Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:2228

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
02-08-2016
Datum publicatie
02-08-2016
Zaaknummer
200.169.551/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep. Hervatting procedure na niet nakomen minnelijke regeling. Andere samenstelling na pleidooi.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2016/390

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.169.551/02

Zaaknummer rechtbank : C/10/400508 / HA ZA 12-377

arrest van 2 augustus 2016

inzake

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: [appellant] ,

advocaat: mr. A.C. van 't Hek te Den Haag,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. M.G.T. Uphus te Oud-Beijerland.

Het verdere verloop van het geding

Na gehouden pleidooi op 11 januari 2016 hebben partijen ter beëindiging van hun geschil een minnelijke regeling gesloten, die is vastgelegd in het proces-verbaal van de pleidooizitting. De zaak is vervolgens (ambtshalve) op de rolzitting van 19 januari 2016 doorgehaald.

[geïntimeerde] heeft op de rol van 29 maart 2016 hervatting van de procedure en arrest gevraagd. De griffier heeft vervolgens de advocaat van [appellant] op 30 maart 2016 telefonisch om een reactie gevraagd. Namens [appellant] is in dat gesprek meegedeeld dat hij akkoord was met het wijzen van arrest waarbij werd verzocht eerst nog een akte te mogen nemen. [appellant] heeft vervolgens een akte genomen, waarna [geïntimeerde] nog een antwoordakte heeft genomen. Ten slotte is arrest gevraagd.

De beoordeling

1. De tussen partijen tot stand gekomen minnelijke regeling hield onder meer in dat [appellant] vóór 22 februari 2016 een bedrag van € 5.000 zou betalen aan [geïntimeerde] . Het hof begrijpt uit de akte van [appellant] dat hij erkent dat hij dit bedrag niet heeft voldaan en aldus tekort is geschoten in de nakoming van de vaststellingsovereenkomst. Partijen wensen om die reden voortzetting van de procedure.

2. Doorhaling op de rol is een administratieve handeling en heeft als zodanig geen rechtsgevolgen (artikel 246 lid 2 Rv). Het staat partijen in beginsel vrij om na doorhaling de zaak opnieuw op de rol te brengen ter voortzetting van het geding, tenzij sprake is van beëindiging van het geschil door middel van een minnelijke regeling. Het hof begrijpt dat beide partijen zich thans niet langer gebonden achten aan de op 11 januari 2016 gesloten vaststellingsovereenkomst. [geïntimeerde] heeft immers om hervatting verzocht en [appellant] is daarmee akkoord gegaan. In zijn akte heeft [appellant] het hof verzocht de zaak opnieuw te beoordelen en geen rekening te houden met het “schikkingsvoorstel”. [geïntimeerde] heeft in zijn antwoordakte opgemerkt dat partijen waren overeengekomen dat in het geval de vaststellingsovereenkomst niet zou worden nagekomen, de procedure zou kunnen worden voortgezet. Aldus is kennelijk sprake van ontbinding van die overeenkomst met wederzijds goedvinden. Van een minnelijke regeling is derhalve geen sprake meer zodat het verzoek tot hervatting zal worden toegewezen.

3. Voordat het hof toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak, moet eerst het volgende worden opgemerkt. Het pleidooi in deze zaak heeft plaatsgevonden op 11 januari 2016 ten overstaan van de raadsheren mr. M.P.J. Ruijpers, mr. A.V. van den Berg en mr. M.E. Kokke. Mr. Van den Berg en mr. Kokke zijn thans niet meer werkzaam bij het hof zodat arrest zal worden gewezen door andere raadsheren, te weten door de raadsheren die dit tussenarrest wijzen. Ingevolge de arresten van de Hoge Raad van 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3076) en 15 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:662) zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de vraag of zij in deze situatie opnieuw een mondelinge behandeling wensen ten overstaan van de raadsheren die arrest zullen wijzen.

4. De zaak zal derhalve worden verwezen naar de rol van 16 augustus 2016 opdat partijen bij akte kunnen meedelen of zij opnieuw pleidooi wensen. Indien partijen niet opnieuw pleidooi wensen, zal de zaak naar de rol worden verwezen voor arrest.

5. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

Beslissing

Het hof:

- verwijst de zaak naar de rol van 16 augustus 2016 voor akte uitlaten beide partijen omtrent hetgeen is overwogen onder 3;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.E.H.M. Pinckaers, T.G. Lautenbach en M.P.J. Ruijpers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier.