Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:2260

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
07-06-2016
Datum publicatie
26-07-2016
Zaaknummer
22-003842-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft meerdere malen niet voldaan aan een ambtelijk bevel door zich telkens te bevinden in een gebied waarop het gebiedsverbod betrekking had. De verdachte is dakloos en er is sprake van een alcohol- en harddrugsverslaving, hetgeen van invloed is op delictplegingen.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken en stelt als bijzondere voorwaarden: meldplicht en behandeling gedurende de proeftijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003842-15

Parketnummers: 09-133469-15, 09-159397-15 en 09-161439-15 09-103860-13 (TUL)

Datum uitspraak: 7 juni 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 21 augustus 2015 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1970,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 24 mei 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van de onder parketnummers 09-133469-15, 09-159397-15 en 09-161439-15 ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken. Voorts is de tenuitvoerlegging gelast van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter d.d. 3 juli 2013 onder parketnummer 09-103860-13, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg van de zaak met parketnummer 09-161439-15 - ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 09-133469-15:
hij op of omstreeks 6 juli 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel gegeven op grond van artikel 172a van de Gemeentewet, althans krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door de burgemeester van 's-Gravenhage, zijnde een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, welk bevel inhield dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen van 1 juli 2015 te 12:00 uur tot 1 oktober te 12:00 uur niet mocht bevinden in het gebied dat wordt omgeven door de volgende straten:

- Loosduinseweg en/of

- Lijnbaan en/of

- Prinsegracht en/of

- Varkenmarkt en/of

- Assendelftstraat en/of

- Vleerstraat en/of

- Breedstraat en/of

- Noordwal en/of

- Prinsessewal en/of

- Hogewal en/of

- Noordeinde en/of

- Heulstraat en/of

- Kneuterdijk en/of

- Lange Vijverberg en/of

- Tournooiveld en/of

- Korte Voorhout en/of

- Prinsessegracht en/of

- Herengracht en/of

- Rijnstraat en/of

- Lekstraat en/of

- Weteringkade en/of

- Rijswijkseplein en/of

- Stationsplein en/of

- Parallelweg en/of

- De Heemstraat en/of

- Monstersestraat en/of

- Loosduinseweg

en/of de straten die de grens vormen van dat gebied van de gemeente 's-Gravenhage, immers heeft verdachte, terwijl hij wist of had moeten weten dat aan hem dit bevel was gegeven, zich toen bevond in voornoemd gebied, te weten op de Zoutkeetsingel van de gemeente ’s-Gravenhage;

Zaak met parketnummer 09-159397-15 (gevoegd):
hij op of omstreeks 6 augustus 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, uitgereikt d.d. 31-7-2015 gedaan krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel a Wetboek van Strafvordering, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, door de officier van justitie gelegen in arrondissement Den Haag, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen van 31 juli 2015 (15:00 uur) tot en met 31 oktober 2015 (15:00 uur) niet mocht bevinden in/op de binnenstad van 's-Gravenhage, althans in het gebied dat wordt omgeven door de straten:

- Loosduinseweg en/of

- Lijnbaan en/of

- Prinsegracht en/of

- Varkenmarkt en/of

- Assendelftstraat en/of

- Vleerstraat en/of

- Breedstraat en/of

- Noordwal en/of

- Prinsessewal en/of

- Hogewal en/of

- Noordeinde en/of

- Heulstraat en/of

- Kneuterdijk en/of

- Lange Vijverberg en/of

- Tournooiveld en/of

- Korte Voorhout en/of

- Prinsessegracht en/of

- Herengracht en/of

- Rijnstraat en/of

- Lekstraat en/of

- Weteringkade en/of

- Rijswijkseplein en/of

- Stationsplein en/of

- Parallelweg en/of

- De Heemstraat en/of

- Monstersestraat en/of

- Loosduinseweg

en/of de straten die de grens vormen van dat gebied van de gemeente 's-Gravenhage, immers bevond hij, verdachte, zich op 6 augustus 2015 omstreeks 00:44 uur opzettelijk in/op de Rozenburgstraat, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied;

