Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:3270

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
01-10-2015
Datum publicatie
23-11-2015
Zaaknummer
22-004537-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:338, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte was ten tijde van het ten laste gelegde vijftien jaar, het slachtoffer was dertien jaar. De andere verdachten varieerden in leeftijd van dertien tot zestien dan wel (net) zeventien jaar. Allen verkeerden aldus in de puberteit; een levensfase waarbij ze seksueel experimenteergedrag toonden.

Het hof bepaalt dat ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004537-14

Parketnummer: 10-661402-13

Datum uitspraak: 1 oktober 2015

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 oktober 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortejaar] 1998 te [geboorteplaats],

(post)[adres], doch volgens opgave van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep wonende aan de [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 17 september 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde. De benadeelde partij is in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


hij in of omstreeks de periode van 01 september 2013 tot en met 28 september 2013 (in een woning gelegen aan de [adres]) te Capelle aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [benadeelde partij] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij], namelijk het brengen en/of houden van zijn/hun penis(sen) en/of vinger(s) in de vagina en/of de mond van die [benadeelde partij], het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het

 ( (naar zich toe)trekken op het bed en/of

 ( geheel en/of gedeeltelijk ontkleden van die [benadeelde partij] en/of

 ( uit elkaar duwen/trekken van de benen van die [benadeelde partij] en/of

 ( vastpakken van het hoofd en/of het haar/de haren van die [benadeelde partij] en/of

 ( vastpakken bij de schouders en/of de armen van die [benadeelde partij] en/of

 ( toevoegen van de woorden: "staak het, staak het", of vergelijkbare woorden en/of

 ( creëren van een dusdanige dreigende en /of intimiderende situatie dat die [benadeelde partij] zich daaraan niet kon en/of durfde te onttrekken;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij in of omstreeks de periode van 01 september 2013 tot en met 28 september 2013 (in een woning gelegen aan de [adres]) te Capelle aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met iemand de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, te weten met [benadeelde partij] (geboren op [geboortejaar] 2000), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij], namelijk het brengen en/of houden van zijn/hun penis(sen) en/of zijn/hun vinger(s) in de vagina en/of de mond van die [benadeelde partij];


2.


hij in of omstreeks de periode van 01 september 2013 tot en met 28 september 2013 (in een woning gelegen aan het [adres]) te Capelle aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [benadeelde partij] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij], namelijk het brengen en/of houden van zijn/hun penis(sen) en/of vinger(s) in de vagina en/of de mond van die [benadeelde partij], het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het

 geheel en/of gedeeltelijk ontkleden van die [benadeelde partij] en/of

 uit elkaar duwen/trekken van de benen van die [benadeelde partij] en/of

 creëren van een dusdanig dreigende en/of intimiderende situatie dat die [benadeelde partij] zich daaraan niet kon en/of durfde te onttrekken;


Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2013 tot en met 28 september 2013 (in een woning gelegen aan het [adres]) te Capelle aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met iemand de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, te weten met [benadeelde partij] (geboren op [geboortejaar] 2000), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij], namelijk het brengen en/of houden van zijn/hun penis(sen) en/of vinger(s) in de vagina en/of mond van die [benadeelde partij].

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraken t.z.v. het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting en op basis van de voorhanden processtukken is het hof

– overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal - van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende bewijs bevindt om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van de delictsbestanddelen “geweld” of “(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)” van verkrachting, als ten laste gelegd onder 1 primair en 2 primair.

Derhalve is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 2 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte in zoverre behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsmotivering

Feit 1 ([adres])

Het hof stelt op basis van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en op basis van de processtukken vast dat zich in september 2013 in de woning van de medeverdachte [medeverdachte] aan de [adres] te Capelle aan den IJssel – samengevat en voor zover van belang - het volgende heeft voorgedaan.

