Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:3357

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
03-12-2015
Datum publicatie
03-12-2015
Zaaknummer
22-000769-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:2573, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artt. 47 en 416 Sr. Veroordeling ter zake van medeplegen van opzetheling van afbeeldingen van eindexamenopgaven tot een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest (eindexamendiefstal Ibn Ghaldoun).

Het hof verklaart het Openvaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. De kernvraag luidt of de verdachte mag worden vervolgd voor de heling van examens, terwijl hij op een eerder moment al geconfronteerd is met de ongeldigverklaring van de gemaakte examens van het centraal schriftelijk eindexamen 2013 en de verdere uitsluiting van het maken van enig examen in 2013. Naar het oordeel van het hof zijn de door artikel 5 van het Eindexamenbesluit VO en de artikelen 310, 311 en 416 Wetboek van Strafrecht beschermde rechtsgoederen in hoge mate onvergelijkbaar, terwijl ook de gevolgen van ingevolge artikel 5 Eindexamenbesluit VO te treffen maatregelen dan wel de ingevolge het Wetboek van Strafrecht op te leggen sancties sterk verschillend van aard zijn en een heel verschillend doel dienen. Van een schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde door het Openbaar Ministerie door verdachte te vervolgen is dan ook geen sprake.

Het hof is voorts van oordeel dat de (op een gegevensdrager geladen) digitale afschriften van de weggenomen eindexamenopgaven kunnen worden aangemerkt als een “goed” in de zin van artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000769-14

Parketnummer: 10-700331-13

Datum uitspraak: 3 december 2015

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 13 februari 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Afghanistan) op [geboortedag] 1994,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van
19 november 2014 en 19 november 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 130 uren subsidiair 65 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 28 mei 2013 te Rotterdam en/of te Delft, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) meermalen, althans eenmaal, (een) goed(eren), te weten

  • -

    (een) eindexamen(s)/examenopgaven VWO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde B, Natuurkunde, Scheikunde, Biologie, Geschiedenis, Aardrijkskunde, Arabisch, Frans, Maatschappijwetenschappen, Management & Organisatie, Duits, Economie) en/of HAVO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde A, Aardrijkskunde, geschiedenis, Maatschappijwetenschappen, Frans, Arabisch, Economie, Natuurkunde) en/of

  • -

    (een) fotografische opname(s) van (een) op of omstreeks 1 mei 2013 gestolen (eind)examen(s)/examenopgaven VWO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde B, Natuurkunde, Scheikunde, Biologie, Geschiedenis, Aardrijkskunde, Arabisch, Frans, Maatschappijwetenschappen, Management & Organisatie, Duits, Economie) en/of HAVO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde A, Aardrijkskunde, geschiedenis, Maatschappijwetenschappen, Frans, Arabisch, Economie, Natuurkunde) en/of

  • -

    (een) gegevensdrager(s) - SD-card en/of USB-stick en/of harde schijf en/of mobiele telefoon (smartphone) en/of laptop en/of tablet en/of desktopcomputer - met daarop opgeslagen de afbeeldingen van de (eind)examens/examenopgaven VWO 2013 en/of HAVO 2013;

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

  • -

    in de periode van 1 tot en met 3 mei 2013 voornoemde examenopgaven gefotografeerd en/of op (een) gegevensdrager(s) verzameld en/of

  • -

    in de periode van 1 tot en met 28 mei 2013 de afbeeldingen van de examenopgaven overgedragen en/of verspreid en/of gebruikt bij het maken van de eindexamens VWO 2013.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

1. Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte in strijd met het recht tweemaal is bestraft voor één en hetzelfde feit en verbindt daaraan de conclusie dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte.

Er bestaat volgens de verdediging een sterke gelijkenis qua feitencomplex en beschermde rechtsgoederen tussen de strafrechtelijke vervolging (heling van examens) en de procedure die heeft geleid tot ongeldigverklaring van regelmatig gemaakte examens en uitsluiting van herkansingen in het gehele verdere schooljaar. Beide procedures vallen te duiden als één samenhangende reactie van de overheid op het strafbare feit. Het is in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde om de verdachte te vervolgen voor het voorhanden krijgen en verspreiden van examens, terwijl hem voor datzelfde gedrag reeds een onherroepelijke ongeldigverklaring van gemaakte examens en uitsluiting van iedere mogelijkheid van herkansing van dat jaar is opgelegd door of vanwege de Inspectie van het Onderwijs.

