Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2016:1553

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
07-06-2016
Datum publicatie
21-07-2016
Zaaknummer
200.174.928/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vervoerrecht, expertiserapport opvragen bij agent vervoerder, 843a Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2016/375
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.174.928/01

Zaaknummer rechtbank : C/10/480325 / KG ZA 15-774

arrest van 7 juni 2016

inzake

1 Innoverde B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

2. Cool Fresh International B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

3. Achmea Schadeverzekeringen N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

appellanten in principaal appel,

verweersters in incidenteel appel,

hierna gezamenlijk te noemen: Innoverde c.s., en ieder afzonderlijk Innoverde, Cool Fresh en Achmea,

advocaat: mr. N.R. Huiskamp te Moerdijk,

tegen

1 CMA-CGM (Holland) B.V.,

gevestigd te Rhoon, gemeente Albrandswaard,

2. BMT Surveys (Rotterdam) B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerden in principaal appel,

appellanten in incidenteel appel,

hierna gezamenlijk te noemen: CMA c.s., en ieder afzonderlijk CMA en BMT,

advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam.

Het geding

1.1.

Bij exploot van 10 augustus 2015 is Innoverde c.s. in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Rotterdam tussen partijen gewezen vonnis in kort geding van 23 juli 2015.

Bij memorie van grieven met producties heeft Innoverde c.s. drie grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord met producties heeft CMA c.s. de grieven bestreden en tevens incidenteel appel ingesteld. Innoverde c.s. heeft hierop gereageerd bij memorie van antwoord in incidenteel appel, tevens houdende een hernieuwd verzoek om spoedbehandeling.

1.2.

Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

2.1.

Het gaat in deze zaak om het volgende:

a. Innoverde importeert, verhandelt en exporteert groente en fruit. Cool Fresh importeert, verhandelt en exporteert eveneens groente en fruit en heeft daarnaast een koelopslagbedrijf voor deze goederen. De ondernemingen zijn zusterbedrijven.

b. Achmea is de transportschadeverzekeraar van Innoverde en Cool Fresh voor het hierna beschreven vervoer.

c. Omstreeks juni 2015 hebben Innoverde en Cool Fresh ieder partijen verse ananas ingekocht.

d. Medio juni 2015 heeft de Franse rederij CMA-CGM S.A. (hierna: de vervoerder) het vervoer op zich genomen, zowel tegenover Innoverde als tegenover Cool Fresh, van deze partijen ananas van Moin (Costa Rica) naar Rotterdam. De partij ananas van Innoverde is vervoerd in twee reefer containers aan boord van de m/v Marianne Schulte. De partij ananas van Cool Fresh is eveneens aan boord van dit schip vervoerd in circa twintig reefer containers. Op het vervoer zijn de Hague-Visbey rules (HVR) van toepassing en daarnaast de cognossementsvoorwaarden van vervoerder.

e. De Marianne Schulte arriveerde in Rotterdam op 25 juni 2015.

f. Op 26 juni 2015 nam Innoverde de voor haar bestemde containers in ontvangst, waaronder container TRIU807757/3; aan de lading van die container bleek schade te zijn ontstaan.

g. Op 25 juni 2015 nam Cool Fresh de voor haar bestemde containers in ontvangst, waaronder container TRLU174130/3; aan de lading van die container bleek schade te zijn ontstaan (hierna worden deze container en de schade-container bedoeld onder f aangeduid als: de containers).

h. CMA is vertegenwoordiger (agent) van de vervoerder en door deze belast met de afwikkeling van schadeclaims voor (onder meer) zendingen met loshaven in Nederland. Alle aandelen in CMA worden gehouden door CMA-CGM Holding B.V. Alle aandelen van Holding worden gehouden door CMA-CGM Agencies worldwide. Grootaandeelhouder van deze vennootschap is CMA-CGM S.A. (de vervoerder).

i. BMT heeft in opdracht van de vervoerder onderzoek verricht naar de aard en/of omvang van de schade en hiervan rapporten opgemaakt (hierna: de expertiserapporten).

2.2.