In de slaapkamer van [medeverdachte] bevonden zich [medeverdachte] zelf, [medeverdachte 2] ([medeverdachte 2]), [medeverdachte 3] ([medeverdachte 3]), [medeverdachte 4] ([medeverdachte 4]), de verdachte en [benadeelde partij]. De jongens gingen overgooien met het telefoonhoesje van [benadeelde partij]. [medeverdachte] verstopte het hoesje in zijn onderbroek en liet [benadeelde partij] het daar uit halen. [benadeelde partij] heeft [medeverdachte] vervolgens op het bed in de slaapkamer oraal bevredigd. Daarbij is [medeverdachte] in de mond van [benadeelde partij] klaargekomen. Terwijl [benadeelde partij] met [medeverdachte] bezig was, werd [benadeelde partij] min of meer gelijktijdig, dan wel kort na elkaar met vingers vaginaal gepenetreerd door de verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Daarna heeft [medeverdachte 2] in het bijzijn van de andere jongens geslachtsgemeenschap gehad met [benadeelde partij]. [medeverdachte 4] heeft [benadeelde partij] over haar kleren heen betast en met zijn handen aan haar borsten gezeten, over haar BH heen. Alle verdachten waren steeds in de slaapkamer aanwezig.

Feit 2 ([adres])

Het hof stelt op basis van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en op basis van de processtukken vast dat zich in september 2013 in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 4] aan het [adres] te Capelle aan den IJssel – samengevat en voor zover van belang - het volgende heeft voorgedaan.

[medeverdachte 4] zelf, [medeverdachte 5] en de verdachte waren in de slaapkamer van [medeverdachte 4] een computerspel aan het spelen. [medeverdachte 5] heeft [benadeelde partij] een WhatsApp gestuurd met het verzoek naar [medeverdachte 4]s huis te komen. De verdachte en [medeverdachte 4] zaten op een matras op de grond, [medeverdachte 5] zat op een stoel achter hen. Toen [benadeelde partij] binnenkwam vroeg [medeverdachte 5] haar op zijn schoot te komen zitten. Dat deed zij. [benadeelde partij] heeft [medeverdachte 5]s hand gepakt en daarmee haar vagina gestreeld. [medeverdachte 5] heeft [benadeelde partij] toen met een of meer vinger(s) vaginaal gepenetreerd. Ook [medeverdachte 4] heeft hetzelfde met [benadeelde partij] gedaan. [benadeelde partij] was vervolgens naakt. Daarna heeft [medeverdachte 4] [benadeelde partij] oraal gepenetreerd. De andere twee jongens waren daarbij aanwezig. Ze hebben er een deken overheen gedaan. [benadeelde partij] zat terwijl dat gebeurde op haar knieën op het matras en bukte voorover. Terwijl [benadeelde partij] [medeverdachte 4] oraal bevredigde, hebben de verdachte en [medeverdachte 5] [benadeelde partij] met vingers vaginaal gepenetreerd. Daarna hebben [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] de kamer verlaten. De verdachte heeft vervolgens als eerste met [benadeelde partij] geslachtsgemeenschap gehad. Toen de verdachte klaar was heeft [medeverdachte 4] met [benadeelde partij] eveneens geslachtsgemeenschap gehad. De afspraak ten aanzien daarvan was dat als de één de kamer in kwam, de ander de kamer uit zou gaan. Tijdens het gemeenschap hebben waren ze dus steeds alleen met [benadeelde partij] in de kamer.

Beoordeling

Vast staat dat zowel in de woning aan [adres] als in de woning aan het [adres] te Capelle aan den IJssel seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen de verdachten en [benadeelde partij], waarbij sprake is geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam. [benadeelde partij] was toen dertien jaar oud en de verdachten waren tussen dertien en zestien dan wel (net) zeventien jaar oud.

Zoals uit het bovenstaande blijkt, vonden in de woning aan [adres] de seksuele handelingen zeer kort na elkaar en soms zelfs tegelijkertijd plaats, terwijl de handelingen door verschillende personen werden verricht. Alle seksuele handelingen vonden bovendien steeds in aanwezigheid van alle in de woning aanwezige verdachten plaats.

