Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:3313

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
15-11-2016
Datum publicatie
01-12-2016
Zaaknummer
200.196.073/01
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

Arbeidsovereenkomst, geheimhoudingsbeding, openbaar maken aan derden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3596
AR-Updates.nl 2016-1382
XpertHR.nl 2017-20000343
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.196.073/01

Rekestnummer rechtbank : 4969872 HA VERZ 16-63

beschikking van 15 november 2016

inzake

[appellante] ,

wonende te Heinenoord,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: [appellante] ,

advocaat: mr. J.S. Wurfbain te Ede,

tegen

James Walker Benelux B.V.,

gevestigd te Oud-Beijerland,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: James Walker,

advocaat: mr. K.J.H.H. Slachter te Portugaal.

1 Het geding

1.1

[appellante] is in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Dordrecht (hierna: de kantonrechter) van 5 juli 2016. Het beroepschrift (met producties) is op 26 juli 2016 bij het hof binnengekomen en bevat een aantal ongenummerde grieven.

1.2

De mondelinge behandeling van de zaak heeft op 26 oktober 2016 plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten mondeling doen toelichten. Daarbij is van de zijde van James Walker een pleitnotitie overgelegd. Van het ter zitting verhandelde is proces-verbaal opgemaakt.

2 Beoordeling van het hoger beroep

2.1

De kantonrechter heeft onder 2.1 tot en met 2.9 een aantal feiten vastgesteld. In hoger beroep zijn hiertegen geen grieven gericht, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

2.2

Het gaat in deze zaak om het volgende.

  • -

    i) James Walker maakt deel uit van een internationale onderneming die zich bezig houdt met de productie en distributies van diverse gespecialiseerde (machine)onderdelen en bijbehorende diensten in de industriële sector. [appellante] , geboren op [geboortedatum] 1986, is op 31 maart 2008 in dienst getreden van James Walker in de functie van ‘internal sales representative’. De arbeidsovereenkomst bevatte onder meer een concurrentiebeding, een relatiebeding en een geheimhoudingsbeding. Tevens bevatte de arbeidsovereenkomst een boetebeding.

  • -

    ii) Het geheimhoudingsbeding (artikel 14) luidt als volgt:

De werknemer zal tegenover derden, daaronder begrepen personeel van de werkgever, tijdens en na de dienstbetrekking strikte geheimhouding betrachten omtrent alles wat bij de uitoefening van zijn functie ter zijner kennis komt in verband met zaken en belangen van de werkgever. Deze geheimhoudingsverplichting omvat eveneens alle gegevens, waarvan de werknemer uit hoofde van zijn functie van cliënten of andere relaties van de werknemer kennis neemt.

( iii) Het boetebeding (artikel 15) luidt als volgt:

De werknemer is van rechtswege in gebreke door enkele overtreding of niet-nakoming van het bepaalde in de artikelen 13 en 14 en de werknemer zal aan de werkgever een direct opvorderbaar bedrag van € 2500 per overtreding verbeuren, benevens een bedrag van € 100 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, zijnde de genoemde bedragen de vergoeding van alsdan door de werkgever geleden en te lijden schade, welke schade door de werknemer wordt erkend, onverminderd het recht van de werkgever om van de werknemer volledige schadevergoeding te vorderen, indien deze meer mocht belopen. (…)

( iv) [appellante] heeft op 1 februari 2016 de arbeidsovereenkomst opgezegd, waarbij zij heeft aangekondigd dat zij op 1 april 2016 in dienst zou treden van Albion te Ridderkerk.

( v) Bij brief van 8 februari 2016 heeft James Walker de ontslagname bevestigd en heeft zij [appellante] gewezen op de concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbedingen in de arbeidsovereenkomst, alsmede op het boetebeding. James Walker heeft [appellante] medegedeeld dat het haar op grond van het concurrentiebeding niet vrij stond in dienst te treden van Albion.

( vi) Na haar ontslagname heeft [appellante] in februari 2016 vanuit haar kantoor bij James Walker diverse prijslijsten, een bouwtekening, een offerte, een orderbevestiging en een elektronische prijzencalculator voor afdichtingen van draaiende onderdelen (oliekeringen) naar haar privé-e-mail gezonden.

2.3

In eerste aanleg heeft [appellante] de kantonrechter primair verzocht het overeengekomen concurrentiebeding en relatiebeding, alsmede het daarop van toepassing zijnde boetebeding te vernietigen. Subsidiair heeft zij verzocht de bedingen in tijd te beperken tot de duur van één jaar.

