Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:1978

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
07-07-2016
Datum publicatie
07-07-2016
Zaaknummer
22-005306-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikelen 83, 83a, 96 lid 2, 132, 134a, 288a, 289 en 289a Sr. Veroordeling ter zake van: met het oogmerk om moord en doodslag met een terroristisch oogmerk voor te bereiden zich gelegenheid, middelen en inlichtingen verschaffen en voorwerpen voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf

en

opzettelijk zich vaardigheden verwerven tot het plegen van een terroristisch misdrijf.

en

een geschrift en afbeelding waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid, verspreiden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat daarin zodanige opruiing voorkomt, meermalen gepleegd;

tot een gevangenisstraf van 4 jaren, waarvan 2 jaren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met bijzondere voorwaarden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen van moord en doodslag met een terroristisch oogmerk, het zich trainen daartoe en het verspreiden van bestanden die tot terroristische misdrijven opruien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Onder redactie van Tina van der Linden – Smit en Kea Kroeks – de Raaij annotatie in IR 2016/123, UDH:IR/13470
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005306-14

Parketnummer: 09-767116-14

Datum uitspraak: 7 juli 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

zitting houdende in de extra beveiligde zittingszaal van de

rechtbank Noord-Holland te Badhoevedorp.

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van

1 december 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

1 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 21 juli en 13 oktober 2015, 6 januari, 30 maart, 1, 2, 9, 20, 23 juni en 7 juli 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

2 Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken ter zake van het onder 1 primair eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde, ontslagen van alle rechtsvervolging ter zake van het onder 1 primair derde cumulatief/alternatief bewezenverklaarde en veroordeeld ter zake van het onder 1 primair tweede cumulatief/alternatief en het onder 2 ten laste gelegde.

Door de verdachte en de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

3 Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet in alle opzichten verenigt.

4 Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 primair eerste cumulatief alternatief is ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien – en overeenkomstig de standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging - niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van hetgeen onder 1 primair eerste cumulatief alternatief is ten laste gelegd.

5 Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep en voor zover op grond van het voorgaande aan de inhoudelijke beoordeling van het hof onderworpen - ten laste gelegd dat:

1.

(toevoeging hof) tweede cumulatief/alternatief

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België, en/of te Syrië en/of te Irak,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om de/het te plegen misdrijf(ven) omschreven in artikel 289 en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht (te weten moord en/of doodslag), te begaan met een terroristisch oogmerk voor te bereiden en/of te bevorderen

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich en/of anderen heeft verschaft en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf en/of

- plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid heeft gebracht of onder zich heeft gehad en/of

- enige maatregel van regeringswege genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, heeft getracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen.

Immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen,

A. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over (de aanschaf van) outdoorspullen wordt gedeeld en/of

B. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over de Jihad en/of (de gewapende strijd in) Syrië en/of de Taliban en/of terrorisme wordt gedeeld en/of

C. zich middels chatberichten geuit over zijn/hun wens zich te begeven naar (het strijdgebied in) Syrië en/of om (vervolgens) deel te nemen aan de gewapende strijd en/of (vervolgens) (als martelaar) te sterven tijdens de Jihad en/of (daarbij) te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals: Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of naar een of meerdere artikel(en) die geplaatst is/zijn op de website www.dewarereligie.nl (waaronder: "Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en/of "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en/of

D. een of meerdere documenten en/of geschriften en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd) en/of

E. zich laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en/of

F. zich begeven op een reis (via Duitsland) naar Turkije met als eindbestemming Syrië en/of

G. in Syrië deelgenomen en/of bijgedragen aan de gewapende Jihad strijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties, althans (een) terroristische organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat,

H. een of meer vuurwapens en/of camouflagekleding voorhanden gehad en/of gedragen;

in welke strijd moorden en/of doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk;

terwijl die voorbereiding en/of bevordering tot moord en/of doodslag zou zijn gepleegd met een terroristisch oogmerk;

EN/OF

(toevoeging hof) derde cumulatief/alternatief

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België, en/of te Syrië en/of te Irak, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of

- kennis en/of vaardigheden heeft verworven en/of (een) ander(en) heeft bijgebracht

tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten:

- opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen met een terroristisch oogmerk en/of de samenspanning tot opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen en/of

- deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven en/of

- moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk en/of de samenspanning tot moord met een terroristisch oogmerk en/of

- opruiing tot (een) terroristisch misdrijf(ven) en/of het ter verspreiding voorhanden hebben en/of verspreiden van (een) ter opruiing tot een terroristisch misdrijf(ven) geschrift(en) en/of afbeelding(en) dan wel deze geschriften en/of afbeeldingen ten gehore brengen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen,

A. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over (de aanschaf van) outdoorspullen wordt gedeeld en/of

B. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over de Jihad en/of (de gewapende strijd in) Syrië en/of de Taliban en/of terrorisme wordt gedeeld en/of

C. zich middels chatberichten geuit over zijn/hun wens zich te begeven naar (het strijdgebied in) Syrië en/of om (vervolgens) deel te nemen aan de gewapende strijd en/of (vervolgens) (als martelaar) te sterven tijdens de Jihad en/of (daarbij) te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals: Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of naar een of meerdere artikel(en) die geplaatst is/zijn op de website www.dewarereligie.nl (waaronder: "Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en/of "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en/of

D. een of meerdere documenten en/of geschriften en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd) en/of

E. zich laten informeren over het afi-eizen naar het strijdgebied in Syrië en/of

F. zich begeven op een reis (via Duitsland) naar Turkije met als eindbestemming Syrië en/of

G. in Syrië deelgenomen en/of bijgedragen aan de gewapende Jihad strijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties, althans (een) terroristische organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat en/of

H. een of meer vuurwapens en/of camouflagekleding voorhanden gehad en/of gedragen en/of

I. zich heeft bekwaamd in het omgaan en/of schieten met (een) (of meer) (automatische) vuurwapen(s) en/of

J. zich door het verrichten van ribaat (het op wacht staan, dan wel het wachtlopen) (verder) heeft bekwaamd in het deelnemen aan, dan wel (verder) ingebed raken in een organisatie/groep die de gewapende (Jihadistische) strijd voert.

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling kan leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België, en/of te Syrië en/of te Irak, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk,

ter voorbereiding van de/het misdrijf/misdrijven

- moord (artikel 289 Wetboek van Strafrecht)

- brandstichting en/of het teweegbrengen van een ontploffing (artikel 157 Wetboek van Strafrecht),

in elk van een of meer misdrijf/misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld, opzettelijk voorwerpen, te weten een of meer vuurwapens en/of camouflagekleding, althans legerkleding en/of outdoorspullen heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 23 april 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of te Antwerpen, in elk geval in België, meermalen,

een geschrift en/of afbeelding en/of (audio)bestand waarin tot een terroristisch misdrijf dan wel enig strafbaar feit en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid,

heeft verspreid, openlijk tentoongesteld en/of aangeslagen en/of om te verspreiden en/of openlijk tentoon te stellen of aan te slaan, in voorraad heeft gehad,

terwijl hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat in het geschrift en/of afbeelding en/of (audio)bestand (telkens) zodanige opruiing voorkomt,

immers heeft verdachte

A. zich middels chatberichten geuit over zijn wens zich te begeven naar (het strijdgebied in) Syrië en/of om (vervolgens) deel te nemen aan de gewapende strijd en/of (vervolgens) (als martelaar) te sterven tijdens de Jihad en/of (daarbij) te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals Jabhat al Nusra en/of Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of naar een of meerdere artikel(en) die geplaatst is/zijn op de website www.dewarereligie.nl (waaronder: "Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en/of "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en/of deze artikelen voorhanden gehad en/of

B. één of meer Jihadistische Youtube films en/of Jihadistische documentatie verspreid via Whatsapp en/of

C. één of meer liederen over de Jihadstrijd voorhanden gehad en/of

D. een afbeelding op social media, te weten (het openbare deel van) zijn persoonlijke Facepagina (op de website www.facebook.com) geplaatst, waarop bij verdachte, staat afgebeeld met een Kalashnikov in zijn handen en waarbij onder meer de tekst "wij zijn beide strijders" is vermeld

E. een of meer afbeeldingen op social media, te weten op (het openbare deel van) zijn persoonlijke Facebookpagina (op de website www.facebook.com), geplaatst van (een of meer) vlag(gen) van bet Islamitisch Kalifaat en/of IS en/of Al Qaida, althans een of meer vlag(gen) die gelieerd kunnen worden aan de Jibadstrijd in Syrië, althans de Jihad, en/of (een) terroristische organisatie(s) (zoals Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabbat Al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of

E. één of meer afbeeldingen voorbanden gehad, waarop bij, verdachte, staat afgebeeld met een Kalashnikov in zijn handen en/of andere afbeeldingen die gelieerd kurmen worden aan de Jibadstrijd in Syrië, althans de Jihad, en/of (een) terroristische organisatie(s) (zoals Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabbat Al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of

F. een poster die met name door de terroristische organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabbat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties wordt gebruikt, voorhanden gehad;

6 Achtergrond

Uit de processtukken, meer in het bijzonder het rapport van [Deskundige 1] en de daarin genoemde en ook elders – zonder noemenswaardige moeite – beschikbare openbare bronnen, blijkt het volgende. In het voorjaar van 2011 is een groot deel van de bevolking van Syrië in verzet gekomen tegen het regime van president Bashar al-Assad. Het (alawitisch-sjiitische) regime probeerde de roep om hervormingen met geweld de kop in te drukken, maar dit bracht het verzet niet tot zwijgen. In reactie op de gewelddadigheden van het regime tegen de (overwegend soennitische) bevolking begon de oppositie zich aan het eind van het jaar 2011 meer en meer gewapenderhand te verzetten. Wat begon als een vreedzaam protest ontwikkelde zich uiteindelijk tot een burgeroorlog.

Naarmate de burgeroorlog vorderde werd deze steeds meer ‘geJihadiseerd’. Tal van Jihadistische groeperingen mengden zich steeds meer en nadrukkelijker als oppositie in de strijd. Hun doel was niet alleen het ten val brengen van het regime van Bashar al-Assad maar ook – of vooral – de vestiging van een streng islamitische staat op het grondgebied van Syrië en de terugkeer naar de ‘zuivere islam’.1 Dit werd onder meer gerechtvaardigd vanuit de ideologie van het salafisme.2 Het Jihadi-salafisme, met Jabhat al Nusra en ISIL (IS) als belangrijke vertegenwoordigers, is een gewelddadige fundamentalistische stroming die alle moslims oproept tot de gewapende strijd (de ‘Jihad’ of heilige oorlog) tegen zowel alle ongelovigen - in het bijzonder de Amerikaanse “kruisvaarders” en de Israëlische “zionisten” als de afvalligen - en de regimes in de moslimlanden die niet louter de islamitische wet implementeren. Sjiieten en Alawieten, waartoe ook de leden van de familie Assad behoren, worden door de aanhangers van deze stroming als afvalligen gezien waarvan is toegestaan ze te doden.3 De strijd in Syrië lijkt vanaf 2102 niet langer om het omverwerpen van het Syrische leger en/of het regime van Assad te gaan, maar is een sektarische strijd geworden van soennieten tegen alawieten en sjiieten.4 Geweld, vooral strijden en sterven voor het geloof, is een belangrijke component van deze Jihadistische ideologie.5 De Jihadistische beweging vormt de motor achter de huidige wereldwijde terroristische golf die wordt uitgevoerd onder het mom van een religieus gewapende strijd, de Jihad.6 Men verkondigt de boodschap via het internet en doet een beroep op alle ‘ware’ gelovigen; in het Jihadistische gedachtegoed staat het concept van de umma, de wereldwijde moslimgemeenschap, centraal. Omdat er een band bestaat tussen alle moslims, is ieder conflict waarbij moslims zijn betrokken, van belang voor hun broeders en zusters elders in de wereld. Dit schept in principe de plicht voor alle moslims, ook in Nederland, deel te nemen aan de strijd die bijdraagt aan de bevrijding van andere broeders en zusters.7

Aanvankelijk kwamen veel Jihadistische opstandelingen uit Syrië zelf, maar al gauw werd het land een bestemming voor niet-Syrische Jihadisten. Buitenlandse strijders, eerst voornamelijk uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Azië, later ook uit Europa, zijn naar Syrië gereisd om zich te mengen in de strijd. Dit geldt ook voor Nederlandse jongeren.8

