Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:3024

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
03-11-2015
Datum publicatie
04-11-2015
Zaaknummer
200.170.133/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intellectuele-eigendomsrecht; handelsnaamrecht, vennootschap onder firma.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

zaaknummer : 200.170.133/01

rep.nr. rechtbank : 3926887 \ EJ VERZ 15-81264

Beschikking van 3 november 2015

inzake:

1. [naam] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [V] ,

2. SOED B.V.,
gevestigd te Katwijk en kantoorhoudende te Noordwijkerhout,
hierna te noemen: SOED B.V.,

verzoekers,

hierna te noemen: [V] c.s.,

advocaat: voorheen mr. J.T.M. Palstra te Arnhem, thans mr. I.J.M. Dankoor te Arnhem,

tegen

SOED AVD B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Katwijk,

verweerster,

hierna te noemen: SOED AVD,

advocaat: mr. C. Langereis te Zoetermeer.

De procedure

1. Bij beroepschrift ex artikel 6 lid 4 juncto artikel 5 Handelsnaamwet (met producties), ingekomen ter griffie op 22 mei 2015, is [V] c.s. tijdig in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gewezen beschikking van de rechtbank Den Haag, team kanton Leiden/Gouda, van 6 mei 2015. [V] c.s. heeft, onder aanvoering van vier grieven, het hof verzocht, kort gezegd, genoemde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende SOED AVD te bevelen haar handelsnaam ‘SOED AVD B.V.’ zodanig te wijzigen dat daarin de lettercombinatie SOED ontbreekt, met bepaling dat die lettercombinatie evenmin mag worden gevoerd in haar website en e-mailadres en met bevel haar inschrijving in het handelsregister dienovereenkomstig te wijzigen, een en ander op straffe van een dwangsom, met veroordeling van SOED AVD in de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv. Bij verweerschrift (met producties) heeft SOED AVD de grieven bestreden. Vervolgens heeft op 17 september 2015 een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij partijen de zaak hebben laten bepleiten door hun advocaten aan de hand van overgelegde pleitnotities. Voor de mondelinge behandeling zijn door [V] c.s. nog op 4 september 2015 ontvangen producties in het geding gebracht (producties 17 tot en met 24). Ten slotte is beschikking bepaald op heden.

Beoordeling van het verzoek

2. Uit de gedingstukken, de in zoverre niet bestreden vaststellingen van de kantonrechter in de bestreden beschikking, alsmede uit hetgeen in hoger beroep enerzijds is gesteld en anderzijds niet is weersproken, blijkt het volgende.

2.1.

[V] drijft vanaf 10 oktober 2006 zijn eenmanszaak ‘Bouwcoach Bikkel’. Op 24 juni 2010 heeft hij bij de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland de domeinnaam ‘soed.nl’ laten registreren.

2.2.

SOED B.V. is opgericht op 21 april 2008 en droeg toen de naam Eerste Duits-Nederlandse Aannemerscombinatie B.V. [V] was vanaf de oprichting directeur en medeaandeelhouder.

2.3.

Bij overeenkomst van 19 januari 2011 is de vennootschap onder firma SOED BouwAdviesGroep (hierna: de VOF) opgericht door [V] , [K] , [R] en [D] . In deze overeenkomst is vooropgesteld: ‘De hierboven genoemde partijen gaan met ingang van 1 januari 2011 een samenwerkingsverband aan onder de naam SOED BouwAdviesGroep.’ Het doel van de VOF is in artikel 2 van de overeenkomst als volgt geformuleerd:

‘De vennootschap heeft ten doel het fungeren als franchise gever onder de naam SOED BouwAdviesGroep. Daarnaast het fungeren als kostenmaatschap. Deze overeenkomst heeft niet tot doel de gezamenlijke uitoefening van een onderneming in de ruimste zin van het woord. De vennoten zetten ieder de ondernemingen voort die tot de ingangsdatum door elk van de vennoten voor eigen rekening en risico werden uitgeoefend. De vennootschap zal dan ook geen opdrachten aannemen. Dit alles in de ruimste zin van het woord.’

In artikel 21 onder het kopje ‘inbreng’ staat het volgende over ‘vennoot 1’ ( [V] ):

‘Door vennoot 1 wordt ingebracht:
- arbeid, kennis en vlijt:
- € 7.500,-;’

2.4.

