Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:483

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
10-03-2015
Datum publicatie
30-03-2015
Zaaknummer
200.153.291-01-
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

beschikking in VvE-zaak, verzoek tot vernietiging vergaderbesluiten alsnog afgewezen, plus toepassing wisselbepaling van art 69 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.153.291/01

Rekestnummer rechtbank : 2698503 \ VZ VERZ 14-540

beschikking van 10 maart 2015

in de zaak van

VERENIGING VAN EIGENAARS VAN HET FLATGEBOUW [naam]
NUMMERS 6 T/M 44 (EVEN NUMMERS), 50 T/M 80 (EVEN NUMMERS),
88 T/M 120 (EVEN NUMMERS), 126 T/M 160 (EVEN NUMMERS),

gevestigd te [plaats],

verzoekster in hoger beroep,

nader te noemen: de VvE,

advocaat: mr. A.J.A. Dielisssen te Wouw,

tegen:

[verweerder],

wonende te [plaats],
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: [verweerder],

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Het geding

Bij beroepschrift (met producties), ter griffie ingekomen op 30 juli 2014, is de VvE in hoger beroep gekomen van de beschikking van 30 juni 2014, die door de rechtbank Rotterdam, sector kanton (hierna: de kantonrechter) is gegeven tussen partijen. In het beroepschrift heeft de VvE vier grieven tegen de bestreden beschikking aangevoerd. [verweerder] heeft een verweerschrift (met producties) ingediend en de grieven bestreden. Daarnaast heeft [verweerder] nog de producties 10 tot en met 13 in het geding gebracht. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 januari 2015. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Vervolgens is uitspraak bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep

  1. De door de kantonrechter in rechtsoverwegingen 2 (2.1 tot en met 2.12) van de bestreden beschikking (gepubliceerd onder: ECLI:NL:RBROT:2014:5204) vastgestelde feiten staan niet ter discussie, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.

  2. Het gaat in deze zaak, voor zover thans in hoger beroep nog van belang en zakelijk weergegeven, om het volgende.
    (2.1) [verweerder] is eigenaar van het appartement [naam] 80 te [plaats] en is als zodanig lid van de VvE. De VvE telt in totaal 71 leden. In de splitsingsakte van 22 december 1977 is het modelreglement zoals vastgesteld bij akte van 22 februari 1973 (hierna: het modelreglement 1973), met een enkele aanpassing als splitsingsreglement van toepassing verklaard.
    Artikel 2 van het splitsingsreglement luidt:
    “Tot de gemeenschappelijke gedeelten worden ondermeer gerekend: a. funderingen, dragende muren en kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk, alsmede de vloeren, de buitengevels, waaronder begrepen raamkozijnen, deuren, balkon-constructies, borstweringen, galerijen, terrassen en gangen, de daken, schoorstenen en ventilatiekanalen, de traphuizen en hellingbanen, alsmede het hek- en traliewerk.
    Artikel 37 lid 4 van het splitsingsreglement luidt:
    “Ieder der eigenaars of gebruikers is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van besluiten der vergadering, voor zover dit redelijkerwijs van hem verlangd kan worden. Lijdt hij als gevolg hiervan schade dan wordt deze hem door de vereniging vergoed.”

Artikel 37 lid 8 van het splitsingsreglement luidt:
“Besluiten van de vergadering tot verbouwing of besluiten tot het aanbrengen van nieuwe installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties zullen geen financiële consequenties hebben voor de eigenaar, die van zodanige maatregel geen voordeel trekt.

(2.2) Op de ALV van de VvE van 14 november 2011 en die van 14 mei 2012 is de Meerjarenonderhoudsbegroting (hierna: MJOB) goedgekeurd en vastgesteld. Hierin is onder meer opgenomen dat de (balkon)puien in de loop der jaren vervangen zullen worden en dat de laatste tranche (‘de overige puien’) in 2014 vervangen zal worden.
(2.3) De notulen van de op 15 april 2013 gehouden ALV van de VvE luiden voor zover thans van belang:
“(…) 8.2. 2014: restant puien vervangen
In de MJOB is opgenomen om het restant van de puien te vervangen. Een enkele eigenaar vraagt of dit wel nodig is daar bij een aantal te vervangen puien niets aan de hand is. De Beheerder zal een enquête onder de desbetreffende pui eigenaren verspreiden zodat men kan aangeven of het vervangen wel gewenst is of niet gewenst is en of er wel geen problemen zijn. In de najaar ALV kan dan verdere definitieve besluitvorming plaatsvinden. (…)”

