Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:2474

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
10-08-2016
Datum publicatie
26-08-2016
Zaaknummer
K15/0616
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Klager heeft bij de politie tegen beklaagde aangifte gedaan ter zake van het ‘verlaten plaats ongeval’ als bedoeld in artikel 7 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beklaagde heeft zich bereid verklaard om de schade te vergoeden, waardoor de strafrechtelijke vervolging is komen te vervallen. Klager is niet in de raadkamer verschijnen, het hof is van oordeel dat het sepot in stand kan blijven. Klager kan zijn schade zo nodig langs civielrechtelijke weg op beklaagde verhalen.

Het hof wijst het beklag af.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2016/61

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

raadkamer beklagzaken

BESCHIKKING

gegeven op het beklag, op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[klager],

klager.

1 Het beklag

Het klaagschrift is op 7 december 2015 door het hof ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie te Den Haag om [beklaagde, beklaagde, niet te vervolgen ter zake van – kort weergegeven – het verlaten van de plaats van ongeval als bedoeld in artikel 7 van de Wegenverkeerswet 1994.

2 Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 20 mei 2016 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen.

3 De stukken betreffende het beklag

Het hof heeft, behalve van de reeds genoemde stukken, onder meer kennisgenomen van de in deze zaak door de politie opgemaakte processen-verbaal en van het ambtsbericht van de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie te Den Haag van 27 april 2016.

4 De behandeling in raadkamer

De meervoudige beklagkamer heeft op 3 augustus 2016 het klaagschrift in raadkamer behandeld. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Beklaagde is niet opgeroepen.

De advocaat-generaal, mr. P. Blanken, heeft in raadkamer

- overeenkomstig het eerdere schriftelijke verslag - geconcludeerd tot afwijzing van het beklag.

5 De feiten

Klager heeft op 4 augustus 2015 bij de politie tegen beklaagde aangifte gedaan ter zake van het ‘verlaten plaats ongeval’ als bedoeld in artikel 7 van de Wegenverkeerswet 1994.

Klager heeft – kort en zakelijk weergegeven - verklaard dat hij zijn auto op 30 juli 2015, omstreeks 18.30 uur, voor zijn woning aan de [x] te Zoetermeer had geparkeerd en onbeschadigd had achtergelaten. Klager had op 31 juli 2015, omstreeks 13.30 uur, van een buurman vernomen dat hij had gezien dat er op die dag een grijze Renault met het kenteken [x], naar later bleek: de auto van beklaagde, tegen klagers auto is aangereden. Volgens klager heeft zijn auto als gevolg van die aanrijding diepe krassen en een deuk opgelopen.

De politie heeft deze buurman als getuige gehoord. De getuige heeft verklaard dat hij op 31 juli omstreeks 12.55 uur zag dat de Renault van beklaagde tijdens het uit manoeuvreren uit een parkeervak met de linker achterzijde tegen de auto van klager botste. De getuige, die op het balkon van zijn woning aan de [x] stond, hoorde daarbij het geluid van een botsing. Hij zag dat beklaagde over zijn schouder keek en dat hij zonder uitstappen weg reed. De getuige is er zeker van dat beklaagde de aanrijding gemerkt moet hebben.

Beklaagde is door de politie als verdachte gehoord. Hij heeft verklaard dat hij op 31 juli 2015, omstreeks 13.00 uur, met zijn auto geparkeerd stond in het parkeervak aan de [x] te Zoetermeer en dat hij uit het parkeervak is weggereden. Hij heeft naar zijn zeggen niet gemerkt dat hij bij het uitparkeren de auto van beklaagde heeft geraakt. Hij heeft naderhand ook geen schade gezien aan zijn eigen auto. Beklaagde heeft zich bereid verklaard de schade te regelen met klager.

6 De beoordeling van het beklag

Op grond van de verklaring van de aangifte, de verklaring van de getuige, alsmede de verklaring van beklaagde dat hij op 31 juli 2015 met zijn auto geparkeerd stond in het parkeervak aan de [x] te Zoetermeer en uit dat parkeervak is weggereden, ziet het hof sterke aanwijzingen dat de auto van beklaagde tegen de auto van klager is gereden en dat klager als gevolg van die aanrijding schade heeft opgelopen aan zijn auto.

Nu de getuige niet alleen heeft verklaard dat hij de aanrijding heeft gezien, maar ook dat hij –staande op het balkon van zijn woning aan de [x] en derhalve vanaf enige afstand - het geluid van de aanrijding heeft gehoord, is het hof – anders dan het openbaar ministerie – van oordeel dat het moeilijk voorstelbaar is dat ook beklaagde niets van de aanrijding zou hebben gemerkt.

Het hof ziet dan ook voldoende basis voor beslissing een strafrechtelijke vervolging in te stellen ter zake van overtreding van artikel 7 van de Wegenverkeerswet 1994, al dan niet bij wijze van strafbeschikking, dan wel, nu beklaagde zich daartoe bereid had verklaard, de zaak te seponeren onder de voorwaarde dat beklaagde de schade aan klager zou vergoeden.

Nu echter het hof enerzijds uit de stukken heeft vernomen dat beklaagde zich op 24 september 2015 tegenover de politie heeft verklaard dat hij bereid is de schade aan klager te vergoeden en klager hoewel behoorlijk opgeroepen niet in raadkamer is verschenen om het beklag toe te lichten, meer in het bijzonder met betrekking tot de vraag of beklaagde de schade inmiddels eigener beweging heeft vergoed, is het hof van oordeel dat bij die stand van zaken en mede gelet op het tijdsverloop het sepot in stand kan blijven. Klager kan zijn schade zo nodig langs civielrechtelijke weg op beklaagde verhalen.

Dit leidt tot de conclusie dat het beklag zal worden afgewezen.

7 De beslissing

Het hof:

Wijst het beklag af.

Deze beschikking, waartegen geen gewoon rechtsmiddel openstaat, is gegeven op 10 augustus 2016 door mr. A. de Lange, voorzitter, mr J.W. Wabeke en mr. Th.P.L. Bot, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.F.F. van Rede-van den Bosch, griffier, en is ondertekend door de voorzitter en de griffier.