Tussen het gebeuren in de woning aan [adres] en hetgeen is gebeurd in de woning aan het [adres], stuurde de verdachte aan [medeverdachte 5] op diens verzoek het nummer van [benadeelde partij]’s mobiele telefoon. [medeverdachte 5] had daarnaar gevraagd aan verdachte omdat [medeverdachte 5] [benadeelde partij] beschouwt als een ‘banga’. Als de politie navraagt wat [medeverdachte 5] daarmee bedoelt zegt hij: zij is een hoertje of eigenlijk een slet, want zij doet het gratis. Ze wil graag seks en heeft seks met veel jongens.

Ook in de woning aan het [adres] vonden seksuele handelingen tegelijkertijd plaats, terwijl de handelingen door verschillende personen werden verricht. Tijdens het oraal en met vingers vaginaal penetreren waren de verdachten met zijn drieën in de slaapkamer aanwezig; de geslachtsgemeenschap vond plaats één voor één, direct na elkaar.

Het hof is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de verdachte zich met de medeverdachten heeft schuldig gemaakt aan het plegen van seksuele handelingen met [benadeelde partij] die, gelet op de omstandigheden waaronder deze handelingen hebben plaatsgevonden, de grenzen te buiten gaan van wat heeft te gelden als algemeen sociaal-ethisch aanvaardbaar en welke handelingen derhalve een ontuchtig karakter hebben in de zin van artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht daarbij met name van belang dat [benadeelde partij] tijdens het gebeurde pas net dertien jaar oud was en de verdachten, die allen - enige maanden tot enige jaren – ouder waren dan [benadeelde partij] en haar niet of nauwelijks kenden, hebben verklaard het wel vreemd en “niet normaal” te hebben gevonden dat [benadeelde partij] zo makkelijk deed over het hebben van seks met hen. Enkele verdachten hebben in dat verband ook aangegeven dat zij tijdens het plegen van de seksuele handelingen, waarbij soms meerderen van hen het lichaam van [benadeelde partij] tegelijkertijd betastten en zelfs binnendrongen, een ongemakkelijk gevoel hadden. Juist dat gevoel geeft naar het oordeel van het hof aan dat zij te ver zijn gegaan bij wat een spannend en uitdagend stoeipartijtje tussen jeugdigen had kunnen blijven. Juist dat gevoel had hen er dan ook van behoren te weerhouden om met de groep mee te doen. Niets of niemand stond eraan in de weg om ervoor te kiezen zich aan dit “ongemakkelijke” groepsgebeuren te onttrekken en weg te gaan.

Daarbij is naar het oordeel van het hof tevens sprake geweest van medeplegen. Het betreft een gezamenlijk plegen, welke gezamenlijkheid tevens een belangrijk en zelfs doorslaggevend onderdeel uitmaakt van de normoverschrijding van het sociaal-ethisch aanvaardbare. Voor wat betreft het gebeurde in de woning aan het [adres] zijn door de verdachten bovendien onderling afspraken gemaakt ten aanzien van het hebben van seks met [benadeelde partij], waarmee is gegeven dat bewust en nauw werd samengewerkt.

Aan het oordeel dat sprake is geweest van met de algemeen geldende, sociaal-ethische norm strijdige, ontuchtige handelingen, en derhalve – naar het oordeel van het hof en in zoverre anders dan de rechtbank - van strafrechtelijke laakbaarheid, kan niet in beslissende mate afdoen dat [benadeelde partij] voorafgaand aan de ten laste gelegde feiten seksueel wervend gedrag heeft vertoond, noch dat zij zelf initiatieven tot seksuele handelingen heeft genomen, zoals door en namens de verdachten naar voren is gebracht. Artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht strekt immers tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die daartoe gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht moeten worden niet of onvoldoende in staat te zijn, en daarmee de impact van hun handelen nog niet kunnen overzien. Daaraan moet naar het oordeel van het hof onverkort worden vastgehouden. Wel spelen voornoemde omstandigheden, gelet op de eveneens jeugdige leeftijd van de verdachten en de daarbij op zichzelf genomen gebruikelijke nieuwsgierigheid naar de grenzen van (vooral ook seksueel) gedrag, een belangrijke rol bij de vraag in welke mate de verdachten van die feiten een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het hof verwijst daarvoor naar hetgeen daaromtrent in het hierna volgende ten aanzien van de op te leggen straf wordt overwogen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2013 tot en met 28 september 2013 (in een woning gelegen aan de [adres]) te Capelle aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, te weten met [benadeelde partij] (geboren op [[geboortejaar] 2000), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij], namelijk het brengen en/of houden van zijn/hun penis(sen) en/of zijn/hun vinger(s) in de vagina en/of de mond van die [benadeelde partij];