SOED is de afkorting van ‘Samen Onder Een Dak’. Bij de oprichting van de VOF spraken de vennoten af dat zij deze lettercombinatie aan de handelsnaam van de eigen onderneming zouden (kunnen) toevoegen.

2.5.

[V] heeft een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd, gedateerd 13 januari 2011, waarin als handelsnamen voor zijn eenmanszaak Bouwcoach Bikkel onder meer zijn genoteerd: SOED BouwAdvies, SOED BIKKEL en SOED Bouw Zonder Aannemer.
In een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, gedateerd 23 mei 2011, zijn voor deze eenmanszaak van [V] de navolgende handelsnamen genoteerd: SOED Bouwadvies, SOED BIKKEL, SOED, SOED Bouwmanagement en SOED BouwInnovaties.

2.6.

Op 11 juli 2011 heeft [V] de besloten vennootschap Build4All B.V. opgericht en heeft daaraan de handelsnaam “SOED/Build4All” gegeven. [V] heeft een deel van de activiteiten van zijn eenmanszaak SOED Bikkel ondergebracht in deze vennootschap.

2.7.

Per 30 september 2011 zijn [K] en [R] uitgetreden uit de VOF.

2.8.

[D] heeft voor zijn eenmanszaak ‘Technisch Tekenburo AVD’ de handelsnaam ‘SOED AVD’ gebruikt tussen november 2011 en juli 2012.

2.9.

Op 9 juli 2012 is SOED AVD BV. opgericht met [D] als indirect aandeelhouder en bestuurder. In een uittreksel van de Kamer van Koophandel worden als activiteiten van deze vennootschap vermeld: overige bouwinstallatie; organisatie-adviesbureaus, installatiebedrijf (op basis van de nieuwe bouwmethode), het aannemen van projecten en laten uitvoeren door gecertificeerde bedrijven.

2.10.

De VOF is op 1 juni 2013 ontbonden.

2.11.

Op 27 augustus 2013 is de naam van de Eerste Duits-Nederlandse Aannemerscombinatie gewijzigd in SOED B.V.

2.12.

Build4All B.V. is op 5 augustus 2014 in staat van faillissement verklaard en op 22 augustus 2014 heeft de curator in dit faillissement de inventaris, inclusief handelsnaam, domeinnaam, webcontent en overige immateriële activa aan [V] verkocht. [V] heeft deze activa vervolgens doorverkocht aan SOED B.V.

2.13.

Tot op heden heeft de vereffening van de (inmiddels ontbonden) VOF nog niet plaatsgevonden.

3. Bij inleidend verzoekschrift, bij de griffie van de rechtbank binnengekomen op 5 maart 2015, heeft [V] c.s. de kantonrechter verzocht, kort gezegd, SOED AVD te bevelen haar handelsnaam ‘SOED AVD B.V.’ zodanig te wijzigen dat daarin de lettercombinatie SOED ontbreekt, met bepaling dat die lettercombinatie evenmin mag worden gevoerd in haar website en e-mailadres en met bevel haar inschrijving in het handelsregister dienovereenkomstig te wijzigen, een en ander op straffe van een dwangsom, met veroordeling van SOED AVD tot betaling aan [V] c.s. van € 2.281,91 ter vergoeding van door hen gemaakte proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv.

4. De kantonrechter heeft het verzoek van [V] c.s. afgewezen. Kort gezegd oordeelde de kantonrechter dat artikel 5 Handelsnaamwet geen uitsluitsel biedt voor het onderhavige geschil omdat geen van partijen is aan te wijzen als degene die de lettercombinatie SOED als eerste rechtmatig heeft gevoerd. Het zijn immers de oprichters en vennoten van de VOF die bij de oprichting van dit samenwerkingsverband hebben gekozen voor het opnemen van deze lettercombinatie in de naam van de VOF met daarbij de afspraak dat SOED ook zou worden toegevoegd aan de handelsnamen van de door de vennoten zelf gedreven ondernemingen. Er is dus geen sprake van een aan [V] c.s. toekomend exclusief gebruiksrecht; ook de andere vennoten waren hiertoe gerechtigd. [D] heeft hiervan gebruik gemaakt door SOED op te nemen in SOED AVD B.V. Op deze situatie is het bepaalde in artikel 5 Handelsnaamwet niet van toepassing.