(2.4) Bij brief van 7 augustus 2013 namens de beheerder van de VvE is aan [verweerder] onder meer geschreven:
“(…) Schuifpui U gaf aan dat de schuifpui prima functioneert en verzoekt de VvE de pui bij uw appartementsrecht niet te vervangen in de komende planning. In de ALV van 15 april 2013 is besloten om in 2014 de resterende schuifpuien te vervangen, ook die bij uw appartement om zodoende eenduidigheid te creeren in zowel de puien als het onderhoud. Het bestuur is van mening dat de planning in de MJOB gehandhaafd blijft, de planning is om in 2014 de restantpuien te vervangen ook die bij uw appartementsrecht.
HR en MV installatie Als besproken wordt er bij uw appartementsrecht geen HR ketel aangebracht, alsmede in verband met uw open haard geen mechanische installatie aangebracht. De VvE geeft geen instemming om de HR en ventilatie niet te plaatsen, maar legt zich onder protest of met tegenzin neer bij de wens van u om dit niet op de spits te drijven voor iets waar andere bewoners verder geen nadeel van ondervinden. (…) Ik wil benadrukken dat u de VvE voor eventuele schade in zowel materiële als immateriële zin niet aansprakelijk kunt houden i.v.m. het niet laten plaatsen van de HR en MV.(…)”

(2.5)Op 18 november 2013 heeft opnieuw een ALV van de VvE plaatsgevonden.
De agenda voor deze ALV vermeldt onder meer:
“(…)
6.0 Meerjarenonderhoudsbegroting: vaststelling en mandaatverlening
BESLUITVORMING: Benodigd aantal stemmen: meerderheid aanwezige stemmen
6.1 CV en MV project
- stand CV en MV project
- BESLUIT. 2/3 aanwezig en 3/4 stem.
In verband met het ingediende meerwerk voor de begeleidingskosten adviseur [adviseur] dient besloten te worden conform artikel 37.5 en 37.6 (modelreglement 1973). Daar verwacht wordt dat het meerwerk niet binnen de begroting valt betreft de begeleidingskosten zoals eerder in de ALV is besloten.
6.2 [naam] 80 Kosten CV+MV

BESLUITVORMING: Benodigd aantal stemmen meerderheid aanwezige stemmen

Inzake [naam] 80 is de nieuwe CV en de MV box niet aangebracht De reden om de CV niet te installeren is dat de heer uitdrukkelijk geen toestemming voor gaf, de MV box is niet bij dit appartement geplaatst daar de heer een open haard heeft. Deze niet uitgevoerde werkzaamheden hebben geen invloed op de werking van de andere appartementen in dezelfde strang. Gevraagd wordt om al dan niet terugbetalen aan de heer van Broekhuyze i.v.m. het niet installeren van ketel en mv-box.
6.2 [hof: bedoeld is 6.3] Status Planmatig Onderhoud

Ter informatie:

-stand tbv puien
(2.6) De notulen van de op 18 november 2013 gehouden ALV van de VvE vermelden, voor zover thans van belang, het volgende:
[hof: de nummering ( ) hieronder bij de besluiten is door het hof aangebracht]

(i) 6.0 (…) De ALV besluit om de meerjarenonderhoudsbegroting met de aangepaste bedragen vast te stellen en verleent de beheerder mandaat om deze bedragen uit te geven alsmede te begeleiden voor 5% directievergoeding (indien volgens het beheerscontract toepasselijk)

(ii) 6.1 CV en MV project (…)
De ALV besluit om als meerwerk te accepteren begeleiding tbv [naam] 80, 10 uur en zal dit bedrag doorbelasten aan de eigenaar van het appartement

(iii) De ALV besluit om de extra kosten inzake inspectie en begeleiding, 24 uur te accepteren maar wel door te leggen aan Feenstra.

