Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:2463

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
25-08-2016
Datum publicatie
26-08-2016
Zaaknummer
22-000437-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een inbraak in een bedrijfspand en in een verzorgingstehuis.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 197 (honderdzevenennegentig) dagen waarvan 180 (honderdtachtig) dagen voorwaardelijk. Het hof heeft deze straf op grond van artikel 423, lid 4, Wetboek van Strafvordering moeten bepalen voor de feiten waarvoor verdachte in eerste aanleg is veroordeeld maar die in hoger beroep niet aan de orde zijn geweest omdat er een beperkt appel is ingesteld.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 313 (driehonderddertien) dagen voor de feiten waartegen hoger beroep is ingesteld, zoals vermeld in de tenlastelegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000437-16

Parketnummers: 09-817479-15, 09-074622-15,

09-777060-15, 09-818212-15 en 09-819392-15 09-920295-12 (TUL)

Datum uitspraak: 25 augustus 2016

TEGENSPRAAK PROMIS

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 29 januari 2016 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1996,

thans gedetineerd in P.I. Midden Holland, Gevangenis De Geniepoort te Alphen aan den Rijn.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 11 augustus 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het bij parketnummer 09-817479-15 onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het bij parketnummer 09-817479-15 onder 2, 3 en 4, het bij parketnummer 09-819392-15 onder 1, 2, 3 en 4, en het bij parketnummer 09-818212-15 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeventien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden – kort samengevat - een meldplicht bij de reclassering en deelname aan een project voor begeleid wonen, zoals in het vonnis is omschreven. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, telkens met de oplegging van eens schadevergoedingsmaatregel, de onder de verdachte inbeslaggenomen goederen en de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Blijkens de akte instellen rechtsmiddel van 1 februari 2016 richt het appel zich uitsluitend tegen de in eerste aanleg genomen beslissingen ter zake van bij parketnummer 09-817479-15 onder 3, het bij parketnummer 09-819392-15 onder 3 en het bij parketnummer 09-818212-15 onder 3 ten laste gelegde. Het hoger beroep is derhalve niet gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissingen ten aanzien van het bij parketnummer 09-817479-15 onder 2 en 4, het bij parketnummer 09-819392-15 onder 1, 2, en 4, en het bij parketnummer 09-818212-15 onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde.

Het voorgaande brengt mee, dat het hof - nu in eerste aanleg ter zake van vorenbedoelde ten laste gelegde feiten één hoofdstraf is uitgesproken - op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering alsnog een hoofdstraf voor het in eerste aanleg het bij parketnummer 09-817479-15 onder 2 en 4, het bij parketnummer 09-819392-15 onder 1, 2, en 4, en het bij parketnummer 09-818212-15 onder 1, 2, 4 en 5 bewezen verklaarde zal bepalen.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van het hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

3
3. (parketnummer 09-817479-15)
hij op of omstreeks 4 februari 2015 te Leiden opzettelijk en wederrechtelijk een deur van een ophoudkamer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan politie Eenheid Den Haag, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar snippers (verf) van de deur van de ophoudkamer te trekken/halen;

3 (parketnummer 09-819392-15)
hij op of omstreeks 31 augustus 2015 te Noordwijkerhout met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een bedrijfspand van Myscootershop.nl ([adres]) heeft weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 170 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Myscootershop.nl, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik te hebben gebracht door braak, verbreking en/of inklimming (te weten: door (met een voorwerp) een raam/ruit te verbreken);

3 (parketnummer 09-818212-15)
hij op een tijdstip in de periode van 16 december 2014 tot en met 17 december 2014 te Warmond met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een kluis (met inhoud te weten V&D bonnen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan verzorgingstehuis Activite Luduina, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen kluis (met inhoud te weten V&D bonnen) onder zijn bereik te hebben gebracht door een raam te verbreken met een breekvoorwerp althans een raam te forceren.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd ten aanzien van de ten laste gelegde feiten die thans nog aan het oordeel van het hof zijn onderworpen, alsmede ten aanzien van de in eerste aanleg gegeven beslissing ter zake van de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf en de inbeslaggenomen goederen. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de straf voor de in eerste aanleg bewezen verklaarde feiten op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering zal worden bepaald op een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden – kort samengevat - reclasseringstoezicht en deelname aan een project voor begeleid wonen bij Exodus of een soortgelijke instelling. Tot slot heeft de advocaat-generaal de opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte gevorderd met ingang van 13 augustus 2016.

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, behalve ten aanzien van de oplegging van de straf en de motivering daarvan.