In de strijd tegen het regime van Assad heeft zich vanaf het voorjaar 2013 ook een (voorheen) aan Al-Qa’ida gelieerde groep gemengd die eerder actief was in Irak. Het gaat hierbij om de Islamitische Staat in Irak en al-Sham (ISIS, ook wel bekend als IS, ISIL of DAESH). ISIS stond onder leiding van de Irakees Abu Bakr al-Baghdadi en heeft zich later omgedoopt tot de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL). In een audioboodschap die op 8 april 2013 op internet wordt geplaatst verklaart Abu Bakr al-Baghdadi dat zijn organisatie samengaat met Jabhat al-Nusra in een nieuwe organisatie “the Islamic State of Iraq and the Levant” (ISIL).9 Op 29 juni 2014 heeft ISIS het door hen verklaarde kalifaat uitgeroepen en is ISIL omgedoopt in de Islamitische Staat (IS). Als ‘kalifaat’ claimt IS het religieus, politiek en militair gezag over alle moslims over de gehele wereld. Geweld is inherent aan deze Jihadistische organisatie. Het wordt dagelijks gebruikt, verheerlijkt en gepredikt. Met name de in hun ogen ongelovigen (kuffar) zijn het slachtoffer van door IS toegepast of opgeëist extreem geweld geworden.10 Tijdens militaire operaties en het uitoefenen van de macht in de door hen veroverde gebieden in Syrië en Irak bedient IS zich (onder meer) van (zelf)moordaanslagen, executies, mishandeling, verkrachting, gijzelingen en martelingen, o.a. met als doel “to spread terror among civilians, a violation of international humanitarian law”.11

Evenals Jabhat al-Nusra, maakte ISIL zich tijdens militaire operaties en in de door hen veroverde en bezette gebieden schuldig aan oorlogsmisdaden en andere ernstige schendingen van het internationaal humanitaire recht. Beide organisaties zijn door de VN aangemerkt als terroristische organisaties en op 30 mei 2013 op de VN-Sanctielijst geplaatst.12

7 Standpunten

7.1

Standpunt van het openbaar ministerie

7.1.1.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 1 primair tweede cumulatief ten laste gelegde heeft het openbaar ministerie betoogd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte voorbereidingshandelingen ex artikel 96 lid 2 heeft gepleegd. Alle ten laste gelegde feitelijke handelingen (A tot en met H) kunnen worden bewezen. Deze uitvoeringshandelingen, in onderling verband bezien, leiden tot de conclusie dat de verdachte het oogmerk heeft gehad om moord en/of doodslag voor te bereiden of te bevorderen. Het is voorts een feit van algemene bekendheid dat de in Syrië vechtende Jihadistische strijdgroepen zich op grote schaal schuldig maken aan grove mensenrechtenschendingen met mede als doel de bevolking van die gebieden als ook de bevolking van westerse landen vrees aan te jagen. Dit is voor de verdachte volstrekt duidelijk geweest. Door zich aan te sluiten bij de Jihadistische strijdgroepen en daadwerkelijk deel te nemen aan de gewapende strijd heeft hij zich schuldig gemaakt aan voorbereiding van het plegen van moord en doodslag met een terroristisch oogmerk.

Ten aanzien van het onder 1 primair derde cumulatief ten laste gelegde heeft het openbaar ministerie zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte vanaf het moment dat hij wilde afreizen naar Syrië om zich aan te sluiten bij de gewapende strijd inlichtingen heeft ontvangen over de reis en kennis heeft opgedaan via het bezoeken van websites over de gewapende strijd. Ook is hij op zoek gegaan naar winkels waar hij outdoor-kleding kan kopen, hetgeen hij ook heeft gedaan. Dit alles stond in het teken van de deelname aan de gewapende strijd en daarmee is er naar de mening van het OM een direct verband tussen de verweten handelingen en het trainen voor terrorisme, in de vorm van een virtueel trainingskamp. De verdachte heeft zich vervolgens tijdens zijn verblijf in Syrië bekwaamd in het omgaan en het schieten met (automatische) vuurwapens, hetgeen blijkt uit zijn eigen verklaring ter terechtzitting in hoger beroep en uit de zich in het dossier bevindende foto’s waarop de verdachte staat afgebeeld met een Kalasjnikov. Voorts heeft hij zich (verder) bekwaamd in het deelnemen aan de gewapende (Jihadistische strijd) door wacht te lopen/op wacht te staan (ribaat). Uit hetgeen bekend is over verdachtes haat tegenover de Westerse wereld en de ongelovigen, zijn fascinatie voor terroristisch geweld en het radicaliseringsproces dat hij heeft ondergaan kan worden afgeleid dat het opzet van de verdachte gericht was op het gebruik van die kennis en vaardigheden voor het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf waarmee het plegen van een terroristisch misdrijf wordt vergemakkelijkt. Het opzet van de verdachte blijkt ook uit het karakter van de door verdachte gevolgde training.

7.1.2

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte geschriften, afbeeldingen en audiobestanden heeft verspreid waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid en dat hij deze bestanden ter verspreiding in voorraad heeft gehad:

- De onder A ten laste gelegde artikelen heeft de verdachte per Whatsapp naar een onbekend gebleven persoon gestuurd. Deze artikelen hebben een ontegenzeggelijk opruiend karakter en ondanks dat de verdachte deze artikelen slechts naar één persoon heeft gestuurd heeft de verdachte daarmee beoogd aan de inhoud ruchtbaarheid te geven, zodat aan het vereiste van de openbaarheid is voldaan.

- De onder B, D en E (1) opgenomen opruiingshandelingen betreffen Youtube filmpjes, een document getiteld bevattende een Nederlandse vertaling van een interview met Sheikh al Mujahid el Amir, een foto van de verdachte waarop hij staat afgebeeld met een Kalasjnikov in zijn handen en daarbij de tekst ‘wij zijn beide strijders en een aantal op zijn (openbare) Facebookpagina geplaatste vlaggen. Deze films, foto’s en documenten hebben naar het oordeel van het openbaar ministerie ontegenzeggelijk een opruiend karakter nu zij in ieder geval indirect een duidelijke en onmiskenbare oproep tot het plegen van terroristische misdrijven behelzen.

Ter zake van de onder C, E (2) en F opgenomen opruiingshandelingen dient naar mening van het openbaar ministerie vrijspraak te volgen.

7.2.

Standpunt van de verdediging

7.2.1

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 1 primair tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte naar Syrië is vertrokken om tegen Assad te strijden. In de periode dat verdachte zich in Syrië bevond, was IS nog niet zo duidelijk aanwezig als nu en was het kalifaat nog niet gevestigd. Net als veel anderen in die tijd werd de verdachte geraakte door de berichtgeving over hetgeen zijn broeders en zusters in Syrië werd aangedaan en hij wilde helpen. De verdachte heeft in hoger beroep verklaard dat hij heeft deelgenomen aan de gewapende strijd en dat hij daar heeft gedaan wat hij zich had voorgenomen: gestreden tegen Assad. Niet kan worden vastgesteld dat hij tegen anderen dan handlangers van Assad heeft gestreden. Algemene redeneringen over wat er zoal in het algemeen in Syrië gebeurt en gebeurd is kunnen dan niet anders maken. Ook de overweging van de rechtbank dat de verdachte door het tegen Assad op te nemen als vanzelfsprekend ook heeft deelgenomen aan het zaaien van dood en verderf onder ieder die het extreem fundamentalistische geloof van de Jihadistische strijdgroepen niet deelt is te generaliserend om als bewijsoverweging te kunnen worden gehanteerd. Het blijkt uit niets dat de verdachte hieraan heeft deelgenomen.

Het deelnemen aan de gewapende strijd in Syrië levert voorts naar de mening van de verdediging weliswaar voorbereidingshandelingen tot moord en/of doodslag op, maar niet kan worden gezegd dat de deelname aan de gewapende strijd op zichzelf een terroristisch oogmerk oplevert. Niet elk gewapend optreden van een burger tegen een zittend abject regime levert een terroristisch oogmerk op, enkel omdat het oogmerk is het verjagen van dat regime. De verdediging stelt zich op het standpunt dat een ander oogmerk dan het dwingen van het regime van Assad niet bewezen kan worden en dat aan dít dwingen de wederrechtelijkheid ontbreekt, althans niet onder artikel 83a Sr valt. Om die reden dient er naar de mening van de verdediging ontslag van alle rechtsvervolging ter zake van dit feit te volgen.

Voorts heeft [verdachte] deelgenomen aan de gewapende strijd om de onderdrukte bevolking te helpen beschermen tegen een abject regime dat systematisch ernstige schendingen pleegt van fundamentele mensenrechten. De constante aanvallen, bombardementen en het gebruik van gifgas door Assad zijn steeds ogenblikkelijke wederrechtelijke aanrandingen waartegen je een ander mag beschermen en aldus komt de verdachte ene beroep op noodweer toe. Ook om die reden dient volgens de verdediging ontslag van alle rechtsvervolging te volgen.

Ten aanzien van het onder 1 primair derde cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte terecht door de rechtbank is vrijgesproken van het verwerven van kennis en/of vaardigheden en van het zich verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen van de andere (dan moord/doodslag) in de tenlastelegging genoemde misdrijven en dat de rechtbank voorts van de wel bewezen onderdelen van deze variant terecht heeft geoordeeld dat deze handelingen niet kunnen worden gekwalificeerd als training als bedoeld in artikel 134a Sr. Voorts geldt ook bij dit ten laste gelegde feit dat de verdachte zich kan beroepen op noodweer en dat de verdachte aldus dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

7.2.2

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Bij de feitelijke handeling zoals onder A is ten laste gelegd kan naar de mening van de verdediging niet worden gesproken van opzet op het laten plegen van strafbare feiten door een derde, nu de opzet van de verdachte er evident op is gericht zijn eigen beslissingen van argumenten te voorzien. Er is geen opzet op opruiing en daarnaast heeft de verdachte niet beoogd ruchtbaarheid te geven aan de inhoud van deze berichten nu de berichten slechts naar één persoon zijn gestuurd. In de terminologie ‘verspreiden’ zicht het vereiste van toezending aan meer dan één ontvanger ingebakken. In de visie van de verdediging heeft de rechtbank de verdachte aldus terecht vrijgesproken op onderdeel A, evenals op de onderdelen C, E(2) en F.

Ook op voor onderdeel E(1) dient volgens de verdediging vrijspraak te volgen. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat het plaatsten van vlaggen een (indirecte) oproep inhoudt tot het plegen van terroristische misdrijven. De enkele verheerlijking van de gewapende strijd is niet strafbaar.

Voor de onder B en D ten laste gelegde onderdelen refereert de verdediging zich aan het oordeel van het hof.

8. Vastgestelde feiten 13

Uit het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep en uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen is het navolgende gebleken.

A. Voorafgaand aan het vertrek naar Syrië

Op 10 juli 201314 is verdachte in Antwerpen15 naar zijn opvatting volgens de islamitische wet ‘getrouwd’16 met [medeverdachte], die hij kort daarvoor, rond maart 2013, via internet had leren kennen.17

Op 17 juli 2013 werden de verdachte en [medeverdachte] aangehouden op station Rotterdam Centraal.18 Omdat op dat moment op verdachte geen verdenking rustte, werd hij (anders dan [medeverdachte]) direct weer in vrijheid gesteld. De twee sporttassen die de verdachte en [edeverdachte] bij zich hadden, werden evenwel in beslag genomen. In één van de sporttassen werd onder andere nieuwe outdoor spullen, waaronder bergschoenen en regenkleding, van de verdachte aangetroffen.19 De kleding was nieuw (de prijskaartjes zaten er nog aan) en bestemd voor een verblijf in Syrië.20 In de sporttas werd tevens een zwarte hoofdband aangetroffen met daarop een religieuze Arabische tekst (“Er is geen God enkel dan Allah en Mohammed is zijn profeet”).’21 Volgens de verdachte betrof dit een stereotype Mujahedeen band is die door strijders in Syrië wordt gedragen.22

Ook werd in één van de sporttassen een Sony laptop en 2 mobiele telefoons van het merk Apple (hierna: iPhone) en Samsung van de verdachte aangetroffen, die nader zijn onderzocht.