(iv) De ALV besluit om het meerwerk, 26 uur, niet te accepteren omdat [adviseur] de eerste schouwing tbv van het bestek niet adequaat gedaan zou hebben en de discussie voorkomen had kunnen worden.

(v) De ALV besluit om voor extra benodigd advies 10 uur advies op te nemen.

(vi) 6.2 [naam] 80 kosten CV+MV (…)
De ALV besluit om de extra kosten inzake het onderzoek door [adviseur] ad € 949,85 aan de heer [verweerder] door te belasten daar de VvE met deze kosten wordt geconfronteerd door het niet meewerken alsmede de door hem open haard.

(vii) De ALV besluit unaniem om de heer [verweerder] niet terug te betalen inzake de CV en MV .

(viii) 6.3 Status Planmatig Onderhoud (…)
De ALV besluit, indien daar noodzaak toe is, om de beheerder te machtigen voor het vragen van vervangende machtiging bij de kantonrechter inzake het verkrijgen van toegang tot het privé gedeelte bij [naam] 80.

(2.7) De notulen van de op 22 april 2014 gehouden ALV van de VvE luiden voor zover thans van belang:

8. Continuering beheerscontract Maasdelta
(…) De beheerder geeft aan dat de kosten conform ALV besluit door belast zijn, een bedrag van € 949,85 en een post van 10 uur, ook ten bedrage van € 949,85. [Postmeeting is uit overleg tussen beheerder en voorzitter komen vast te staan dat het hier 2 maal gaat om dezelfde post, en dat deze 1 maal ten onrechte aan de heer [verweerder] in rekening werd gebracht; dit zal ter kennis aan de heer [verweerder] worden gebracht, en het teveel in rekening gebrachte bedrag zal worden gecrediteerd] (…)”

(2.8) Inmiddels zijn in alle appartementen de puien vervangen, met uitzondering van de pui van [verweerder].


(2.9) [verweerder] heeft zich op 9 januari 2014 bij verzoekschrift tot de kantonrechter gewend en daarin nietigverklaring, dan wel vernietiging (ex artikel 5:130 BW) verzocht van een aantal besluiten, dat door de ALV van 18 november 2013 is genomen. Het gaat hierbij, voor zover thans nog van belang en kort weergegeven, om na te melden besluiten, genoemd in rechtsoverweging 2.4, te weten:
(viii) het volgens [verweerder] hiermee impliciet genomen besluit tot vervanging van de resterende schuifpuien, waaronder de pui van [naam] 80;
(ii en vi) de besluiten om de 10 uren adviseringskosten [adviseur] ten bedrage van
€ 949, 85 door te belasten aan [verweerder] wegens diens weigering om aan de plaatsing van de CV en MV in zijn appartement mee te werken;
(vii) het besluit om de gereserveerde gelden niet aan hem terug te betalen.

(2.10) Tevens heeft [verweerder] in hetzelfde verzoekschrift gevorderd:
- een verbod aan de VvE om zijn schuifpui te vervangen en de kosten van het meerwerk en advies met betrekking tot de CV en MV bij [verweerder] in rekening te brengen,
- een gebod aan de VvE om (naar het hof begrijpt gereserveerde) gelden met betrekking tot de CV en MV (ten bedrage van € 2.389,08) en de schuifpui (ten bedrage van € 2.433,39) aan hem terug te betalen, verminderd met de reeds verrekende bedragen en vermeerderd met de wettelijke rente.