Het Openbaar Ministerie heeft bovendien bewust deze twee trajecten nagestreefd, door binnen het opsporingsonderzoek gegenereerde informatie aan de Inspectie van Onderwijs ter beschikking te stellen, aldus de verdediging.

2. Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie acht zichzelf ontvankelijk in de vervolging van de verdachte en heeft daartoe aangevoerd
– zakelijk weergegeven - dat zich in dit geval niet de uitzonderlijke situatie voordoet waarin twee procedures over een identieke verweten gedraging hun directe oorsprong vinden in hetzelfde feit met sterk gelijkende gevolgen. De beschermde rechtsgoederen, de sancties en de aard en ernst van het verwijt zijn te verschillend.

3. Beoordeling door het hof

3.1.

Feiten en omstandigheden

Het hof gaat uit van de volgende feiten:

1. Bij brief van 12 augustus 2013 schrijft de hoofdinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs aan de hoofdofficier van justitie te Rotterdam:

“De Inspectie van het Onderwijs (…) houdt toezicht op de naleving van onderwijswetgeving en het Eindexamenbesluit VO (het hof begrijpt: Voortgezet Onderwijs, verder: VO) in het bijzonder. De afgelopen periode heeft de politie-eenheid Rotterdam onderzoek gedaan naar de diefstal en verspreiding van de centrale examens bij Islamitische Scholengemeenschap Ibn Ghaldoun (hof: hierna Ibn Ghaldoun). In het kader van de toezichthoudende rol van de inspectie, te weten het toezien op de vraag of diploma’s terecht zijn verstrekt en het zo nodig bevorderen dat de directeuren ten onrechte verstrekte diploma’s intrekken, verzoek ik u om strafvorderlijke gegevens in het voornoemde onderzoek. Graag ontvang ik deze gegevens voor elk van de verdachten die zijn genoemd in (…). Het gaat om de volgende gegevens: (…).”

2. Bij brief van 14 augustus 2013 schrijft de hoofdofficier van justitie te Rotterdam aan de Inspectie van het Onderwijs:

“Naar aanleiding van uw brief d.d. 12 augustus 2013 (…) deel ik u het volgende mee.

U wenst uit voornoemd strafrechtelijk onderzoek ter zake examenfraude de relevante strafvorderlijke gegevens van verdachte leerlingen te vernemen, zodat u maatregelen kunt nemen tegen die leerlingen. In uw brief van
12 augustus jl. heeft u diverse vragen geformuleerd die u per verdachte beantwoord wenst te krijgen. (…)

De antwoorden op de vragen waarop u antwoord wenst te verkrijgen per verdachte, kunnen uit bijgevoegde overzichten worden gedestilleerd. (…)”

3. Bij deze brief is onder meer een bijlage gevoegd die betrekking heeft op verdachte. Deze bijlage houdt onder meer in:

“[verdachte] wordt verdacht van medeplegen van de diefstal van de examens, dan wel het medeplichtig zijn aan de diefstal van de examens en het in bezit hebben van examens, het gebruik maken van deze examens en/of de examens te hebben verspreid, voordat deze werden afgenomen. (…)

[verdachte] heeft geen gebruik gemaakt van de inkeerregeling.

(…)

Volgens de verklaringen van twee van de verdachten van de diefstal van de examens, heeft [verdachte] geholpen bij het fotograferen van de weggenomen examens en het maken van de antwoorden op de examens. Volgens de verklaring van één van de verdachten van de diefstal van de examens heeft [verdachte] geholpen bij de voorverkenning van de diefstal, en volgens een andere verklaring heeft hij geholpen bij het terugleggen van de examens in de kluis.

Uit het onderzoek is gebleken dat de e-mailaccounts shabloco@hotmail.com, engels123@live.nl en economie@live.nl zijn gebruikt voor het verspreiden van de examens. Op deze drie e-mailaccounts is ingelogd middels het IP-adres geregistreerd op het thuisadres van [verdachte]. (…)

[verdachte] ontkent betrokkenheid bij de diefstal van de examens en het fotograferen van de examens. Hij bekent alle examens uit zijn profiel in zijn bezit te hebben gehad voordat deze werden afgenomen.”