In de in beslaggenomen Samsung werden uitgaande oproepen naar Syrische telefoonnummers aangetroffen, alsmede sms-berichten verzonden door Syrische telefoonnummers, onder meer van en naar het Syrische telefoonnummer 963947801327. Genoemd telefoonnummer is op dat moment in gebruik bij ‘Oum Salmaan’. In een aantal sms-berichten werd advies gegeven over de reisroute naar Syrië.23 De gebruiker van het Syrische telefoonnummer noemde zich ‘[alias persoon 1]’. Een van de sms-berichten bevatte de tekst: “Zorg er eerst voor dat jullie in Turkije raken. Ik kan je alvast vertellen dat je in Antakya moet geraken. Hoe en wat precies kan ik pas als je in Turkije bent zeggen”.24 Uit het Context-onderzoek is gebleken dat voornoemd telefoonnummer in gebruik is bij [persoon 1], die zich onder meer [alias persoon 1] noemt. [persoon 1] is rond 12 juli 2013 naar Syrië gereisd en getrouwd met een Jihadstrijder. [persoon 1] had voor haar vertrek contact met [medeverdachte].25 Zij bevindt zich in een gebied in Syrië dat onder controle is van ISIS en staat in direct contact met Jihadstrijders en hun vrouwen. Op haar facebook profiel betuigt zij haar steun aan de terreurgroep ISIS.26

Uit onderzoek naar de internetgeschiedenis van de inbeslaggenomen Sony laptop is gebleken dat verdachte in de periode van 2 tot en met 5 juli 2013 websites heeft bezocht over (de aanschaf van) outdoor spullen, de Jihad, (de gewapende strijd in) Syrië, de Taliban en terrorisme. Er is gezocht op termen als ‘Jihad’, ‘Syrië’ en ‘Taliban’.27

Tevens zijn er sites bezocht met betrekking tot een terreurdreiging op de Olympische Spelen in Rusland. Op de laptop stonden audiobestanden van YouTube die in de periode maart 2013 tot en met juli 2013 op de computer zijn geplaatst. Dit betroffen 19 liederen over de Jihadstrijd en over de martelaarsdood.’28 Op de achtergrond van een aantal gezongen liederen zijn o.a. de geluiden van machinegeweren en bommen te horen. Na vertaling bleek dat in deze liederen geweldsgebruik en de martelarendood worden verheerlijkt. In een aantal liederen worden ongelovigen, Amerikanen en joden genoemd als vijanden van de islam. Deze liederen bleken via YouTube te beluisteren. De audiobestanden zijn in de periode maart 2013 tot en met juli 2013 op de computer geplaatst.

Ook werden er op de inbeslaggenomen Sony laptop chatberichten aangetroffen tussen ‘maherhatt’ en ‘[alias 1 medeverdachte]’. [alias 1 medeverdachte] is een van de aliassen van [medeverdachte]. De chats zijn van enkele weken voor het vertrek van [verdachte] naar Syrië. [verdachte] wijst [medeverdachte] op een YouTube filmpje van een interview van een strijder (mujahid) uit Den Haag over ‘Jihadronselaars’. [medeverdachte] antwoordt met de tekst:

‘Eenieder die niet vecht, of goed zorgt voor de familie, die een strijder achter heeft gelaten, Allah zal hem kwellen met een rampspoed voor de Dag der opstanding” overgeleverd door Abi Dawud van Abi Umamah, moge Allah tevreden met hen zijn’. 29

Op de Sony laptop van verdachte zijn tevens chatberichten tussen verdachte en een onbekend gebleven persoon (‘owner’) aangetroffen. De berichten zijn van 28, 29 en 30 juni 2013. De verdachte schrijft hierin onder meer “mijn dood staat al vast”, “dus als ik sterf tijdens een Jihad, dan is dat maar zo” en “ik heb meerdere malen istikhara gebeden om Allah’s advies om de keuze voor Jihad, ik heb antwoord gekregen, ik weet genoeg en geen enkele iemand gaat het nu nog veranderen, Allahu Alam en heb advies van Allah gekregen voor mijn keuze”. 30

Verdachte verwijst in dit chatbericht voorts naar Jihadistische terroristische organisaties, zoals Jabhat al-Nusra, the Islamic State of Iraq, en de aan Al Qaida gelieerde Organisatie Ansur al Sharia en zet zijn argumenten kracht bij met een verwijzing naar twee artikelen die zijn geplaatst op de website www.dewarereligie.nl, te weten: “Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht” en “Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht!”.31 Op laatstgenoemde website leest wetsgeleerde Hassan een statement voor waarin hij oproept tot de individuele Jihad in Syrië. Hij zei onder meer: “Wij roepen op tot de verplichting om de moslims te steunen en aan te sluiten bij de Jihad in Syrië. Men moet zich aansluiten, zijn geld doneren en waar mogelijk wapens leveren”.

De verdachte heeft verklaard dat ook hij het als een persoonlijke verplichting zag om naar Syrië te gaan en deel te nemen aan de Jihad.32 De verdachte was al voor zijn vertrek goed op de hoogte van de situatie in Syrië; hij volgde volgens zijn verklaring het nieuws van het gebeuren in Syrië heel veel. Hij was zich ervan bewust dat zijn leven in Syrië gevaar liep.33

Verblijf in Syrië

Verdachte is op 17 juli 2013 vanaf Amsterdam via Düsseldorf en Istanbul naar Syrië gereisd.34 [medeverdachte] heeft zich - na haar in vrijheidstelling - in augustus 2013 bij verdachte in Syrië gevoegd.35

Verdachte verbleef in Syrië in Bab el Hawa en omgeving.36 Bab el Hawa (poort van de winden) is een grote grensovergang tussen Turkije en Syrië, gelegen in de provincie Idlib in het noorden van Syrië. Op 19 juli 2012 namen Syrische rebellen de grens van het Vrije Syrische leger over. In september werd daar de Al-Qaida vlag gehesen en omstreeks november 2013 nam het Islamitische Front (al Jahbat al Islamiyya) de grensovergang over. Het Islamitisch Front betreft een samenwerkingsverband van islamitische (deels) Jihadi-salafistische strijdgroepen die ook actief waren op het platteland van de provincie Idlib en op het slagveld regelmatig de samenwerking zochten met Jabhat al-Nusra.37 In de regio van Bab al Hawa waren Jihadstrijders van ISIS actief. Uit nieuwsberichten uit de periode dat de verdachte in de omgeving van Bab el Hawa verbleef bleek van bomaanslagen en terreuracties die werden toegeschreven aan ISIS.38

De verdachte heeft verklaard dat er in het gebied waar hij verbleef meerdere strijdgroepen in het gebied actief waren, te weten Jabhat al-Nusra, het Vrije Syrische Leger en Islamic front. ISIS was er volgens de verdachte ook.39 De verdachte was zich ervan bewust dat er oorlogshandelingen plaatsvonden.40 Bij nader onderzoek naar een op 23 april 2014 onder de verdachte inbeslaggenomen Samsung laptop is gebleken dat de laptop in de periode dat verdachte in Syrië verbleef, namelijk op 12 en 13 januari 2014, verbinding heeft gemaakt met de Wifi netwerken “islamic-front” respectievelijk “islamic-front 2”.41 Islamic front is de Engelse vertaling van een Syrische strijdgroep genaamd: al-Jabhat al-Islamiyyah, die op 21 december 2012 is opgericht en de salafistische ideologie aanhangt.42

Tijdens zijn verblijf in Syrië heeft verdachte op 12 augustus 2013 zijn profielfoto op zijn facebookpagina43 (Maher Amsterdam) gewijzigd. Verdachte staat hierop afgebeeld met zijn rug naar de camera met in zijn rechterhand een automatisch vuurwapen, namelijk een Kalasjnikov. Eén van de reacties op de foto is: “Mijn geliefde broeder in mijn hart, mijn werende kogel en Mujaahid fie sabieli Allaahi. Mijn strijdende vechten in de eerste rijen van Al-Ghyra Wa A1-Barakah. We doen met jullie Jihaad mee elke dag, ik pak hun goden de Sheyateen en jij pakt hun pionnen. Allaahu Akbar!”. Hierop reageerde verdachte met: “Akhi Habibbb, we zijn beide strijders! Allahu Akbar!”.44

Op 5 oktober 2013 heeft verdachte met zijn Syrische telefoonnummer een sms gestuurd naar zijn moeder. Hierin stond: “sorry moeder ik werd onverwachts meegevraagd naar iqtiham (hof: aanval of binnenvallen) daarom was 2 dagen weg, we hadde ons vannacht teruggetrokken om tactische rede ben nu thuis hamdoulah@”. De moeder van verdachte antwoordde: “Zoon, neem altijd aub afscheid van me als je de slagveld op gaat”.45

De verdachte heeft verklaard dat hij tijdens zijn verblijf in Syrië heeft deelgenomen aan de gewapende strijd.46 Hij vond die strijd gerechtvaardigd.47 Hij verklaarde voorts dat het land in oorlog was en dat oorlog dan de Jihad is en dat Jihad je leven, je bezit verdedigen is en dat dit met wapens gebeurt.48 De verdachte verklaarde verder dat hij meerdere keren aan de frontlinie is geweest en dat hij wacht heeft gestaan/gelopen. Aan de frontlinie was de verdachte volgens zijn verklaring gewapend met een Kalasjnikov. Ook heeft hij met een dergelijk wapen geschoten.49

Uit een recent onderzoek naar de leefsituatie van Nederlandse Syriëgangers is gebleken dat de buitenlandse, mannelijke, Jihadgangers na een periode in een aanmeldcentrum of safe house naar trainingskampen worden gebracht. Het militaire curriculum van de aldaar te volgen trainingen is gericht op fysieke ontwikkeling, omgaan met honger en kou, omgaan met verschillende wapens en de uitvoering van gevechtstechnieken en –strategieën. Wapentrainingen lijken in het bijzonder gericht op het leren omgaan met een Kalasjnikov, RPG en met handgranaten. Gedurende de trainingsperiode, die kan uiteenlopen van enkele weken tot een jaar, kunnen rekruten als bewaker worden ingezet in grensgebieden of bij een checkpoint (ribaat).50

Op de na zijn terugkomst uit Syrië inbeslaggenomen iPhone van verdachte stonden diverse foto’s die in Syrië zijn genomen en waar de verdachte in één hand een vuurwapen (Kalasjnikov), blijkens de eigen verklaring van verdachte niet telkens hetzelfde vuurwapen51 vasthoudt en met de andere hand zijn wijsvinger in de lucht steekt, hetgeen betekent: er is geen God dan Allah.52 Op sommige van die foto’s is hij gekleed in camouflagekleding53 en ook is de verdachte op één van de foto’s in schiethouding zichtbaar terwijl hij een (automatisch) vuurwapen gericht houdt op een onbekend doel.54 Over deze foto’s heeft hij verklaard dat deze in Syrië zijn genomen, in de omgeving van Bab El Hawa.55

Terugkomst uit Syrië

De verdachte en [medeverdachte] zijn tot omstreeks 27 januari 2014 in Syrië geweest. 56 Begin februari 2014 zijn de verdachte en [medeverdachte] weer in Nederland aangekomen.57 Op 23 april 2014 is de verdachte in zijn woning aan de [adres] aangehouden. Bij de doorzoeking van zijn woning is een Samsung laptop in beslag genomen. Tevens is een iPhone inbeslaggenomen.58

Bij zijn aanhouding droeg de verdachte een zwarte muts met Arabische tekst en een logo. Deze tekst en logo staan ook op de vlag die bij de in Syrië vechtende Jihadistische groeperingen (ISIS) in gebruik is.59 In de slaapkamer van de verdachte werd voorts een zwarte vlag met de Islamitische geloofsbelijdenis aangetroffen (ik getuig dat (er) geen godheid is (dan) alleen God en ik getuig dat Mohammed de gezant van God is). De afgedrukte tekst en logo zijn dezelfde als de vlag die bij de in Syrië vechtende Jihadistische groeperingen in gebruik is. Gebleken is dat in november 2007 door Islamitische Staat in Iraq een eigen specifieke en nieuwe vlag is ontworpen en in gebruik is genomen. Deze vlag is de officiële vlag van Al Qaida en de Jihadistische beweging wereldwijd. De vlag wordt vanaf 2008 gebruikt door zowel Jihadistische gewapende maar ook door Jihadistisch politieke activistische groepen in het Midden-Oosten en Westen.60 De verdachte wist dat sommige vlaggen door Al Qaida worden gebruikt.61

Onderzoek naar de inbeslaggenomen iPhone van verdachte62, heeft uitgewezen dat hij op 13 april 2014 via WhatsApp documenten en YouTube filmpjes heeft verstuurd. In een filmpje dat door de verdachte naar tien WhatsApp contacten is gestuurd worden strijders te paard met zwaarden getoond en speelde een islamitisch lied (hof: nasheed) met Engelse ondertiteling. De tekst riep op deel te nemen aan de gewapende Jihad.63 Verdachte heeft diezelfde dag aan zes andere WhatsApp contacten een YouTube filmpje verzonden. Het filmpje betrof een speech van een Sjeik in het Arabisch met Engelse ondertiteling en had betrekking op de fatwa (goedkeuring) van de Jihad in Syrië.64

Op de iPhone van verdachte [verdachte] werden tevens duizenden foto’s aangetroffen, waarvan een groot deel betrekking had op de gewapende Jihadi’s. De foto’s zijn in de maanden maart en april 2014 op de iPhone geplaatst. Vastgesteld is dat datum en tijd juist waren ingesteld.65 In de map Audio stonden titels van Jihadistische liederen, gedownload in april 2014. Er stonden Jihadistische filmpjes op de iPhone. Al dit materiaal is na de terugkomst van [verdachte] uit Syrië op de iPhone geplaatst.

