Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:2992

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
29-10-2015
Datum publicatie
29-10-2015
Zaaknummer
22-002419-12
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:3124, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 240b Sr. Veroordeling voor het verspreiden, aanbieden, invoeren en verwerven van kinderporno, en het een gewoonte maken van het in bezit hebben van kinderporno.

Preliminair verweer met betrekking tot de geldigheid van de dagvaarding. Het hof is van oordeel dat noch uit de bepaling van artikel 261, eerste lid, Sv, noch uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat aan de omschrijvingen van de afbeeldingen in de tenlastelegging de eis dient te worden gesteld dat zij telkens moeten kunnen worden herleid tot een bepaaldelijk aangeduide afbeelding (dat wil zeggen onder vermelding in de tenlastelegging van een specifiek bij de afbeelding behorend nummer of kenmerk).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002419-12

Parketnummer: 11-870672-10

Datum uitspraak: 29 oktober 2015

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 1 mei 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[de vedrachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1938,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 5 november 2013 en 15 oktober 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren, onder de bijzondere voorwaarde, zoals nader in het vonnis waarvan beroep is omschreven en welke voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is verklaard. Voorts is het inbeslaggenomen voorwerp onttrokken aan het verkeer verklaard.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 4 januari 2011, althans op 4 januari 2011, te Dordrecht en/of Haarlem, in elk geval in Nederland, (een) afbeelding(en), te weten: ongeveer 250 afbeeldingen (in fotoboeken en/of een kalender) en/of gegevensdragers, te weten 12, althans een aantal, videobanden bevattende afbeeldingen (films) en/of 56, althans een aantal DVD's bevattende ongeveer 1250, althans een groot aantal afbeeldingen (films en foto's) en/of (een) computer(s) en/of een harddisk en/of een USB-stick en/of een SD-kaart bevattende afbeeldingen,

heeft verspreid en/of (vanaf 1 januari 2010) aangeboden en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of (vanaf 1 januari 2010) verworven en/of in bezit heeft gehad en/of (vanaf 1 januari 2010) zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst (internet) de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren en/of afbeelden van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) en/of de (geënsceneerde) sport en spelsituatie nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt en/of in (een) (erotisch getinte) houding(en) poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen

en/of

het oraal en/of anaal penetreren met de penis en/of de mond/tong en/of een voorwerp van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis en/of met vinger/hand en/of met een voorwerp

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de vinger(s)/hand

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

Geldigheid van de inleidende dagvaarding

Door de raadsman van de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep het preliminaire verweer gevoerd dat de inleidende dagvaarding (partieel) nietig dient te worden verklaard vanwege een onvoldoende feitelijke omschrijving van het feit, zoals weergegeven in met name de eerste en tweede alinea op blad twee van de inleidende dagvaarding, maar ook zoals weergegeven in de derde tot en met de zesde alinea op blad twee van de inleidende dagvaarding, nu deze vier beschrijvingen niet herleidbaar zijn tot specifiek aangeduide afbeeldingen.

Het hof overweegt hierover het volgende.

De verdachte is ten laste gelegd – kort weergegeven – grootschalig bezit van kinderporno en een gewoonte maken daarvan.

Vooropgesteld dient te worden dat aan de term ‘afbeelding van een seksuele gedraging’ in de zin van artikel 240b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr) op zichzelf onvoldoende feitelijke betekenis toekomt. Zonder feitelijke omschrijving van die afbeelding in de tenlastelegging voldoet de dagvaarding niet aan de in artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) gestelde eis van opgave van het feit. Er bestaat geen grond anders te oordelen in het geval de tenlastelegging betrekking heeft op meer afbeeldingen (vgl. HR 24 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:

1497).

Het hof stelt vast dat in het ten laste gelegde een opsomming is gegeven van (zes) specifieke seksuele handelingen, die te zien zijn op de in de tenlastelegging bedoelde afbeeldingen. Deze nadere aanduidingen van de inhoud van de afbeeldingen leveren naar het oordeel van het hof een voldoende feitelijke omschrijving van de afbeeldingen van de seksuele gedragingen, zodat daarmee is voldaan aan de in artikel 261, eerste lid, Sv gestelde eis van opgave van het feit (vgl. HR 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ3710, en ECLI:NL:GHDHA:2014:1435).

Het verweer stelt voorts de vraag aan de orde of aan de omschrijvingen van de afbeeldingen in de tenlastelegging de eis dient te worden gesteld dat zij telkens moeten kunnen worden herleid tot een bepaaldelijk aangeduide afbeelding (dat wil zeggen onder vermelding in de tenlastelegging van een specifiek bij de afbeelding behorend nummer of kenmerk). Het hof is van oordeel dat noch uit de bepaling van artikel 261, eerste lid, Sv, noch uit de jurisprudentie deze eis kan worden afgeleid.

Het hof acht de dagvaarding derhalve geldig, nu ook overigens is gebleken dat de dagvaarding voldoet aan de eisen die de wet stelt.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(A.)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 4 januari 2011, althans op 4 januari 2011, te Dordrecht en/of Haarlem, in elk geval in Nederland, (een) afbeelding(en), te weten: ongeveer 250 afbeeldingen (in fotoboeken en/of een kalender) en/of gegevensdragers, te weten 12, althans een aantal, videobanden bevattende afbeeldingen (films) en/of 56, althans een aantal DVD's bevattende ongeveer 1250, althans een groot aantal afbeeldingen (films en foto's) en/of (een) computer(s) en/of een harddisk en/of een USB-stick en/of een SD-kaart bevattende afbeeldingen,

heeft verspreid en/of (vanaf 1 januari 2010) aangeboden en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of (vanaf 1 januari 2010) verworven en/of in bezit heeft gehad en/of (vanaf 1 januari 2010) zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst (internet) de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren en/of afbeelden van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) en/of de (geënsceneerde) sport en spelsituatie nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt en/of in (een) (erotisch getinte) houding(en) poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen

en/of

het oraal en/of anaal penetreren met de penis en/of de mond/tong en/of een voorwerp van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis en/of met vinger/hand en/of met een voorwerp

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de vinger(s)/hand

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, de verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

(B.)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 1 april 2010 4 januari 2011, althans op 4 januari 2011, te Dordrecht en/of Haarlem, in elk geval in Nederland, (een) afbeelding(en), te weten: ongeveer 250 afbeeldingen (in fotoboeken en/of een kalender) en/of gegevensdragers, te weten 12, althans een aantal, videobanden bevattende afbeeldingen (films) en/of 56, althans een aantal DVD's bevattende ongeveer 1250, althans een groot aantal afbeeldingen (films en foto's) en/of (een) computer(s) en/of een harddisk en/of een USB-stick en/of een SD-kaart bevattende afbeeldingen,

heeft verspreid en/of (vanaf 1 januari 2010) aangeboden en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of (vanaf 1 januari 2010) verworven en/of in bezit heeft gehad en/of (vanaf 1 januari 2010) zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst (internet) de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren en/of afbeelden van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) en/of de (geënsceneerde) sport en spelsituatie nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt en/of in (een) (erotisch getinte) houding(en) poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen

en/of

het oraal en/of anaal penetreren met de penis en/of de mond/tong en/of een voorwerp van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de penis en/of met vinger/hand en/of met een voorwerp

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de vinger(s)/hand

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Het hof neemt uit het te vernietigen vonnis over de inhoud van de bewijsmiddelen zoals deze zijn opgenomen onder de nummers 1 tot en met 13 in de bij dat vonnis behorende bijlage d.d. 14 augustus 2013 en grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in die bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat – kort gezegd - de op de gegevensdragers aangetroffen kinderpornografische bestanden zich bevonden in zogenoemde unallocated clusters en dat die bestanden door de verdachte — nu hij niet beschikte over speciale forensische software — niet meer te benaderen c.q. te bekijken waren en er aldus geen sprake is van (opzettelijk) bezit van kinderporno-grafische afbeeldingen.

Met de rechtbank overweegt het hof in dit verband het volgende.