Grief I

5. Met grief I komt [V] c.s. op tegen een aantal feitenvaststellingen door de kantonrechter. Daarbij zij opgemerkt dat [V] c.s. zijn (door SOED AVD bestreden) stelling dat SOED AVD geen ondernemingsactiviteit vertoont en de lettercombinatie SOED niet gebruikt (beroepschrift onder I.9), ten pleidooie in hoger beroep heeft ingetrokken.

6. Met deze grief is met voormelde feitenvaststelling door het hof rekening gehouden. Indien mocht blijken dat de beoordeling van deze grief voor het overige van belang is voor de beoordeling van het hoger beroep, dan komt het hof daarop hierna terug. Voor zover de klachten betrekking hebben op een onvolledige weergave van de feiten dan wel op stellingen die betwist zijn, kan hij niet tot vernietiging leiden. Het hof heeft onder 2 weergegeven welke feiten het relevant acht voor zijn beslissing.

Grief II

7. Met grief II betoogt [V] c.s. kort gezegd dat de VOF zich presenteerde als de rechthebbende op de handelsnaam SOED, dat de VOF-overeenkomst de vennoten het contractuele recht gaf ‘SOED’ te voeren in de handelsnamen van hun ondernemingen,
en dat het einde van de VOF-overeenkomst tevens het einde betekende van het gebruiksrecht. Alsdan herneemt volgens [V] c.s. het wettelijke regime van artikel 5 Handelsnaamwet zijn loop en rijst de vraag wie als eerste de handelsnaam rechtmatig heeft gevoerd. [V] heeft, naar hij stelt, als eerste de lettercombinatie SOED in de handelsnaam van zijn onderneming gevoerd, namelijk vanaf juni 2010, althans in ieder geval vanaf 13 januari 2011. [V] kan op grond van artikel 5 Handelsnaamwet SOED AVD dus verbieden SOED in haar handelsnaam te voeren, aldus [V] c.s. Daarnaast gaat de kantonrechter er volgens [V] c.s. ten onrechte aan voorbij dat SOED AVD geen vennoot was in de VOF, en dus geen gebruiksrecht heeft.

8. Het hof overweegt als volgt.

Eerder gebruik door [V] ?

9. [V] c.s. stelt dat [V] de lettercombinatie SOED al in een handelsnaam voerde voordat de VOF (vanaf januari 2011) of anderen (zoals SOED AVD vanaf juli 2012) dat deden. SOED AVD betwist dergelijk eerder gebruik door [V] .

9.1.

Volgens [V] c.s. dateert dit eerdere gebruik van omstreeks juni 2010. Kennelijk doelt hij daarmee op de registratie van de domeinnaam ‘soed.nl’ op 24 juni 2010 bij de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland. Het enkele registreren van een domeinnaam levert echter geen gebruik van een handelsnaam op als bedoeld in de Handelsnaamwet. Daar komt overigens nog bij dat – naar SOED AVD onbetwist heeft gesteld – deze domeinnaamregistratie is betaald door de VOF en niet door [V] . Over dit gebruik, zie ook onder 11.

9.2.

Ten pleidooie in hoger beroep heeft [V] c.s. daarnaast gewezen op twee offertes die [V] in juni/juli 2010 heeft uitgebracht en waarop in het briefhoofd een logo ‘SOED Bikkel’ staat afgedrukt (producties 22 en 24, in het geding gebracht ter gelegenheid van dit pleidooi). SOED AVD heeft de echtheid van deze offertes betwist. Volgens haar is het logo ‘SOED Bikkel’ achteraf in deze offertes ingeplakt ten behoeve van de onderhavige procedure. Een aanwijzing daarvoor is dat de lettercombinatie SOED verder niet wordt gebruikt in de offertes en er bij de contactgegevens elders op het briefpapier alleen wordt gerefereerd aan ‘bouwcoach bikkel’ zonder SOED (e-mail: info@bouwcoachbikkel.nl en […] @bouwcoachbikkel.nl; website: www.bouwcoachbikkel.nl; terzijde merkt het hof op dat [V] c.s. in zijn inleidend verzoekschrift onder 1 de stelling had betrokken dat hij sinds 24 juni 2010 het adres ‘info@soed.nl’ gebruikt). [V] c.s. heeft niet inhoudelijk op deze betwisting gereageerd. Naar het oordeel van het hof heeft [V] c.s., gelet op de gemotiveerde betwisting van SOED AVD, zijn stellingen op dit punt aldus onvoldoende onderbouwd. Datzelfde geldt voor door [V] c.s. ten pleidooie voorgelezen (doch niet in het geding gebrachte) e-mails betreffende een ontwerp voor een logo, welke e-mails door SOED AVD zijn betwist.