4. Een besluit van 23 augustus 2013 van de rector van de islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun inzake verdachte houdt onder meer het volgende in:

“…

Met referte aan mijn brief van 8 augustus jongstleden, maak ik mijn besluit bekend om alle door u gemaakte toetsen van het centraal examen 2013 vwo ongeldig te verklaren. Voorts sluit ik u uit van deelname aan een herexamen in het zogenaamde vierde tijdvak. (…)

7. Sinds mei 2013 doet het Openbaar Ministerie (OM) onderzoek naar hetgeen heeft plaatsgevonden rondom de diefstal van het centraal examen bij Ibn Ghaldoun. Gedurende dit onderzoek heeft het OM de Inspectie op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en bevindingen in het onderzoek.

8. Bij brief van 19 augustus 2013 heeft de Inspectie mij op de hoogte gebracht van het feit dat uit het onderzoek van het OM is gebleken dat u geen bekennende verklaring heeft afgelegd inzake uw betrokkenheid bij de diefstal en de verspreiding van de gestolen examens. Volgens het OM bevat het dossier daarnaast bewijs dat u geholpen heeft bij het fotograferen van de weggenomen examens en het maken van de antwoorden op de examens. Volgens de verklaring van één van de verdachten van de diefstal van de examens heeft u geholpen bij de voorverkenning van de diefstal en volgens een andere verklaring heeft u geholpen bij het terugleggen van de examens in de kluis. Op drie email-accounts die zijn gebruikt voor het verspreiden van de examens, is ingelogd via het IP-adres dat op uw thuisadres is geregistreerd.

Daarmee is voor mij voldoende aannemelijk gemaakt dat:

  • -

    i) u voorafgaand aan het centraal examen beschikte over de opgaven van de examens van het vwo;

  • -

    ii) u het proces van de afname van de examens ernstig heeft geschaad; en

  • -

    iii) uw handelen heeft geleid tot twijfel over de diploma’s die naar aanleiding van het centraal examen 2013 bij Ibn Ghaldoun zijn uitgereikt.

9. Ik concludeer op basis van de door de Inspectie aan mij verstrekte informatie dat ook uwerzijds sprake is van een verwijtbare betrokkenheid bij de diefstal en verspreiding van de gestolen examens.

Wettelijk kader

10. Ingevolge artikel 5 van het Eindexamenbesluit VO kan ik als rector maatregelen nemen jegens een kandidaat die zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen schuldig maakt of heeft gemaakt aan enige onregelmatigheid. Deze maatregelen, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar kunnen worden genomen, zijn onder meer: het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het centraal examen, het ontzeggen van (verdere) deelname aan één of meer toetsen van het centraal examen, het ontzeggen van (verdere) deelname aan één of meer toetsen van het centraal examen en het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het centraal examen.

Besluit tot het nemen van een maatregel

11. Uit eerder genoemd onderzoek van het OM –waarvan de inspectie mij bij brief van 19 augustus 2013 op de hoogte heeft gebracht- maak ik op:

  • -

    i) dat u voorkennis heeft gehad van de opgaven van de centraal examens vwo; en

  • -

    ii) dat u betrokken bent geweest bij de diefstal en verspreiding van de gestolen examens.

12. Door uw handelen heeft u bewust de geheimhoudingsprocedure geschaad en daarmee de procedure tot het afnemen van de centraal examens. Daarnaast heeft uw handelen geleid tot twijfel over de waarde van diploma’s die naar aanleiding van de centraal examens 2013 zijn dan wel worden uitgereikt. Deze twijfel en de onrust die door uw handelen bij de betrokkenen is ontstaan, acht ik zeer ernstig.

13. Met het voorgaande heeft u zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstige onregelmatigheid bij het centraal examen 2013. Gezien de ernst van de onregelmatigheid, de betrokkenheid bij de diefstal en de verspreiding van de examenopgaven waarvan u wist of behoorde te weten dat deze geheim zijn en het bewust in gevaar brengen van de procedures omtrent het centraal examen, besluit ik dat alle door u gemaakte toetsen van het centraal examen 2013 ongeldig worden verklaard en sluit ik u uit van deelname aan een herexamen in het zogenaamde vierde tijdvak.