Zaak met parketnummer 09-161439-15 (gevoegd):
hij op of omstreeks 10 augustus 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, uitgereikt d.d. 31-7-2015 gedaan krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel a Wetboek van Strafvordering, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, door de officier van justitie gelegen in arrondissement Den Haag, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen van 31 juli 2015 (15:00 uur) tot en met 31 oktober 2015 (15:00 uur) niet mocht bevinden in/op de binnenstad van ’s-Gravenhage, althans in het gebied dat wordt omgeven door de straten:

- Loosduinseweg en/of

- Lijnbaan en/of

- Prinsegracht en/of

- Varkenmarkt en/of

- Assendelftstraat en/of

- Vleerstraat en/of

- Breedstraat en/of

- Noordwal en/of

- Prinsessewal en/of

- Hogewal en/of

- Noordeinde en/of

- Heulstraat en/of

- Kneuterdijk en/of

- Lange Vijverberg en/of

- Tournooiveld en/of

- Korte Voorhout en/of

- Prinsessegracht en/of

- Herengracht en/of

- Rijnstraat en/of

- Lekstraat en/of

- Weteringkade en/of

- Rijswijkseplein en/of

- Stationsplein en/of

- Parallelweg en/of

- De Heemstraat en/of

- Monstersestraat en/of

- Loosduinseweg

en/of de straten die de grens vormen van dat gebied van de gemeente 's-Gravenhage,

immers bevond hij, verdachte, zich op 10 augustus 2015 opzettelijk in/op de van Goghstraat van de gemeente ’s-Gravenhage, althans op een openbare weg of plaats in voornoemd gebied.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 09-133469-15:
hij op of omstreeks 6 juli 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel gegeven op grond van artikel 172a van de Gemeentewet, althans krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door de burgemeester van 's-Gravenhage, zijnde een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, welk bevel inhield dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen van 1 juli 2015 te 12:00 uur tot 1 oktober te 12:00 uur niet mocht bevinden in het gebied dat wordt omgeven door de volgende straten:

- Loosduinseweg en/of

- Lijnbaan en/of

- Prinsegracht en/of

- Varkenmarkt en/of

- Assendelftstraat en/of

- Vleerstraat en/of

- Breedstraat en/of

- Noordwal en/of

- Prinsessewal en/of

- Hogewal en/of

- Noordeinde en/of

- Heulstraat en/of

- Kneuterdijk en/of

- Lange Vijverberg en/of

- Tournooiveld en/of

- Korte Voorhout en/of

- Prinsessegracht en/of

- Herengracht en/of

- Rijnstraat en/of

- Lekstraat en/of

- Weteringkade en/of

- Rijswijkseplein en/of

- Stationsplein en/of

- Parallelweg en/of

- De Heemstraat en/of

- Monstersestraat en/of

- Loosduinseweg

en/of de straten die de grens vormen van dat gebied van de gemeente 's-Gravenhage, immers heeft verdachte, terwijl hij wist of had moeten weten dat aan hem dit bevel was gegeven, zich toen bevonden in voornoemd gebied, te weten op de Zoutkeetsingel van de gemeente ’s-Gravenhage;

Zaak met parketnummer 09-159397-15 (gevoegd):
hij op of omstreeks 6 augustus 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, uitgereikt d.d. 31-7-2015 gedaan krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel a Wetboek van Strafvordering, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, door de officier van justitie gelegen in arrondissement Den Haag, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen van 31 juli 2015 (15:00 uur) tot en met 31 oktober 2015 (15:00 uur) niet mocht bevinden in/op de binnenstad van 's-Gravenhage, althans in het gebied dat wordt omgeven door de straten:

