Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:3473

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
22-11-2016
Datum publicatie
06-12-2016
Zaaknummer
22-001215-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal door bij een geldautomaat het geldbedrag dat door het slachtoffer was gepind, zich toe te eigenen.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis met een proeftijd van 2 (twee) jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001215-16

Parketnummer: 10-233783-15

Datum uitspraak: 22 november 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 1 maart 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [gebootejaar] 1959,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 8 november 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 november 2015 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een contant geldbedrag (van 70 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 20 november 2015 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een contant geldbedrag ( van 70 euro ) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman bepleit om de verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde, nu er geen sprake is van een voltooid delict, een en ander zoals nader toegelicht in de door hem ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitaantekeningen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting en het dossier stelt het hof het volgende vast.

Nadat door aangever een geldbedrag van € 70,- was gepind en dit geld uit de pinautomaat was gekomen, is de verdachte naar de pinautomaat gelopen en heeft hij dit geld uit de pinautomaat gepakt en tegen aangever gezegd dat dit geld van hem was. De verdachte heeft daarover tegen de politie verklaard dat hij wist dat dit geld niet van hem was.

Voorts blijkt uit de verklaringen van aangever en de getuige [getuige] duidelijk dat de verdachte met het geld in zijn hand heeft geprobeerd weg te komen, maar dat dit niet is gelukt omdat hij door aangever en de getuige [getuige] is tegen gehouden.

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat de verdachte op het moment dat hij het geld in zijn handen had en daarmee probeerde weg te komen, hij de feitelijke macht en heerschappij had over het geld. Naar het oordeel van het hof was er derhalve sprake van een voltooide diefstal.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf en dat het hof, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal door bij een geldautomaat het geldbedrag dat door het slachtoffer was gepind, zich toe te eigenen.

Als gevolg van dit misdrijf is door de verdachte overlast en gevoelens van onveiligheid bij de benadeelde veroorzaakt.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 25 oktober 2016, waaruit blijkt dat de verdachte eerder vele malen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is, mede gelet op de huidige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting in hoger beroep gebleken, van oordeel dat het feit met een voorwaardelijke taakstraf kan worden afgedaan en dat een straf, van na te melden duur, een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door mr. A.A. Schuering,

mr. R.C. Langeler en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 november 2016.

Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.