14. U heeft geen gebruik gemaakt van de inkeerregeling. Had u dat wél gedaan, dan zou dat voor mij niet relevant zijn geweest, aangezien uit de aan mij verstrekte informatie voldoende aannemelijk kan worden gemaakt dat u betrokken bent geweest bij de diefstal en verspreiding van examens.

Tegen dit besluit kunt u binnen vijf dagen na dagtekening van deze brief schriftelijk in beroep gaan bij (…).”

5. Het in augustus 2013 geldende Eindexamenbesluit VO houdt voor zover van belang in:

Artikel 5. Onregelmatigheden

1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, dan wel zonder geldige reden afwezig is, kan de directeur maatregelen nemen.

2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, zijn:

 a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen,

 b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen,

 c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen,

 d. het bepalen dat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de directeur aan te wijzen onderdelen.

Indien het hernieuwd examen bedoeld in de vorige volzin betrekking heeft op een of meer onderdelen van het centraal examen legt de kandidaat dat examen af in een volgend tijdvak van het centraal examen. (…)

4. De kandidaat kan tegen een beslissing van de directeur van een school voor voortgezet onderwijs in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mag de directeur geen deel uitmaken. (…)

6. In de onderhavige strafzaak wordt de verdachte vervolgd wegens medeplegen van opzetheling, als omschreven in de tenlastelegging.

3.2.

Beoordeling

Bij de beoordeling van het hiervoor weergegeven verweer is de kernvraag of de verdachte mag worden vervolgd voor de heling van examens, terwijl hij op een eerder moment al geconfronteerd is met de ongeldigverklaring van de gemaakte examens van het centraal schriftelijk eindexamen 2013 en de verdere uitsluiting van het maken van enig examen in 2013.

Evenals in de zaak beslist door de Hoge Raad op 3 maart 2015 (ECLI:NL:HR:2015:434) is in deze zaak geen sprake van rechtstreekse toepasselijkheid van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht, omdat geen sprake is van meerdere onherroepelijke beslissingen van de strafrechter.

Vast staat dat de feiten op basis waarvan het hiervoor weergegeven besluit van 23 augustus 2013 van de rector is genomen wat betreft het voorhanden hebben en verspreiden van gestolen eindexamens dezelfde zijn als die op basis waarvan de onderhavige vervolging plaats vindt. Hiervan zal worden uitgegaan.

Het eindexamenbesluit VO regelt in het bijzonder de inhoud van het eindexamen voortgezet onderwijs, de toelating tot dit examen, de wijze van afnemen, de uitslag, herkansing en diplomering, alsook hoe om te gaan met onregelmatigheden. Blijkens het hiervoor aangehaalde artikel 5 gaat het daarbij om onregelmatigheden ten aanzien van enig deel van het eindexamen, een aanspraak op ontheffing dan wel afwezigheid zonder geldige reden. Deze regeling ziet derhalve op de correcte gang van zaken bij de afname van de examens overeenkomstig de daarvoor geldende regels. Voor wat betreft de te nemen maatregelen, zie het tweede lid van artikel 5, bestaat rechtstreeks verband tussen de aard van de onregelmatigheid bij de afname van het examen en de ernst van de inbreuk op de voorschriften enerzijds en de met het oog daarop te nemen maatregel anderzijds. Hoewel niet kan worden ontkend dat deze maatregelen door de betrokken kandidaat als een sanctie zullen worden ervaren, is het primaire oogmerk van de maatregelen niet de sanctionering van ongeoorloofd gedrag, maar het handhaven van een integer proces voor het afnemen van het eindexamen overeenkomstig de geldende regels en het vasthouden van vertrouwen in de waarde van door de overheid afgegeven diploma’s. Vrijheidsstraffen, taakstraffen dan wel geldboetes maken geen deel uit van de te nemen maatregelen. Vergelding is geen strafdoel.

Het op art. 5 Eindexamenbesluit VO gebaseerde besluit van 23 augustus 2013 richt zich jegens [verdachte] als eindexamenkandidaat. Blijkens de onderbouwing is dit besluit gebaseerd op een ernstige schending van het proces van het afnemen van de examens met als gevolg ernstige twijfel over de waarde van de diploma’s afgegeven naar aanleiding van het centraal schriftelijk 2013. De ernst van de onregelmatigheid en het bewust in gevaar brengen van de procedures voor het afnemen van het centraal schriftelijk zijn bepalend voor de genomen maatregelen. Deze maatregelen, het ongeldig verklaren van reeds gemaakte examens en het uitsluiten van het maken van verdere examens in 2013, zien alleen op in 2013 gemaakte en te maken examens met het oog op het behalen van een middelbare school diploma.

