Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:3201

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
27-10-2015
Datum publicatie
23-11-2015
Zaaknummer
22-000462-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich overdag, maar ook gedurende de nachtelijke uren, samen met anderen, schuldig gemaakt aan een groot aantal woninginbraken en enkele pogingen daartoe.

Het hof veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 8 (acht) maanden. Het hof gelast de plaatsing van de verdachte in een inrichting voor jeugdigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-000462-15

Parketnummers: 09-857237-14, 09-229876-13, 09-819567-14

en 09-777419-13 (TUL)

Datum uitspraak: 27 oktober 2015

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 29 januari 2015 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 2000,

thans gedetineerd in Jeugdinrichting De Rentray te Lelystad.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 13 oktober 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het bij parketnummer 09-857237-14 onder 1 tot en met 9, het bij parketnummer 09-819567-14 onder 1 primair en 2 primair eerste en tweede alternatief/cumulatief en het bij parketnummer 09-229876-13 primair ten laste gelegde (hierna door het hof opeenvolgend weergegeven als de feiten 1 tot en met 12) veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 8 maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast is aan de verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: PIJ-maatregel) opgelegd. Voorts is omtrent de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen, al dan niet met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vordering tot tenuitvoerlegging en het beslag beslist als nader vermeld in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1
hij in of omstreeks de periode van 13 en 14 mei 2014 te Gouda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen in de voor de nachtrust bestemde tijd ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door een raam open te breken en de woning te betreden door dat raam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2
hij op of omstreeks 05 mei 2014 te Gouda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen in de voor de nachtrust bestemde tijd met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen 250 euro en/of autosleutels en/of een auto (Peugeot) en/of een laptop (Fujitsu), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of Ministerie van Binnenlandse Zaken, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door een raam open te breken en de woning via dat raam te betreden;

3
hij op of omstreeks 12 mei 2014 te Hekendorp, gemeente Oudewater tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen een gouden ring en/of een goeden zakhorloge en/of een portemonnee (met inhoud) en/of 15 euro en/of een siradendoosje met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door een raam open te breken;

4
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 mei tot en met 31 mei 2014 te Den Dolder, gemeente Zeist, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [adres] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door een raam te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5
hij op of omstreeks 31 mei 2014 te Zwolle gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen twee tassen met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutel, namelijk door een zogenaamd (aan de flat waartoe de woning behoort bevestigd) sleutelkastje open te breken en/of (vervolgens) met de uit dat sleutelkastje weggenomen sleutel de woning te openen en/of met die sleutel de woning te betreden;

6
hij op of omstreeks 31 mei 2014 te Zwolle gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan [adres] en/of de bij die woning horende kelderbox weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning en/of die kelderbox te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen een zogenaamd (aan de flat waartoe de woning behoort bevestigd) sleutelkastje heeft/hebben opengebroken en/of (vervolgens) uit dat sleutelkastje een sleutel van die woning en/of de sleutel van die kelderbox heeft/hebben gepakt en/of (vervolgens) de deur van die woning en/of die kelderbox heeft/hebben geopend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7
hij op of omstreeks 31 mei 2014 te Zwolle, althans in Nederland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening om weg te nemen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij/zij dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door het onbevoegd gebruik van de bankpas met bijbehorende pincode, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8
hij op of omstreeks 29 oktober 2013 te Gouda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan [adres]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen een (bak-)steen door een ruit van die woning heeft/hebben gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9
hij op of omstreeks 12 maart 2014 te Reeuwijk, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan [adres]) heeft weggenomen een (auto-)sleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door een ruit te vernielen/in te slaan (met een steen);

10
hij op of omstreeks 31 mei 2014 en/of 01 juni 2014 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de voor de nachtrust bestemde tijd met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een I-pad en/of (een) siera(a)d(en) en/of (een) munt(en) en/of een of meerdere bankpas(sen) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van inklimming en/of valse sleutel, namelijk door via een (slaapkamer-)raam van die woning naar binnen te klimmen (en/of (vervolgens) de voordeur te openen);

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;


hij op of omstreeks 31 mei 2014 en/of 01 juni 2014 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de voor de nachtrust bestemde tijd met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan (adres)) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, door met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen die woning te betreden door een (slaapkamer-)raam van die woning in te klimmen (en/of (vervolgens) de voordeur te openen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

11
hij op of omstreeks 31 mei 2014 en/of 1 juni 2014 in de voor de nachtrust bestemde tijd te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een kluissleutel en/of een mobiele telefoon en/of een I-pad en/of (een)siera(a)d(en) en/of (een) munt(en) en/of een of meerdere bankpas(sen) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

