Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:3208

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
19-10-2016
Datum publicatie
13-12-2016
Zaaknummer
22-000318-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met zijn vrouw en zijn neef schuldig gemaakt aan diefstal van een groot aantal goederen ter waarde van een aanzienlijk bedrag bij winkelbedrijf Hornbach.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken met een proeftijd van 2 (twee) jaren. Daarnaast veroordeelt het hof de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000318-16

Parketnummer: 09-231688-15

Datum uitspraak: 19 oktober 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 13 januari 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboorteplaats] 1991,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

5 oktober 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 1 september 2015 te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere beveiligingscamera's (Livia Extel en/of Elro en/of Avidsen) en/of een slijpmachine (Makita) en/of een boorhamer (Makita) en/of een Kärcher window vac en/of badmatten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Hornbach, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 1 september 2015 te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere beveiligingscamera's (Livia Extel en /of Elro en /of Avidsen) en /of een slijpmachine (Makita) en /of een boorhamer (Makita) en /of een Kärcher window vac en /of badmatten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Hornbach , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, nu uit geen van de beschikbare bewijsmiddelen kan blijken dat de verdachte de goederen heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Voorts kan de nauwe en bewuste samenwerking met de mededaders niet bewezen worden.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Op grond van het procesdossier en de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep, waaronder de ter terechtzitting bekeken camerabeelden van winkelbedrijf Hornbach, stelt het hof het volgende vast.

Op 1 september 2015 komt de verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] (hof: de echtgenote van verdachte) en hun dochtertje winkelbedrijf Hornbach te Nieuwerkerk aan den IJssel binnen. De verdachte en medeverdachte [medeverdachte] pakken vervolgens verschillende goederen uit de schappen en leggen deze in de winkelwagen, te weten, onder meer, badmatten, gereedschap en twee dozen met daarin ieder een camerasysteem. Bij de kassa aangekomen met een volle winkelwagen aan goederen, laten de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] alle goederen in de winkelwagen liggen en leggen deze goederen niet neer op de balie bij de kassamedewerker, hetgeen afwijkt van hetgeen algemeen en blijkens de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2] ook bij Hornbach te doen gebruikelijk is.

De kassamedewerker, de medeverdachte [medeverdachte 2] tevens zijnde een volle neef van de verdachte, heeft op verschillende momenten een scanapparaat in handen en legt dat ook weer neer. Ook gaat hij met zijn handen door diverse producten in de winkelwagen zonder het scanapparaat in handen te hebben, hetgeen volgens de verklaring van [medeverdachte 2] eveneens afwijkt van de gebruikelijke procedure, zonder dat hij daarvoor overigens een plausibele verklaring kan en/of wil geven. Vervolgens laat hij de goederen, ter waarde van ongeveer € 1.130,--, de kassa passeren terwijl hij maar voor een bedrag van € 11,15 aanslaat. De verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] bevinden zich al die tijd in de directe nabijheid van de kassa en hadden zicht op de handelingen van de medeverdachte [medeverdachte 2]. De verdachte verwijdert zich vervolgens met de goederen uit de winkel, terwijl de medeverdachte [medeverdachte] het bedrag van € 11,15 afrekent. Daarna loopt ook zij de winkel uit. De verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] hebben verklaard, zakelijk weergegeven, dat hen na thuiskomst is gebleken dat zij (veel) te weinig hadden afgerekend, maar dat zij dat verder zo hebben gelaten en hierover geen contact meer hebben opgenomen met Hornbach.

Op grond van het vorenstaande en de overige feiten en omstandigheden zoals die blijken uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting, in onderling verband en samenhang beschouwd, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de verdachte en zijn medeverdachten zich schuldig hebben gemaakt aan medeplegen van diefstal van goederen bij winkelbedrijf Hornbach, zoals bewezen is verklaard. Dat zij daarbij bewust en nauw hebben samengewerkt volgt uit de gezamenlijke uitvoeringshandelingen, de kennelijke onderlinge taakverdeling, de aanwezigheid op belangrijke momenten, de daarmee samenhangende rol die de verdachte (als zijnde degene die winkelwagen met daarin de goederen naar de kassa heeft gereden, heeft nagelaten de goederen op de band te leggen en vervolgens met de goederen de winkel uit is gereden) bij de diefstal heeft gehad en de omstandigheid dat de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] nadien hebben gedeeld in de opbrengsten van de diefstal.

Het hof acht het voorts niet aannemelijk dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] eerst na thuiskomst hebben bemerkt dat zij slechts een zeer gering bedrag hadden afgerekend. Het hof betrekt hierbij dat het afgerekende bedrag nog geen 1% is van de totale waarde van de weggenomen goederen. Dat de verdachte en [medeverdachte 2] elkaar niet kenden, zoals zij beiden hebben verklaard, acht het hof kennelijk leugenachtig, mede gelet erop dat is komen vast te staan dat zij volle neven van elkaar zijn en dat zij eerder bij elkaar in de auto zijn aangetroffen. Het hof merkt deze verklaring aan als leugenachtig en kennelijk bestemd om te verhullen de waarheid dat de (mede)verdachten bewust en nauw hebben samengewerkt, waarbij sprake was van een onderlinge taakverdeling, om de betreffende goederen te stelen.

Het hof verwerpt derhalve het verweer van de raadsvrouw.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met zijn vrouw en zijn neef schuldig gemaakt aan diefstal van een groot aantal goederen ter waarde van een aanzienlijk bedrag bij winkelbedrijf Hornbach. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan, te meer nu hij en zijn mededaders bij deze diefstal op geraffineerde wijze te werk zijn gegaan, waarbij zijn neef die bij de diefstal betrokken was als kassier optrad. Winkeldiefstal veroorzaakt schade aan het betrokken winkelbedrijf met alle daarmee samenhangende overlast.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 september 2016, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder voor een vermogensdelict. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Naar het oordeel van het hof komt de ernst van het bewezenverklaarde, mede gelet op de justitiële documentatie van de verdachte, onvoldoende tot uitdrukking in de door de advocaat-generaal gevorderde en in eerste aanleg opgelegde straf. Het is op deze grond dat het hof een zwaardere straf zal opleggen dan door de advocaat-generaal is gevorderd en in eerste aanleg is opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. R.A.TH.M. Dekkers, mr. S. Verheijen en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 oktober 2016.

Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.