Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:2374

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
03-08-2016
Datum publicatie
10-08-2016
Zaaknummer
23-002410-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Afwijzen wrakingsverzoek. Het niet op voorhand beslissen op een verzoek van de verdachte tot aanhouding van de behandeling van de zaak kan als wrakingsgrond naar zijn aard geen feiten of omstandigheden opleveren waardoor de rechterlijke onpartijdigheid – in objectieve dan wel subjectieve zin – van één of meer van die leden schade zou kunnen lijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Zaaknummer : DH 42-2016
Parketnummer hoofdzaak : 23-002410-14

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken

inzake het schriftelijke verzoek tot wraking, als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering in de strafzaak tegen:

[Verzoeker]

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats],

[adres],

verzoeker.


Het geding

1. In de strafzaak tegen verzoeker onder genoemd parketnummer heeft laatstelijk op

18 november 2015 bij het gerechtshof Amsterdam een terechtzitting van de meervoudige strafkamer plaatsgevonden.

2. Bij brief van verzoeker van 30 juni 2016, verzonden bij e-mailbericht van 1 juli 2016

[e-mailadres] heeft deze verzocht om de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting van het gerechtshof Amsterdam op 20 juli 2016, alwaar mr. P. Greve, mr. A.M. van Amsterdam en mr. A.M.P. Geelhoed zitting zouden hebben, aan te houden. Op 13 juli 2016 heeft de administratie van het gerechtshof Amsterdam per e-mailbericht aan verzoeker laten weten dat het aanhoudingsverzoek niet op voorhand was toegewezen, maar dat ter zitting een beslissing zou volgen op het verzoek en overige standpunten/verzoeken. Bij

e-mailbericht van 14 juli 2016 heeft verzoeker daarop meegedeeld genoodzaakt te zijn de betreffende rechters bij voorbaat te wraken, zoals in de brief van 30 juni 2016 al aangekondigd.

Bij beslissing van 26 juli 2016 heeft de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam in het kader van de ‘pilot externe wrakingskamer’ de wrakingszaak op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie ter verdere behandeling verwezen naar de wrakingskamer van dit gerechtshof.

Mr. Greve en mr. Van Amsterdam hebben, mede namens mr. Geelhoed, in een schriftelijke reactie meegedeeld niet in de wraking te berusten en van de gelegenheid om te worden gehoord af te zien. Bij per e-mail aan verzoeker gezonden bericht is verzoeker opgeroepen te verschijnen voor de behandeling van zijn wrakingsverzoek op 3 augustus 2016. Verzoeker is daarbij in de gelegenheid gesteld tot uiterlijk 2 augustus 2016 schriftelijk te reageren op de reactie van de raadsheren. Aan verzoeker is meegedeeld dat de behandeling van het wrakingsverzoek doorgang zal vinden, ook indien verzoeker, die naar het hof begrijpt in het buitenland verblijft, niet in de gelegenheid is in persoon zijn verzoek toe te lichten. Bij e-mailbericht van 3 augustus 2016 heeft verzoeker bevestigd dat hij niet bij de behandeling van het wrakingsverzoek van heden aanwezig kan zijn. Daarbij heeft hij zijn redenen voor de wraking van het Gh (gerechtshof) Amsterdam schriftelijk nader aangegeven.

3. De wrakingskamer, bestaande uit mr. S. van Dissel, voorzitter, mr. Chr.Th.P.M. Zandhuis en mr. T.G. Lautenbach, heeft het verzoek op 3 augustus 2016 ter openbare terechtzitting behandeld. Verzoeker is niet verschenen.

De advocaat-generaal, mr. P.A. Willemse, heeft haar standpunt uiteengezet en geconcludeerd tot afwijzing van het wrakingsverzoek.

Het wrakingsverzoek,

4. Het wrakingsverzoek richt zich tot de betreffende rechters (naar het hof begrijpt de raadsheren die op de zitting van het gerechtshof Amsterdam van 20 juli 2016 een beslissing zouden nemen op het aanhoudingsverzoek van verzoeker, te weten mr. Greve,

mr. Van Amsterdam en mr. Geelhoed). De wrakingsgrond is dat – naar het oordeel van verzoeker ten onrechte – niet op voorhand is bericht dat zijn verzoek om de behandeling van zijn strafzaak op 20 juli 2016 aan te houden wordt toegewezen, zodat het kennelijk om een afwijzing van dat verzoek gaat.

Beoordeling van de ontvankelijkheid

5. Tegen verzoeker loopt bij het gerechtshof Amsterdam een strafzaak in hoger beroep onder bovenvermeld parketnummer. Ter terechtzittingen van 15 juli 2015 en van 18 november 2015 zijn verzoeken om aanhouding van de zaak ingewilligd. De voortzetting van de behandeling was laatstelijk vastgesteld op 20 juli 2016. De behandeling van de zaak is derhalve nog niet door een uitspraak afgerond. Het wrakingsverzoek is tijdig en schriftelijk ingediend. Verzoeker is ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.

Beoordeling van het wrakingsverzoek

6. Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering kan op verzoek van de verzoeker elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

7. De rechter moet volgens vaste jurisprudentie uit hoofde van zijn aanstelling worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens de verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat bij de verdachte dienaangaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

8. Voor zover de wrakingsgronden betrekking hebben op alle leden van de kamer waarvan de wraking wordt verzocht kunnen zij niet tot toewijzing van het verzoek leiden, omdat die gronden naar hun aard geen feiten of omstandigheden opleveren waardoor de rechterlijke onpartijdigheid – in objectieve dan wel subjectieve zin – van één of meer van die leden schade zou kunnen lijden: zij zijn immers slechts in algemene zin gericht tegen het gerechtshof als zodanig en derhalve niet specifiek gericht tegen de leden van de strafkamer waarvan thans wraking wordt verzocht.

9. Noch het wrakingsverzoek zelf, noch de uitgebreide verhandelingen over de gang van zaken in de strafzaak bevat feiten of omstandigheden die in verband gebracht kunnen worden met de rechterlijke onpartijdigheid, in objectieve of in subjectieve zin, van één of meer raadsheren afzonderlijk.

Het wrakingsverzoek zal reeds om die reden worden afgewezen.

10. Ten overvloede wijst de wrakingskamer er nog op dat, anders dan verzoeker kennelijk veronderstelt, over zijn aanhoudingsverzoek met betrekking tot de behandeling van zijn strafzaak nog geen beslissing is genomen. Op dergelijke verzoeken pleegt in beginsel steeds ter terechtzitting te worden beslist, waarbij er desgewenst en indien nodig gelegenheid is om het verzoek toe te lichten. Ook de advocaat-generaal wordt dan ter zitting in de gelegenheid gesteld zijn oordeel over de gevraagde aanhouding te geven.

Beslissing

Het hof:

  • -

    verklaart verzoeker ontvankelijk in het verzoek tot wraking;

  • -

    wijst af het verzoek tot wraking van mr. Greve, mr. Van Amsterdam en

mr. Geelhoed;

- bepaalt dat een afschrift van deze beslissing, in ieder geval (ook) per e-mailbericht wordt toegezonden aan verzoeker, genoemde raadsheren en de advocaat-generaal.

Deze beslissing is gegeven door:

mr. S. van Dissel, mr. Chr.Th.P.M. Zandhuis en mr. T.G. Lautenbach op 3 augustus 2016,

in aanwezigheid van de griffier mr. L.A.M. Karels.