– met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [benadeelde partij 9] te dwingen tot de afgifte van een kluissleutel en/of een mobiele telefoon en/of een I-pad en/of (een)siera(a)d(en) en/of (een) munt(en) en/of een of meerdere bankpas(sen) en/of een geldbedrag,althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 9], althans aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s) welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- betreden van die woning via een (slaapkamer-)raam en/of de voordeur en/of

- betreden van de slaapkamer van die woning, waar die [benadeelde partij 9] op dat moment sliep/zich bevond, en/of

- een mes, althans een scherp of puntig voorwerp, op de keel van die [benadeelde partij 9] drukken en/of

- die [benadeelde partij 9] bedreigen met een mes, althans een scherp of puntig voorwerp en/of

- ( meermalen) tegen die [benadeelde partij 9] zeggen/schreeuwen: "Onder de deken, onder de deken" en/of "stil zijn" en/of

- die [benadeelde partij 9] (onder bedreiging van een mes, althans een scherp of puntig voorwerp) bevelen om de sleutel van de kluis te pakken;


subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], en/of enig ander onbekend gebleven persoon op of omstreeks 31 mei 2014 en/of 1 juni 2014 in de voor de nachtrust bestemde tijd te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een kluissleutel en/of een mobiele telefoon en/of een I-pad en/of (een)siera(a)d(en) en/of (een) munt(en) en/of een of meerdere bankpas(sen) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of enig ander onbekend gebleven persoon en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 9], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of –

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [benadeelde partij 9] te dwingen tot de afgifte van een kluissleutel en/of een mobiele telefoon en/of een I-pad en/of (een)siera(a)d(en) en/of (een) munt(en) en/of een of meerdere bankpas(sen) en/of een geldbedrag, in elke geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 9], althans aan een ander of anderen dan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/f [medeverdachte 3] en/of enig ander onbekend gebleven persoon en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- betreden van die woning door het (slaapkamer-)raam en/of de voordeur en/of

- betreden van de slaapkamer van die woning, waar die [benadeelde partij 9] op dat moment sliep/zich bevond, en/of

- op de keel van die [benadeelde partij 9] drukken van een mes, althans een scherp of puntig voorwerp en/of

- die [benadeelde partij 9] bedreigen met een mes, althans een scherp of puntig voorwerp en/of

- ( meermalen) tegen die [benadeelde partij 9] zeggen/schreeuwen: "Onder de deken, onder de deken" en/of "stil zijn" en/of

- die [benadeelde partij 9] (onder bedreiging van een mes, althans een scherp of puntig voorwerp) bevelen om de sleutel van de kluis te pakken,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 31 mei 2014 en/of 01 juni 2014 te Apeldoorn en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door een auto ter beschikking te stellen en/of op de uitkijk te staan;

12.

hij op of omstreeks 15 december 2013 te Gouda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de voor de nachtrust bestemde tijd met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening in/uit een woning aan [adres] heeft weggenomen een of meerdere ID-bewij(s)(zen) en/of een of meerdere sleutel(s), in elk geval enig goed, toebehorende aan [benadeelde partij 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft, en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door een raam open te breken en de woning via dat raam te betreden;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;

hij op of omstreeks 15 december 2013 te Gouda, in elk geval in Nederland, een sleutelbos heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die sleutelbos wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;

hij op of omstreeks 15 december 2014 te Gouda opzettelijk een sleutel(bos), in elk geval enig goed geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als vinder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder 12 ten laste gelegde

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw ten aanzien van het onder 12 ten laste gelegde betoogd dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de officier van justitie volgens de mededeling van de raadsvrouw, na intrekking van de dagvaarding, heeft toegezegd dat de zaak zou worden geseponeerd.

De advocaat-generaal heeft naar voren gebracht dat naar haar inzicht het Openbaar Ministerie ontvankelijk moet worden geacht, nu in het dossier geen sepotbericht is aangetroffen.

Het hof is met de advocaat-generaal en de rechtbank in eerste aanleg van oordeel dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk moet worden geacht, nu uit het dossier niet gebleken is dat sprake is geweest van een sepotbericht.

Vrijspraak ten aanzien van feit 11 primair en subsidiair (zaak Apeldoorn)

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 11 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

Naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep overweegt het hof, dat de Hoge Raad bij arrest van 2 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3474) voorop heeft gesteld dat voor de kwalificatie van medeplegen is vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking, en dat die kwalificatie slechts is gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is geweest. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van handelingen of gedragingen voor, tijdens en/of na het strafbare feit. In de bewijsvoering dient aandacht te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van verdachte van voldoende gewicht is geweest. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.