Op de iPhone van [verdachte] werden ook chatberichten van 13 april 2014 aangetroffen tussen [verdachte] en ‘Free Aseer Abu Imran 2’. Abu Imran slaat op Fouad Belkacem, één van de oprichters en woordvoerder van Sharia4Belgium.66

[verdachte] geeft tijdens dit chatgesprek aan een document te zullen vertalen dat betrekking heeft op de koning van Marokko. De koning wordt aangeduid met ‘M6’. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voornoemd document heeft vertaald. In het document wordt de democratie afgekeurd, de Koning van Marokko een lafaard genoemd die Allah zou bedriegen en wordt de wens uitgesproken dat een groep als Sharia4Belgium opstaat en de aanval opent op de Taghout (hof: de mensen die in iets anders dan Allah geloven). De tekst is op 20 april 2014 op de Facebook site ‘Free Aseer Abu Imran2’geplaatst.67

Op 21 april 2014 heeft de verdachte via WhatsApp aan zes contacten een foto gestuurd met de tekst: “Strijder voor in Syrië, Je moet het maar kunnen. Solliciteer direct op ikwilnaarSyrië.nl.”68 Op 22 april 2014 heeft verdachte via WhatsApp wederom een YouTube filmpje gestuurd aan zes contacten. In het filmpje werd een toespraak gegeven in het Arabisch. Het filmpje was Nederlands ondertiteld. De toespraak had betrekking op de individuele verplichting van iedere moslim zich aan te sluiten bij de gewapende Jihad.69 Die dag heeft verdachte tevens een document aan zeven WhatsApp contacten verzonden. Dit document betrof een interview met Al Zawahiri, de topman van Al Qaida, over de mujahideen en de gewapende Jihad in Shaam (Syrië).70

Op de Samsung laptop van verdachte werden meerdere documenten71, afbeeldingen72 en bestanden73 aangetroffen met daarop onder andere radicaal-islamitisch materiaal74, afbeeldingen van strijders met islamitische vlaggen, explosies en wapens75 en informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en het martelaarschap.76

Uit onderzoek naar verdachtes facebookaccount tenslotte, is gebleken dat de verdachte sinds 2 maart 2014 actief is onder het facebookaccount “Abou Al Walae Al Maghrebi”.77 Op de profielgegevens van het facebookaccount staat onder Life Events onder andere dat verdachte “Started Working at Fisabilallah (hof: het pad van Allah) met daaronder “Military Service”.78 De coverfoto betreft een afbeelding van de vlag van het Islamitisch Kalifaat, met daaraan toegevoegd een witte cirkel en de bovenste helft van de vlag die Al Qaida gebruikt. De profielfoto betreft een plaatje van de vlag van het Islamitisch Kalifaat. Verdachte heeft op 16 maart 2014 zijn profielfoto en zijn coverfoto gewijzigd. Het betreffen afbeeldingen van de vlag van het Islamitisch Kalifaat met een zwaard eraan toegevoegd respectievelijk de vlag die Al Qaida gebruikt. Op 16 maart 2014 heeft verdachte zijn profielfoto opnieuw veranderd. Ditmaal in een plaatje van de vlag die Al Qaida gebruikt, met hieraan toegevoegd twee zwaarden. Op 31 maart 2014 werd de profielfoto nogmaals veranderd, dit keer in een plaatje van de vlag van het Islamitisch Kalifaat.79

9 Juridische kaders

9.1

Algemene opmerkingen

Aan de verdachte is - kort samengevat – ten laste gelegd:

onder 1 primair:

  • -

    Tweede cumulatief/alternatief: voorbereiding en/of bevordering van het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing, moord en/of doodslag, (te) begaan met een terroristisch oogmerk (art. 96 lid 2 jo. 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a Wetboek van Strafrecht (Sr));

  • -

    Derde cumulatief/alternatief: deelneming en/of medewerking aan training voor het plegen van een (misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een) terroristisch misdrijf (artikel 134a Sr);

onder 1 subsidiair:

- voorbereiding van moord en/of doodslag

onder 2:

- het verspreiden en/of in voorraad hebben van geschriften, afbeeldingen en/of (audio)bestanden waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid (artikel 132 lid 2 Sr);

Het hof zal alvorens het aan de inhoudelijke beoordeling toekomt hieronder eerst het juridisch kader van de ten laste gelegde terroristische misdrijven uiteenzetten.

9.2

Artikel 96 lid 2 Wetboek van Strafrecht


De tekst van artikel 96 Sr luidt als volgt:

1. De samenspanning tot een der in de artikelen 92-95a omschreven misdrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Dezelfde straf is toepasselijk op hem die, met het oogmerk om een der in de artikelen 92-95a omschreven misdrijven voor te bereiden of te bevorderen:

1°. een ander tracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;

2°. gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen tracht te verschaffen.

3°. voorwerpen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf;

4°. plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid brengt of onder zich heeft;

5°. enige maatregel van regeringswege genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, tracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen.

Met de inwerkingtreding van de Wet Terroristische Misdrijven is het bereik van artikel 96 lid 2 Sr sterk uitgebreid. Het is van toepassing op in ieder geval alle terroristische misdrijven waarop een levenslange gevangenisstraf is gesteld zoals moord, doodslag en ook brandstichting indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel (en het feit iemands dood ten gevolge heeft).80

De persoon die met het oogmerk om – voor zover hier van belang gelet op de aan de verdachte verweten gedragingen - de in art. 176b lid 1 (waaronder art. 157 jo. art. 176a lid 1 Sr), art. 288a en art. 289 Sr (begaan met een terroristisch oogmerk zoals bepaald in art. 289a lid 1 Sr) genoemde misdrijven voor te bereiden of te bevorderen

2°. gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen tracht te verschaffen;

3°. voorwerpen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf;

4°. plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid brengt of onder zich heeft;

is ingevolge het bepaalde in art. 96 lid 2 Sr jo. art. 176b lid 2 respectievelijk art. 289a lid 2 Sr strafbaar.

Met de invoering van voorbereidingshandelingen in artikel 96 lid 2 Sr is door de wetgever destijds een belangrijke stap gezet en is het oorspronkelijke wetboek van strafrecht principieel ingrijpend veranderd.81 Waar eerder ten aanzien van de staatsveiligheid het nodig werd gevonden om samenspanning tot een staatsveiligheidsdelict strafbaar te stellen om zo vroegtijdig ingrijpen mogelijk te maken, zijn in 1920 aan de strafbare samenspanning andere strafbare voorbereidingshandelingen toegevoegd die de deelnemingscomponent van de samenspanning ontberen, eveneens met als doel vroegtijdig ingrijpen mogelijk te maken.82 De wetsgeschiedenis leert dat het parlement beducht was voor een al te grote reikwijdte van artikel 96 lid 2 Sr maar stemde uiteindelijk met het wetsvoorstel in nadat duidelijk was dat het bij de strafbare voorbereidingshandelingen telkens niet ging om de voorbereiding van staatkundige veranderingen in algemene zin, maar er uitdrukkelijk sprake moest zijn van de aanwezigheid van het oogmerk bij de dader op het plegen van een concreet misdrijf. Het soort misdrijf moet derhalve vaststaan maar uit de parlementaire geschiedenis kan voorts worden geconcludeerd dat dat misdrijf ook naar tijd en plaats tot op zekere hoogte geconcretiseerd moet zijn. De toenmalige minister van Justitie Heemskerk sprak over een “concreten voorgenomen aanslag” waarbij werd beoogd “de grondwettigen regeeringsvorm of de orde van troonopvolging te vernietigen”.83 Hij merkt in dat verband voorts op dat die “daden gericht moeten zijn op een concreet aangewezen misdrijf”. Dat wordt in de Handelingen in andere bewoordingen meermalen herhaald, waarbij wordt gesteld dat het moet gaan om een "bepaalden revolutieaanslag (...) een concrete revolutiedaad" en niet om een zich in het algemeen voorbereiden op de revolutie.84 Daarmee is volgens het hof bedoeld te zeggen dat het bij artikel 96 lid 2 Sr gaat om het oogmerk op een bepaald strafbaar feit, waarbij op twee manieren eisen kunnen worden gesteld aan de concreetheid van dat strafbaar feit. Enerzijds moet het gaan om een zodanig concreet strafbaar feit dat vastgesteld moet kunnen worden dat het gaat om een misdrijf waarvan de voorbereiding of bevordering strafbaar is gesteld als bedoeld in artikel 96 lid 2 Sr, anderzijds moet het feit ook naar tijd en plaats en mogelijk naar de wijze van uitvoering enigszins concreet zijn.85

Oogmerk

Gelet op de tekst van art. 96 lid 2 Sr is vereist dat de verdachte de gedragingen heeft verricht met het oogmerk het betreffende terroristische misdrijf voor te bereiden of te bevorderen. Anders dan bij de strafbare voorbereiding van artikel 46 Sr volstaat voorwaardelijk opzet op de voorbereiding of bevordering van een terroristisch misdrijf niet.

Voornoemde gedragingen zijn strafbaar ongeacht of de voorbereidende of bevorderende gedragingen resulteren in het plegen van het beoogde misdrijf.

9.3

Artikel 134a Wetboek van Strafrecht

De strafbaarstelling van artikel 134a Sr ziet blijkens de wetsgeschiedenis op een persoon met een fascinatie voor terroristisch geweld die steeds verder radicaliseert, in dat kader plannen maakt met betrekking tot aanslagen en daartoe zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft of tracht te verschaffen of kennis en/of vaardigheden verwerft die zouden kunnen worden ingezet voor het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf.86 Er moet voor kwalificatie onder artikel 134a Sr een voldoende verband bestaan tussen de gedragingen met enige vorm van training voor terrorisme.87 Strafbaar is aldus het op enigerlei wijze meewerken (als trainer) en het deelnemen (als getrainde) aan trainingen voor terrorisme. Het is een gecombineerde strafbaarstelling met een actieve en een passieve kant.88

Het verwijt dat de verdachte wordt gemaakt ziet in de kern op het deelnemen aan trainingen in de zin van genoemd wetsartikel.

Voor degene die training volgt moet de opzet zijn gericht op het gebruik van kennis en vaardigheden tot het plegen van een terroristisch misdrijf of van een misdrijf waarmee het plegen van een terroristisch misdrijf wordt vergemakkelijkt.89 Aantoonbaar moet zijn en bewezen moet worden welk misdrijf de verdachte voor ogen stond waarvoor hij kennis en vaardigheden heeft verworven. Voorts moet het daarbij gaan om een van de misdrijven zoals die limitatief zijn omschreven in de artikelen 83 en 83b Sr. Voor de kwalificatie van het misdrijf van art. 134a Sr is niet vereist dat bewezen wordt dat de bedoeling tot het plegen van een terroristisch misdrijf bestond. Wel dienen de contouren van het voor te bereiden misdrijf zichtbaar te zijn, gelijk als in art. 46 Sr.

Het opzet van degene die de training volgt, zoals in de kern aan de verdachte wordt verweten, kan bijvoorbeeld worden afgeleid uit hetgeen bekend is over de achtergrond van de persoon van de verdachte, waarbij, naast het karakter van de training, de volgende omstandigheden een rol kunnen spelen: diens haat tegen “ongelovigen” en/of “afvalligen” in de Westerse wereld of elders; zijn/haar fascinatie voor terroristisch geweld; het radicaliseringsproces dat de verdachte heeft ondergaan.

9.4

Artikel 132 Wetboek van Strafrecht

Verspreiding van opruiende geschriften of afbeeldingen is strafbaar gesteld in artikel 132 Sr. Dit artikel luidt als volgt:

“1. Hij die een geschrift of afbeelding waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, verspreidt, openlijk

tentoonstelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige opruiing voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.

3. Indien het strafbare feit waartoe bij geschrift of afbeelding wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.”