(2.11) De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking, voor zover thans van belang, kort en zakelijk weergegeven, uitvoerbaar bij voorraad, als volgt overwogen en beslist:
I. Stelt vast dat besluit (vii) betreffende de weigering om voor de CV en MV gereserveerde gelden aan [verweerder] terug te betalen nietig is.
II. Vernietigt besluit (ii) en besluit (vi), naar het hof begrijpt, voor zover het betreffende bedrag van € 949,85 wegens extra begeleidingskosten van 10 uur wordt doorbelast aan [verweerder].
III. Het besluit tot het vervangen van de schuifpui van [verweerder] dient op grond van een redelijke belangenafweging te worden vernietigd. Vernietigt het tijdens de ALV van 18 november 2013 genomen besluit om de ten behoeve van de schuifpui van [verweerder] gereserveerde gelden niet aan hem terug te betalen.
IV. Vernietigt besluit (viii), strekkende tot het zo nodig doen vragen van een vervangende machtiging.
Daarnaast heeft de kantonrechter:
V. de VvE geboden om de ten behoeve van [verweerder] gereserveerde gelden voor de CV en MV (ten bedrage van € 2.389,08) en de schuifpui (ten bedrage van € 2.433,39) aan hem terug te betalen, verminderd met de reeds verrekende bedragen en vermeerderd met de wettelijke rente;
VI. de VvE in de proceskosten veroordeeld;
VII. het meer of anders gevorderde afgewezen.

3. De VvE klaagt in hoger beroep met haar grief 1 over voormelde beslissing II, te weten de vernietiging van de beslissing van de ALV tot doorbelasting aan [verweerder] van het bedrag van € 949, 85.
Grief 2 heeft betrekking op de overwegingen van de kantonrechter omtrent het vervangen van de schuifpui van [verweerder] (beslissing III).
Grief 3 bevat een klacht over een deel van beslissing V, te weten de veroordeling van de VvE om het bedrag van € 2.433,39 wegens de gereserveerde gelden voor de schuifpui (verminderd en vermeerderd met bepaalde posten) aan [verweerder] te voldoen.
Grief 4 bevat een klacht over de proceskostenveroordeling (VI).
Beoordeling van de ontvankelijkheid

4. De VvE is tijdig overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:130 BW, te weten binnen een maand na dagtekening van de eindbeschikking, in hoger beroep gekomen. De stelling van [verweerder], inhoudende dat de VvE het hoger beroep niet bevoegdelijk heeft ingesteld bij gebreke van een machtiging in de zin van artikel 40 van het Splitsingsreglement, wordt verworpen. Dit artikel (geciteerd in de bestreden beschikking in rechtsoverweging 2.5) vergt, voor zover thans van belang, wél een dergelijke machtiging voor het instellen van rechtsvorderingen, maar níet voor het voeren van verweer. Nu het hoger beroep in feite een voortzetting van het verweer is en nu de betreffende bepaling bovendien niet voorschrijft dat hiervoor een machtiging van de ALV nodig is, wordt deze stelling verworpen. Overigens is genoegzaam komen vast te staan, mede gezien de nieuwsbrief van 28 juli 2014 (productie 1 bij verweerschrift), dat de leden van de VvE op de hoogte zijn van deze hoger beroepsprocedure en dat geen van de leden van de VvE bezwaar heeft gemaakt tegen het voeren van deze procedure.
Beoordeling van de grieven

5. Inhoudelijk zijn er drie vragen aan de orde, te weten:
- moet [verweerder] betalen voor de extra advisering wegens de weigering van [verweerder] om mee te werken aan de plaatsing van de CV (centrale verwarming) en MV (mechanische ventilatie), en zo ja hoeveel (grief 1);
- moet [verweerder] meewerken aan de plaatsing van een schuifpui (grief 2);
- de veroordeling van de VvE om aan [verweerder] de gereserveerde gelden voor de schuifpui (€ 2.433,39 ) terug te betalen (grief 3).
Grief 1