9.3.

[V] c.s. heeft voorts gesteld, onder verwijzing naar een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (productie 1 [V] c.s.), dat [V] de lettercombinatie SOED in ieder geval al vanaf 13 januari 2011 voerde. Het enkele inschrijven van een handelsnaam in dat register levert echter geen gebruik van een handelsnaam op als bedoeld in de Handelsnaamwet.

10. Uit het voorgaande blijkt dat niet is komen vast te staan dat [V] de lettercombinatie SOED eerder voerde in een handelsnaam dan de VOF. Het hof merkt op dat [V] c.s. geen aanbod tot getuigenbewijs heeft gedaan. Volledigheidshalve voegt het hof daar aan toe dat evenmin is komen vast te staan dat verzoekster onder 2, SOED B.V., de lettercombinatie SOED eerder voerde in een handelsnaam dan de VOF (zie onder 2.2 en 2.11).

11. Daar komt nog het volgende bij. De kantonrechter heeft overwogen dat uit besprekingsverslagen blijkt dat al medio 2010 tussen de (toekomstige) vennoten is gesproken over de in het VOF-verband te gebruiken lettercombinatie SOED, dat [V] , vooruitlopende op de oprichting van de VOF per 19 januari 2011, op 24 juni 2010 de domeinnaam heeft laten registreren en op 13 januari 2011 de handelsnamen heeft laten registeren, en dat dit gebruik door [V] van de lettercombinatie SOED derhalve plaatsvond in het kader van het VOF-samenwerkingsverband en geen aan [V] exclusief toekomend exclusief gebruiksrecht betrof. Tegen dit oordeel heeft [V] c.s. niet (tijdig) gegriefd, zodat het hof daar ook van uitgaat.
Overigens deelt het hof het oordeel van de kantonrechter dat het eerdere gebruik van de lettercombinatie SOED door [V] heeft plaatsgevonden ten behoeve van de VOF in statu nascendi en dat het geen exclusief gebruiksrecht voor [V] heeft doen ontstaan. Daarbij geldt dat voor het handelsnaamrecht niet van belang is wie deze lettercombinatie heeft bedacht.

12. Uit het voorgaande volgt dat het hof van oordeel is dat [V] ten tijde van de oprichting van de VOF geen (ouder) handelsnaamrecht ter zake van de lettercombinatie SOED had. Hij heeft dus ook niet die handelsnaam ingebracht in de VOF. Dit wordt bevestigd door de VOF-overeenkomst, waarin de VOF de ‘franchise gever’ wordt genoemd (artikel 2) en waarin bij de inbreng van [V] op geen enkele manier wordt gerefereerd aan een (handels)naam (artikel 21). Aangenomen moet dus worden dat de VOF, die onder de naam SOED BouwAdviesGroep als ondernemingsactiviteiten had het fungeren als franchisegever en als kostenmaatschap, de (eerste) gerechtigde was tot de handelsnaam SOED.
Ook [V] c.s. gaat er in zijn beroepschrift (p. 4, par. 4) van uit dat de VOF de rechthebbende was die haar vennoten het contractuele recht gaf SOED te voeren in de handelsnamen van hun eigen ondernemingen, en dat [V] als vennoot op grond van de VOF-overeenkomst bevoegd was SOED in de handelsnaam van zijn onderneming te voeren.

Gebruiksrecht SOED AVD B.V.?

13. Tussen partijen is in confesso dat de vennoten ten tijde van de oprichting van de VOF hadden afgesproken (dat zij het recht hadden) SOED toe te voegen in de handelsnamen van hun eigen ondernemingen. Dit blijkt ook uit de besprekingsverslagen van onder meer 8 maart 2011 en 11 april 2011 (‘handelsnaam SOED toevoegen bij eigen KvK inschrijving’), overgelegd als productie 2 bij verweerschrift in eerste aanleg.

14. Voor zover daarmee werd gedoeld op al hun (bouw)ondernemingen, geldt dat ook voor SOED AVD, die op 9 juli 2012 is opgericht en vanaf dat moment die naam gebruikt.