2.4

James Walker heeft deze verzoeken weersproken. Zij heeft bij wijze van tegenverzoek verzocht [appellante] te veroordelen tot betaling van € 2.500,-. James Walker stelt dat [appellante] het overeengekomen geheimhoudingsbeding heeft geschonden door bedrijfsinformatie van James Walker naar haar privé-e-mailadres te sturen. Op grond daarvan maakt James Walker aanspraak op de overeengekomen boete van € 2.500,-, onder het voorbehoud de werkelijk geleden en nog te lijden schade op [appellante] te verhalen.

2.5

De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking van 5 juli 2016 het primaire verzoek van [appellante] afgewezen. Het subsidiaire verzoek is toegewezen in die zin dat de kantonrechter de duur van het concurrentiebeding en het relatiebeding heeft beperkt tot één jaar met in gang van 19 februari 2016, zodat de beide bedingen met ingang van 19 februari 2017 hun werking hebben verloren.

2.6

De kantonrechter heeft het tegenverzoek van James Walker toegewezen en [appellante] veroordeeld tot betaling aan James Walker van een bedrag groot € 2.500,-- met rente. De kantonrechter heeft overwogen dat het geheimhoudingsbeding betrekking heeft op alles wat de werknemer bij de uitoefening van zijn functie ter kennis komt in verband met de zaken en belangen van de werkgever, zodat ook de documenten die [appellante] aan zichzelf heeft toegezonden, daaronder vallen. Verder heeft de kantonrechter overwogen dat [appellante] de informatie aan een derde bekend heeft gemaakt omdat zij ter zitting heeft verklaard dat zij de desbetreffende informatie in het kader van de onderhavige procedure aan [betrokkene] (Albion) heeft laten zien.

2.7

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep is beperkt zich tot de toewijzing van het tegenverzoek van James Walker.

2.8

[appellante] heeft het volgende aangevoerd. Het is juist dat zij in februari 2016 bedrijfsinformatie van James Walker naar haar persoonlijke e-mailadres heeft gestuurd. Het ging echter niet om bedrijfsgevoelige informatie, maar om informatie die voor alle medewerkers beschikbaar was. Zij heeft de informatie niet aan anderen doorgestuurd en is ook niet van plan dat in de toekomst te doen. Anders dan de kantonrechter heeft overwogen, heeft zij de informatie niet gedeeld met [betrokkene] . [betrokkene] was bij de zitting in eerste aanleg aanwezig omdat het in die zitting (ook) ging over de vraag of [appellante] bij Albion in dienst mocht treden. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft [appellante] toegelicht dat [betrokkene] in haar bijzijn voorafgaand aan de zitting het dossier – met daarin de litigieuze bedrijfsinformatie, die door James Walker in de procedure was overgelegd – heeft ingekeken. Tijdens de schorsing van de mondelinge behandeling heeft [betrokkene] nogmaals het dossier ingezien. [appellante] stelt dat de stukken niet in het bezit van [betrokkene] zijn gekomen.

2.9

James Walker heeft aangevoerd dat zij het zwaar opneemt dat [appellante] de bedrijfsinformatie naar haar eigen e-mailadres heeft gestuurd. Voor concurrenten is in ieder geval de elektronische prijzencalculator zeer interessant, omdat hiermee gemakkelijk kan worden uitgerekend welke prijzen James Walker voor bepaalde producten in rekening brengt. Maar ook voor andere informatie geldt volgens James Walker dat deze een vertrouwelijk karakter heeft. James Walker gaat ervan uit dat [appellante] de bedrijfsinformatie naar zichzelf heeft toe gemaild met het oogmerk deze informatie met derden te delen. Dat heeft zij ook daadwerkelijk gedaan door deze informatie tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg aan [betrokkene] te laten zien. Daarnaast is James Walker van mening dat het enkele feit dat [appellante] de informatie naar haar privé e-mailadres stuurt, betekent dat zij het geheimhoudingsbeding heeft overtreden.

2.10

Het hof overweegt als volgt. Tussen partijen staat vast dat [appellante] bedrijfsinformatie van James Walker naar haar privé e-mailadres heeft gestuurd. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat [appellante] zich op grond van de tekst van het beding heeft verplicht tot geheimhouding van al hetgeen haar bij de uitoefening van zijn functie ter kennis komt in verband met de zaken en belangen van de werkgever. Ook de documenten die [appellante] aan zichzelf heeft toegezonden, waaronder de voor concurrenten interessante prijzencalculator, vallen daaronder.