6. Deze kwestie betreft het vergaderbesluit om [verweerder] te belasten met de extra adviseringskosten van [adviseur], aangezien [verweerder] (op een laat moment) geweigerd heeft om mee te werken aan plaatsing van de CV en MV ten behoeve van zijn appartement.
Vast staat dat de ALV heeft besloten om in/ten behoeve van alle appartementen de CV en MV te vervangen en dat de VvE daaraan uitvoering heeft gegeven. Het ging hierbij om de overgang naar een geheel ander systeem van aanzuiging van verse lucht en van afvoer van rookgassen; tegengesteld aan het systeem dat [verweerder] wilde handhaven. Ook staat vast dat de VvE zich heeft neergelegd bij de uiteindelijke weigering van [verweerder] om daaraan mee te werken. Onder deze omstandigheden acht het hof het redelijk en ook behorend tot de taak en de verantwoordelijkheid van de VvE om te doen onderzoeken of het appartement van [verweerder] zonder veiligheidsrisico’s voor de overige appartementen kon worden uitgezonderd van deze voorziening. Het daarvoor door [adviseur] aan de VvE gefactureerde (en door de VvE betaalde) bedrag ontmoet, gelet op de specificatie daarvan (productie 15 bij beroepschrift), geen bedenkingen. Dit geldt des te sterker, nu vast staat dat [verweerder] pas een paar weken vóór aanvang van de werkzaamheden (begin juli 2013) met vragen hieromtrent is gekomen bij de VvE (zie mailwisseling zoals door [verweerder] overgelegd als productie 3 bij verweerschrift, beginnend bij donderdag 13 juni 2013 te 16.30 uur en lopend tot dinsdag 18 juni 2013 te 15.46 uur), terwijl zijn uiteindelijke weigering kennelijk van latere datum is geweest. Wanneer precies kan in het midden blijven, nu in ieder geval hiermee vast staat dat de weigering van [verweerder] pas kort vóór aanvang van de geplande werkzaamheden is gekomen, zodat hiermee de noodzaak om op korte termijn extra advies te vragen hiermee is gegeven. [verweerder] heeft nog gesteld dat de nota van [adviseur] een spooknota betreft. Hiervoor heeft het hof geen aanwijzingen. Mogelijk is [adviseur] zelf niet in het appartement van [verweerder] geweest, maar in ieder geval is onvoldoende weersproken gebleven dat [adviseur] in ieder geval een keer extra – niet onbegrijpelijk gelet op de tijdsklem – naar het appartementencomplex is gekomen, diverse malen telefonisch overleg heeft gevoerd, onderzoek heeft uitgevoerd en heeft gerapporteerd.
Nu voorts onvoldoende weersproken door de VvE is gesteld dat deze kosten niet waren voorzien en gebudgetteerd en nu deze extra kosten verband hielden met de (late) weigering van [verweerder] om mee te werken aan de uitvoering van een vergaderbesluit, zulks overigens in strijd met artikel 37, lid 4 van het splitsingsreglement, acht het hof het besluit van de ALV om [verweerder] met deze kosten te belasten in beginsel niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 2:15, eerste lid onder b BW juncto artikel 2:8 BW.

7. Iets anders is de vraag of desondanks redenen zijn om het betreffende besluit te vernietigen wegens strijd met een reglement in de zin van artikel 2:15, eerste lid onder c BW. [verweerder] heeft immers gesteld dat het betreffende besluit niet op de agenda stond van de vergadering van 18 november 2013. Deze stelling is in zoverre juist dat de agenda hierover niet heel duidelijk was. Weliswaar vermeldt de agenda voor de ALV van 18 november 2013 wél besluitvorming over meerwerk voor begeleidingskosten van adviseur [adviseur] ex artikel 37.5 en 37.6 modelreglement 1973 (kort gezegd fiattering van kosten die een bepaald bedrag te boven gaan), maar níet expliciet besluitvorming over verhaal van deze kosten op [verweerder]. In zoverre is het betreffende vergaderbesluit genomen in strijd met het bepaalde in artikel 32, zesde lid van het splitsingsreglement, dat voorschrijft dat de oproeping voor de vergadering een opgave van de punten der vergadering bevat. Desondanks ziet het hof in de gegeven omstandigheden geen grond voor vernietiging van dit besluit. Hierbij weegt het volgende mee. In de eerste plaats was in de agenda (onder 6.1 en 6.2) wél aangegeven dat het CV en MV project en de kosten [naam] 80 aan de orde zouden komen. Deze agendapunten zijn voor [verweerder] geen aanleiding geweest om op de vergadering zijn stem te laten horen (door aanwezig te zijn of bij verhindering een gevolmachtigde zijn standpunt naar voren te laten brengen), hoewel ook hier financiële consequenties voor hem aan verbonden waren. In de tweede plaats is er, gelet op de stemverhoudingen binnen de VvE, geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de ALV anders zou hebben beslist indien [verweerder] wél ter vergadering aanwezig was geweest. Nu voorts het hof, gelet op het voorgaande, het besluit van de VvE om de nota van Duijnwijck bij [verweerder] in rekening te brengen niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid acht, heeft [verweerder] geen (redelijk) belang bij vernietiging van het betreffende vergaderbesluit op formele gronden. Grief 1 slaagt.
Grief 2