Gelet op deze jurisprudentie is het hof, anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal, van oordeel dat op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep niet in voldoende mate kan worden vastgesteld dat de verdachte aan het onder 11 primair ten laste gelegde een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd om te kunnen spreken van medeplegen in de zin van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht. Het enkele feit dat hij niet is weggegaan of weggereden met de auto -die van zijn moeder was en welke door hem als het ware ter beschikking was gesteld om met zijn mededaders naar Apeldoorn te rijden- is onvoldoende om van medeplegen te kunnen spreken, ook al is verdachte degene geweest die in eerste instantie de deur voor zijn mededaders heeft geopend (feit 10). Om die reden spreekt het hof de verdachte daarvan vrij.

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat gelet op de voorhanden zijnde bewijsmiddelen evenmin sprake is van de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid. Ook daarvan spreekt het hof de verdachte dan ook vrij.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 primair en 12 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1
hij in of omstreeksde periode van 13 en 14 mei 2014 te Gouda tezamen en in vereniging met een ander ofanderen, althans alleenin de voor de nachtrust bestemde tijd,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uiteen woning aan [adres] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,door een raam open te breken en de woning te betreden door dat raam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2
hij op of omstreeks05 mei 2014 te Gouda,tezamen en in vereniging met een ander ofanderen, althans alleenin de voor de nachtrust bestemde tijd,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigeningin/uiteen woning aan [adres] heeft weggenomen,250 euro en/ofautosleutels en/ofeen auto (Peugeot) en/ofeen laptop (Fujitsu), in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of het Ministerie van Binnenlandse Zaken, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebrachtdoor een raam open te breken en de woning via dat raam te betreden;

3
hij op of omstreeks12 mei 2014 te Hekendorp, gemeente Oudewater,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigeningin/uiteen woning aan [adres] heeft weggenomen een gouden ring en/ofeen goudenzakhorloge en/ofeen portemonnee (met inhoud) en/of15 euro en/ofeen sieradendoosjemet inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebrachtdoor een raam open te breken;

4
hij op een of meerdere tijdstip(pen)in of omstreeksde periode van 29 mei tot en met 31 mei 2014 te Den Dolder, gemeente Zeist, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander ofanderen, althans alleenmet het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uiteen woning aan [adres] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten deletoebehorende aan [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederenonder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,door een raam te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5
hij op of omstreeks31 mei 2014 te Zwolle gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,tezamen en in vereniging met een ander ofanderen, althans alleen,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigeningin/uiteen woning aan [adres] heeft weggenomen twee tassen met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebrachtdoor middel van braak en/ofverbreking en/ofvalse sleutel, namelijk door een zogenaamd (aan de flat waartoe de woning behoort bevestigd) sleutelkastje open te breken en/of (vervolgens)met de uit dat sleutelkastje weggenomen sleutel de woning te openen en/of met die sleutelde woning te betreden;

6
hij op of omstreeks31 mei 2014 te Zwolle gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander ofanderen, althans alleen,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigeningin/uiteen woning aan [adres] en/ofde bij die woning horende kelderbox weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten deletoebehorende aan [benadeelde partij 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)en zich daarbij de toegang tot die woning en/ofdie kelderbox te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengendoor middel van braak,verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleeneen zogenaamd (aan de flat waartoe de woning behoort bevestigd) sleutelkastje heeft/hebbenopengebroken en/of (vervolgens)uit dat sleutelkastje een sleutel van die woning en/ofde sleutel van die kelderbox heeft/hebbengepakt en/of (vervolgens)de deur van die woning en/ofdie kelderbox heeft/hebbengeopend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7
hij op of omstreeks31 mei 2014 te Zwolle, althans in Nederland,gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening om weg te nemen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),waarbij hij/zij dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door het onbevoegd gebruik van de bankpas met bijbehorende pincode, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8
hij op of omstreeks29 oktober 2013 te Gouda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander ofanderen, althans alleen,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigeningin/uiteen woning (aan [adres]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten deletoebehorende aan [benadeelde partij 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,met een of meer van zijn mededader(s), althans alleeneen (bak-)steen door een ruit van die woning heeft/hebbengegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9
hij op of omstreeks12 maart 2014 te Reeuwijk, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, tezamen en in vereniging met een ander ofanderen, althans alleen,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigeningin/uiteen woning (aan [adres]) heeft weggenomen een (auto-)sleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan [benadeelde partij 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebrachtdoor een ruit te vernielen/in te slaan (met een steen);

10
hij op of omstreeks 31 mei 2014 en/of01 juni 2014 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander ofanderen, althans alleen,in de voor de nachtrust bestemde tijd,met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigeningin/uiteen woning ([adres]) heeft weggenomen een mobiele telefoon en/ofeen iPaden/of (een) siera(a)d(en) en/of (een) munt(en) en/of een of meerdere bankpas(sen) en/ofeen geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan [benadeelde partij 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebrachtdoor middel van inklimming en/of valse sleutel, namelijk door via een (slaapkamer-)raam van die woning naar binnen te klimmen (en/of (vervolgens)de voordeur te openen);