15. Voor zover daarmee werd gedoeld op de eenmanszaken van de vennoten ten tijde van de oprichting van de VOF, kwam het recht om SOED in de handelsnaam te voeren toe aan – voor zover hier van belang – Bouwcoach Bikkel (de eenmanszaak van [V] ) en aan Technisch Tekenburo AVD (de eenmanszaak van [D] ).
SOED AVD heeft evenwel gesteld dat de vennoten het recht hadden om de naam SOED onderdeel te doen zijn van de handelsnaam van een besloten vennootschap en dat [D] dus het recht had om SOED te gebruiken in de handelsnaam van zijn besloten vennootschap SOED AVD, net als [V] het recht had om SOED te gebruiken in de handelsnaam van zijn besloten vennootschap. [V] c.s. heeft dit niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist.
Zowel [V] als [D] heeft van dat recht ook gebruik gemaakt. [V] is SOED gaan gebruiken in de handelsnaam van zijn op 11 juli 2011 opgerichte vennootschap Build4All B.V. (‘SOED/Build4All’). Daartegen heeft [D] – naar [V] heeft gesteld en SOED AVD heeft erkend – nooit bezwaar gemaakt. Van zijn kant is [D] SOED gaan gebruiken in de handelsnaam van zijn op 9 juli 2012 opgerichte vennootschap SOED AVD. SOED AVD heeft onbetwist gesteld dat [V] daar geen bezwaar tegen had. Daarbij merkt het hof terzijde op dat uit de processtukken niet blijkt dat [V] c.s. voor 10 februari 2015 bezwaar heeft gemaakt tegen het gebruik van SOED in de handelsnaam van SOED AVD (verzoekschrift onder 8).
Op grond van het bovenstaande moet als vaststaand worden aangenomen dat SOED AVD het recht had om vanaf 9 juli 2012 SOED te gebruiken in haar handelsnaam omdat [D] als vennoot haar dat gebruiksrecht heeft verschaft. Of [D] zijn eenmanszaak al dan niet (deels) heeft ingebracht of overgedragen aan SOED AVD, doet daarbij niet ter zake.

16. Tussen partijen is in confesso dat vereffening van de inmiddels ontbonden VOF nog niet heeft plaatsgevonden. Onder die omstandigheden heeft naar het oordeel van het hof te gelden dat – zolang nog geen vereffening heeft plaatsgevonden waarbij hierover een regeling is getroffen – de verleende gebruiksrechten ter zake van de lettercombinatie SOED, dus ook het aan SOED AVD verleende gebruiksrecht, niet zijn vervallen. Zoals de kantonrechter terecht heeft overwogen, is op de onderhavige situatie het bepaalde van artikel 5 Handelsnaamwet niet van toepassing.

Grief III

17. Met grief III komt [V] c.s. op tegen een overweging ten overvloede van de kantonrechter. Voor zover de grief zich keert tegen overwegingen ten overvloede, heeft [V] c.s. geen belang bij deze grief. Voor zover de grief ten betoge strekt dat de VOF geen onderneming heeft met een eigen handelsnaam waaronder zij gedreven wordt zodat er geen onderneming te verdelen valt, faalt hij. De VOF had, zo blijkt uit artikel 2 van de VOF-overeenkomst, immers als activiteiten het fungeren als franchisegever en als kostenmaatschap. Daarbij merkt het hof op dat [V] op het KvK-formulier ter inschrijving van de ontbinding heeft opgegeven dat de VOF een onderneming had (productie 6 bij verweerschrift in eerste aanleg van SOED AVD; vraag 6.1).

Slotsom

18. Slotsom is dat het hoger beroep van [V] c.s. faalt. Het hof zal de beschikking van de kantonrechter bekrachtigen. Grief IV, die klaagt over de proceskostenveroordeling in eerste aanleg, faalt.

19. [V] c.s. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Deze kosten zullen worden begroot aan de hand van het liquidatietarief, nu SOED AVD niet heeft verzocht om een veroordeling op de voet van artikel 1019h Rv.

Beslissing

Het hof:

  • -

    bekrachtigt de tussen partijen gewezen beschikking van de rechtbank Den Haag, team kanton Leiden/Gouda, van 6 mei 2015;

  • -

    veroordeelt [V] c.s. in de kosten van het beroep, tot op heden aan de zijde van SOED AVD begroot op € 711,- aan griffierechten en € 1.788,- aan salaris voor de advocaat.

Deze beschikking is gegeven door mrs. S.J. Schaafsma, R. Kalden en M.P.J. Ruijpers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2015 in aanwezigheid van de griffier.