8. Het hof stelt voorop dat de schuifpui tot de gemeenschappelijke gedeelten (in de zin van artikel 2 van het modelreglement 1973) behoort. Dit volgt onmiskenbaar uit de bewoordingen van deze bepaling. Het niet deugdelijk toegelichte betoog van [verweerder] dat de schuifpui privégedeelten betreft wordt verworpen. Dit betekent dat de ALV rechtsgeldig over het beheer ervan kan beslissen.
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking overwogen dat al tijdens de ALV van 14 november 2011 is besloten dat alle schuifpuien vervangen zouden worden, nu het vervangen hiervan was opgenomen in de MJOB en nu de ALV deze meerjarenbegroting heeft goedgekeurd. Ook het hof is van oordeel dat de ALV tot vervanging van alle schuifpuien heeft besloten. Niet alleen op de vergadering van 14 november 2011 is dit besloten, maar ook op de vergadering van 14 mei 2012, terwijl op latere vergaderingen bovendien op dit besluit is voortgeborduurd.
Volgens [verweerder] is echter nog niet definitief beslist over zíjn pui, gelet op de afspraak in de ALV van 15 april 2013 om een enquête te houden onder een aantal eigenaren over de noodzaak van vervanging van hun puien. Hij stelt in dit verband verder dat in de ALV van het najaar 2013 hier evenmin over is beslist. Deze stelling van [verweerder] wordt verworpen.
Uit de besluitvorming ter vergadering van 15 april 2013 valt níet af te leiden dat is teruggekomen op eerdere vergaderbesluiten om alle schuifpuien te vervangen. Wél blijkt uit de notulen van deze vergadering dat bekeken zou worden of bij een aantal/ de laatste appartementen vervanging op dat moment nog nodig was. Nadat de beheerder bij brief van 7 augustus 2013 (rechtsoverweging 2.4) aan [verweerder] had laten weten dat de planning om de laatste appartementen in 2014 te voorzien van nieuwe schuifpuien gehandhaafd bleef, ook bij het appartementsrecht van [verweerder], is in de ALV van 18 november 2013 (na rechtsgeldige agendering – zie ‘Status planmatig onderhoud, stand tbv puien’ en de, naar het hof begrijpt, mede daarop betrekking hebbende ‘Meerjarenonderhoudsbegroting’) daarover beslist in die zin dat de begroting is goedgekeurd. Vernietiging van het besluit tot goedkeuring van de MJOB is overigens niet verzocht, zodat deze begroting vast staat. Dit betekent dat uitgangspunt is een rechtsgeldige, onherroepelijke beslissing van de ALV tot vervanging van alle schuifpuien waaronder die van [verweerder].

9. Desondanks heeft de kantonrechter in de bestreden beschikking overwogen dat belangenafweging in het voordeel van [verweerder] moet uitvallen. In samenhang hiermee heeft de kantonrechter een (overigens in de notulen van de vergadering van 18 november 2013 niet voorkomend) besluit om teruggave van hiervoor gereserveerde gelden ad € 2.433,39 te weigeren, vernietigd.