Dat de door de rector getroffen maatregelen enige als punitief ervaren gevolgen hebben gehad voor verdachte, zoals een jaar vertraging bij het behalen van een middelbare school diploma met daaraan verbonden nadelen, leidt niet tot een ander oordeel. De aan de maatregelen verbonden gevolgen zijn inherent aan de aard van een middelbare school diploma als toegangspoort tot vervolgopleidingen dan wel het betreden van de arbeidsmarkt. Het hof tekent hierbij aan dat in dit geval eindexamenleerlingen in het hele land getroffen zijn door de gevolgen van deze examenfraude, terwijl daarnaast alle medeleerlingen op Ibn Ghaldoun getroffen zijn door het odium dat op deze school en de door deze school afgegeven diploma’s is komen te rusten, terwijl zij geen van allen iets te maken hebben gehad met de examendiefstal en de verdere verspreiding.

De bepalingen in het Wetboek van Strafrecht inzake diefstal en inbraak zien op de strafbaarstelling van vermogenscriminaliteit. De artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht beogen eigendom en bezit te beschermen. Strafbaar is de persoon die zich het eigendom of bezit van goederen toe-eigent zonder daartoe gerechtigd te zijn. In geval van heling is strafbaar gesteld het trekken van profijt uit een door een ander gepleegd misdrijf. Beoogd wordt tegen te gaan dat een als gevolg van een misdrijf ontstane onrechtmatige toestand wordt voortgezet. De op te leggen sancties betreffen een gevangenisstraf, een taakstraf of een geldboete. Vergelding wordt gezien als een strafdoel. De in artikel 5 van het Eindexamenbesluit VO genoemde maatregelen komen niet als sancties dan wel maatregelen voor in het Wetboek van Strafrecht en het handhaven van een correcte gang van zaken overeenkomstig de daarvoor geldende regels bij het afnemen van eindexamens is geen strafdoel.

De stelling dat beide procedures te duiden zijn als een door de overheid geïnitieerde reactie en te duiden zijn als één samenhangende reactie op het strafbare feit vindt geen steun in de feiten. De toenmalige Hoofdinspecteur van de inspectie van het Onderwijs, heeft immers als getuige tegenover de raadsheer-commissaris verklaard dat het Openbaar Ministerie op de hoogte is gehouden van de voornemens van de inspectie, maar daar geen invloed op had. De toenmalige hoofdofficier van justitie van het parket Rotterdam, heeft als getuige tegenover de raadsheer-commissaris verklaard dat bij de beslissing informatie te verstrekken de verhouding tussen het strafrechtelijk onderzoek en het uitvoeren van de toezichthoudende taak door de Inspectie niet is meegewogen. Het hof leidt hieruit af dat het Openbaar Ministerie en de Inspectie over en weer wel wisten dat de ander ging vervolgen dan wel een maatregel ging uitlokken, maar niet dat sprake was van een gezamenlijke besluitvorming strekkende tot een samenhangend optreden dan wel een feitelijk gezamenlijk optrekken.

Naar het oordeel van het hof zijn de door artikel 5 van het Eindexamenbesluit VO en de artikelen 310, 311 en 416 Wetboek van Strafrecht beschermde rechtsgoederen in hoge mate onvergelijkbaar, terwijl ook de gevolgen van ingevolge artikel 5 Eindexamenbesluit VO te treffen maatregelen dan wel de ingevolge het Wetboek van Strafrecht op te leggen sancties sterk verschillend van aard zijn en een heel verschillend doel dienen. Van een schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde door het Openbaar Ministerie door verdachte te vervolgen is dan ook geen sprake. Dit leidt ertoe dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte.