Onder afbeelding verstaat het hof alles waarin de opruiende bedoeling in beeldende vorm is neergelegd. Een film of video is naar het oordeel van het hof een verzameling van afbeeldingen. Hierna zal het hof bij de bespreking van de feiten onder het begrip bestand verstaan een geordende verzameling van gegevens in elektronische vorm (bijvoorbeeld afbeeldingen en tekst) die door een elektronisch apparaat (bijvoorbeeld computer en smartphone) kan worden gelezen en bewerkt.

Een geschrift of afbeelding is opruiend wanneer het aanzet tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Onder openbaar gezag wordt het Nederlandse openbaar gezag verstaan.90 Tussen het opruiende geschrift of afbeelding en het strafbare feit waartoe wordt opgeruid dient een rechtstreeks verband te bestaan. Voor het verspreiden van een geschrift of afbeelding ter opruiing dat enig resultaat niet is vereist. De dader hoeft voorts niet te weten dat hetgeen waartoe wordt opgeruid, strafbaar is gesteld, laat staan dat hij moet weten welk strafbaar feit het oplevert. Waar het om gaat is dat de dader aan de inhoud van een geschrift of afbeelding ruchtbaarheid wil geven, terwijl hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat het om opruiende geschriften of afbeeldingen ging.91

Naar het oordeel van het hof moet het bij het verspreiden van een geschrift of afbeelding gaan – om daaraan ruchtbaarheid te geven - om het distribueren van meer dan één exemplaar daarvan en aan meerdere personen, doch dit hoeft niet in het openbaar te geschieden. Afhankelijk van het geval kan door middel van het plaatsen van een link op internet een document worden verspreid.

Beoordelingskader artikel 132 Sr

Bij de beoordeling of een uitlating of een geschrift in strafbare zin al dan niet als opruiend moet worden aangemerkt is voorts van belang een toetsing aan de vrijheid van meningsuiting – zoals onder meer beschermd door art. 10 EVRM – die immers tot de fundamenten van de Nederlandse rechtsorde behoort.

De artt. 131 en 132 Sr moeten worden beschouwd als, in het kader van het EVRM toegestane, wettelijke inperking van de vrijheid van meningsuiting die in een democratische samenleving noodzakelijk is. Uit de Europese jurisprudentie moet worden afgeleid dat “noodzakelijk” inhoudt: een dringende maatschappelijke noodzaak (“pressing social need”) waarbij aan de lidstaten een zekere vrijheid toekomt bij de waardering van die noodzaak.92 Bij die waardering moet een afweging worden gemaakt tussen het fundamentele belang van de vrijheid van meningsuiting (het individuele grondrecht) en het fundamentele belang van bescherming van de democratische
(rechts-)staat (het algemene fundamentele maatschappelijke belang) plaatsvinden. Een aanvaardbare beperking van de vrijheid van meningsuiting dient in ieder geval te voldoen aan eisen van proportionaliteit. Tegen deze achtergrond is de vraag in hoeverre de overheid gerechtigd is een inbreuk te maken op het grondrecht niet in algemene zin te beantwoorden zijn, maar zullen, naast de letterlijke betekenis van de uitlating of boodschap, de omstandigheden van het geval uitsluitsel moeten geven. Het hof stelt daarbij voorop dat de strafverzwarende elementen van de artikelen 131 lid 2 Sr en 132 lid 3 Sr van groot belang zijn. Immers, indien het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt, zal in beginsel de democratische rechtsstaat in gevaar zijn. Het hof zal bij de beoordeling van de ten laste gelegde uitingen en goederen ter verspreiding de navolgende omstandigheden en factoren in aanmerking nemen:

- de uitlatingen als geheel;

- de kennelijke bedoeling van de uitlating;

- de context waarin de uitlating heeft plaatsgevonden;

- onder wiens verantwoordelijkheid werd de uitlating gedaan;

- de plaats of gelegenheid waar de uitlating wordt gedaan.

10 Beoordeling van het ten laste gelegde

10.1

Het onder 1 ten laste gelegde

10.1.1

De onder 1 primair tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde voorbereiding van terroristische misdrijven

Het hof dient de vraag te beantwoorden of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de voorbereiding van terroristische misdrijven doordat hij wilde deelnemen aan de gewapende strijd in Syrië en dat hij dit ook daadwerkelijk heeft gedaan. Zoals hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft erkend, heeft de verdachte zich daadwerkelijk naar Syrië begeven om aldaar deel te nemen aan de gewapende strijd. De verklaringen van de verdachte en de overige onder 8 vastgestelde feiten maken dat het hof van oordeel is dat de in de tenlastelegging onder A tot en met H opgesomde feitelijke handelingen kunnen worden bewezen.

Oogmerk om moord en/of doodslag voor te bereiden

De verdachte heeft met de handelingen als omschreven onder A tot en met H het oogmerk gehad om moord en doodslag voor te bereiden (hetgeen door de verdediging ook niet is betwist). Immers, verdachte heeft daadwerkelijk deelgenomen aan de gewapende strijd en die strijd is er ontegenzeggelijk op gericht om tegenstanders te doden en kan ertoe leiden dat burgers om het leven worden gebracht. Verdachte was zich hiervan, getuige onder meer de informatie die hij over de gewapende strijd in Syrië tot zich nam, van bewust. Verschillende handelingen zijn weliswaar op zichzelf beschouwd geen strafbare gedragingen, zoals het bezoeken van websites waarop informatie over de aanschaf van outdoor spullen wordt gedeeld, maar worden dat wel in de context van het gedachtegoed van verdachte zoals onder meer door hemzelf tijdens het onderzoek ter terechtzitting verklaard, en in verband met de overige in de tenlastelegging onder 1 primair genoemde gedragingen in hun onderlinge samenhang bezien.

Terroristisch oogmerk

Het hof sluit zich voor wat betreft de overwegingen over dit onderdeel grotendeels aan bij hetgeen de rechtbank daarover heeft overwogen.

Verdachte wordt primair verweten de voorbereidingshandelingen te hebben gepleegd met een terroristisch oogmerk. Artikel 83 a Sr omschrijft het terroristisch oogmerk als volgt:

“het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.”

Deze omschrijving van het terroristisch oogmerk stemt nagenoeg overeen met die in het Kaderbesluit van de Europese Unie d.d. 13 juni 2002 (PbEU L164), waaraan de wet terroristische misdrijven (Stb. 2044, 290) uitvoering heeft gegeven. In de tekst is steeds uitdrukkelijk sprake van een land en een overheid (of een internationale organisatie). Het artikel heeft dus een brede reikwijdte. Het gaat om misdrijven met een terroristisch oogmerk in welk land ook begaan. Het hof heeft in de parlementaire behandeling van het betreffende wetsvoorstel twee passages aangetroffen die betrekking hebben op terroristische misdrijven begaan tegen een regime dat een bedreiging vormt voor de internationale vrede en veiligheid en/of zich schuldig maakt aan systematische en ernstige schending van fundamentele mensenrechtenschendingen. De leden van de CDA-fractie in de Eerste Kamer stelden de vraag of gewapende acties tegen een dergelijk bewind en de ondersteuning daarvan onder de werking vallen van de artikelen 83a juncto 83 Sr van het wetsvoorstel.93 De regering antwoordde hierop dat bepaalde handelingen nimmer te rechtvaardigen zijn, ook niet als het doel is het ten val brengen van een abject regime. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het vrees aanjagen van de bevolking door aanslagen op de bevolking teneinde een regime te destabiliseren.94 De conclusie moet dus zijn dat deze artikelen ook betrekking hebben op geweldshandelingen met een terroristisch oogmerk begaan tegen een regime met een bedenkelijke reputatie of, zoals in het geval van het huidige Syrië, een ronduit abject regime.

Zoals onder 6 kort is aangeduid, heeft het aanvankelijk vreedzame protest tegen het regime van Assad zich gaandeweg ontwikkelt tot een burgeroorlog waarin Jihadistische strijdgroepen een steeds belangrijker aandeel kregen. De strijd van deze Jihadisten was gericht op het omver werpen van het regime van Assad én op het vestigen van een in hun ogen zuiver islamitische samenleving. Dit eerste valt evident onder het tweede deel van het in artikel 83a Sr gedefinieerde oogmerk (het een overheid wederrechtelijk dwingen). Dat tweede valt zowel onder het tweede deel van het oogmerk als het derde. Het doel is immers de fundamentele politieke structuur van Syrië te vernietigen en in de plaats daarvan een islamitische staat te vestigen. Het is algemeen bekend dat de Jihadistische strijdgroepen in Syrië om hun doel te bereiken dood en verderf zaaien onder ieder die hun extreem fundamentalistische geloof niet deelt. Het geweld dat deze groepen gebruiken, heeft aldus mede de uitdrukkelijke bedoeling grote delen van de bevolking ernstige vrees aan te jagen. Voor verdachte, die een grote belangstelling had voor de ontwikkelingen in Syrië en op de hoogte was van de daar actieve Jihadistische terroristische organisaties, moet dit alles volstrekt duidelijk zijn geweest voor hij naar Syrië reisde om zich bij een van deze organisaties aan te sluiten om zijn aandeel te leveren in de gewelddadige Jihad. Op grond van de onder 8 vastgestelde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte, die daarover overigens niet heeft willen verklaren, tijdens zijn verblijf in Syrië ook daadwerkelijk heeft meegevochten met of aan de zijde van IS(IS) of één daaraan of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisatie althans een (terroristische) organisatie die de gewelddadige Jihad voorstaat. Dit alles maakt dat het hof aan het standpunt van de verdediging, inhoudende dat de verdachte slechts heeft gehandeld met het doel om het regime van Assad omver te werpen en dat alleen dat doel onvoldoende is om een terroristisch oogmerk op te leveren omdat daaraan de wederrechtelijkheid ontbreekt, voorbij gaat.

Het hof komt dan ook evenals de rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereiding van het plegen van moord en doodslag met een terroristisch oogmerk, in alle betekenissen die in artikel

83a Sr zijn omschreven.

10.1.2

De onder 1 primair derde cumulatief/alternatief ten laste gelegde training voor terroristische misdrijven

Het hof ziet zich in het kader van de tenlastelegging voorts voor de vraag gesteld of de door het hof hiervoor vastgestelde feiten, in hun onderlinge samenhang beschouwd, gelet op hun uiterlijke verschijningsvorm, zijn aan te merken als het zich opzettelijke (trachten te) verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, dan wel op het zich werven van kennis en/of vaardigheden tot het plegen van de ten laste gelegde terroristische misdrijven als bedoeld in art. 134a Sr.

Uit de hiervoor onder paragraaf 6 en 8 vastgestelde feiten, in onderling verband en samenhang bezien, is, kort gezegd, het volgende gebleken.

De verdachte heeft voorafgaand aan zijn vertrek outdoor spullen aangeschaft, waaronder camouflage kleding. Deze of sterk daarop gelijkende kleding had hij ook aan tijdens zijn verblijf in Syrië. De verdachte heeft verder verklaard dat hij in Syrië heeft deelgenomen aan de gewapende strijd. Het gebied waar hij verbleef stond onder controle van ISIS of een daaraan gelieerde terroristische organisatie die de Jihad voorstond. Het hof acht het zoals eerder overwogen aannemelijk dat de verdachte zich ook bij een van die organisaties heeft aangesloten. De verdachte is volgens zijn verklaring in Syrië meerdere keren aan de frontlinie geweest, waarbij hij (op) wacht (heeft) gestaan dan wel gelopen, terwijl hij was gewapend met een Kalasjnikov. Hij verklaarde voorts met een dergelijk wapen te hebben geschoten. Gebleken is dat Nederlandse Jihadisten, na aankomst in Syrië, worden getraind in de omgang met wapens en gedurende de trainingsperiode ook als bewaker worden ingezet in grensgebieden of bij checkpoints (ribaat). Aldus is het hof van oordeel dat op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden en de verklaringen van de verdachte de feitelijke handelingen zoals onder A tot en met J zijn ten laste gelegd, wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Voorts is gebleken dat de verdachte, die het Jihadi-salafistische gedachtengoed aanhing en daarvan ook na zijn vertrek uit Syrië nooit afstand van heeft genomen, van heeft genomen, voorafgaand aan zijn vertrek naar Syrië, websites heeft bezocht over de Jihad, (de gewapende strijd in) Syrië, de Taliban en terrorisme. Ook bevatte de laptop van de verdachte audiobestanden van YouTube met liederen over de Jihadstrijd en over de martelaarsdood. De Jihadi-salafisten roepen op tot de gewapende strijd (de ‘Jihad’ of heilige oorlog) tegen zowel alle “ongelovigen” als tegen de regimes in de moslimlanden die niet louter de islamitische wet implementeren. Hierboven onder 10.1.1 heeft het hof geoordeeld dat de verdachte zich heeft voorbereid op het plegen van moord en of doodslag met een terroristisch oogmerk. Dat maakt dat het hof van oordeel is dat tevens kan worden bewezen dat het opzet van de verdachte gericht was op het gebruik van de door de bewezen feitelijke handelingen opgedane vaardigheden voor het plegen van die terroristische misdrijven.