Op 4 januari 2011 zijn de betreffende gegevensdragers - na een huiszoeking - onder de verdachte in beslag genomen. Bij onderzoek naar de externe harde schijf (A.a01.4) is gebleken, dat in de unallocated clusters van de harde schijf ruim 17.000 pornografische bestanden waren weggeschreven, betreffende voornamelijk afbeeldingen van kinderen (proces-verbaal bevindingen d.d. 14 januari 2011; PL1850 2010095997-21; dossierpagina 114 e.v.). Bij onderzoek naar de in beslag genomen USB-stick (A.a0l.5) is gebleken dat in de unallocated clusters ruim 230 pornografische bestanden waren weggeschreven, betreffende voornamelijk afbeeldingen van kinderen (proces-verbaal bevindingen d.d. 14 januari 2011; PL 1850 2010095997-22). Uit de processen-verbaal met nummer PL1850 2010095997-49, d.d. 8 juli 2011 (na dossierpagina 340), PL1850 2010095997-37, d.d. 17 maart 2011 (dossierpagina 120 e.v.), PL1850 2010095997-50, d.d. 31 juli 2011 (pagina ongenummerd) en PL1850 2010095997-53, d.d. 6 november 2011 (losbladig), in samenhang bezien, kan worden afgeleid dat 35% van het totaal aantal aangetroffen afbeeldingen op de in beslag genomen gegevensdragers (A.A01.3, A.A01.4, A.A01.5 en A.A01.6) is beoordeeld op strafbaarheid en dat daarvan 2701 afbeeldingen zijn aangetroffen die voldoen aan de criteria voor overtreding van artikel 240b Sr.

De zogenoemde unallocated clusters zijn bestanden die op de harde schijf blijven staan als het ‘adres’ van een bestand wordt verwijderd door het legen van de (digitale) prullenbak. De gebruiker van de gegevensdrager kan deze bestanden dan in de regel niet meer benaderen of openen. Het hof stelt vast dat de op de externe harde schijf en op de USB-stick aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen zich alle bevonden in de zogenoemde unallocated clusters. Deze omstandigheid leidt er in de regel toe dat ten aanzien van die afbeeldingen niet kan worden gesproken van ‘bezit’ in de zin van artikel 240b Sr. Het hof acht in het onderhavige geval echter bijzondere omstandigheden aanwezig die tot een andere conclusie leiden. De verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij de plaatjes die op de in beslag genomen gegevensdragers zijn aangetroffen, heeft opgezocht op internet, deze vervolgens heeft gedownload en heeft opgeslagen (proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 30 maart 2011 met nummer PL1850 2010095997-45; dossierpagina’s 75 en 76). Kennelijk heeft de verdachte deze afbeeldingen op de externe gegevensdragers opgeslagen. Dit vereist naar het oordeel van het hof een actieve handeling strekkende tot bewuste vastlegging van de kinderpornografische afbeeldingen. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de enige gebruiker van de externe harde schijf en de USB-stick is geweest. Daaruit leidt het hof af dat de verdachte degene is die de afbeeldingen op de gegevensdragers heeft opgeslagen. Gelet op het grote aantal aangetroffen bestanden ligt het voor de hand dat de verdachte deze handeling meermalen heeft verricht.

Op grond van het vorenstaande staat naar het oordeel van het hof vast dat de kinderpornografische afbeeldingen die zijn aangetroffen in de unallocated clusters van de externe harde schijf (A.a01.4) en de USB-stick (A.a01.5), door de verdachte zelf in de ten laste gelegde periode naar die gegevensdragers zijn overgeschreven, dan wel anderszins daarop zijn geplaatst, en ook door hemzelf op enig moment weer zijn gewist. Tussen het moment van overschrijven/plaatsen en het moment van wissen had de verdachte die afbeeldingen in bezit.

Dat de betreffende afbeeldingen (ruim) voor 1 januari 2006 door de verdachte op de externe harde schijf en/of de USB-stick zijn geplaatst en tevens verwijderd, acht het hof niet aannemelijk nu het huis van de verdachte kort voor het begin van de ten laste gelegde periode, in het kader van een eerdere strafzaak in verband met het bezit van kinderporno, door de politie is doorzocht.

Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de kinderpornografische bestanden die in de unallocated clusters van de betreffende gegevensdragers zijn aangetroffen, op enig moment in de ten laste gelegde periode in bezit heeft gehad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

(A.)

een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt, meermalen gepleegd.

en

(B.)

een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, invoeren en verwerven, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren, onder de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering, periodieke controle door de politie - afdeling zeden - van de computer en andere gegevensdragers van de verdachte en een behandelverplichting, indien dit door de reclassering noodzakelijk wordt geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van aanzienlijke hoeveelheden kinderporno, afgebeeld of opgeslagen op (digitaal) beeld- en filmmateriaal en hij heeft daar een gewoonte van gemaakt. Verder heeft verdachte films bevattende kinderporno-grafisch materiaal in het buitenland gekocht en deze in gekopieerde vorm binnen Nederland verstrekt aan een kennis/gelijkgezinde.