12.

hij op of omstreeks 15 december 2013 te Gouda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [adres] heeft weggenomen een of meerdere ID-bewij(s)(zen) en/of een of meerdere sleutel(s), in elk geval enig goed, toebehorende aan [benadeelde partij 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft, en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door een raam open te breken en de woning via dat raam te betreden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Verweren

Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsvrouw ten aanzien van het onder 10 en het onder 12 primair en subsidiair ten laste gelegde vrijspraak bepleit, een en ander als nader uiteengezet in de pleitnota. De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 10 een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van de medeverdachte [medeverdachte 3] als getuige.

De advocaat-generaal heeft naar voren gebracht dat zij ten aanzien van beide door de raadsvrouw bestreden feiten het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen acht.

Het hof overweegt op grond van de bewijsmiddelen en hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gekomen als volgt.

Ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde

Door de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep

– kort en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: hij is samen met anderen in de nacht van 1 juni 2014 naar de woning aan het [adres] te Apeldoorn gegaan. Via een raam is de verdachte naar binnen geklommen en hij heeft vervolgens de deur voor zijn medeverdachten opengedaan. Het huis werd door de anderen doorzocht en de verdachte is degene die de kluis ontdekte. Er werd geprobeerd de kluis open te maken, maar dit lukte niet. Vervolgens zijn zij allemaal weer naar buiten gegaan. Bij deze gelegenheid zijn er volgens de verdachte geen spullen uit het huis meegenomen en evenmin heeft hij gedeeld in de buit. Al het buitgemaakte zou volgens verdachte eerst bij de tweede gelegenheid, waarbij de woning opnieuw door enkele medeverdachten is betreden, doch waarbij verdachte niet mee naar binnen is gegaan, zijn weggenomen. Hij zou daarom ook niet gedeeld hebben in de buit of in de opbrengst.

De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft in zijn verhoor bij de politie op 10 september 2014, dossierpagina’s 464-466, verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1],(de verdachte) en [medeverdachte 3] naar Apeldoorn is gereden, dat zij naar binnen zijn gegaan, het hele huis doorzocht hebben en wat spullen hebben meegenomen. Toen zagen ze de kluis, maar die ging niet open. Daarna zijn zij teruggegaan naar de auto. Twee anderen dan hijzelf en de verdachte zijn vervolgens opnieuw naar binnen gegaan. De politie vraagt naar de Zwitserse Francs (die, zo begrijpt het hof, bij [medeverdachte 2] zijn aangetroffen) en de verdachte [medeverdachte 2] antwoordt dat deze uit deze woning afkomstig zijn. Hij heeft verklaard deze zelf te hebben gevonden en in zijn zak te hebben gedaan. Voorts heeft hij verklaard over de iPad. Desgevraagd erkent verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, dat hij weet dat [medeverdachte 2] geld uit de woning heeft meegenomen.

De verklaring van de verdachte, dat er bij het eerste moment van binnengaan in de woning, na doorzoeking van het huis van mevrouw [benadeelde partij 9] door - in elk geval - de medeverdachten, geen spullen uit het huis zijn meegenomen, acht het hof op grond van het voorgaande niet aannemelijk. De verdachten zijn de woning binnengegaan met als doel het meenemen van goederen van hun gading. Geconcludeerd kan worden dat [medeverdachte 2] alleen bij de eerste keer in de woning van aangeefster aanwezig is geweest. Bij deze gelegenheid zijn volgens diens verklaring ‘spullen’ meegenomen, en hij verklaart over door hem meegenomen geld. Het hof acht gelet op het bovenstaande bewezen dat ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde, naast geld, ook de mobiele telefoon en de iPad uit het huis van aangeefster zijn meegenomen, welke goederen ook volgens aangeefster zich niet in de kluis bevonden maar op andere plaatsen in de woning.

Het hof acht derhalve het primair ten laste gelegde bewezen.

Voorwaardelijk verzoek

De raadsvrouw heeft verzocht de behandeling van de zaak aan te houden teneinde de medeverdachte [medeverdachte 3] te horen, nu haar ter ore is gekomen dat [medeverdachte 3] ter terechtzitting bij de rechtbank in Zutphen heeft verklaard dat bij de eerste gelegenheid van het binnengaan van de woning geen goederen zijn meegenomen.

Het hof acht het horen van de medeverdachte [medeverdachte 3] als getuige niet noodzakelijk nu dit verzoek naar het oordeel van het hof gelet op de daarvoor gegeven motivering ter terechtzitting in hoger beroep niet genoegzaam is onderbouwd. Het hof heeft daarbij mede acht geslagen op de verklaring van [medeverdachte 2] en de bevindingen omtrent het gestolen geld, de iPad en de mobiele telefoon. Het hof wijst het verzoek derhalve af.

