Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:1747

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
21-06-2016
Zaaknummer
200.170.901/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

onbegrijpelijk beroepschrift

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2016-0177
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Uitspraak : 3 februari 2016

Zaaknummer : 200.170.901/01

Rekestnummers rechtbank : FA RK 14-6296 en FA RK 14-9708

Zaaknummers rechtbank : C/10/464337 en C/10/456522

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verzoekster in hoger beroep, tevens verweerster in incidenteel appel,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. drs. H. Durdu te Rotterdam,

tegen

[verweerder 1] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

verweerder in hoger beroep, tevens verzoeker in incidenteel appel,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. S. Atceken-Ata te Rotterdam.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vrouw is op 3 juni 2015 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 4 maart 2015 van de rechtbank Rotterdam.

De man heeft op 23 juli 2015 een verweerschrift tevens houdende incidenteel appel ingediend.

De vrouw heeft op 22 september 2015 een verweerschrift op het incidenteel appel ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de vrouw:

- op 4 juni 2015 een brief met bijbehorend V-formulier van diezelfde datum met bijlage;

- op 9 juni 2015 een brief van 8 juni 2015 met bijbehorend V-formulier van diezelfde datum met bijlagen.

De zaak is op 27 november 2015 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

- de advocaat van de man.

De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en heeft de rechtbank voorts (voor zover voor het hof thans van belang) de wijze van verdeling van de gemeenschap gelast.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Het meer of anders verzochte is afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.

BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

1. In geschil is de verdeling van de huwelijksgemeenschap.

2. De vrouw verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, te bepalen dat:

  • -

    de man de helft van de dagwaarde van de auto per peildatum aan de vrouw dient te vergoeden, althans een zodanig bedrag als het hof juist acht;

  • -

    de goederen zoals die zijn opgenomen in de goederenlijst aan de vrouw worden toebedeeld met een bevel aan de man om deze zaken binnen veertien dagen na de door het hof te geven beschikking aan de vrouw af te geven.

Kosten rechtens.

3. De man bestrijdt het beroep en verzoekt het hof primair de vrouw in haar verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren dan wel het verzoek van de vrouw af te wijzen, met bekrachtiging van de bestreden beschikking en subsidiair de eerdergenoemde bestreden beschikking te vernietigen en vervolgens de afwikkeling van het huwelijkse vermogen vast te stellen op grond van het bovenstaande voorstel onder randnummer 16 tot en met 20.Het hof begrijpt dat de man het hof verzoekt de schuld aan de vrouw toe te wijzen.

4. De vrouw verzet zich daartegen en verzoekt het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren, althans zijn incidenteel hoger beroep af te wijzen. Kosten rechtens.

5. Het hof ziet aanleiding om het principale en het incidentele hoger beroep gezamenlijk te behandelen.

Verdeling

6. De vrouw persisteert bij haar standpunt in eerste aanleg dat partijen de auto hebben aangeschaft met een door hen gezamenlijk afgesloten lening en dat de man deze zonder haar toestemming kort voor de indiening van het inleidende verzoekschrift heeft verkocht, waarmee hij de gemeenschap bewust heeft benadeeld. Zij legt daarbij een kopie van een leenovereenkomst over. Verder wenst de vrouw in hoger beroep alsnog een lijst van de inboedelzaken over te leggen. Zij persisteert in haar verzoek om het volledige keukengerei en de wasdroger aan haar toe te bedelen en de overige inboedelzaken aan de man, waarbij de man een bedrag van € 1.500,-- aan de vrouw dient te vergoeden wegens overbedeling. De vrouw heeft het incidentele appel van de man bestreden.

7. De man betwist de stellingen van de vrouw ten aanzien van de auto en de inboedelgoederen. Bij wege van incidenteel appel stelt de man de lening bij de vader van de vrouw van € 22.500,-- aan de orde. De man stelt dat deze lening destijds door de vrouw is aangegaan voor de kosten van het huwelijk van partijen. Het geld is ook op haar rekening overgemaakt. De vader van de vrouw heeft de man gevraagd de gehele lening te voldoen, waarop de man kenbaar heeft gemaakt dat hij slechts bereid was de helft te voldoen. Door de vader van de vrouw werd dit niet geaccepteerd en deze heeft opdracht gegeven de man te mishandelen (productie 2 bij het verweerschrift is aangifte van mishandeling). Een paar dagen later, op1 januari 2014, heeft de man onder druk de leningsovereenkomst getekend. In de visie van de man behoort de schuld aan de vrouw toe en dient deze aan haar te worden toebedeeld.

8. Vooreerst stelt het hof vast dat tussen partijen niet in geschil is dat het Turkse recht van toepassing op hun huwelijksvermogensregime.

9. Het hof overweegt vervolgens als volgt. Ter terechtzitting is door beide advocaten, daarnaar bevraagd door het hof, erkend dat zij het Nederlandse recht op hun principale en incidentele appel hebben toegepast. Het hof heeft hen daarop voorgehouden dat het Turkse recht van toepassing is (welk tussen partijen ook niet in geschil is), hetgeen inhoudt een scheiding van goederen in een gemeenschap van aanwinsten, ook wel “deelgenootschap van verwervingen” genoemd. Dit is door de beide advocaten ter terechtzitting ook bevestigd.

10. Op de vraag van het hof om van beide partijen te horen wat de ene partij van de andere partij te vorderen heeft op basis van voormeld toepasselijk huwelijksvermogensrecht, hebben de beide advocaten in hun toelichting volhardt om het Nederlandse huwelijksvermogensrecht toe te passen, waarmee zij hun respectieve verzoeken naar het oordeel van het hof onbegrijpelijk hebben toegelicht. Gelet op het vorenstaande zal het hof de verzoeken van zowel de man als de vrouw in (incidenteel) appel afwijzen.

Proceskosten

10. Het hof ziet geen aanleiding om de verzochte proceskostenveroordeling toe te wijzen en zal, gelet op de familierechtelijke aard van de procedure, de proceskosten tussen partijen compenseren.

11. Dit leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.N. Labohm, A.E. Sutorius-Van Hees en P.M. Van der Zanden, bijgestaan door mr. P.E.C.M. Wittich-de Ridder als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2016.