- Loosduinseweg en/of

- Lijnbaan en/of

- Prinsegracht en/of

- Varkenmarkt en/of

- Assendelftstraat en/of

- Vleerstraat en/of

- Breedstraat en/of

- Noordwal en/of

- Prinsessewal en/of

- Hogewal en/of

- Noordeinde en/of

- Heulstraat en/of

- Kneuterdijk en/of

- Lange Vijverberg en/of

- Tournooiveld en/of

- Korte Voorhout en/of

- Prinsessegracht en/of

- Herengracht en/of

- Rijnstraat en/of

- Lekstraat en/of

- Weteringkade en/of

- Rijswijkseplein en/of

- Stationsplein en/of

- Parallelweg en/of

- De Heemstraat en/of

- Monstersestraat en/of

- Loosduinseweg

en/of de straten die de grens vormen van dat gebied van de gemeente 's-Gravenhage,

immers bevond hij, verdachte, zich op 6 augustus 2015 omstreeks 00:44 uur opzettelijk in/op de Rozenburgstraat, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied;

Zaak met parketnummer 09-161439-15 (gevoegd):
hij op of omstreeks 10 augustus 2015 te 's-Gravenhage opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, uitgereikt d.d. 31-7-2015 gedaan krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel a Wetboek van Strafvordering, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, door de officier van justitie gelegen in arrondissement Den Haag, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen van 31 juli 2015 (15:00 uur) tot en met 31 oktober 2015 (15:00 uur) niet mocht bevinden in de binnenstad van ’s-Gravenhage, althans in het gebied dat wordt omgeven door de straten:

- Loosduinseweg en/of

- Lijnbaan en/of

- Prinsegracht en/of

- Varkenmarkt en/of

- Assendelftstraat en/of

- Vleerstraat en/of

- Breedstraat en/of

- Noordwal en/of

- Prinsessewal en/of

- Hogewal en/of

- Noordeinde en/of

- Heulstraat en/of

- Kneuterdijk en/of

- Lange Vijverberg en/of

- Tournooiveld en/of

- Korte Voorhout en/of

- Prinsessegracht en/of

- Herengracht en/of

- Rijnstraat en/of

- Lekstraat en/of

- Weteringkade en/of

- Rijswijkseplein en/of

- Stationsplein en/of

- Parallelweg en/of

- De Heemstraat en/of

- Monstersestraat en/of

- Loosduinseweg

en/of de straten die de grens vormen van dat gebied van de gemeente 's-Gravenhage,

immers bevond hij, verdachte, zich op 10 augustus 2015 opzettelijk in/op de Van Goghstraat van de gemeente ’s-Gravenhage. althans op een openbare weg of plaats in voornoemd gebied.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 09-133469-15 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Het in de zaken met parketnummers 09-159397-15 en 09-161439-15 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat aan de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde feit met parketnummer 09-133469-15 een beroep op overmacht toekomt.

De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte zich op 6 juli 2015 heeft begeven in het gebied, waarop het besluit van de burgemeester van 29 juni 2015 betrekking had, omdat hij op weg was van zijn moeder, die woonde in de Van Goghstraat, naar het Oranjeplein, zijn verblijfsadres voor begeleid wonen vanaf 1 juli 2015. De verdachte voelde zich door overmacht gedrongen om zich daarheen te begeven omdat hij die plek anders zou kwijtraken. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat, indien het beroep op overmacht wordt verworpen, de verdachte zijn woonrecht door het opgelegde verbod niet had kunnen effectueren, hetgeen als strijdig met artikel 8 EVRM dient te worden aangemerkt, zodat aan de verdachte onder die omstandigheden geen straf dient te worden opgelegd.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De verdachte is een zwakbegaafde man die kampt met een alcohol- en harddrugsverslaving en problemen op praktisch elk mogelijk leefgebied. Het hof stelt vast dat de verdachte zich op 6 juli 2015 heeft begeven in het gebied, waarop het verbod betrekking had. Op het moment van aanhouding was hij onderweg naar zijn nieuwe woonplek aan het Oranjeplein die ligt binnen het gebiedsverbod van de burgemeester. Uit de bij de politie afgelegde verklaring van de verdachte volgt dat hij dit deed omdat hij bang was anders de nieuwe woonplek kwijt te raken. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij in de veronderstelling verkeerde dat zijn (woon)begeleiders contact zouden opnemen met de wijkagent in verband met het opgelegde gebiedsverbod. Uit het dossier blijkt verder niet of in dat kader tussen de verdachte en zijn begeleiders overleg is geweest of dat er afspraken zijn gemaakt.