Deze vaststellingen met betrekking tot wat de verdachte bezighield, bezien in samenhang met hetgeen waarmee de verdachte zich bezighield, brengen het hof tot de slotsom dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het zich opzettelijk verwerven van vaardigheden tot het plegen van terroristische misdrijven te plegen zoals hierna in de bewezenverklaring is vermeld.

10.2

Het onder 2 ten laste gelegde

10.2.1

Gedeeltelijke vrijspraak

Evenals de rechtbank – en overeenkomstig de standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging – is het hof van oordeel dat voor de onder C, E(2) en F opgenomen onderdelen vrijspraak dient te volgen.

Naar het oordeel van het hof is voorts niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder A opgenomen bestanden heeft verspreid. Ofschoon deze artikelen ontegenzeggelijk een opruiend karakter hebben en de verdachte dit ook wist, kan - anders dan het openbaar ministerie heeft aangevoerd - niet worden vastgesteld dat is voldaan aan het vereiste dat met de verzending hiervan werd beoogd aan de inhoud daarvan ruchtbaarheid te geven, nu de verdachte de link slechts naar één persoon heeft opgestuurd. De verdachte zal dus ook van dit onderdeel worden vrijgesproken.

Ten slotte is het hof, anders dan het openbaar ministerie en de rechtbank, van oordeel dat voor het onder E(1) ten laste gelegde eveneens vrijspraak dient te volgen. Het hof is met de verdediging van oordeel dat het plaatsen van vlaggen niet een directe of indirecte oproep tot het plegen van terroristische misdrijven inhoudt. Ook van dit onderdeel moet de verdachte aldus worden vrijgesproken.

10.2.2

De onderdelen B en D

Evenals de rechtbank en overeenkomstig het standpunt van het openbaar ministerie is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte de onder deze onderdelen opgenomen bestanden heeft verspreid en dat deze bestanden ontegenzeggelijk een opruiend karakter hebben. Dit is door de verdediging ook niet betwist. De boodschap ervan behelst – in ieder geval indirect – een duidelijke oproep tot het plegen van terroristische misdrijven (het plegen van moord met een terroristisch oogmerk).

11 Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

(toevoeging hof) tweede cumulatief/alternatief

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België, en/of te Syrië en/of te Irak,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om de/het te plegen misdrijf(ven) omschreven in artikel 289 en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht (te weten moord en/of doodslag), te begaan met een terroristisch oogmerk voor te bereiden en/of te bevorderen

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich en/of anderen heeft verschaft en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf en/of

- plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid heeft gebracht of onder zich heeft gehad en/of

- enige maatregel van regeringswege genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, heeft getracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen.

Immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen,

A. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over (de aanschaf van) outdoorspullen wordt gedeeld en/of

B. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over de Jihad en/of (de gewapende strijd in) Syrië en/of de Taliban en/of terrorisme wordt gedeeld en/of

C. zich middels chatberichten geuit over zijn/hun wens zich te begeven naar (het strijdgebied in) Syrië en/of om (vervolgens) deel te nemen aan de gewapende strijd en/of (vervolgens) (als martelaar) te sterven tijdens de Jihad en/of (daarbij) te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals: Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of naar een of meerdere artikel(en) die geplaatst is/zijn op de website www.dewarereligie.nl (waaronder: "Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en/of "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en/of

D. een of meerdere documenten en/of geschriften en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd) en/of

E. zich laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en/of

F. zich begeven op een reis (via Duitsland) naar Turkije met als eindbestemming Syrië en/of

G. in Syrië deelgenomen en/of bijgedragen aan de gewapende Jihad strijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties, althans (een) terroristische organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat en/of

H. een of meer vuurwapens en/of camouflagekleding voorhanden gehad en/of gedragen;

in welke strijd moorden en/of doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk;

terwijl die voorbereiding en/of bevordering tot moord en/of doodslag zou zijn gepleegd met een terroristisch oogmerk;

EN /OF

(toevoeging hof) derde cumulatief/alternatief

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België, en/of te Syrië en/of te Irak, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of

- kennis en/ofvaardigheden heeft verworven en/of (een) ander(en) heeft bijgebracht

tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten:

- opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen met een terroristisch oogmerk en/of de samenspanning tot opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen en/of

- deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven en/of

- moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk en/of de samenspanning tot moord met een terroristisch oogmerk en/of

- opruiing tot (een) terroristisch misdrijf(ven) en/of het ter verspreiding voorhanden hebben en/of verspreiden van (een) ter opruiing tot een terroristisch misdrijf(ven) geschrift(en) en/of afbeelding(en) dan wel deze geschriften en/of afbeeldingen ten gehore brengen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen,

A. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over (de aanschaf van) outdoorspullen wordt gedeeld en/of

B. een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over de Jihad en/of (de gewapende strijd in) Syrië en/of de Taliban en/of terrorisme wordt gedeeld en/of

C. zich middels chatberichten geuit over zijn/hun wens zich te begeven naar (het strijdgebied in) Syrië en/of om (vervolgens) deel te nemen aan de gewapende strijd en/of (vervolgens) (als martelaar) te sterven tijdens de Jihad en/of (daarbij) te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals: Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of naar een of meerdere artikel(en) die geplaatst is/zijn op de website www.dewarereligie.nl (waaronder: "Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en/of "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en/of

D. een of meerdere documenten en/of geschriften en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd) en/of

E. zich laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en/of

F. zich begeven op een reis (via Duitsland) naar Turkije met als eindbestemming Syrië en/of

G. in Syrië deelgenomen en/of bijgedragen aan de gewapende Jihad strijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties, althans (een) terroristische organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat en/of

H. een of meer vuurwapens en/of camouflagekleding voorhanden gehad en/of gedragen en/of

I. zich heeft bekwaamd in het omgaan en /of schieten met (een) (of meer) (automatische) vuurwapen ( s ) en /of

J. zich door het verrichten van ribaat (het op wacht staan, dan wel het wachtlopen) (verder) heeft bekwaamd in het deelnemen aan, dan wel (verder) ingebed raken in een organisatie/groep die de gewapende (Jihadistische) strijd voert .

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 23 april 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of te Antwerpen, in elk geval in België, meermalen,

een geschrift en/of afbeelding en/of (audio)bestand waarin tot een terroristisch misdrijf dan wel enig strafbaar feit en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid,

heeft verspreid, openlijk tentoongesteld en/of aangeslagen en/of om te verspreiden en/of openlijk tentoon te stellen of aan te slaan, in voorraad heeft gehad,

terwijl hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat in het geschrift en/of afbeelding en/of (audio)bestand (telkens) zodanige opruiing voorkomt,

immers heeft verdachte

A. zich middels chatberichten geuit over zijn wens zich te begeven naar (het strijdgebied in) Syrië en/of om (vervolgens) deel te nemen aan de gewapende strijd en/of (vervolgens) (als martelaar) te sterven tijdens de Jihad en/of (daarbij) te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals Jabhat al Nusra en/of Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of naar een of meerdere artikel(en) die geplaatst is/zijn op de website www.dewarereligie.nl (waaronder: "Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en/of "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en/of deze artikelen voorhanden gehad en/of

B. één of meer Jihadistische Youtube films en/of Jihadistische documentatie verspreid via Whatsapp en/of

C. één of meer liederen over de Jihadstrijd voorhanden gehad en/of

D. een afbeelding op social media, te weten (het openbare deel van) zijn persoonlijke Facebookpagina (op de website www.facebook.com) geplaatst, waarop bij verdachte, staat afgebeeld met een Kalasjnikov in zijn handen en waarbij onder meer de tekst "wij zijn beide strijders" is vermeld

E. een of meer afbeeldingen op social media, te weten op (het openbare deel van) zijn persoonlijke Facebookpagina (op de website www.facebook.com), geplaatst van (een of meer) vlag(gen) van bet Islamitisch Kalifaat en/of IS en/of Al Qaida, althans een of meer vlag(gen) die gelieerd kunnen worden aan de Jibadstrijd in Syrië, althans de Jihad, en/of (een) terroristische organisatie(s) (zoals Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabbat Al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of

E. één of meer afbeeldingen voorbanden gehad, waarop bij, verdachte, staat afgebeeld met een Kalashnikov in zijn handen en/of andere afbeeldingen die gelieerd kurmen worden aan de Jibadstrijd in Syrië, althans de Jihad, en/of (een) terroristische organisatie(s) (zoals Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabbat Al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of

F. een poster die met name door de terroristische organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabbat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties wordt gebruikt, voorhanden gehad;.

12 Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

13
13. Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Ten aanzien van de onder 1 derde cumulatief/alternatief onder A tot en met H bewezen verklaarde handelingen:

Ofschoon deze bewezenverklaarde handelingen hebben bijgedragen aan een nadere invulling van het opzet van de verdachte op het zich verwerven van vaardigheden tot het plegen van een terroristisch misdrijf, ontbreekt het bij deze handelingen aan een voldoende verband met enige vorm van training voor terrorisme, zodat deze handelingen niet kunnen worden gekwalificeerd als het deelnemen aan training in de zin van artikel 134a Sr.

Ten aanzien van de onder 1 derde cumulatief/alternatief onder I en J bewezenverklaarde handelingen:

Naar het oordeel van het hof hebben deze bewezenverklaarde handelingen een voldoende verband met enige vorm van training voor terrorisme en kunnen deze handelingen aldus worden gekwalificeerd als het zich verwerven van vaardigheden (het deelnemen aan een training) tot het plegen van een terroristisch misdrijf in de zin van art. 134a Sr.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert met inachtneming van het voorgaande op:

met het oogmerk om moord en doodslag met een terroristisch oogmerk voor te bereiden zich gelegenheid, middelen en inlichtingen verschaffen en voorwerpen voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf

en

opzettelijk zich vaardigheden verwerven tot het plegen van een terroristisch misdrijf.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

een geschrift en afbeelding waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid, verspreiden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat daarin zodanige opruiing voorkomt, meermalen gepleegd;

14 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte heeft gehandeld uit noodweer en dat hij derhalve dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Ter adstructie hiervan wordt hiertoe, kort gezegd, aangevoerd dat de verdachte deel nam aan de gewapende strijd in Syrië om de onderdrukte bevolking te beschermen tegen constante aanvallen, bombardementen, gifgas etc. en andere systematische ernstige mensenrechtenschendingen door het regime van Assad. De daden van bescherming door de verdachte vallen onder noodweer nu aan alle daartoe vereiste voorwaarden is voldaan. Immers, er sprake is van een aanranding van anderen; die voortdurend en daarmee ogenblikkelijk is; de aanranding is wederrechtelijk, want er is sprake van een schending van fundamentele mensenrechten; de verdediging van andermans lijf is noodzakelijk, want de anderen dreigen te worden vermoord; de verdediging is proportioneel, waar met bommen en gifgas wordt gegooid mag je schieten en de verdediging is subsidiair, nu reeds bewezen was dat al andere, minder zware middelen geen enkele bescherming boden en dat het moorden onverminderd door ging, aldus de verdediging.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaten-generaal hebben onder verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad95 gesteld dat een beroep op noodweer niet kan worden aanvaard ingeval de gedraging van degene die zich op deze exceptie beroept, noch op grond van diens bedoeling, noch op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van zijn gedraging kan worden aangemerkt als “verdediging”, maar – naar de kern bezien – als aanvallend moet worden gezien, bijvoorbeeld gericht op een confrontatie of deelneming aan een gevecht. Het handelen van de verdachte, het afreizen naar Syrië, om aldaar deel te nemen aan de gewapende strijd en niet om daar op vreedzame wijze het regime tot verandering te bewegen, kan niet anders dan als een aanval worden gezien zodat de verdachte reeds hierom geen beroep op noodweer toekomt, aldus de advocaat-generaal.

Oordeel van het hof

Zoals het hof reeds hiervoor heeft vastgesteld is de verdachte naar Syrië gereisd waar hij als strijder actief heeft deelgenomen aan de gewapende strijd tegen het Alawietisch regime van Assad en andere afvalligen zoals sjiieten. De verdachte zag die strijd als gerechtvaardigd. De verdachte heeft zich daartoe terdege voorbereid en hij heeft zich vervolgens willens en wetens in de gewapende strijd begeven en aldus de confrontatie met anderen gezocht.