In dit geding heeft Innoverde c.s. op de voet van art. 843a van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) inzage, althans afschrift gevraagd van de in het bestreden vonnis onder 3.1. I A tot en met F genoemde bescheiden, waaronder de expertiserapporten.

2.3.

De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen.

2.4.

De grieven in het principaal appel komen erop neer dat de voorzieningenrechter is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting en meer speciaal de criteria van art. 843a Rv onjuist heeft toegepast. De enige grief in het incidenteel appel klaagt erover dat de voorzieningenrechter een spoedeisend belang heeft aangenomen.

2.5.

De grief in het incidenteel appel strekt het verst. Immers, indien spoedeisend belang ontbreekt bij de gevraagde voorziening, dient deze reeds om deze reden te worden afgewezen. Het hof zal deze grief daarom als eerste bespreken.

2.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat de Hague-Visby rules van toepassing zijn op het onder 2.1.d. bedoelde vervoer. Ingevolge deze rules is de termijn om een vordering tegen de vervoerder aanhangig te maken één jaar na aflevering. Innoverde c.s. wenst duidelijkheid over haar processuele positie binnen deze termijn die binnenkort verstrijkt. Dat is in dit geval voldoende voor het aannemen van een spoedeisend belang. CMA c.s. heeft er weliswaar op gewezen dat de termijn om een vordering in te stellen voor de bevoegde rechter (in dit geval in Marseille) ruim voldoende is, maar hiermee wordt niet ontkend dat Innoverde c.s. er belang bij heeft om voorafgaande aan het instellen van die vordering inzicht te krijgen in de mogelijkheden en onmogelijkheden van haar stellingname en haar kans op succes in te schatten. De grief in het incidenteel appel faalt derhalve.

2.7.

Het hof begrijpt het principaal appel aldus dat Innoverde c.s. beoogt – op grond van de in haar grieven aangevoerde argumenten – een herbeoordeling van haar vordering te krijgen. Dienaangaande geldt het volgende.

2.8.

Ingevolge art. 843a lid 1 Rv kan hij, die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten, inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.

Ingevolge het vierde lid is degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

2.9.

Niet in geschil is dat tussen Innoverde en Cool Fresh enerzijds en de vervoerder anderzijds (telkens) een rechtsbetrekking bestaat in de vorm van een vervoerovereenkomst. Evenmin is in geschil dat de gevraagde bescheiden betrekking hebben op deze rechtsbetrekkingen. Wat betreft de eis dat het moet gaan om bepaalde bescheiden, heeft CMA c.s. in de eerste aanleg nog het verweer gevoerd dat sprake is van een fishing expedition. Naar het oordeel van het hof is daarvan echter geen sprake, nu duidelijk is van welke concrete bescheiden Innoverde c.s. afschrift wenst te ontvangen en in welk kader zij haar vordering plaatst.

Met betrekking tot CMA en BMT staat voorts vast dat zij beide geen partij zijn bij de vervoerovereenkomst, zij het dat CMA optreedt als agent voor de vervoerder en in zoverre wel betrokken is bij (de afwikkeling van) het vervoer. Nu CMA en BMT ieder een andere positie innemen, dient de vordering jegens ieder van hen afzonderlijk te worden beoordeeld.

2.10.

Wat CMA betreft geldt dat vast staat dat zij door de vervoerder is aangewezen als schadeafwikkelingsadres; Innoverde c.s. dient zich voor haar schade tot CMA te wenden. Voor zover CMA beschikt over bescheiden die duidelijkheid kunnen scheppen omtrent de gestelde schade ligt het dan voor de hand dat zij die bescheiden ter inzage geeft, dan wel afschrift daarvan verstrekt.