In dit opzicht zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen. Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis, met dien verstande dat het hof daarin de hierna te vermelden aanvullingen aanbrengt. Het vonnis waarvan beroep dient derhalve - behoudens voor zover het wordt vernietigd - onder aanvulling van de hierna te vermelden gronden te worden bevestigd.

Ten aanzien van het bij parketnummer 09-819392-15 onder 3 bewezen verklaarde

Het hof heeft de navolgende aanvullingen op de bewijsmiddelen opgenomen in noot 14 en 15 ten behoeve van de beoordeling van het bij parketnummer 09-819392-15 onder 3 ten laste gelegde:

 Een proces-verbaal sporenonderzoek van de politie Eenheid Den Haag d.d. 31 augustus 2015, nr. PL1500-2015258419-2 (noot 14):

Op de kluis werd een bloedspoor aangetroffen.

De volgende sporen van overtuiging werden in belang van nader onderzoek veiliggesteld:

Spoornummer : PL1500-2015258419-54522

SIN : AAIB4093NL

Spooromschrijving : Bloed

Plaats veiligstellen : Deur van kluisje

Bijzonderheden : In kantoor

 Een geschrift, te weten een rapport ‘Resultaten DNA-onderzoek’ van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 18 september 2015, opgesteld en ondertekend door A.I. Berghout, met als bijlage DNA-profielcluster 31251 (noot 15):

Identiteits-zegel

Spoor

DNA-profiel

DNA-databank opname

Aantal matchende DNA-profielen

Matches met sporen

Matches met persoon

DNA-profiel cluster nummer

[x]

Bloed

Ja

Ja

3

1

[x]

[x]

Bloed

Ja

Nee*

*1/2/3/4: In deze zaak zijn sporen met matchende DNA-profielen gevonden, die afkomstig kunnen zijn van dezelfde (onbekende) persoon. Hiervan is maar één DNA-profiel in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken opgenomen.

Het hof begrijpt de rapportage van het NFI aldus dat het DNA-profiel dat is aangetroffen in het spoor met identiteitszegel [x], te weten het bloedspoor dat is aangetroffen op de deur van de kluis in het kantoor, overeenkomt met het DNA-profielclusternummer [x] en derhalve met het DNA-profiel van de verdachte.

Ten aanzien van het bij parketnummer 09-818212-15 onder

3 bewezen verklaarde

Door de raadsman van de verdachte is gesteld dat niet uitgesloten is dat het dactyloscopische spoor dat is aangetroffen op de binnenzijde van het raamkozijn van het verzorgingstehuis dat is open gewrikt, en welk spoor in zeer grote mate overeenkomt met het dactyloscopische spoor afkomstig van de verdachte, door de verdachte op dat raamkozijn is achtergelaten tijdens een inbraak die de verdachte al eerder in januari 2014 heeft gepleegd bij hetzelfde verzorgingshuis, en waarvoor de verdachte onherroepelijk is vrijgesproken.

Het hof verwerpt het verweer van de raadsman. Daarnaar gevraagd ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij nog nooit heeft ingebroken in het desbetreffende verzorgingshuis Activite Luduina te Warmond en dat hij daar ook nooit anderszins is geweest. De stelling van de raadsman mist dan ook feitelijke grondslag.

Voorts is het hof, anders dan de raadsman heeft gesteld, op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad van oordeel dat de omstandigheid dat verdachte geen redelijke verklaring heeft gegeven voor het naar hem verwijzende dactyloscopische spoor dat op de eerder genoemde plaats is aangetroffen in casu tegen hem mag worden gebruikt. Immers, indien een verdachte voor een omstandigheid, die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd, redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, mag de rechter dat in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal betrekken (vgl. HR NJ 1997/584(ECLI:NL:HR:1997:ZD0733), 2004/464 (ECLI:NL:PHR:2004:AO9639) en 2016/286, (ECLI:NL:HR:2016:1194)).

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij Mijnscootershop.nl

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat de benadeelde partij Mijnscootershop.nl niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering. Niet is onderbouwd dat het gevorderde bedrag ad € 250,- niet is vergoed door de verzekering en ook is niet onderbouwd of de opgegeven lakschade is ontstaan ten gevolge van de inbraak bij Mijnscootershop.nl.