2.11

[appellante] heeft te kennen gegeven dat zij de e-mail(s) met bedrijfsinformatie niet naar derden heeft gestuurd. James Walker heeft aangevoerd dat zij de juistheid van die stelling niet kan controleren. Het hof overweegt hierover als volgt. Op James Walker rust de bewijslast dat [appellante] de e-mail(s) naar derden heeft doorgestuurd. Nu er geen aanknopingspunten zijn dat [appellante] de e-mail(s) aan derden heeft verzonden en James Walker ter zake ook geen bewijsaanbod heeft gedaan, moet worden aangenomen dat de mededeling van [appellante] juist is. Het hof verwerpt de stelling van James Walker dat [appellante] het geheimhoudingsbeding reeds heeft overtreden doordat zij de bedrijfsinformatie aan haar privé e-mailadres heeft toegezonden. Het beding verplicht [appellante] tot geheimhouding jegens derden; zijzelf is niet als derde te beschouwen.

2.12

Vaststaat dat [appellante] het procesdossier tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg aan [betrokkene] heeft getoond en dat dat procesdossier ook de uitgeprinte bedrijfsinformatie bevatte die [appellante] in elektronische vorm naar zichzelf had toegestuurd. James Walker stelt zich op het standpunt dat [appellante] ook daarmee het geheimhoudingsbeding heeft overtreden.

2.13

Het geheimhoudingsbeding schrijft voor dat werknemers van James Walker strikte geheimhouding betrachten. Het hof is van oordeel dat het afhankelijk is van de omstandigheden van het geval of [appellante] het geheimhoudingsbeding heeft overtreden door [betrokkene] de gelegenheid te geven de in procesdossier opgenomen bedrijfsinformatie te bekijken.

2.14

Het hof acht in dit verband het volgende van belang. [appellante] heeft [betrokkene] slechts inzage verstrekt. Zij heeft hem geen afschrift van (delen van) het procesdossier gegeven, althans het is niet komen vast te staan dat zij dat heeft gedaan. Het (volgens James Walker) belangrijkste onderdeel van de bedrijfsinformatie die [appellante] naar haar e-mailadres had gestuurd, was de elektronische calculator. Deze calculator maakt (naar zijn aard) geen onderdeel uit van het – papieren – dossier en is door [betrokkene] dus ook niet ingezien. De overige (niet openbare) bedrijfsinformatie, die wel in het procesdossier zit, is naar het oordeel van het hof voor een derde niet zonder meer begrijpelijk, James Walker heeft dat althans niet toereikend toegelicht. Het gaat bijvoorbeeld om een document inhoudende een “historisch overzicht debiteuren + crediteuren” (productie 8 bij verweerschrift in eerste aanleg), welk overzicht voor een derde niet inzichtelijk is zonder ook bekend te zijn met achterliggende informatie. Datzelfde geldt voor het document “Industry & Application Guides” (productie 10 bij verweerschrift in eerste aanleg), welk document – in de elektronische versie – klaarblijkelijk de mogelijkheid biedt om door te klikken naar richtlijnen of gebruiksaanwijzingen voor een aantal door James Walker aangeboden producten. [betrokkene] heeft de twee documenten weliswaar gezien, maar James Walker heeft niet aannemelijk gemaakt dat [betrokkene] de daarin opgenomen informatie ook heeft kunnen begrijpen. Het hof is dan ook van oordeel dat [appellante] het geheimhoudingsbeding niet heeft overtreden.

2.15

De conclusie is dat de grieven slagen en dat de beschikking van de kantonrechter zal worden vernietigd voor zover daarin het verzoek van James Walker is toegewezen. Het hof zal dat verzoek alsnog afwijzen. Gelet op vorenstaande behoeft de vraag of het boetebeding nietig is, geen bespreking meer. James Walker zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

3 Beslissing

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voorzover de kantonrechter daarin [appellante] heeft veroordeelt tot betaling van een bedrag € 2.500,- aan James Walker en in zoverre opnieuw rechtdoende:

wijst het verzoek van James Walker af;

veroordeelt James Walker in de kosten van deze procedure, tot op heden begroot aan de zijde van [appellante] op € 314.- aan verschotten en € 1.264,- aan salaris advocaat.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A. Joustra, M. Flipse en S. Mellema en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2016 in aanwezigheid van de griffier.