Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:3535

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
16-06-2016
Datum publicatie
29-11-2016
Zaaknummer
22-002043-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde (gedwongen tot seksuele handelingen) heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002043-14

Parketnummers: 10-691219-13

Datum uitspraak: 16 juni 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank Rotterdam van 29 april 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortejaar] 1997 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen),

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 2 juni 2016. Het onderzoek heeft plaatsgevonden met gesloten deuren in verband met de leeftijd van verdachte ten tijde van de tenlastegelegde feiten.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 3 dagen met aftrek van voorarrest. De verdachte is voorts veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren, met als dadelijk uitvoerbaar verklaarde bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Stichting Bureau Jeugdzorg, ook als dat inhoudt verplichte behandeling bij Het Dok of De Waag of soortgelijke instelling en deelname aan het behandeltraject MST-PSB bij de Viersprong, en een contactverbod met [aangeefster]. Aan de verdachte is voorts een taakstraf in de vorm van een werkstraf opgelegd voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen jeugddetentie. Het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte is opgeheven. Tot slot is ter zake van feit 3 de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is blijkens de akte waarbij het hoger beroep is ingesteld niet gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissingen ten aanzien van het onder 2 primair, 2 subsidiair, 2 meer subsidiair en 3 ten laste gelegde.

Waar hierna wordt gesproken van “de zaak” of “het vonnis”, wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van het hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is –voor zover aan het oordeel van het hof is onderworpen- ten laste gelegd dat:

1:
hij, op of omstreeks 17 juni 2013 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [aangeefster], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen):

- betasten van en/of wrijven over de billen en/of de vagina en/of de borsten van die [aangeefster] en/of

- zuigen aan de borsten van die [aangeefster] en/of

- ( tong)zoenen van die [aangeefster] en/of

- brengen en/of houden van de penis (van verdachte en/of de medeverdachte), in de mond van die [aangeefster] en/of

- brengen en/of trachten te brengen van de penis (van verdachte en/of de medeverdachte) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangeefster],

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het: - afpakken van de OV-kaart van die [aangeefster] en/of

- die [aangeefster] brengen naar een schuur/kelderbox en/of (vervolgens) die [aangeefster] die schuur/kelderbox in tillen en/of dragen en/of

- die [aangeefster] op de grond en/of op een matras in die schuur leggen en/of

- op slot doen van de deur van die schuur en/of

- slaan op de billen van die [aangeefster] en/of

- uittrekken en/of naar beneden trekken van de kleding van die [aangeefster] en/of

- betasten van en/of wrijven over de billen en/of de vagina en/of de borsten van die [aangeefster] en/of

- zuigen aan de borsten van die [aangeefster] en/of

- ( tong)zoenen van die [aangeefster] en/of

- brengen en/of houden van de penis (van verdachte en/of de medeverdachte) in de mond en/of van die [aangeefster] en/of

- brengen en/of trachten te brengen van de penis (van verdachte en/of de medeverdachte) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangeefster] en/of

- die [aangeefster] de woorden toevoegen dat zij het niet tegen haar moeder mocht zeggen en/of dat zij niet naar de politie mocht gaan en/of zij het dan toch niet zou gaan winnen en/of dat zij dan niet meer zou kunnen lopen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en de verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak feit 1

Het hof heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, in het bijzonder op de verklaringen van de aangeefster en de verdachte, het woordelijk uitgewerkte studioverhoor van aangeefster en van het in hoger beroep door deskundige dr. R.A.R. Bullens opgemaakte rapport omtrent het onderzoek naar de geloofwaardigheid/betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster. Het hof is aan de hand daarvan tot de conclusie gekomen dat is komen vast te staan dat er tussen de verdachte en de aangeefster op de in de tenlastelegging vermelde tijd en plaats seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, doch dat niet is komen vast te staan dat die seksuele handelingen aan de zijde van [aangeefster] onvrijwillig zijn geweest, noch dat de verdachte opzet heeft gehad op het tegen de wil van [aangeefster] haar doen ondergaan van die seksuele handelingen. Derhalve is het hof – met de advocaat-generaal – van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de feiten 2 primair en 3

Nu de feiten 2 primair en 3 niet aan het oordeel van het hof zijn onderworpen en in eerste aanleg ter zake van de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten één hoofdstraf is uitgesproken zal het hof op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering alsnog een straf voor het in eerste aanleg onder 2 primair en 3 bewezen verklaarde bepalen. Het hof overweegt daarbij dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 30 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 dagen jeugddetentie, moet worden geacht te zijn opgelegd door de eerste rechter ter zake van de feiten 2 primair en 3. Het hof zal bepalen dat die straf ter zake van de feiten 2 primair en 3 aan de verdachte zal worden opgelegd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaald de door de rechtbank opgelegde straf ter zake de feiten 2 primair en 3 op een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen jeugddetentie.

Dit arrest is gewezen door mr. A.E. Mos-Verstraten,

mr. S. van Dissel en mr. J.W. Wabeke, in bijzijn van de griffier mr. S. Imami.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 juni 2016.