklaarde feiten en de persoon van de verdachte acht het hof een langere proeftijd, te weten van 3 jaren, aangewezen.

Beslag

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon zal worden verbeurd verklaard, alsmede dat van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven mes en het laken de teruggave zal worden gelast aan [naam].

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het bewezen verklaarde is begaan. Het hof zal daarom dit voorwerp verbeurd verklaren. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een mes en een laken, zal het hof de teruggave gelasten aan [naam].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 242, 282, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 (zevenentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 9 (negen) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

GSM, merk Sony Xperia (G4941583).

Gelast de teruggave aan [naam] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

mes (G4941583) en het laken (G4941832).

Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser,

mr. W.P.C.M. Bruinsma en mr. I.P.A. van Engelen, in bijzijn van de griffier mr. L.E.M. Meekenkamp.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 juni 2016.