De verdachte heeft hiermee de norm die strekt tot de bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik in ernstige mate geschonden. Door het downloaden/het bezit van kinderpornografisch materiaal wordt de productie daarvan gestimuleerd en in stand gehouden. Voor deze productie worden jonge kinderen ernstig seksueel misbruikt en uitgebuit. Ten gevolge hiervan lopen deze kinderen dikwijls psychische schade op die gedurende lange tijd diepe sporen nalaat. Ook kunnen zij nog geruime tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie van de beelden. In de praktijk is namelijk gebleken dat een afbeelding die eenmaal op internet is aangetroffen, vrijwel onmogelijk blijvend van internet te verwijderen is en nog jarenlang kan opduiken.

Voor een effectieve bestrijding van de vervaardiging van kinderpornografisch materiaal is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen en verspreiden, maar zeker ook degenen die kinderporno bezitten. Met zijn handelen heeft de verdachte niet alleen een bijdrage geleverd aan de instandhouding van de vervaardiging van kinderpornografisch materiaal, ook heeft hij, zo blijkt uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, absoluut geen inzicht getoond in de schade die het vervaardigen van dergelijke kinderporno aan de kinderen die daarbij zijn betrokken, wordt toegebracht.

De verdachte heeft zich bij het verzamelen van dat kinderpornografisch materiaal kennelijk alleen laten leiden door het bevredigen van zijn eigen behoeften. Het gedrag van de verdachte verdient scherpe afkeuring en dient streng te worden bestraft.

Het hof heeft acht geslagen op het psychologisch onderzoek Pro Justitia d.d. 26 januari 2012 waaruit blijkt dat bij de verdachte sprake is van pedofilie, die als een stoornis in de seksualiteitsbeleving wordt geclassificeerd en als een ziekelijke stoornis van de geestvermogens kan worden beschouwd. Van deze stoornis was bij de verdachte ook sprake ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde.

De pedofilie heeft bijgedragen aan hetgeen hem is ten laste gelegd. Enerzijds wordt de verdachte geleid door zijn seksuele voorkeur, waardoor hij zich aangetrokken voelt tot het bezit/verzamelen van kinderpornografisch materiaal. Anderzijds is er de geneigdheid van de verdachte om niet voldoende remming aan te brengen ter zake van bezit van belastend en wettelijk strafbaar materiaal.

Door de pedofiele stoornis an sich wordt de keuzevrijheid in het gedrag van de verdachte echter niet significant beperkt, zodat hij volgens de rapporteur als toerekeningsvatbaar kan worden aangemerkt.

De wijze waarop de verdachte zijn gedrag in deze bagatelliseert, vergoelijkt en minimaliseert, kan een recidive verhogende werking hebben. Ook van de omgang met ‘lotgenoten’ kan een recidive verhogende werking uitgaan, te meer daar het verdere sociale kader van de verdachte zeer beperkt is en op dit punt geen tegenwicht kan bieden. Anderzijds valt het niet geheel uit te sluiten dat de verdachte zijn woorden waarmaakt en voortaan ieder bezit van kinderpornografisch materiaal afzweert. Zijn leeftijd en de stress verhogende invloed van een nieuwe arrestatie zouden een remmende invloed kunnen hebben op het gedrag van de verdachte. Beide factoren hebben echter eerder geen blijvend resultaat gehad.

De seksuele voorkeur van de verdachte zal niet meer veranderen. De verdachte zal dan ook tot de rationele keuze moeten komen om nooit meer dergelijk belastend materiaal in huis te halen, vanwege het feit dat dit nu eenmaal wettelijk strafbaar is. De kans dat hij ook tot een meer wezenlijke argumentatie kan komen (empathie met betrekking tot mogelijk lijden van de kinderen) moet als gering worden beschouwd. In geval van de verdachte ontbreekt iedere hulpvraag. Bovendien zal het zeer lastig zijn om door de stugge afweer van de verdachte heen te breken en een klimaat te creëren waarin in therapeutisch opzicht significante vooruitgang kan worden geboekt. Er is in geval van de verdachte om die reden sprake van een duidelijke discrepantie tussen enerzijds de wenselijkheid van een therapeutisch contact en anderzijds de reële haalbaarheid hiervan. De kans op een blijvend en gewenst resultaat moet in geval van onderzochte helaas als gering worden beschouwd.