Bewijsverweren

De raadsman van de verdachte heeft – overeenkomstig de gronden vermeld in de ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota – betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Daartoe is – kort samengevat - allereerst aangevoerd dat de afbeeldingen van de eindexamenopgaven en de gegevensdrager met daarop voornoemde afbeeldingen, zoals ten laste is gelegd, niet zijn aan te merken als een goed in de zin van artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de examens zijn teruggelegd in de kluis, zodat geen sprake was van “overdragen”. Ten slotte is door de raadsman betoogd dat verdachte niet kan worden aangemerkt als “pleger”, “medepleger” of “medeplichtige” van het voorhanden hebben van de – door anderen ontvreemde - examens.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Afbeeldingen eindexamenopgaven een “goed”

Het hof merkt in ieder geval de islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun (hierna: Ibn Ghaldoun) aan als rechthebbende op de examens en beschikkingsbevoegd. Er is/zijn zonder recht of toestemming van Ibn Ghaldoun ingebroken in de school, eindexamens gefotografeerd, verspreid en verhandeld. Aldus heeft Ibn Ghaldoun niet als heer en meester over de examens kunnen beschikken en is hem de mogelijkheid ontnomen om te voldoen aan ingevolge de onderwijswetgeving op hem rustende plicht om de inhoud van de eindexamens geheim te houden tot de aanvang van het examen. De personen die in de kluis zijn geweest en de examens hebben meegenomen/gefotografeerd hebben als heer en meester over de examens beschikt zonder daartoe gerechtigd te zijn.

Naar het oordeel van het hof is een eindexamen, zowel in stoffelijke vorm (afgedrukt op papier) als gefotografeerd en op een USB-stick geladen – hetgeen is te vergelijken met een fotokopie -, dan wel ge-upload naar een email-adres, individualiseerbaar, vertegenwoordigt het in het maatschappelijk verkeer een zekere economische waarde tot het moment van het examen en kan het worden overgedragen. Dit blijkt reeds uit de omstandigheid dat de eindexamenopgaven te koop zijn aangeboden, daadwerkelijk zijn gekocht en via email en USB-sticks zijn overgedragen.

Het via een USB-stick gekopieerde examen dan wel het naar een email-adres ge-uploadde examen dat vandaar gedownload kan worden door kopers/geïnteresseerden die de beschikking hebben gekregen over het adres en wachtwoord is qua overdraagbaarheid en wijze van omgang in het maatschappelijk verkeer in dit geval volstrekt vergelijkbaar met de wijze waarop in het rechtsverkeer wordt omgegaan met een E-book. Immers, een boek in stoffelijke vorm kan worden gekocht en overgedragen, terwijl hetzelfde boek in de vorm van een E-book ook tegen betaling kan worden gedownload via internet bij bedrijven, maar ook (voor bepaalde tijd) geleend bij de bibliotheek. In het maatschappelijk verkeer staat buiten kijf dat voor verkochte dan wel uitgeleende E-boeken betaald moet worden door de consument (in de vorm van een koopprijs dan wel een abonnement) en dat aan de auteur auteursrechten dan wel een leenvergoeding verschuldigd zijn op gelijke wijze als dat het geval is voor boeken is stoffelijke vorm.

Het feit dat de originele eindexamenopgaven zijn teruggelegd, doet evenmin afbreuk aan dit oordeel, nu de opgaven waren gekopieerd door deze te fotograferen en op een USB-stick te laden en te uploaden naar een email-adres en ook over de kopieën/downloads van die eindexamens op de hiervoor vermelde wijze is beschikt.

Het hof is dan ook van oordeel dat de (op een gegevensdrager geladen) digitale afschriften van de weggenomen eindexamenopgaven kunnen worden aangemerkt als een “goed” in de zin van artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof verwerpt het verweer.

De examens zijn niet overgedragen

Het hof overweegt dat door het maken van digitale afbeeldingen van de eindexamenopgaven zonder toestemming van de rechthebbende en het overdragen van deze afbeeldingen zonder daartoe beschikkingsbevoegd te zijn, de eindexamenopgaven in de openbaarheid zijn gebracht in ieder geval tegen de wil van Ibn Ghaldoun.

Dat de stoffelijke examens na het fotograferen zijn teruggelegd doet aan voornoemde omstandigheden niet af.

Het hof verwerpt het verweer.