CMA heeft niet gemotiveerd ontkend dat zij beschikt over de expertiserapporten, zij het dat zij stelt (en Innoverde c.s. betwist dit als zodanig niet) dat zij niet beschikt over de bijlagen daarbij. Haar argument om inzage in de rapporten te weigeren is dat deze dezelfde informatie bevatten als de twee door Innoverde c.s. reeds overgelegde expertiserapporten van de eigen expert van Innoverde c.s. Dit argument is niet steekhoudend. Dat er volgens CMA niets nieuws in de rapporten staat, is daarmee voor Innoverde c.s., die dit (bij gebrek aan wetenschap) ontkent, niet inzichtelijk gemaakt. Daarbij komt dat, mocht CMA al gelijk hebben wat de door haar gestelde, maar niet inzichtelijk gemaakte gelijkluidendheid van de rapporten betreft, niet valt in te zien welk (zwaarwichtig) belang zij heeft om de rapporten achter te houden. In elk geval heeft CMA dat belang niet behoorlijk onderbouwd. In zoverre slagen de grieven in het principaal appel.

CMA heeft wel gemotiveerd betwist dat zij de overige bescheiden in haar bezit heeft. Voor zover de vordering op deze bescheiden ziet, is zij daarom niet toewijsbaar. Dat CMA zich aanvankelijk op het standpunt heeft gesteld dat zij de gevraagde stukken niet van haar moedermaatschappij mocht verstrekken is onvoldoende om daaruit op te maken dat CMA dus de beschikking moet hebben (gehad) over de bescheiden of deze onder haar berusting had of heeft of kan krijgen. De stelling van Innoverde c.s. dat CMA in andere, vergelijkbare zaken wél over bepaalde bescheiden beschikte is daartoe evenmin voldoende. Ook het feit dat CMA tot hetzelfde concern behoort als de vervoerder, die (mogelijk) wel over bedoelde bescheiden beschikt, betekent niet dat zij over dezelfde informatie kan beschikken als de vervoerder; het gaat immers om twee onderscheiden rechtspersonen. Voor vereenzelviging bestaat onvoldoende grondslag. Gezien de brief van de moedermaatschappij is onvoldoende aannemelijk dat CMA haar moedermaatschappij tot afgifte kan dwingen, terwijl evenmin aannemelijk is – het is gesteld noch gebleken – dat de moedermaatschappij haar opstelling heeft herzien en alsnog bereid is of zal zijn om de bescheiden aan CMA af te geven. Voor zover de vervoerder buiten rechte aan Innoverde c.s. inzage in de gevraagde gegevens weigert, levert dit evenmin grond op om dan maar de agent te veroordelen deze gegevens, waarvan voorshands aannemelijk is dat de zij hierover niet beschikt, over te leggen. Overigens heeft Innoverde c.s. niet onderbouwd dat zij zich (reeds) tevergeefs rechtstreeks tot de vervoerder heeft gewend.

Het voorgaande betekent dat CMA, datgene wat zij niet onder zich heeft, niet kan afgeven en daarom ook niet op straffe van een dwangsom tot afgifte behoort te worden veroordeeld.

2.11.

Daar komt nog bij dat, er vanuit gaande dat (a) de Hague-Visby rules van toepassing zijn en (b) de Franse rechter deze rules op dezelfde manier toepast als de Nederlandse rechter, voor Innoverde c.s. ter onderbouwing van een eventuele ladingschadeclaim jegens de vervoerder voldoende is dat zij gemotiveerd stelt dat de lading in goede staat aan de vervoerder ter beschikking is gesteld en na het transport in slechte staat is afgeleverd. Het is dan aan de vervoerder om zich desgewenst op ontheffingsgronden voor aansprakelijkheid (excepties) te beroepen. Uit de eigen stellingen van Innoverde c.s. volgt dat de vervoerder, die overigens gehouden is om mee te werken aan een onderzoek naar de schade (vgl. art. 3 lid 6 HVR), vooralsnog geen beroep heeft gedaan op enige exceptie. Zo bezien heeft Innoverde c.s. de gevraagde bescheiden op dit moment ook niet nodig om haar vordering tegen de vervoerder te vervolgen. Afwijzing van de vordering ten aanzien van de hier bedoelde overige bescheiden leidt er dan ook niet toe dat een behoorlijke rechtsbedeling niet is gewaarborgd, maar dit ten overvloede.

2.12.

