Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:2796

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
31-08-2016
Datum publicatie
26-09-2016
Zaaknummer
22-005503-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op grond van artikel 408, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering moet binnen veertien dagen na de einduitspraak hoger beroep worden ingesteld indien de dagvaarding om op de terechtzitting te verschijnen aan de verdachte in persoon is betekend. Gelet hierop is voor het aanvangen van de appeltermijn slechts bepalend of de verdachte – en dus niet de raadsvrouw - op de hoogte was van de datum van de inhoudelijke behandeling van de zaak.

Het hof verklaart de verdachte niet ontvankelijk in het hoger beroep, want verdachte heeft niet tijdig hoger beroep ingesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-005503-15

Parketnummer: 10-017700-15

Datum uitspraak: 31 augustus 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 27 mei 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1983,

[adres].

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair, onder 2 en onder 3 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De raadsvrouw heeft zich onder verwijzing naar de uitspraken van de Hoge Raad, 6 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG4260 en van de Hoge Raad, 22 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM3628 op het standpunt gesteld dat de verdachte ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep. Zij heeft hiertoe het volgende aangevoerd.

De raadsvrouw heeft zich op 28 januari 2015 gesteld als raadsvrouw van de verdachte door middel van het afgeven van een stelbrief aan de hulpofficier, omdat de strafzaak zich op dat moment nog in de piketfase bevond. Voorts is de dagvaarding in eerste aanleg op voornoemde datum in persoon aan de verdachte betekend, echter is nagelaten een afschrift van de dagvaarding aan de raadsvrouw te versturen, waardoor de raadsvrouw niet op de hoogte was van de datum van de inhoudelijke behandeling van de zaak in eerste aanleg. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de appeltermijn niet is gaan lopen vanaf de dag van de uitspraak, maar pas op het moment dat de raadsvrouw bekend is geraakt met het vonnis waarvan beroep. Nadat de raadsvrouw bekend is geraakt met voornoemd vonnis, is er binnen veertien dagen – en dus tijdig – namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Derhalve dient de verdachte ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

In het dossier bevindt zich een stelbrief van de raadsvrouw met de navolgende inhoud:

Aan de HovJ van Bureau Slotlaan

28 januari 2015

L.S,

Hierbij stel ik mij als raadsman voor de heer [verdachte], geboren op [geboortejaar] 1983, thans verblijvend op uw bureau.

K.C. van de Wijngaart, mede namens P.J. Silvis

Op grond van artikel 39, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering geeft de gekozen raadsman van zijn optreden als zodanig, wanneer de officier van justitie reeds in de zaak betrokken is, schriftelijk kennis aan de griffier. Wanneer dat nog niet het geval is, geeft hij van zijn optreden schriftelijk kennis aan de in zaak betrokken hulpofficier.

Nu de strafzaak zich op het moment dat de raadsvrouw zich had gesteld nog in de piketfase bevond en derhalve geen officier van justitie in de zaak betrokken was, heeft de raadsvrouw zich op een juiste wijze gesteld bij de in de zaak betrokken hulpofficier. Nu de voornoemde brief als een stelbrief in de zin van artikel 39, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering moet worden aangemerkt, had de raadsvrouw op grond van artikel 51 van het Wetboek van Strafvordering een afschrift van de dagvaarding en de overige processtukken moeten ontvangen.

De vraag die voorts voorligt is of het nalaten van voornoemde verplichting tot gevolg heeft dat de appeltermijn niet is gaan lopen vanaf de dag van de uitspraak, maar pas vanaf het moment dat de raadsvrouw bekend is geraakt met het vonnis waarvan beroep.

Op grond van artikel 408, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering moet binnen veertien dagen na de einduitspraak hoger beroep worden ingesteld indien de dagvaarding om op de terechtzitting te verschijnen aan de verdachte in persoon is betekend. Gelet hierop en op de uitspraken van de Hoge Raad, 6 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG4260 en van de Hoge Raad, 22 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM3628 is voor het aanvangen van de appeltermijn slechts bepalend of de verdachte – en dus niet de raadsvrouw - op de hoogte was van de datum van de inhoudelijke behandeling van de zaak.

Nu de dagvaarding van de verdachte om op 27 mei 2015 ter terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen, op 28 januari 2015 in persoon aan de verdachte is uitgereikt, had de verdachte binnen veertien dagen na het op 27 mei 2015 gewezen vonnis in hoger beroep moeten komen. De verdachte heeft echter eerst op 8 december 2015 hoger beroep ingesteld, zodat hij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Het verweer wordt mitsdien verworpen.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. W.P.C.M. Bruinsma, mr. R.M. Bouritius en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier mr. M.V. Roza.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 augustus 2016.

Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.