Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:2084

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
15-04-2016
Datum publicatie
13-07-2016
Zaaknummer
22-003357-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft in een dronken toestand de hem onbekende [aangever 1] op straat mishandeld door hem hard in het gezicht te stompen. [aangever 1] is ten gevolge van deze stomp achterover gevallen en met zijn hoofd hard op de tegels terechtgekomen. Voorts heeft de verdachte in een dronken toestand geürineerd over de tas van een hem onbekende vrouw.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003357-15

Parketnummers: 09-238121-14 en 09-206184-14

Datum uitspraak: 15 april 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 10 juli 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [dag] 1995,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 1 april 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het bij dagvaarding II onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het bij dagvaarding I en het bij dagvaarding II onder 1 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is met toepassing van het bepaalde bij artikel 407, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering beperkt tot de bij dagvaarding I en dagvaarding II onder 1 ten laste gelegde feiten en derhalve niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak van het bij dagvaarding II onder 2 ten laste gelegde.

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [naam] afgewezen. De benadeelde partij heeft zich niet opnieuw in hoger beroep gevoegd. De in het vonnis, waarvan beroep, gegeven beslissing op de vordering van de benadeelde partij is derhalve niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover nog aan de orde in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

Dagvaarding I (parketnummer 09-238121-14)
hij op of omstreeks 22 maart 2014 te Leiden opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [aangever 1]), met een vuist tegen het hoofd en/of in het gezicht heeft geslagen en/of gestompt, (waardoor deze [aangever 1] achterover is gevallen en met zijn hoofd op tegels is terechtgekomen), tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (schedelbreuk), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Dagvaarding II (parketnummer 09-206184-14)
1
hij op of omstreeks 23 september 2014 te Leiden opzettelijk en wederrechtelijk een tas en/of een broek, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt (door over die tas en/of die broek te urineren).

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I en het bij dagvaarding II onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Dagvaarding I (parketnummer 09-238121-14)
hij op of omstreeks 22 maart 2014 te Leiden opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [aangever 1]), met een vuist tegen het hoofd en/of in het gezicht heeft geslagen en/of gestompt, (waardoor deze [aangever 1] achterover is gevallen en met zijn hoofd op tegels is terechtgekomen), tengevolge ten gevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (schedelbreuk), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Dagvaarding II (parketnummer 09-206184-14)
1
hij op of omstreeks 23 september 2014 te Leiden opzettelijk en wederrechtelijk een tas en/of een broek, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt (door over die tas en/of die broek te urineren).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bij dagvaarding I bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Het bij dagvaarding II onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd behoudens ten aanzien van de in eerste aanleg opgelegde straf. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft in een dronken toestand de hem onbekende [aangever 1] op straat mishandeld door hem hard in het gezicht te stompen. [aangever 1] is ten gevolge van deze stomp achterover gevallen en met zijn hoofd hard op de tegels terechtgekomen. Door aldus te handelen heeft de verdachte een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, die als gevolg van het handelen van de verdachte aanzienlijk letsel heeft bekomen en ook nog geruime tijd last heeft gehad van de gevolgen van de mishandeling. Algemene ervaringsregels leren dat slachtoffers van een dergelijk feit nog een lange tijd de psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Dit feit neemt het hof de verdachte zeer kwalijk.

De verdachte heeft voorts geürineerd over de tas van een hem onbekende vrouw. Ook hier was de verdachte onder invloed van alcohol. Hiermee heeft de verdachte de benadeelde financiële schade berokkend en haar overlast bezorgd. Het hof rekent het de verdachte aan dat dit feit slechts een half jaar na de mishandeling van

[aangever 1] heeft plaatsgevonden en dat er opnieuw sprake was van alcoholmisbruik.

In het voordeel van de verdachte houdt het hof rekening met de omstandigheid dat de verdachte zich na zijn handelen heeft bekommerd om [aangever 1] en naar het ziekenhuis is gegaan waar hij was opgenomen.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 maart 2016, waaruit blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het begaan van de bewezen verklaarde feiten onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Het hof is van oordeel dat deze veroordeling – hierbij mede in acht nemende de Justitiële Documentatie van de verdachte ten tijde van onderhavige veroordeling – niet aan het verlenen van een eventuele Verklaring Omtrent Gedrag aan de verdachte voor een functie in de juridische dienstverlening in de weg behoeft te staan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 63, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I en bij dagvaarding II onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bij dagvaarding I en bij dagvaarding II onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout, mr. T.L. Tan en mr. A.S.I. van Delden, in bijzijn van de griffier

mr. L.A.M. Karels.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 april 2016.