Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:2395

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
22-08-2016
Datum publicatie
22-08-2016
Zaaknummer
22-005400-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 2.1. Wet dieren. Dierenmishandeling. Integrale vrijspraak in hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-005400-15

Parketnummer: 09-078051-15

Datum uitspraak: 22 augustus 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 23 november 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1944,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

8 augustus 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van

25 juni 2014 tot en met 21 januari 2015, in elk geval op of omstreeks 21 januari 2015 te Zoeterwoude, in de gemeente Zoeterwoude, zonder redelijk doel en/of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, opzettelijk bij een of meer dieren, te weten twee Shetlandpony's (een ruin genaamd King en een merrie), pijn en/of letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid en/of het welzijn van dat/die dier(en) heeft benadeeld, immers heeft hij toen aldaar dat/die pony('s)

- zodanig gehuisvest dat die pony('s) niet, althans onvoldoende, de beschikking had(den) over een droge en/of zindelijke lig-en/of staanplaats en/of

- gehuisvest op een perceel grond waarvan (een gedeelte van de) de bodem (volledig) bedekt was met afval en/of puin waaraan die pony('s) zich kon(den) verwonden en/of

- niet tijdig en/of regelmatig laten bekappen door een hoefsmid waardoor die pony('s) hoefbevangen waren en/of

- niet tijdig en/of regelmatig een veearts geconsulteerd;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijstip(pen) in de periode van 25 juni 2014 tot en met 21 januari 2015, in elk geval op of omstreeks 21 januari 2015 te Zoeterwoude, in de gemeente Zoeterwoude, als houder van een of meer dieren, te weten twee Shetlandpony’s (een ruin genaamd King en een merrie), aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft hij toen aldaar dat/die pony(‘s)

- zodanig gehuisvest dat die pony('s) niet, althans onvoldoende, de beschikking had(den) over een droge en/of zindelijke lig- en/of staanplaats en/of

- gehuisvest op een perceel grond waarvan (een gedeelte van de) de bodem (volledig) bedekt was met afval en/of puin waaraan die pony('s) zich kon(den) verwonden en/of

- niet tijdig en/of regelmatig laten bekappen door een hoefsmid waardoor die pony('s) hoefbevangen waren en/of

- niet tijdig en/of regelmatig een veearts geconsulteerd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering en het hof zich ook overigens niet met het vonnis verenigt.

Vrijspraak

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is naar het oordeel van het hof onvoldoende overtuigend naar voren gekomen dat de verdachte als eigenaar, houder dan wel anderszins verantwoordelijk kan worden geacht voor de gedragingen ten aanzien van de betrokken pony’s zoals primair en subsidiair omschreven in de tenlastelegging.

Derhalve is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. R.F. de Knoop,

mr. N. Schaar en mr. E.P.J. Myjer, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 augustus 2016.

Mr. E.P.J. Myjer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.