Op grond van de aangevoerde omstandigheden en gelet op de persoon van de verdachte is het hof van oordeel dat de verdachte in deze zaak redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij zich ondanks het verbod toch in het gebied heeft begeven nu zijn begeleid wonen-plek zich daar binnen bevond. Hij kan zich naar het oordeel van het hof met succes beroepen op de buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld. De verdachte zal ten aanzien van het feit met parketnummer 09-133469-15 daarom worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten van 6 augustus 2015 en 10 augustus 2015 is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte ten aanzien van die feiten strafbaar is.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van de onder parketnummers 09-133469-15, 09-159397-15 en 09-161439-15 ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich onder toezicht van de Reclassering zal stellen en zich aan de gestelde regels zal houden, ook als dit een klinische opname in een instelling inhoudt.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft meerdere malen niet voldaan aan een ambtelijk bevel door zich telkens te bevinden in een gebied waarop het gebiedsverbod betrekking had.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 mei 2016, waaruit blijkt dat de verdachte reeds vele malen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het advies van GGZ Reclassering Palier d.d. 14 maart 2016, opgesteld door L. de Jong, Reclasseringswerker en B. Bartels, leidinggevende.

Daarin wordt onder meer overwogen dat de verdachte dakloos is, geen zinvolle dagbesteding heeft en dat er sprake is van schulden. Verdachte heeft verschillende gebiedsverboden en hij heeft voor de overtreding daarvan diverse boetes gekregen en wordt hiervoor regelmatig staande gehouden. Er is sprake van een alcohol- en harddrugsverslaving, hetgeen van invloed is op delictplegingen. Hoewel diverse behandel- en begeleidingstrajecten gestagneerd zijn als gevolg van ongewenst gedrag van de verdachte, ziet GGZ Reclassering Palier nog mogelijkheden om een klinisch traject op te starten buiten Den Haag, dat gericht is op de gedragsproblemen van de verdachte. Gelet op het bovenstaande acht GGZ Reclassering Palier het gewenst bijzondere voorwaarden op te leggen, onder andere in de vorm van een meldplicht bij de Reclassering en een behandelverplichting bij de Forensische Polikliniek van GGZ Palier of een soortgelijke instelling.

Het hof is - alles overwegende en gelet op de generale en speciale preventie - van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Het hof zal, gelet op voornoemd advies en op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken ter terechtzitting in hoger beroep, aan de voorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf na te melden bijzondere voorwaarden verbinden.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te Den Haag van 3 juli 2013 onder parketnummer 09-103860-13 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

Nu de verdachte voor het feit met parketnummer 09-133469-15 wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en hij voor dit feit dus niet wordt veroordeeld, zal de vordering,

gelet op artikel 14g, derde lid van het Wetboek van Strafrecht, worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-133469-15, in de zaak met parketnummer 09-159397-15 en in de zaak met parketnummer 09-161439-15 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-133469-15 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld, verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-159397-15 en in de zaak met parketnummer 09-161439-15 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

(meldplicht)

dat de veroordeelde verplicht is zich gedurende de volledige proeftijd op door de reclassering te bepalen tijdstippen te melden bij Reclassering Nederland, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht,

(behandeling)

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van de Forensische Polikliniek van GGZ Palier of een soortgelijke instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling vast te stellen.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van de opgelegde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Den Haag van 20 juli 2015, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Den Haag van 3 juli 2013, parketnummer 09-103860-13, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Plugge, mr. S.A.J. van 't Hul en mr. T.B. Trotman, in bijzijn van de griffier mr. K. Kiela.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 juni 2016.