Ten aanzien van het onder 12 ten laste gelegde

Met de rechtbank acht het hof de door de verdachte afgelegde verklaringen omtrent de sleutelbos die hij op 15 december 2013 in de ochtend omstreeks 8.25 uur in zijn onderbroek bewaarde, ongeloofwaardig. Het hof kan zich vinden in de conclusies van de rechtbank en maakt deze tot de zijne.

Het hof acht het onder 12 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en verwerpt derhalve het verweer van de raadsvrouw.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Het onder 2 en onder 12 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

Het onder 3 en 9 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

Het onder 4 en 8 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking en valse sleutels.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en valse sleutels.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Het onder 10 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 9 en het onder 10 primair, 11 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief en 12 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 8 maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast vordert de advocaat-generaal de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich overdag, maar ook gedurende de nachtelijke uren, samen met anderen, schuldig gemaakt aan een groot aantal woninginbraken en enkele pogingen daartoe.

De verdachte heeft er met zijn handelen blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen van de bewoners van de woningen waar hij heeft ingebroken en voor hun persoonlijke levenssfeer. Daarnaast heeft hij voor de betrokkenen overlast en financiële schade veroorzaakt. Algemene ervaringsregels leren dat slachtoffers van dergelijke woninginbraken nog lange tijd de psychische gevolgen ervan ondervinden en zich onder meer niet veilig voelen in hun eigen huis, een plek waar iemand zich bij uitstek veilig behoort te voelen. Woninginbraken brengen in de regel ook bij burgers heftige gevoelens van angst en onveiligheid teweeg. Ook ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte er geen blijk van gegeven doordrongen te zijn van hetgeen hij de betrokkenen heeft aangedaan.

Het hof rekent dit de verdachte aan.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 september 2015, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk strafbaar feit. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Rapportages

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft het hof onder meer acht geslagen op de inhoud van de tot het persoonsdossier van de verdachte behorende recente rapportages, zoals hieronder weergegeven.

 Het Klinisch Multidisciplinair onderzoek van Pro Justitia, Observatieafdeling Teylingereind, opgesteld en ondertekend door drs. M.D. Beijer-Holtman, GZ-psycholoog en drs. M.D. van Ekeren, psychiater, d.d. 3 november 2014;

 Psychiatrisch Pro Justitia Rapport, contra-expertise betreffende [verdachte], d.d. 7 oktober 2015, opgesteld door dr. N. Duits, kinder- en jeugdpsychiater;

 Het ‘Uitgebreid Advies van de Raad voor de Kinderbescherming’ d.d. 9 oktober 2015, opgesteld en ondertekend door M. Kerkhoven, raadsonderzoeker en R. Splinter, Teamleider.

In de voornoemde rapportages komt onder meer – zakelijk weergegeven - het navolgende naar voren:

Het Klinisch Multidisciplinair onderzoek van Pro Justitia, Observatieafdeling Teylingereind, opgesteld en ondertekend door drs. M.D. Beijer-Holtman, GZ-psycholoog en drs. M.D. van Ekeren, psychiater, d.d. 3 november 2014.

De deskundigen concluderen dat, ook ten tijde van de ten laste gelegde feiten, bij [verdachte] sprake is van ziekelijke stoornissen in de vorm van een gedragsstoornis, beginnend in de kinderleeftijd en van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling die tendeert naar een persoonlijkheidsstoornis met antisociale- en narcistische trekken. Tevens is volgens hen sprake van een stemmings-stoornis NAO, cannabismisbruik en van zwakbegaafdheid.

De psychiatrische stoornissen en de gebrekkige ontwikkeling van [verdachte] kennen hun doorwerking in de ten laste gelegde feiten. Daarin zijn naar voren gekomen de prikkelzucht, de gebrekkige emotieregulatie, de gebrekkige afstemming op anderen, het ontbreken van een adequaat empathisch vermogen, zijn primair behoeftebevredigende wijze van in het leven staan, zijn impulsiviteit en het beperkte overzicht op de gevolgen van het eigen handelen, waarbij geen sturing kan worden aangebracht door eigen innerlijke grenzen en/of adequaat functionerende gewetensfuncties te herkennen. Gezien de doorwerking van de problematiek in de ten laste gelegde feiten kunnen deze feiten, indien bewezen, [verdachte] in verminderde mate toegerekend worden.

