Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:3690

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
07-06-2016
Datum publicatie
13-12-2016
Zaaknummer
22-004015-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een fiets. De politie had een lokfiets geplaatst, op een locatie waar veel fietsdiefstallen plaatsvinden. Er is overeenkomstig het Tallon-criterium gehandeld.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken met een proeftijd van 2 (twee) jaren. Het hof stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is zich gedurende de volledige proeftijd op door de reclassering te bepalen tijdstippen te melden bij de Reclassering Nederland, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004015-15

Parketnummer: 09-140107-15

Datum uitspraak: 7 juni 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 26 augustus 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortejaar] 1970,

[adres], ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde gedetineerd in de P.I. Lelystad te Lelystad.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 24 mei 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 juli 2015 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (dames)fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stichting aanpak voertuig criminaliteit, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Verweer

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging dient te worden verklaard op basis van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, aangezien hij van mening is dat sprake is van schending van het zogenoemde ‘Tallon-criterium’.

De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat door de politie op zaterdagochtend 11 juli 2015 een zogenaamde ‘lokfiets’ is geplaatst bij de bibliotheek te Den Haag, waarbij de fietssleutel in het slot was achtergelaten. Een dag later, op zondag 12 juli, is de verdachte van huis gegaan zonder het voornemen om te stelen, maar heeft hij, toen hij de mooie fiets onafgesloten zag staan, ter plaatse spontaan besloten de fiets weg te nemen. De raadsman stelt dat de verdachte tot zijn handelen is gekomen doordat hij door het optreden van de politie, die de fiets daar met opzet had geplaatst, is uitgelokt. De raadsman is van mening dat er sprake is van een schending van het Tallon-criterium en hij heeft daarbij verwezen naar een arrest van het hof ’s-Hertogenbosch van 28 december 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:5477) waarin het openbaar ministerie wegens schending van het Tallon-criterium niet-ontvankelijk is verklaard in de vervolging van de diefstal van een lokfiets. Daarin wordt onder meer overwogen dat ‘aannemelijk is dat de verdachte door het optreden van de politie is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht. Immers, door de politie was een in goede staat verkerende fiets geplaatst in een woonwijk, tussen bebouwing, bij een speelveldje dat was gelegen aan de achterzijde van de woningen. Een plek alwaar volgens de verdachte doorgaans geen fietsen staan of worden gestald. Voorts stelt het hof in die zaak vast dat het ook niet de opzet van de verdachte is geweest om op die dag een fiets te stelen.’.

De raadsman is van mening dat de omstandigheden in onderhavige zaak vergelijkbaar zijn met die van de in het arrest genoemde omstandigheden en dat dit in deze zaak ook dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Het hof overweegt het volgende.

In zijn arrest van 28 oktober 2008, NJ 2009,224 (ECLI:NL:HR:2008:BE9817) heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat ‘het plaatsen door de politie van een zogenoemde lokfiets teneinde aldus fietsendieven op heterdaad te kunnen betrappen, op zichzelf niet ongeoorloofd is, ook al steunt dit handelen niet op een specifieke wettelijke regeling’. De Hoge Raad toetst het gebruik van de lokfiets dan aan het Tallon-criterium. De Hoge Raad komt tot de volgende conclusie: ‘De politie heeft niet meer gedaan dan het plaatsen van de desbetreffende fiets op een plek waar veel andere fietsen plegen te worden gestald en waar veelvuldig fietsen worden gestolen, om vervolgens af te wachten wat met de lokfiets zou gebeuren. De enkele omstandigheid dat die fiets niet was afgesloten, dwingt niet tot een ander oordeel’.

Het hof stelt vast dat in onderhavige zaak de fiets op zaterdagochtend 11 juli 2015 om 9:26 uur bij de bibliotheek in de nabijheid van andere fietsen was geplaatst. De lokfiets wordt door de politie Den Haag ingezet als lokmiddel in het verzorgingsgebied Beresteinlaan te Den Haag op locaties waar eerder veel fietsen zijn gestolen. Niet gebleken is dat verbalisanten hebben beoogd juist deze specifieke verdachte de fiets te doen meenemen. Op zondag 12 juli 2015 om 09:05 uur ontving de politie een bericht dat de gps-locatie van de fiets was gewijzigd en even later was het gps-signaal kennelijk verstoord. Op camerabeelden is te zien dat de verdachte kort daarvoor eerst langs de fiets was gelopen om binnen 30 seconden weer om te keren en de fiets te pakken. De verdachte is uiteindelijk op 14 juli 2015 met de fiets aangehouden.

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat niet in strijd is gehandeld met het Tallon-criterium en dat dus geen sprake is geweest van uitlokking. In afwijking van de casus waar het Hof in Den Bosch zich over heeft gebogen en waar de plaatsing van het lokmiddel in dat geval kennelijk een significante afwijking meebracht ten opzichte van de gewone situatie ter plaatse, is de lokfiets in de onderhavige zaak juist ingezet op een locatie waar eerder veel fietsen zijn gestolen.

De (onafgesloten) lokfiets is door de politie geplaatst in de directe nabijheid van meerdere gestalde fietsen en paste binnen het normale straatbeeld.

Kennelijk was de verdachte gespitst op niet-afgesloten fietsen en heeft hij deze gelegenheid te baat genomen.

Het hof is onder deze omstandigheden van oordeel dat er geen sprake is van een situatie dat de verdachte is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht. Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 12 juli 2015 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (dames)fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stichting aanpak voertuig criminaliteit. in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, waarvan 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal melden bij de reclassering en zich zal gedragen naar de aanwijzingen die door de reclassering zullen worden gegeven.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een fiets.
Diefstal is een feit dat naast financiële schade ook overlast met zich meebrengt.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 mei 2016, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof heeft voorts acht geslagen op de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat hij serieus bezig is zijn leven op orde en zijn drugsverslaving onder controle te krijgen en dat hij voornemens is na zijn detentie bij zijn vriendin in te trekken. De verdachte heeft te kennen gegeven dat hij in het kader van de positieve wending die hij aan zijn leven geeft, hulp van de reclassering wenselijk vindt.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Het hof zal, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals gebleken ter terechtzitting in hoger beroep, aan de voorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf de na te melden bijzondere voorwaarde verbinden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is zich gedurende de volledige proeftijd op door de reclassering te bepalen tijdstippen te melden bij de Reclassering Nederland, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Plugge, mr. S.A.J. van 't Hul en mr. T.B. Trotman, in bijzijn van de griffier mr. K. Kiela.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 juni 2016.