Het hof stelt vast dat op geen enkele wijze aannemelijk is geworden dat de verdachte tijdens die strijd in een zodanige situatie terecht is gekomen dat daarmee het gebruik van geweld ter verdediging van andermans lijf of goederen (waartoe de verdediging zich nadrukkelijk beperkt) kan worden gerechtvaardigd. Het had op de weg van de verdediging gelegen om haar standpunt dienaangaande feitelijk te onderbouwen.

Het hof verwerpt derhalve het verweer en acht het bewezenverklaarde, nu ook overigens geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid uitsluit, strafbaar.

Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat de verdachte immuniteit van strafvervolging geniet nu hij als strijder tegen het regime van Assad gerechtigd was om aan krijgshandelingen deel te nemen, overweegt het hof ten overvloede dat de verdachte, waarvan aannemelijk is geworden dat hij vocht met of aan de zijde van IS of een of meerdere andere daaraan verwante terreurgroepen, naar internationaal humanitair recht niet alleen geen combattantenstatus (en daarmee een combattantenprivilege, dat wil zeggen het recht om rechtstreeks aan krijgshandelingen deel te nemen) toekwam, maar de door deze organisaties gepleegde terreurdaden bovendien in strijd zijn met het humanitair oorlogsrecht en daarmee onder nationaal recht strafbaar zijn.96

Feiten of omstandigheden die het hof tot een ander oordeel hadden moeten of kunnen leiden zijn ook overigens niet aannemelijk geworden.

15 Strafbaarheid van de verdachte

Er is ook voor het overige geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

16 Vordering van de advocaten-generaal

De advocaten-generaal hebben gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan 2 jaren voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar en met de bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zal vallen onder het toezicht van de reclassering en begeleiding van deze instelling zal accepteren;

  • -

    zal worden onderworpen aan elektronisch toezicht voor zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    geen contact mag hebben met de in de laatste reclasseringsrapportage genoemde personen;

  • -

    geen contact mag hebben met personen (en organisaties) die staan vermeld op de sanctielijst terrorisme;

  • -

    op twee kilometer afstand zal blijven van de landsgrenzen met België en Duitsland;

  • -

    zich niet zal begeven op de vliegvelden Schiphol, Rotterdam-The Hague Airport, Eindhoven, Eelde, Maastricht-Aachen Airport.

Ter zake van bovengenoemde bijzondere voorwaarden is gevorderd dat deze dadelijk zullen worden uitgevoerd.

17 Strafmotivering

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt, verkort en zakelijk weergegeven, aan strafbare handelingen ter voorbereiding van moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk. Voorts heeft hij zich schuldig gemaakt aan het zich verwerven van vaardigheden tot het plegen van een terroristisch misdrijf. Tenslotte heeft hij zich schuldig gemaakt aan het verspreiden van geschriften, afbeeldingen en (audio)bestanden waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid.

Het hof acht daartoe bewezen, kort gezegd, dat de verdachte, een aanhanger van het Jihadi-salafisme, zich via sociale media uitvoerig heeft verdiept in het Jihadisme, het (als martelaar) sterven tijdens de Jihad, de gewapende strijd in Syrië en het terrorisme. Vervolgens is hij naar Syrië afgereisd om daar zelf gewapenderhand deel te nemen aan de gewapende strijd tegen het regime van president Assad en anderen die door de verdachte als “ongelovig” worden weggezet en waartegen volgens Jihadisten, zoals verdachte, het plegen van geweld zondermeer is toegestaan. Het hof verwijt de verdachte dat hij met het oog daarop zichzelf op de bewezen verklaarde wijze heeft getraind. Ook de strafbare voorbereidingshandelingen vonden plaats in deze context. Tenslotte is komen vast te staan dat de verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten via sociale media bestanden heeft verspreid die ontegenzeggelijk een opruiend karakter hebben.

Met het deelnemen aan een training voor terrorisme in de zin van artikel 134a Sr alsmede het voornemen en de daartoe gepleegde strafbare voorbereidingshandelingen heeft de verdachte ernstige misdrijven gepleegd. Door de bewezenverklaarde opruiing heeft de verdachte aangezet tot het begaan van strafbare feiten. Dit wordt de verdachte zwaar aangerekend.

Daarbij komt dat terroristische misdrijven, waartoe de bewezenverklaarde feiten behoren, althans in welke context de feiten zijn gepleegd, worden gerekend tot de zwaarste categorie van misdrijven. Terrorisme wordt als een van de ernstigste schendingen van het beginsel van de rechtstaat beschouwd. Het raakt rechtstreeks de openbare orde en/of de veiligheid en stabiliteit van een samenleving en haar burgers. Het is evident dat de samenleving en met name de onschuldige burgers die slachtoffer zijn van terroristisch geweld hiertegen dienen te worden beschermd. Dat het regime van Assad zich zelf mogelijk ook aan ernstige schendingen van het humanitaire recht schuldig maakt, maakt het voorgaande niet anders.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft allereerst deze ernst van de bewezenverklaarde feiten als uitgangspunt te gelden. Het hof heeft zich bij de strafoplegging voorts rekenschap gegeven van de algemene strafdoelen, zoals de vergelding in de context van de feiten, de algemene afschrikking en het mogelijke gevaar van herhaling van het plegen van misdrijven. Bij het bepalen van de op te leggen straf dient voorts een afweging te worden gemaakt, in strafverzwarende en/of verminderende zin, van alle relevante feiten en, zoals hiervoor ook reeds werd overwogen, van eventuele bijzondere persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Bij de bepaling van de strafmaat ten aanzien van het bewezenverklaarde heeft het hof in meer algemene zin getracht aansluiting te zoeken bij min of meer vergelijkbare strafzaken in Nederland.

Het hof heeft bij de op te leggen straf in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 september 2015 niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke misdrijven.

Ook heeft het hof acht geslagen op de adviesrapporten omtrent verdachte van Reclassering Nederland van respectievelijk 6 mei 2014, 17 juli 2014 en 15 oktober 2014 en meer in het bijzonder op de meer recente rapporten van respectievelijk 30 december 2015, 30 mei 2016 en 30 december 2016. Blijkens de recente rapportages leven er bij de Reclassering zorgen over de denkpatronen van verdachte aangezien hij zich in (slechts) enkele maanden tijd is gaan richten op het geloof, islamitisch getrouwd is en is afgereisd naar Syrië. De Reclassering betrekt hierbij dat de verdachte op internet Jihadistische liederen, teksten, foto’s en filmpjes heeft opgezocht en tevens de wens te kennen heeft gegeven dat hij contact wil houden met de mensen die hij tijdens zijn detentie op de Terrorisme-Afdeling heeft leren kennen.

Het hof heeft in straf verminderende zin laten meewegen dat de verdachte ten tijde van het plegen van de feiten nog betrekkelijk jong was en dat hij mede de verantwoordelijkheid draagt voor een gezin.

Bij de strafmaat heeft het hof verder nog enigszins rekening gehouden met het feit dat de verdachte geruime tijd gedetineerd heeft gezeten op een speciale Terrorisme-Afdeling, waar een voor de verdachte zwaar en belastend regime gold, dat ook als zodanig door hem is ervaren.

Tenslotte heeft het hof gekeken of er aanleiding is om een gedeelte van de straf voorwaardelijk op te leggen. Daarbij heeft het hof acht geslagen op de diverse hiervoor genoemde adviesrapporten van de Reclassering en de daarin tot uitdrukking gebrachte zorgen over de denkpatronen van de verdachte. Deze zorgen deelt het hof, met name ook gelet op de ronduit negatieve en afwijzende houding van de verdachte jegens de Nederlandse overheid zoals hij die ter terechtzitting in hoger beroep heeft geuit en niet aannemelijk is geworden dat hij onomwonden afstand heeft genomen van de Jihadi-salafistische denkbeelden. Daarbij komt dat verdachte momenteel in zijn doen en laten (ernstig) wordt beperkt doordat op hem de sanctieregeling terrorisme van toepassing is. Het hof ziet hierin aanleiding om een gedeelte van de straf voorwaardelijk op te leggen, onder oplegging van algemene en bijzondere voorwaarden als na vermeld, zodat de Reclassering vinger aan de pols kan houden en de verdachte samen met de Reclassering kan werken aan zijn re-integratie in de Nederlandse samenleving.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Het hof stelt voorop dat een rechterlijke uitspraak in de regel pas tenuitvoergelegd mag worden nadat zij onherroepelijk is geworden en dat de in art.14e Sr voorziene uitzondering op deze regel met betrekking tot de dadelijke uitvoerbaarheid van de op grond van art. 14c Sr gestelde bijzondere voorwaarden dan wel het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht voor de veroordeelde verstrekkende gevolgen kan hebben. Mede gelet daarop zal de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ervan blijk dienen te geven zich ervan te hebben vergewist dat aan de in art. 14e Sr gestelde voorwaarden is voldaan. Meer in het bijzonder zal hij in een uitspraak waarin ten laste van de verdachte een misdrijf is bewezenverklaard dat is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, als zijn oordeel tot uitdrukking dienen te brengen dat en waarom ernstig rekening ermee moet worden gehouden dat de verdachte wederom zo een misdrijf zal begaan.97

Naar ’s hofs oordeel dient er ernstig rekening te worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De bewezenverklaarde feiten zijn feiten bij uitstek gericht tegen of veroorzaken gevaar voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarbij betrekt het hof de eerder genoemde adviesrapporten van de reclassering alsmede de verklaringen die de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd hetgeen kort gezegd neerkomt op het feit dat de verdachte een ronduit negatieve en afwijzende houding jegens de Nederlandse overheid heeft en niet aannemelijk is geworden dat hij onomwonden afstand heeft gedaan van de Jihadi-salafistische denkbeelden. Voorts neemt het hof in overweging dat de bewezenverklaarde feiten in de kern feiten zijn die bij uitstek gericht zijn tegen of op het gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Al deze omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien rechtvaardigen naar het oordeel van het hof het bevel de bijzondere voorwaarden dadelijk ten uit voer te leggen.

Het hof acht tot slot geen termen aanwezig om, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd, aan de verdachte een langere proeftijd op te leggen dan te doen gebruikelijk.

Tegen de achtergrond van de hiervoor vermelde bijzondere omstandigheden, waarbij strafmatigende omstandigheden van ondergeschikt gewicht zijn, vraagt de ernst van de bewezen verklaarde feiten om oplegging van na te melden straf.

18 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14e, 57, 83, 83a, 96 lid 2, 132, 134a, 288a, 289 en 289a van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 primair eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde;

Verklaart zoals hiervoor overwogen (deels) bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tweede en cumulatief en het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair tweede en derde cumulatief/alternatief en het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) jaren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Stelt voorts de volgende bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich verplicht binnen één week na de uitspraak gedurende de volledige proeftijd dient te melden bij Reclassering Nederland, Bezuidenhoutseweg 179 te Den Haag, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- dat het de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is contact te leggen of te laten leggen met:

- [persoon 2]: geboortedatum 20-12-1989;

- [persoon 3]: geboortedatum 16-09-1988;

- [persoon 4]: geboortedatum 02-01-1991;

- [persoon 5]: geboortedatum 02-03-1996;

- [persoon 6]: geboortedatum 13-06-1993;

zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- dat het de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is zich te bevinden op de volgende internationale luchthavens:

- Schiphol;

- Rotterdam - The Hague Airport;

- Eelde;

- Eindhoven;

- Maastricht Aachen;

dit zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij veroordeelde zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van deze voorwaarde door middel van een GPS gedurende de duur van de proeftijd;

- dat het de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is zich te bevinden in een straal van 5 kilometer rondom de grenzen met België en Duitsland, dit zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij veroordeelde zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van deze voorwaarde door middel van een GPS gedurende de duur van de proeftijd;

- dat de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verplicht is zich in Nederland te bevinden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van deze voorwaarde gedurende de duur van de proeftijd;

- Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

Beveelt dat voormelde voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Heft op het geschorste bevel van de voorlopige hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. R.A.Th.M. Dekkers, mr. T.E. van der Spoel,

mr. G.P.M.F. Mols , in bijzijn van de griffiers mr. E. van Doren en mr. M.Th.A. de Ridder.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 juli 2016.

1 Zie o.a. [Deskundige 1], Van opstand naar Jihad, (Jihadi-)Salafistische groepen en de opstand in Syrië, Kennisdocument, d.d. 1 augustus 2014 en de aldaar genoemde bronnen.