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2013 tot en met 28 september 2013 (in een woning gelegen aan het [adres]) te Capelle aan den IJssel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, te weten met [benadeelde partij] (geboren op [geboortejaar] 2000), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij], namelijk het brengen en/of houden van zijn/hun penis(sen) en/of vinger(s) in de vagina en/of mond van die [benadeelde partij].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 (subsidiair) bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Het onder 2 (subsidiair) bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, waarvan 68 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Geen straf of maatregel

Ten aanzien van de vraag of aan de verdachte een straf of maatregel behoort te worden opgelegd, overweegt het hof als volgt.

In artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht heeft de wetgever uitgedrukt dat de bescherming van de jeugdige voorop staat. Dat brengt naar het oordeel van het hof mee dat, in bepaalde situaties, personen die seksuele handelingen met een jeugdige van die leeftijd - vooral als het 12- en 13-jarigen betreft - willen plegen, moeten begrijpen dat dat niet zonder meer is toegestaan en dat ook als de jeugdige daarin gewillig lijkt, hij of zij tegen zichzelf in bescherming moet worden genomen. Ten aanzien van de vraag of de verdachten dat in de onderhavige zaak ook hadden moeten en kunnen begrijpen overweegt het hof nog als volgt.

De verdachte was ten tijde van het ten laste gelegde vijftien jaar, het slachtoffer was dertien jaar. De andere verdachten varieerden in leeftijd van dertien tot zestien dan wel (net) zeventien jaar. Allen verkeerden aldus in de puberteit; een levensfase waarbij onder meer het verkennen van de eigen grenzen op seksueel gebied past. Seksueel experimenteergedrag maakt daarvan deel uit. En bij het verkennen van grenzen kan soms ook een grens worden overschreden.

Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat veel jongeren op steeds jongere leeftijd seksueel actief worden, alsmede dat meisjes in hun ontwikkeling in het algemeen vaak enigszins voorlopen op jongens. [benadeelde partij] heeft verklaard dat ze op haar twaalfde voor het eerste seks heeft gehad. Over wat zij onder seks verstaat heeft ze verklaard penis in de vagina, oraal en alles met een bloot lichaam eigenlijk. De verdachte heeft verklaard voorafgaand aan het ten laste gelegde nog nooit seks te hebben gehad. [medeverdachte 5] heeft ook verklaard nooit seks te hebben gehad en alleen eens te hebben gevingerd. Ook [medeverdachte 4] heeft verklaard nooit eerder seks te hebben gehad.

Op basis van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en de processtukken, stelt het hof vast dat [benadeelde partij] voorafgaand aan het ten laste gelegde seksueel wervend gedrag heeft vertoond, door naaktfoto’s van zichzelf te versturen en later ook nog een filmpje, waarin te zien is dat zij zichzelf bevredigde. [benadeelde partij] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] eerst om een naaktfoto vroeg en daarna [medeverdachte]. Ze weet niet meer of de andere jongens ook om een naaktfoto hebben gevraagd. [medeverdachte 2] heeft verklaard meerdere naaktfoto’s van [benadeelde partij] te hebben ontvangen. Ook [medeverdachte 5] heeft verklaard meerdere naaktfoto’s van [benadeelde partij] te hebben ontvangen. [medeverdachte 3] verklaart in ieder geval vier naaktfoto’s van [benadeelde partij] te hebben gezien. [benadeelde partij] heeft verklaard dat de foto’s onderling verspreid werden.