Ter voorkoming van recidive en voor het bevorderen van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [verdachte] heeft hij, bij het ontbreken van innerlijke structuur en onvoldoende pedagogische structuur vanuit de omgeving, thans een stevige uitwendige structuur nodig voor een langere periode, zeker gezien het mislukken van vele eerdere behandelingen, de weerstand van [verdachte] zelf en van zijn ouders tegen een maatregel en tegen behandeling die niet vanuit de thuissituatie plaatsheeft en de zeer vele onttrekkingen van [verdachte] in het verleden. Dit maakt ook dat een voorwaardelijke PIJ-maatregel niet haalbaar wordt geacht en niet wordt geadviseerd. Gezien de bovengenoemde factoren wordt behandeling geadviseerd in het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.

Psychiatrisch Pro Justitia Rapport, contra-expertise betreffende [verdachte], d.d. 7 oktober 2015, opgesteld door dr. N. Duits, kinder- en jeugdpsychiater.

De deskundige komt tot de conclusie dat bij [verdachte] sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en niet van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. [verdachte] heeft vooral cognitieve, morele beperkingen en psychopathe kenmerken. [verdachte]s morele ontwikkeling is minimaal. Hij ervaart geen schuld, neemt geen verantwoordelijkheid voor eigen handelen en schuift dat af op anderen. [verdachte] heeft morele en psychopathe kenmerken die vanaf zijn kinderleeftijd en toenemend aan de orde zijn. Hij heeft een basaal wantrouwen, gebaseerd op verlatingen. De opvoedingsvaardigheden van de ouders zijn beperkt en ondersteuning en beïnvloeding door de hulpverlening is mislukt of gaf slechts kort resultaat.

De gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens was aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. Ondanks zijn geringe mededeelzaamheid over de ten laste gelegde feiten wordt, gezien de gebrekkige ontwikkeling van [verdachte], geadviseerd om hem het tenlastegelegde verminderd toe te rekenen.

De deskundige geeft aan dat een gedragsbeïnvloedende maatregel geen passende optie is voor de verdachte. Voorwaardelijke kaders bieden geen mogelijkheden voor beïnvloeding van [verdachte].

Naar het oordeel van de deskundige komt, na afweging van de mogelijkheden en beperkingen, ter voorkoming van een hoog risico op recidive en in het belang van [verdachte]s ontwikkeling, alleen een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel in aanmerking. [verdachte] heeft baat bij een duidelijke, strenge, maar ook consequente structuur waar vertrouwen en voorspelbaarheid aan de orde zijn, met kennis over zijn beperkingen. Dat kan alleen in de huidige residentiële setting. De deskundige vermeldt bij de vraag welke inrichting de voorkeur zou hebben, dat Intermetzo de enige jeugdinrichting is waar jongeren met een verstandelijke beperking op een LVB behandelafdeling terecht kunnen en dat dit de locatie is waar een gerichte gedragsmatige benadering mogelijk is.

Het ‘Uitgebreid Advies van de Raad voor de Kinderbescherming’ d.d. 9 oktober 2015, opgesteld en ondertekend door M. Kerkhoven, raadsonderzoeker en

R. Splinter, Teamleider.

[verdachte] is een 15-jarige jongen, waar de Raad zeer grote zorgen over heeft. Door zijn beperkingen, de

gebrekkige opvoedingssituatie, de uithuisplaatsingen, en zijn leven op straat en omgang met criminele vrienden, disfunctioneerde en disfunctioneert hij in de drie

leefmilieus (school/instelling-thuis-peers). Hij heeft een flinke scholingsachterstand door ernstig schoolverzuim, desinteresse, gebrek aan inzet,

cognitieve beperkingen en een afwijzende opstelling.

Om herhaling te verminderen is het nodig dat [verdachte] mede gaat werken aan inzicht in zichzelf, in (sociale) situaties en zijn beïnvloedbaarheid in contact met

anderen. Op dit moment zal [verdachte] de druk niet weten te weerstaan en kan hij geen afstand nemen van negatief, risicovol gedrag.

De Raad ziet ernstige problematiek bij [verdachte] evenals veel risicogebieden bij hem en zijn omgeving en daarbij het onttrekken aan intensieve begeleidingsvormen en het niet kunnen omgaan met vrijheid en eigen verantwoordelijkheid. [verdachte] is gebaat bij een zeer strakke structuur, wat hem onvoldoende geboden kan worden in de thuissituatie en woonomgeving.

De Raad heeft, ondanks de uitkomsten van het Forca rapport van november 2014, opnieuw bezien of er alternatieven mogelijk zouden kunnen zijn voor een PIJ-maatregel. Daarbij zijn de uitkomsten van het onderzoek van deskundige Duits, als hierboven vermeld, meegenomen en meegewogen.