10. Naar het oordeel van het hof zijn er in het door [verweerder] gestelde geen toereikende redenen aanwezig om af te wijken van de diverse rechtsgeldige vergaderbesluiten ter vervanging van de schuifpuien van álle appartementen. Ter toelichting wordt het volgende overwogen. Duidelijk is dat er gegronde redenen waren om grootschalig onderhoud te plegen aan de schuifpuien (kort gezegd herhaalde storm- en waterschade bij tal van appartementen). Vast staat voorts dat er een langdurig en grondig voorbereidingstraject is geweest alvorens over de schuifpuien in de ALV is beslist. De door [verweerder] gestelde belangen bij behoud van zijn 37 jaar oude schuifpui zijn gemotiveerd weersproken en/of onvoldoende zwaarwegend en/of onvoldoende geconcretiseerd om aanvaardbaar te achten dat [verweerder] als enige – in strijd met het bepaalde in artikel 37 lid 4 splitsingsreglement – zijn medewerking aan de uitvoering van besluiten van de ALV zou weigeren. In dit verband wijst het hof er op dat de nieuwe puien gecertificeerd zijn, dat de stelling van [verweerder] dat de puien inbraakgevoelig zijn, gemotiveerd en overtuigend is weersproken door de VvE, terwijl ook eerdere ‘kinderziektes’ – de scherpe handels – inmiddels zijn verdwenen. Voorts zijn er onvoldoende aanwijzingen dat de ligging van de leidingen in het appartement van [verweerder] een deugdelijke plaatsing van de schuifpui in de weg staat. [verweerder] heeft althans onvoldoende geconcretiseerd dat dit anders is. De verklaring van [installateur], installatie en montage, (bij de factuur van 22 september 2014) is hiertoe in ieder geval onvoldoende. Hier komt bij dat de VvE een gerechtvaardigd belang heeft bij haar wens tot eenvormigheid in aanzien en onderhoud. Gelet op deze belangenafweging is het hof van oordeel dat de VvE in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen om alle schuifpuien (dus ook die van [verweerder]) te vervangen, terwijl er in het verlengde daarvan geen grondslag was om de daarvoor gereserveerde gelden aan [verweerder] te voldoen. Grief 2 slaagt eveneens.
Grief 3

11. Alvorens inhoudelijk te oordelen over de beslissing van de kantonrechter om de VvE te veroordelen om aan [verweerder] een bedrag van € 2.433,39 terug te betalen, merkt het hof ambtshalve het volgende op. Op een vordering (tot betaling van een geldbedrag) is de verzoekschriftprocedure niet van toepassing. Hiervoor geldt immers de normale dagvaardingsprocedure van artikel 78 Rv. Dit betekent dat dit onderdeel van de beschikking reeds op deze grond vernietigd zal worden. Het hof zal doen wat de kantonrechter had behoren te doen en dit onderdeel van het geschil (de vordering tot terugbetaling van het betreffende bedrag) op grond van de wisselbepaling van artikel 69 Rv verwijzen naar de rol om te worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure (ECLI:NL:HR:2005: AS5824).
De zaak is inmiddels in staat van wijzen. Partijen hebben immers zowel schriftelijk als mondeling hun standpunt ten aanzien van ook dit onderdeel van het geschil naar voren gebracht, terwijl er voorts geen noodzaak is voor aanpassing van stellingen (in de zin van het vierde lid van artikel 69 Rv). Het hof zal daarom arrest bepalen.
Grief 4

12. Deze grief slaagt. Gelet op voormelde beslissingen zal [verweerder] als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
Slotsom

13. De bestreden beschikking zal worden vernietigd. Het verzoek tot vernietiging van de vergaderbesluiten, zoals weergegeven in rechtsoverweging 2.11 (II en III), zal alsnog worden afgewezen. Voor de goede orde wijst het hof er op dat (de vernietiging van) het besluit om de ten behoeve van de CV en MV gereserveerde gelden niet aan [verweerder] terug te betalen, niet aan het hof is voorgelegd. Beslist zal worden als na te melden.

Het hof:

  • -

    vernietigt de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en opnieuw rechtdoende:

  • -

    verwijst het onderdeel van het geschil, zoals bedoeld in rechtsoverweging 11, naar de rol van 7 april 2015 voor arrest;

  • -

    wijst alsnog af de verzoeken van [verweerder] tot vernietiging van de vergaderbesluiten, zoals bedoeld in rechtsoverweging 2.11 onder II en III;

  • -

    veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van de VvE begroot op € 600,-- aan salaris van de gemachtigde;

  • -

    veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de VvE begroot op € 704,-- aan verschotten en € 1.788,-- aan salaris van de advocaat.


Deze beschikking is gegeven door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, T.G. Lautenbach en H.E.M. Vrolijk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2015.