[medeverdachte 5] heeft verklaard enige mate van groepsdruk te hebben ervaren op het moment dat de seksuele handelingen in het bijzijn van twee vrienden plaatsvonden. Ook [medeverdachte 4] heeft aangegeven dat hij zich niet helemaal op zijn gemak heeft gevoeld.

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert het hof dat de verdachten geconfronteerd zijn geweest met een seksueel wervend meisje, dat meer ervaren was dan een aantal van hen. Het hof acht het aannemelijk dat het voor de verdachten moeilijk was om ten opzichte van haar de juiste houding te bepalen, waarbij groepsdruk mede een rol heeft gespeeld. Aannemelijk is ook dat de seksuele handelingen als bewezenverklaard onderdeel hebben uitgemaakt van seksueel experimenteergedrag, waarbij – zoals reeds is overwogen – soms ook grenzen worden overschreden. Onder deze omstandigheden acht het hof het ten slotte aannemelijk dat ook de verdachten – net als [benadeelde partij] – niet in staat zijn geweest de gevolgen voor henzelf en voor [benadeelde partij] in voldoende mate te overzien.

Het hof overweegt voorts dat door de strafvervolging, het verblijf op het politiebureau, de voorlopige hechtenis en de terechtzittingen in eerste aanleg en in hoger beroep de verdachten reeds voldoende de norm waar zij zich aan hadden dienen te houden is duidelijk gemaakt.

Alles afwegende acht het hof het raadzaam om te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte en het ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsman van de verdachte gedane verzoek, ziet het hof aanleiding het volgende te overwegen.

Op basis van het thans geldende beleid wordt door het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag van het Ministerie van Justitie (COVOG), zijnde de instantie die beslist of aan een persoon een VOG wordt verleend, bij de beoordeling van een verzoek tot afgifte van een VOG in het geval van zedendelicten een onbeperkte zogenoemde terugkijktermijn gehanteerd. Een veroordeling voor een zedendelict kan daarom in theorie levenslang een reden vormen voor de weigering tot afgifte van een VOG. Dit in tegenstelling tot veroordelingen voor andersoortige feiten; daarbij wordt in beginsel een terugkijktermijn van vier jaar gehanteerd. Indien de registratie naar het oordeel van het COVOG een belemmering vormt voor het doel waarvoor de VOG is aangevraagd, kan de aanvraag van een VOG worden afgewezen.

Naar het oordeel van het hof behoort de onderhavige schuldigverklaring geen reden te zijn om uitsluitend op die grond de afgifte van een VOG te weigeren, gelet op de hierboven beschreven verontschuldigende omstandigheden waaronder de bewezen verklaarde feiten zijn begaan. Bovendien heeft de ter terechtzitting in hoger beroep gehoorde medewerker van de Jeugdbescherming Rotterdam, die de verdachte heeft begeleid, verklaard dat zij de kans op recidive bij de verdachte inschat als laag, omdat de afgelopen twee jaren geen problematische ontwikkelingen in seksueel gedrag bij de verdachte zijn waargenomen. Begeleiding vanwege dit delict acht de Jeugdbescherming dan ook niet nodig.

Vordering van de benadeelde partij

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij] zich, middels haar wettelijk vertegenwoordiger, als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 2500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.

Naar het oordeel van het hof levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een onevenredige belasting van het strafgeding op, nu niet op voorhand kan worden uitgesloten dat de rol van het slachtoffer daarbij van betekenis is. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Verklaart het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit arrest is gewezen door mr. J.A.C. Bartels,

mr. S. van Dissel en mr. A.E.A.M. van Waesberghe,

in bijzijn van de griffier mr. S.N. Keuning.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 1 oktober 2015.