Het hof overweegt dat uit de bij het voegingformulier gevoegde bijlage I, te weten een e-mailbericht van een assurantiekantoor aan Mijnscootershop.nl van 8 oktober 2015, genoegzaam volgt dat het eigen risico van Mijnscootershop.nl € 250,- bedraagt en dat van het totale schadebedrag ad € 1.059,79 een bedrag van € 809,79 door de verzekering is/wordt vergoed. Ook wanneer de visie van de raadsman wordt gevolgd en uitsluitend de gevorderde ruitschade ten bedrage van € 525,- voor toewijzing in aanmerking zou komen, heeft de benadeelde partij een schade van € 250,- geleden, te weten het eigen risico dat door de verzekering niet is vergoed. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een inbraak in een bedrijfspand en in een verzorgingstehuis. Aldus heeft hij er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van anderen. De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door financieel gewin, zonder erbij stil te staan dat delicten als de onderhavige in de regel overlast en financiële schade veroorzaken en kunnen leiden tot gevoelens van onrust en onveiligheid bij burgers die daarmee worden geconfronteerd.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 juli 2016, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder vermogensdelicten.

Voorts neemt het hof bij de op te leggen straf in aanmerking het re-integratieplan van de Reclassering Nederland d.d. 20 mei 2016, opgesteld en ondertekend door L. van Os en R. den Duijf, reclasseringswerker respectievelijk leidinggevende. Hierin is onder meer het volgende vermeld.

De verdachte heeft een bestaan zonder enig perspectief. Hij heeft geen kwalificaties voor de arbeidsmarkt, geen stabiele huisvestiging en gaat om met mensen die ook justitiecontacten hebben. Zorgelijk is verder dat de verdachte niet eerder heeft geprofiteerd van hulpverlening in een gedwongen kader. Het recidiverisico is hoog zolang de verdachte zijn leven geen positieve wending geeft.

Het hof deelt de zorgen van de reclassering; dat de verdachte ter zitting in hoger beroep heeft aangegeven na vrijlating weer bij zijn moeder te (kunnen) gaan wonen en naar school te willen gaan, maakt dat niet anders. Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Het hof merkt voorts op dat het de door der rechtbank opgelegde straf van 17 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en juiste straf acht. Het hof wordt thans geconfronteerd met een executieprobleem. De verdachte heeft op 13 augustus 2016 (de fictieve datum van de vervroegde invrijheidstelling) in de zaak met parketnummer 09/819392-15 313 dagen in voorlopige hechtenis en inverzekeringstelling doorgebracht. In de zaken waarin het hof thans een straf moet bepalen heeft de verdachte op 13 augustus 2016 17 dagen in voorlopige hechtenis en inverzekeringstelling doorgebracht. Om te voorkomen dat de verdachte langer gedetineerd moet blijven dan het geval zou zijn geweest gezien de door de rechtbank opgelegde straf, zal het hof de volgende straffen opleggen.

Strafbepaling ex artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering

Gelet op de aard en de ernst van de door de rechtbank bij parketnummer 09-817479-15 onder 2 en 4, het bij parketnummer 09-819392-15 onder 1, 2, en 4, en het bij parketnummer 09-818212-15 onder 1, 2, 4 en 5 bewezen verklaarde feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals staan vermeld in het vonnis waarvan beroep, zal het hof ten aanzien van die feiten de op te leggen straf bepalen op een gevangenisstraf voor de duur van 197 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de Reclassering Nederland in Den Haag en deelname aan een project voor begeleid wonen bij Exodus of een soortgelijke instelling.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 63, 180, 266, 267, 285, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Bepaalt de door de rechtbank opgelegde staf voor het bij parketnummer 09-817479-15 onder 2 en 4, het bij parketnummer 09-819392-15 onder 1, 2, en 4, en het bij parketnummer 09-818212-15 onder 1, 2, 4 en 5 bewezen verklaarde op een gevangenisstraf voor de duur van

197 (honderdzevenennegentig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, te weten 180 (honderdtachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van de vaststelling van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Weetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat:

De veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, Bezuidenhoutseweg 179 te 2594 AH Den Haag, op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht.

De veroordeelde gedurende de proeftijd verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten Exodus of een soortgelijke instelling, en zich houdt aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen ten aanzien van de opgelegde straf en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 313 (driehonderddertien) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Bij separate minuut heeft het hof d.d. 12 augustus 2016 de voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven met ingang van 13 augustus 2016.

Dit arrest is gewezen door mr. A.E. Mos-Verstraten,

mr. G. Knobbout en mr. A.S.I. van Delden, in bijzijn van de griffier mr. N.N.D. Bos.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 augustus 2016.

Mr. A.S.I. van Delden is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.