2 AIVD en NCTV, Salafisme in Nederland: diversiteit en dynamiek, september 2015.

3 [Deskundige 1], Van opstand naar Jihad, (Jihadi-)Salafistische Groepen in Syrië, Kennisdocument, 1 augustus 2014, p. 29 en AIVD, Transformatie van het Jihadisme in Nederland. Zwermdynamiek en nieuwe slagkracht (Den Haag, juni 2014), p. 32 en 33.

4 [Deskundige 1], Van opstand naar Jihad, (Jihadi-)Salafistische Groepen in Syrië, Kennisdocument, 1 augustus 2014, p. 20.

5 Als hieronder gesproken wordt over Jihadisme wordt daarmee geduid op deze gewelddadige variant.

6 Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb), Ideologie en strategie van het Jihadisme, december 2009, p. 10.

7 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, Lokale Jihadistische netwerken in Nederland, Veranderingen in het dreigingsbeeld (Den Haag, Juli 2010), p. 15.

8 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, Transformatie van het Jihadisme in Nederland. Zwermdynamiek en nieuwe slagkracht (Den Haag, juni 2014), p. 41-43.

9 [Deskundige 1], Van opstand naar Jihad; (Jihadi-)Salafistische groepen en de opstand in Syria, Kennisdocument d.d. 1 augustus 2014, p. 39 e.a. en de aldaar aangehaalde bronnen.

10 Zie ook: Gerechtshof Den Haag, 27 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:83, r.o. 8.1., alsmede Gerechtshof Den Haag, 20 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1733, r.o. 6.1.

11 Zie o.a. Oral Update if the Independant International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic, d.d. 18.03.2014, p. 4, 6 en 8; Report of the Independant International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic, A/HRC/25/65, d.d. 12.02.2014, p. 7-10.

12 [Deskundige 1], Van opstand naar Jihad, Jihadi-Salafistische Groepen in Syrië, Kennisdocument, 1 augustus 2014, respectievelijk p. 38 en p. 58 en de aldaar aangehaalde bronnen.

13 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van een uit verschillende onderdelen bestaand proces-verbaal met kenmerk 2013-94449 (onderzoek "Context"), van bureau regionale recherche Haaglanden: Zaaksdossier "Zoet", te weten een overzichtsproces-verbaal (genummerd blz. 2 t/m 25), met bijlagen: Ambtshandelingen (AH) (genummerd blz. 1-135), Telefoongesprekken (T) (genummerd blz. 1-6), Aangiften (A) (genummerd blz. l-9), Documenten en Bescheiden (D) (genummerd blz. 1-158), Verhoren Getuigen (G) (genummerd blz. 1-132), Verdachte Verhoren (V) (genummerd blz. 1 t/m 94), rechtshulpverzoeken (RHV) (genummerd blz. 1 t/m 8), Verdachtendossier (genummerd blz. 1 t/m 175), een Beslagdossier (ongenummerd), een Methodiekendossier (genummerd blz. 1 t/m 2, met bijlagen) en een geschrift, te weten het kennisdocument "Van opstand naar Jihad, (Jihadi-)Salafistische groepen en de opstand in Syrië" van [Deskundige 1], Dienst Landelijke Recherche, d.d. 1 augustus 2014.

14 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

15 Verdachte woonde sinds eind 2012, begin 2013 in Antwerpen. Zie het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 23 april 2014, V, p. 2.

16 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 april 2014. V, p. 12; een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 augustus 2013, AH, p. 61.

17 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 april 2014, V, p. 12.

18 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 juli 2013, AH, p. 57.

19 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

20 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

21 Een overzichtsproces-verbaal, d.d. 2 juli 2014, p. 2; een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 februari 2014, AH, p. 1; een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 augustus 2013, AH, p. 61; een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 april 2014, V, p. 13 en 15.

22 Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte, d.d. 24 april 2014, V, p. 15.

23 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 3 februari 2014, AH, p. 54-55.

24 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 3 februari 2014, AH, p. 55.

25 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 mei 2014, AH, p. 271-272.

26 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 mei 2014, AH, p. 271.

27 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 februari 2014, AH, p. 1-3; een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 april 2014, V, p. 26; een proces-verbaal verhoor verdachte inbewaringstelling, d.d. 25 april 2014, onder punt 11 en 12.

28 19 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 februari 2014, AH, p. 1-12 en 30-41; een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 april 2014, V, p. 19-20; een proces-verbaal verhoor verdachte inbewaringstelling, d.d. 25 april 2014, onder punt 14.

29 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 februari 2014, AH, p. 13-29.

30 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 februari 2014, AH, p. 13-29.

31 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 februari 2014, AH, p. 14-16, met bijlage; een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 februari 2014, AH, p. 50-51, met bijlagen.

32 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

33 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

34 Een proces-verbaal verhoor verdachte inbewaringstelling, d.d. 25 april 2014, onder punt 16; een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 23 april 2014, V, p. 2-4.

35 [Deskundige 1], Van opstand naar Jihad, Jihadi-Salafistische Groepen in Syrië, Kennisdocument, 1 augustus 2014, p. 44.

36 De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 1 juni 2016.

37 [Deskundige 1], Van opstand naar Jihad, Jihadi-Salafistische Groepen in Syrië, Kennisdocument, 1 augustus 2014, p. 13 en 65 e.v. en de aldaar aangehaalde bronnen.

38 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 28 april 2014, AH, p. 42-46.

39 De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

40 De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

41 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 6 juni 2014, AH, p. 278, met bijlage.

42 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 6 juni 2014, AH, p. 278; een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 5 juni 2014, V, p. 95 en [Deskundige 1], Van opstand naar Jihad, Jihadi-Salafistische Groepen in Syrië, Kennisdocument, 1 augustus 2014, p. 65-69.

43 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014; een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 april 2014, V, p. 17. De facebookpagina kon door een verbalisant vrij worden benaderd. Zie het proces verbaal van bevindingen, d.d. 5 februari 2014, AH, p. 47.

44 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 5 februari 2014, AH, p. 47; een proces-verbaal verhoor verdachte inbewaringstelling, d.d. 25 april 2014, onder punt 18;

45 Een geschrift, te weten een ambtsbericht van de AIVD, d.d. 1 juli 2014, D, p. 130; een overzichtsproces-verbaal, d.d. 2 juli 2014, p. 8; de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

46 De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 1 juni 2016.

47 Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 23 april 2014, V, p. 2; een proces-verbaal van verhoor verdachte inbewaringstelling d.d. 25 april 2014, onder punt 2, 13 en 15; de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

48 De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

49 De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 1 juni 2016.

50 D. Weggemans, R. Peters e.a., Bestemming Syrië, Een exploratieve studie naar de leefsituatie van Nederlandse ‘uitreizigers’ in Syrië, d.d. 3 januari 2016, p. 47 en de aldaar genoemde bronnen. [Deskundige 1] Van opstand naar Jihad, Jihadi-Salafistische Groepen in Syrië, Kennisdocument, 1 augustus 2014, p. 55

51 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 april 2014, V, p. 23-24. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 juni 2015, V, p. 93.

52 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 april 2014, V, p. 18.

53 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 24 april 2014, AH, p. 71-72, met bijlagen; een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 april 2014, V, p. 25;

54 Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 juni 2015, V, p. 92;

55 Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte, d.d. 5 juni 2014, V, p. 92.

56 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 april 2014, AH, p. 181-184.

57 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 23 april 2014, V, p. 2 en 5; een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 februari 2014, AH, p. 66.

58 Beslagdossier: een verslag van binnentreden en een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 24 april 2014, met bijlage; een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 23 april 2014, V, p. 6.

59 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 april 2014, AH, p. 313-314.

60 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 april 2015, AH, p. 179-180.

61 De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

62 Een proces-verbaal van aanhouding, d.d. 23 april 2014, AH, p. 2-3; een proces verbaal van bevindingen d.d. 30 april 2014, AH, p. 225.

63 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 april 2014, AH, p. 185 en 186.

64 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 april 2014, AH, p. 187. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014.

65 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 april 2014, met als bijlagen diverse foto’s, AH, p. 225-232.

66 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 8 mei 2014, AH, p. 146-153.

67 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 8 mei 2014, AH, p. 146-153.

68 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 april 2014, AH, p. 189.

69 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 april 2014, AH, p. 188.

70 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 april 2014, AH, p. 190.

71 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 9 mei 2014, AH, p. 134-135, met bijlagen.

72 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 6 mei 2014, AH, p. 118-130.

73 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 12 mei 2014, AH, p. 113-115, met bijlage.

74 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 12 mei 2014, AH, p. 115.

75 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 6 mei 2014, AH, p. 125; een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 9 mei 2014, met bijlage, AH, p. 134-145.

76 Een proces-verbaal verhoor verdachte inbewaringstelling, d.d. 25 april 2014, onder punt 14.

77 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 3 november 2014; een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 april 2014, V, p. 17. Het betreft een openbaar facebookprofiel op www.facebook.com. Zie het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 1 mei 2014, AH, p. 233.

78 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 1 mei 2014, AH, p. 233-235, met bijlagen, in het bijzonder op p. 247.

79 Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 1 mei 2014, AH, p. 233-23 5, met bij lagen, in het bijzonder op p. 237, 247, 249; een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 23 april 2014, V, p. 4 en 7; een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 april 2014, V, p. 17.

80 Wet van 24 juni 2004 tot wijziging en aanvulling van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met terroristische misdrijven (Wet Terroristische Misdrijven), Stb. 290. i.w.tr. 10-8-2004.

81 Principieel in die zin dat eerder bij de totstandkoming van het wetboek van strafrecht het niet nodig werd gevonden zelfs ten aanzien van de staatsveiligheid voorbereidingshandelingen strafbaar te stellen :“Zoolang er noch aanslag noch zamenspanning bestaat, noch opruijng in den zin van art. 140, zijn er slechts neigingen en voornemens waar te nemen, die de noodige kenteekenen van vasten wil en van voor den staat dreigend gevaar missen om strafbaar te wezen. Er bestaat geen genoegzame grond, om voor de in dezen titel omschreven misdrijven zoo ver van de algemeene beginselen af te wijken, dat enkel voorbereidende handelingen, door geen begin van uitvoering gevolgd, en nog minder een voorstel dat niet wordt aangenomen, met straffen zullen worden bedreigd”. Aldus de Memorie van Toelichting, Tweede Kamer zitting 1878-1879, 110, MvT, nr. 3, pagina 90.

82 Wet van 28 juli 1920 houdende nadere voorzieningen tot bestrijding van revolutionaire woelingen, Staatsblad no. 619.

83 Memorie van Toelichting, 1919-1920, 428, 2-3.

84 Handelingen Tweede Kamer 1919-1920, 15 juni 1920, 428, p. 2713.

85 Zie ook Rechtbank Noord Holland, 26 mei 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4313; Rechtbank Rotterdam , 18 februari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1264; Gerechtshof Arnhem, 11 maart 2016 ECLI:NL:GHARL:2016:2025; Rechtbank Den Haag, 10 december 2015; ECLI:NL:RBDHA:2015:14365. Anders Rechtbank Gelderland, 15 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3246.

86 Kamerstukken II, vergaderjaar 2008-2009, 31 386, nr. 12 (Brief van de Minister van Justitie), p. 5.

87 HR 31 mei 2016 ECLI:NL:HR:2016:1011.

88 Zie in deze zin ook: Gerechtshof Den Haag, 27 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:83 en het arrest van de HR van 31 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:1011.

89 Kamerstukken II vergaderjaar 2008-2009, 31 386, nr. 8 (Nota naar aanleiding van het verslag), p. 8 en Kamerstukken II, vergaderjaar 2008-2009, 31 386, nr. 12 (Brief van de Minister van Justitie), p. 3-4.

90 HR 3 juli 2012 ECLI:NL:HR:2012:BW5132 en Gerechtshof Den Haag 30 april 2015 ECLI:NL:GHDHA:2015:1082.

91 HR 5 februari 1934, NJ 1934 p. 620.

92 Zie bijvoorbeeld EHRM 7 december 1976, NJ 1978/236 (Handyside) en EHRM 25 november 1997, nr. 18954/91 (Zana vs. Turkije).

93 Eerste Kamer 2003-2004, 28 463, B, p. 9.

94 Eerste Kamer 2003-2004, 28 463, C, p. 11.

95 HR, 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:456.

96 Zie o.a. Gerechtshof Den Haag d.d. 30 april 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1082, r.o. 10.4.3.3.2. en 10.4.2.3.2. en de aldaar aangehaalde bronnen en jurisprudentie.

97 Vgl. HR 10 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:537, NJ2015/236; HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:867.