Voorts heeft het hof acht geslagen op het advies d.d. 27 juni 2014 van Reclassering Nederland, waaruit valt op te maken dat de verdachte met klem ontkent pedofiel of pedoseksueel te zijn. De verdachte heeft weinig sociale contacten en geen enkel contact meer met familie. Het ontbreken van contact met zijn familie ervaart de verdachte enerzijds niet als een gemis, doch anderzijds lijdt hij incidenteel onder enige eenzaamheid.

De kans op daadwerkelijke resultaten bij de verdachte door middel van eventuele behandeling en begeleiding lijkt momenteel erg gering. Tegelijkertijd is het in de optiek van de reclassering noodzakelijk om enige minimalisering van de kans op herhaling van gedrag te bewerkstelligen. De reclassering schat de recidivekans in als hoog, evenals de kans op het onttrekken van de verdachte aan opgelegde voorwaarden. De reclassering adviseert aan de verdachte op te leggen een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij tevens wordt geadviseerd om aan het voorwaardelijke deel van die gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden van een meldplicht en een behandelverplichting te verbinden.

Bij de bepaling van een passende strafmaat heeft het hof voor de straftoemeting in aanmerking genomen de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) met betrekking tot het overtreden van artikel 240b Sr. Deze oriëntatiepunten hebben als doel vanuit het oogpunt van rechtseenheid een strafmaat te geven waarop de rechter zich kan oriënteren bij de oplegging van de straf.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 september 2015, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het in bezit hebben van kinderporno. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Voorts heeft het hof acht geslagen op het tijdsverloop sinds de verdachte zich aan het bewezenverklaarde heeft schuldig gemaakt en de gevorderde leeftijd van de verdachte. Ook neemt het hof in aanmerking dat de verdachte ingevolge de door de rechtbank opgelegde bijzondere voorwaarde (die dadelijk uitvoerbaar is verklaard) tweemaal de afdeling zeden van de politie in de gelegenheid heeft gesteld om zijn computers, harde schijven, dvd’s en andere gegevensdragers te controleren op de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal en dat er bij die controles geen kinderpornografisch materiaal is aangetroffen.

Het hof heeft voorts ambtshalve geconstateerd dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu enerzijds het strafdossier op 26 augustus 2013 ter griffie van het hof is binnengekomen, hetgeen niet binnen de termijn van 8 maanden na het instellen van het hoger beroep op 1 mei 2012 is geweest, en anderzijds nu er niet binnen twee jaren na het instellen van het hoger beroep einduitspraak is gedaan door het hof.

Alles overwegende is het hof van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd op de feiten dan door oplegging van gevangenisstraf. Acht slaande op de voornoemde rapportages zal het hof een deel van die gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen.

Het hof is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, met aftrek, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, in beginsel passend en geboden is. Het hof zal echter, gelet op voornoemde schending van de redelijke termijn, bepalen dat een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek, waarvan drie maanden voorwaardelijk zal worden opgelegd. Nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal het hof de proeftijd bepalen op 5 jaren.

Mede gelet op het voornoemde reclasseringsadvies zal het hof aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf de na te noemen bijzondere voorwaarden verbinden. Voorts wordt op grond van het hiervoor omschreven recidiverisico de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarde inhoudende – kort gezegd - controle op het bezit van kinderporno door de afdeling zeden van de politie bevolen.

Gezien de Pro Justitia rapportage d.d. 26 januari 2012 ziet het hof geen aanleiding een behandelverplichting op te leggen.

Beslag

Het hof zal bevelen de onder de verdachte in beslag genomen externe harde schijf (Lacie) (A.a01.4) te onttrekken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Dat op deze externe harde schijf eveneens preken staan die de verdachte graag terug wil hebben, kan niet tot een ander oordeel leiden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14e, 36b, 36c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 5 (vijf) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte verplicht is zich gedurende de volledige proeftijd te melden bij Reclassering Nederland te Dordrecht dan wel Rotterdam, zolang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte de politie, afdeling zeden, in de gelegenheid stelt op gezette tijden zijn computers, harde schijven, dvd's en andere gegevensdrager te controleren op de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal;

beveelt dat de gestelde bijzondere voorwaarde met betrekking tot de controle door de politie dadelijk uitvoerbaar is;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

een externe harde schijf (Lacie) (A.a01.4).

Dit arrest is gewezen door mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, mr. R.F. de Knoop en mr. H.J. van Kooten, in bijzijn van de griffier mr. A.D. Verhoeven.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 oktober 2015.