Plegen, medeplegen of medeplichtigheid

Het hof leidt uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep het volgende af.1

Op 2 mei 2013 werd de verdachte gebeld door [medeverdachte1], die hem vertelde dat als hij examens wilde hebben, hij naar het huis van [medeverdachte 1] moest komen. De verdachte heeft hier gehoor aan gegeven en is met het openbaar vervoer vanuit Zoetermeer naar de woning van [medeverdachte 1] in Rotterdam gegaan, alwaar meerdere schoolgenoten van de verdachte aanwezig waren, waaronder [medeverdachte 2].2 In de woning werden door [medeverdachte 1] foto’s van de examens gemaakt en de andere jongens hebben [medeverdachte 2] geholpen met het uit de verpakking halen en het in de verpakking terug stoppen van de examens.3 Op de verpakking van het examen VWO Frans is een vingerafdruk van de verdachte aangetroffen.4 De aanwezigen in de woning hadden USB-sticks bij zich en nadat de examens waren gefotografeerd, werden de foto’s op de USB-sticks gezet.5

Het is een feit van algemene bekendheid dat de inhoud van een centraal eindexamen geheim behoort te zijn alvorens het examen wordt afgenomen en dat het geheim blijven van de opgaven inherent is aan het eindexamen om te voorkomen dat de examens met voorkennis worden gemaakt.

Het hof leidt uit het vorenstaande af dat de verdachte en de andere aanwezigen wisten dat de eindexamenopgaven gestolen waren. Verdachte is speciaal om deze opgaven te verkrijgen naar de woning van [medeverdachte 1] gegaan. Aldaar heeft hij intensief samen gewerkt met anderen en een wezenlijke bijdrage geleverd aan het fotograferen van de eindexamenopgaven en het verzamelen van de afbeeldingen van die eindexamenopgaven op USB-sticks.

Op grond van het voorgaande acht het hof bewezen dat de verdachte bij het voorhanden hebben van de eindexamens, het maken van foto’s hiervan en het opslaan van deze foto’s op gegevensdragers zodanig bewust en nauw heeft samengewerkt met zijn medeverdachten dat sprake is van medeplegen in de zin van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 28 mei 2013 te Rotterdam en/of te Delft, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) meermalen, althans eenmaal, (een) goed(eren), te weten

  • -

    (een) eindexamen(s)/examenopgaven VWO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde B, Natuurkunde, Scheikunde, Biologie, Geschiedenis, Aardrijkskunde, Arabisch, Frans, Maatschappijwetenschappen, Management & Organisatie, Duits, Economie) en/of HAVO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde A, Aardrijkskunde, geschiedenis, Maatschappijwetenschappen, Frans, Arabisch, Economie, Natuurkunde) en/of

  • -

    (een) fotografische opname(s) van (een) op of omstreeks 1 mei 2013 gestolen (eind)examen(s)/examenopgaven VWO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde B, Natuurkunde, Scheikunde, Biologie, Geschiedenis, Aardrijkskunde, Arabisch, Frans, Maatschappijwetenschappen, Management & Organisatie, Duits, Economie) en/of HAVO 2013 (Nederlands, Engels, Wiskunde A, Aardrijkskunde, geschiedenis, Maatschappijwetenschappen, Frans, Arabisch, Economie, Natuurkunde) en/of

  • -

    (een) gegevensdrager(s) - SD-card en/of USB-stick en/of harde schijf en/of mobiele telefoon (smartphone) en/of laptop en/of tablet en/of desktopcomputer - met daarop opgeslagen de afbeeldingen van de (eind)examens/examenopgaven VWO 2013 en/of HAVO 2013;

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

  • -

    in de periode van 1 tot en met 3 mei 2013 voornoemde examenopgaven gefotografeerd en/of op (een) gegevensdrager(s) verzameld en/of

  • -

    in de periode van 1 tot en met 28 mei 2013 de afbeeldingen van de examenopgaven overgedragen en/of verspreid en/of gebruikt bij het maken van de eindexamens VWO 2013.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 130 uren subsidiair 65 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof overweegt hierbij het volgende. Twee medeverdachten zijn vier keer via het dak in de als kluis aangeduide kast in de school geklommen. Eén keer in het kader van een voorverkenning en drie keer om examens weg te nemen om deze te fotograferen waarna ze weer zijn teruggelegd. Tijdens de voorverkenning en de eerste diefstal wist de hele klas wat er stond te gebeuren. De verdachte is zelf niet betrokken geweest bij de daadwerkelijke diefstal. Na de eerste diefstal is hij naar de woning van een medeverdachte gegaan. Daar zijn de examens gefotografeerd. De verdachte heeft de examens in alle vakken waarin hij eindexamen deed geladen op een usb-stick. Nadien heeft hij met anderen de antwoorden op deze eindexamen-opgaven gemaakt. De opgaven in twee vakken heeft hij zonder daarvoor betaling te vragen aan een medeleerlinge gegeven.