BMT is de schade-expert die heeft gehandeld in opdracht van de vervoerder. BMT heeft gemotiveerd betwist dat zij de beschikking heeft over de gevraagde bescheiden, met uitzondering van de expertiserapporten. Het hof is voorshands van oordeel dat Innoverde c.s. onvoldoende heeft toegelicht op welke grond BMT heeft kunnen beschikken over de bescheiden, niet zijnde de door haar opgestelde expertiserapporten, dan wel hoe zij deze onder haar berusting zou hebben kunnen krijgen. Het enkele feit dat zij belast was met het onderzoek naar de aard en/of omvang en/of toedracht van de schade is daarvoor ontoereikend. Innoverde c.s. sluit ook zelf in de dagvaarding niet uit dat BMT vanwege een beperkte opdracht niet over alle gevraagde informatie beschikt zodat zij daarom misschien niet (geheel) kan voldoen aan een veroordelend vonnis. Op grond hiervan zal de vordering tot verschaffing van de gevraagde bescheiden (afgezien van de expertiserapporten worden afgewezen.

2.13.

Onbetwist is dat voor registerexperts de NIVRE-regels gelden, die door CMA c.s. zijn overgelegd ter gelegenheid van het pleidooi voor de voorzieningenrechter. Regel 4(b) bepaalt dat de expert volledige geheimhouding dient te betrachten van alle wetenschap die in het kader van een opdracht te zijner kennis is gekomen. Het belang van BMT om de expertiserapporten niet aan Innoverde c.s. te verschaffen is daarmee gegeven. Dit belang levert een voldoende gewichtige reden op om BMT niet gehouden te achten een afschrift van de expertiserapporten aan Innoverde c.s. ter hand te stellen, te meer daar van de zijde van Innoverde c.s., die zich tot de vervoerder kan wenden, geen bijzonder belang is gesteld dat zwaarder kan wegen.

2.14.

Het hiervoor overwogene leidt er toe dat de grief in het incidenteel appel faalt en de grieven in het principaal appel gedeeltelijk slagen, namelijk voor zover de rechtbank de vordering tot het verschaffen van afschrift aan Innoverde c.s. van de expertiserapporten (met uitzondering van de bijlagen) jegens CMA heeft afgewezen. Er bestaat aanleiding dit deel van de vordering alsnog toe te wijzen. Het hof zal hieraan een dwangsom verbinden van

€ 1.000,- voor iedere dag dat CMA verzuimt uitvoering te geven aan het vonnis, tot een maximum van € 50.000,-. Voor het overige falen de grieven in het principaal appel.

Nu zowel de grieven in het principaal appel als in het incidenteel appel (grotendeels) falen bestaat aanleiding de proceskosten te compenseren, in dier voege dat beide partijen de eigen kosten dragen.

De bewijsaanbiedingen worden gepasseerd omdat een procedure als de onderhavige zich niet leent voor bewijslevering.

Beslissing

Het gerechtshof:

- vernietigt het bestreden vonnis, maar alleen voor zover de rechtbank daarin jegens CMA de vordering tot overlegging van afschrift van de expertiserapporten (met uitzondering van de bijlagen) heeft afgewezen;

in zoverre opnieuw recht doende:

  • -

    gelast CMA binnen drie dagen na betekening van dit arrest afschrift te verschaffen, hetzij in schriftelijke vorm, hetzij door middel van databestanden op voorwaarde dat deze met algemeen gangbare software is uit te lezen, door toezending daarvan aan de advocaat van Innoverde c.s., van getrouwe kopieën van de door BMT uitgebrachte expertiserapporten met betrekking tot de in de dagvaarding in eerste aanleg omschreven schade aan de lading van de containers TRIU807757/3 en TRLU174130/3, met uitzondering van de bijlagen daarbij;

  • -

    onder last van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat CMA verzuimt uitvoering te geven aan dit arrest, tot een maximumbedrag van € 50.000,-;

  • -

    compenseert de proceskosten in hoger beroep, in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt;

  • -

    verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.C.M. van Dijk, J.M. van der Klooster en M.M. Olthof en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juni 2016 in aanwezigheid van de griffier.