De Raad overweegt dat er met het oog op de draagkracht van ouders en de motivatie om mee te werken aan hulpverlening geen mogelijkheden zijn binnen de thuissituatie. De moeder van de verdachte is pedagogisch onmachtig, ondanks dat ze steunend en verzorgend is. Zij legt de oorzaak van het gedrag van haar zoon buiten hemzelf neer bij anderen of de omgeving. Met het oog op zijn gewetensontwikkeling komt naar voren dat [verdachte] zeer beperkt over de strafbare feiten praat en vrijwel alle verantwoordelijkheid voor het eigen handelen buiten zichzelf legt. Er zijn geen mogelijkheden in een ambulant kader vanwege de psychopathologie van [verdachte], zijn

gebrekige zelfinzicht en de tekortschietende opvoedingsvaardigheden van moeder. Dit maakt dat ambulante hulpverleningsvormen zoals een gezinsopname, dan wel behandelmodules binnen een gedragsbeïnvloedende maatregel (hierna: GBM) of een voorwaardelijke PIJ-maatregel niet haalbaar zijn.

[verdachte] heeft baat bij behandeling binnen een strakke structuur, met aandacht voor de strafbare feiten, de relatie met anderen, scholing en het nemen van eigen

verantwoordelijkheid. Er is sprake van een hoog recidiverisico. Nu er geen alternatieven zijn voor een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, blijft het advies staan.

Standpunt van de verdediging

Het hof heeft acht geslagen op hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouw omtrent de afdoening van de zaak naar voren is gebracht. De raadsvrouw heeft in de kern betoogd dat daarbij gekeken moet worden naar alternatieve behandelmogelijkheden dan de in de rapportages geadviseerde onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, nu een PIJ-maatregel moet worden gezien als ultimum remedium.

De raadsvrouw heeft verzocht de zaak daarom aan te houden teneinde door de Raad voor de Kinderbescherming en/of Bureau Jeugdzorg een onderzoek te laten verrichten naar alternatieve behandelingen en de eventuele voorwaarden daarvoor zodat hij in een ambulant kader, al dan niet met een GBM of een voorwaardelijke PIJ-maatregel kan worden behandeld. De raadsvrouw heeft betoogd dat [verdachte] nog een kans op die ambulante behandeling zou moeten krijgen. Weliswaar is eerdere hulpverlening ingezet, was school, zaalvoetbal en MST geregeld, maar intensieve begeleiding van [verdachte] en het gezin en een individueel behandeltraject ontbraken en een gezinsopname is niet meer overwogen. Daarnaast heeft de raadsvrouw het voorwaardelijke verzoek gedaan tot het horen van de deskundige dr. N. Duits.

Het hof merkt op dat de rapportage door dr. Duits op verzoek van de verdediging, als contra-expertise, is opgemaakt. Gelet op de inhoud van de hierboven weergegeven rapportage van de deskundige Duits als ook gelet op het meest recente rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, dat ook ter terechtzitting in hoger beroep door een vertegenwoordiger van de Raad nog eens expliciet is toegelicht, welke rapportages naar het oordeel van het hof van duidelijke – hoewel de verdediging onwelgevallige - conclusies zijn voorzien, wordt het horen van de deskundige niet noodzakelijk geacht. Het verzoek van de raadsvrouw tot het horen van de deskundige Duits wordt afgewezen.

Ook acht het hof de noodzaak niet aanwezig om onderzoek te laten verrichten naar voorwaarden in een ambulant kader, een GBM, dan wel een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Het hof heeft bij dit oordeel acht geslagen op de inhoud van de hiervoor genoemde rapportages van Beijer-Holtman, Van Ekeren, Duits en de Raad voor de Kinderbescherming, maar ook in het bijzonder op hetgeen de deskundige Uddin ter zitting naar voren heeft gebracht, te weten dat dergelijke behandelvormen voor de verdachte thans onvoldoende kans van slagen hebben. Ook in de brief van de deskundigen Beijer-Holtman en Van Ekeren van 23 december 2014 met antwoorden op aanvullende vragen wordt vermeld dat de ouders niet in staat zijn [verdachte] te begrenzen, dat zij een afwerende houding ten opzichte van hulpverlening hebben en [verdachte] zijn eigen gang laten gaan; hij kan zijn zin afdwingen. De verdachte heeft reeds een (lang) traject van hulpverlening achter de rug, waarbij die hulpverlening vele problemen heeft ondervonden met niet alleen verdachte zelf, maar ook met zijn ouders. Met de deskundige Duits en de Raad voor de Kinderbescherming is het hof van oordeel dat de thuisbasis van verdachte niet stabiel en betrouwbaar genoeg moet worden geacht om de verdachte de hulp en steun te kunnen bieden die hij voor een ambulante behandeling nodig zou hebben.

Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat blijkens de rapportages gedurende een lange periode, op diverse manieren, aan verdachte de kans is gegeven voor zijn problemen hulp te ontvangen, waaronder een poging tot het inzetten van MST waarin mede was begrepen individuele begeleiding voor [verdachte] én gezinsbegeleiding, maar dat dit niet van de grond gekomen is wegens onvoldoende motivatie van de verdachte en zijn ouders.

Met inachtneming van de hierboven genoemde rapportages komt het hof tot het oordeel dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht en voorts dat het onvoorwaardelijk opleggen van de PIJ-maatregel noodzakelijk is, gelet op de gebleken problematiek bij de verdachte en de gebleken noodzaak de verdachte in een residentieel kader te behandelen.

Aan de in artikel 77s, eerste lid, onder a, b en c, van het Wetboek van Strafrecht cumulatief gestelde voorwaarden is voldaan, aangezien het bewezenverklaarde misdrijven betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van goederen of personen het opleggen van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen eist en de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

Ingevolge artikel 77t lid 3 Wetboek van Strafrecht is verlenging van de maatregel zoals hier opgelegd ter zake van vermogensdelicten na ommekomst van de in artikel 77s lid 6 Wetboek van Strafrecht genoemde termijn uitgesloten.

Gelet op al het vorenstaande acht het hof het opleggen van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, naast een jeugddetentie voor de duur van 8 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 150,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente, ten laste van de wettelijke vertegenwoordigers van de verdachte.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. Gelet op de leeftijd van de verdachte zal het te betalen bedrag ten laste komen van de wettelijke vertegenwoordigers van de verdachte.

Kosten

Dit brengt mee dat de ouders van de verdachte dienen te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 3]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 402,19.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente en ten laste van de wettelijke vertegenwoordigers van de verdachte.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 3 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. Gelet op de leeftijd van de verdachte zal het te betalen bedrag ten laste komen van de wettelijke vertegenwoordigers van de verdachte.

Kosten

Dit brengt mee dat de ouders van de verdachte dienen te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 9]

In het onderhavige strafproces heeft – de inmiddels overleden – [benadeelde partij 9] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade, tot een bedrag van € 55.802,-, bestaande uit € 55.300,- materiële schade en € 502,- immateriële schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep door de vertegenwoordiger van de benadeelde partij gehandhaafde bedrag.

Daarnaast is ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat kosten zijn gemaakt voor de rechtsbijstand, oplopend tot een bedrag van € 1.788,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toewijzing van de gevorderde kosten ter zake de rechtsbijstand.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Het hof overweegt ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij als volgt.

De vordering tot schadevergoeding, zowel in materiële als in immateriële zin, ziet in de kern op de beschuldiging ten aanzien van het onder 11 ten laste gelegde. Nu de verdachte ter zake van het onder 11 ten laste gelegde door het hof wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Het hof bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dienen te dragen.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de kinderrechter te Den Haag van 19 september 2013 onder parketnummer 09-777419-13 is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, met bevel dat die taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep, in afwijking van de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde straf, gevorderd dat die vordering wordt afgewezen.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

Naar het oordeel van het hof zijn er, gelet op de hieronder vermelde strafoplegging, echter geen termen aanwezig voor toewijzing van die vordering.

De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Beslag

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de personenauto, als vermeld op de lijst van in beslag genomen voorwerpen – de auto van de moeder van de verdachte – aan haar zal worden teruggegeven.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de hierboven bedoelde auto verbeurd zal worden verklaard, nu de auto bij het plegen van meerdere ten laste gelegde feiten is gebruikt.

Het hof is, anders dan de advocaat-generaal, van oordeel dat de in beslag genomen auto aan de rechthebbende dient te worden geretourneerd, nu onvoldoende kan worden vastgesteld dat de moeder van de verdachte redelijkerwijze heeft moeten vermoeden dat haar auto gebruikt zou worden bij het plegen van strafbare feiten (en heeft verzuimd effectieve maatregelen ter voorkoming daarvan te nemen). Het hof zal derhalve teruggave aan de eigenaar gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 63, 77a, 77g, 77h, 77i, 77s, 77gg en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 11 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 primair en 12 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 primair en 12 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de plaatsing van de verdachte in een inrichting voor jeugdigen.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 STK. Personenauto [kentekennr]; FORD MONDEO;

KL: paars.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 150,00 (honderdvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-857237-14 onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 402,19 (vierhonderdtwee euro en negentien cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 9]

Verklaart de benadeelde [benadeelde partij 9] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Den Haag van 18 juni 2014, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter te Den Haag van 19 september 2013, parketnummer 09-777419-13, voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie.

Dit arrest is gewezen door mr. J.A.C. Bartels, mr. R.C.A. Duindam en mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen, in bijzijn van de griffier mr. M. Simpelaar.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 oktober 2015.