Er is grote schade ontstaan. Het landelijke eindexamen Frans, dat voortijdig openbaar is gemaakt, is niet doorgegaan en vond op een later moment plaats. Het centraal schriftelijk eindexamen in alle vakken van alle Ibn Ghaldoun leerlingen is ongeldig verklaard. Het Ministerie van Onderwijs heeft kosten moeten maken in verband met het opstellen van nieuwe examenopgaven voor het centraal schriftelijk eindexamen Frans en de extra ronde voor alle vakken in het centraal schriftelijk eindexamen.

Hoewel de verdachte niet in de zogenaamde kluis is geweest, heeft hij van de diefstal uit die kluis bewust geprofiteerd en twee examens in beperkte mate verder verspreid. Hij was zich bewust van het ongeoorloofde karakter van zijn handelwijze, maar hij zag een buitenkans die hij meende niet te kunnen laten lopen.

Verdachtes gedrag staat niet op zichzelf. Uit de door medeleerlingen, docenten en bestuurders van Ibn Ghaldoun afgelegde verklaringen komt naar voren dat er in die school een spanningsveld bestond tussen enerzijds de hoopvolle verwachtingen van sommige ouders, die hun kind een (te) hoge middelbare school opleiding wensten te zien voltooien en anderzijds (gemakzuchtig) gemarchandeer door sommige docenten en leerlingen met inhoudelijke eisen en termijnen.

Over het resulterende pedagogische klimaat op die school is op basis van de inhoud van het dossier bij het hof de indruk ontstaan dat deze niet steeds voor alle leerlingen een goede voorbereiding vormde op de eisen waarmee de leerlingen in het verdere leven te maken kunnen krijgen. Bij de beoordeling van de strafwaardigheid van het gedrag van de verdachte wordt meegewogen binnen welke specifieke context de bewezen verklaarde feiten hebben plaatsgevonden.

De verdachte is voordien noch nadien met justitie in aanraking gekomen. Hij is uitgesloten van het doen van eindexamen in 2013. Nadien heeft hij alsnog zijn eindexamen VWO behaald. Hij is in 2015 niet geplaatst voor de studie geneeskunde, verricht thans betaalde werkzaamheden en probeert volgend jaar opnieuw geplaatst te worden. De verdachte heeft openheid van zaken gegeven en de verantwoordelijkheid voor zijn handelingen en de gevolgen daarvan genomen.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft het hof voorts gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte en op hetgeen in de zaak van verdachte is bewezen verklaard en de aard en omvang van deze feiten in relatie tot hetgeen in de zaken van andere verdachten bewezen is verklaard en de straffen die in die zaken zijn opgelegd. In het bijzonder heeft het hof er nota van genomen dat de diefstal van examens niet aan de orde is geweest en dat de verspreiding van examens door verdachte zeer beperkt is geweest. Dit leidt ertoe dat het hof aansluiting zal zoeken bij de straffen die opgelegd zijn aan de verdachten die qua aard en omvang vergelijkbare feiten gepleegd hebben.

Afwegend enerzijds de ernst van het feit en anderzijds de specifieke omstandigheden waaronder het heeft plaatsgevonden en de positieve, de verdachte betreffende, omstandigheden is het hof van oordeel dat een taakstraf van beperkte omvang passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 47 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. Th.W.H.E. Schmitz,
mr. I.E. de Vries en mr. H.J.M. Smid-Verhage, in bijzijn van de griffier mr. I. Kluiter.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 december 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – gedoeld op processen-verbaal in de zin van artikel 344, eerste lid, onder 2, van het Wetboek van Strafvordering. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 2013162902, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 1564).

2 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 19 november 2015 en proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 976.

3 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 976.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 89 en proces-verbaal van bevindingen, p. 1150.

5 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], p. 1096.