Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:2747

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
13-10-2015
Datum publicatie
13-10-2015
Zaaknummer
200.143.923/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering op grond van energielevering; juistheid meterstanden onvoldoende gemotiveerd betwist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.143.923/01

Zaaknummer rechtbank : 2363469/13-27574

arrest van 13 oktober 2015

inzake

1. [appellant 1],

wonende te [woonplaats] ,

2. [appellant 2],

wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

hierna te noemen: [appellant 1] c.s.,

advocaat: mr. C.J. Dreef te Den Haag,

tegen

Eneco Business B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Eneco,

advocaat: mr. E.G. Karel te Middelharnis.

Het geding

Bij exploot van 6 maart 2014 is [appellant 1] c.s. in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Den Haag, team kanton, tussen partijen gewezen vonnis van 12 december 2013.

Bij arrest van 6 mei 2014 is een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 14 juli 2014. Van de comparitie is proces-verbaal gemaakt.

Bij memorie van grieven met producties heeft [appellant 1] c.s. bezwaren en twee grieven tegen het vonnis aangevoerd. Bij memorie van antwoord met producties heeft Eneco de bezwaren en grieven bestreden.

Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. De eerste bezwaren van [appellant 1] c.s. richten zich tegen de vaststelling van de feiten door de kantonrechter in rechtsoverweging 1 onder a tot en met d. Het hof zal bij de vaststelling van de feiten met deze bezwaren rekening houden.

2. Het hof gaat uit van de volgende feiten.

3.1

Eneco heeft op het [adres 1] te [woonplaats] energie geleverd.

3.2

[appellant 1] c.s. heeft in mei 2007 een bedrijfsruimte gehuurd van Oppenheim Immobilien-Kapitalanlagegesellschaft mbH, welke bedrijfsruimte volgens de huurovereenkomst is gelegen aan [adres 2] . Actys was de beheerder. [appellant 1] c.s. drijft in de bedrijfsruimte een horecaonderneming, genaamd Brasserie Pasha. [appellant 1] en [appellant 2] vormden daartoe een vennootschap onder firma.

3.3

Op grond van de huurovereenkomst betaalde [appellant 1] c.s. aan de verhuurder een maandelijks bedrag van € 375,-, welk bedrag zag op een voorschot voor het gebruik van gas, elektriciteit en water, en op de kosten van glasbewassing en glasverzekering.

3.4

Nadat een geschil was ontstaan tussen [appellant 1] c.s. en de verhuurder over de energiekosten, hebben [appellant 1] c.s. aan de verhuurder laten weten dat zij graag zelf de energie wilden betalen aan de energieleverancier.

3.5

Op 13 juli 2010 heeft [appellant 1] c.s. aan het deurwaarderskantoor Bazuin en partners geschreven:

“De meterstanden hebben we toen samen met de medewerkers van Actys de opgenomen en genoteerd dit is dan ook in de gesprek van 08-04-2010 besproken en daardoor heeft de heer [naam] de meterstanden van die dag 08-04-2010 genoteerd om op basis daarvan ons een eindafrekening van de afgelopen jaren te maken en zou opsturen naar ons, tot op heden is dit nog niet gebeurd en nu krijgen wij van u een brief met dezelfde vordering dit is voor ons dus niet te begrijpen en daarom gaan wij dan ook niet akkoord met deze vordering. Wat ook is afgesproken is dat wij per 01-06-2010 een eigen leverancier voor gas en elektra zouden gaan krijgen en dat er per die datum dan ook geen service kosten voor ons in rekening gebracht zou worden, dit is helaas ook niet door hun geregeld (…) wel heeft de heer [naam] ons telefonische benaderd dat wij per 01-06-2010 bij eneco sevices zijn aangemeld maar tot op heden heb ik geen brief van eneco gezien.”

Als afzender is op deze brief vermeld: Restaurant Pasha, [adres 1] .

3.6

Op een mutatieformulier van 22 juli 2010 zijn onder meer de volgende gegevens vermeld:

Aanvrager: Cycle Systems

Naam contractant: Brasserie Pasha

Aanvullende naamgeving: p/a Actys Inkoopservices

Factuuradres: [adres 3]

3.7

Eneco heeft na juni 2010 meerdere facturen gezonden aan Brasserie Pasha, op het [adres 3] , ter zake energieleveringen. Deze facturen zijn tot een beloop van € 13.961,07 onbetaald gebleven.

3.8

Op 12 april 2011 heeft [appellant 1] aan Eneco de volgende brief gestuurd:

“(...)

Geachte mijnheer mevrouw,

Op 12-04-2011 heb ik telefonische contact gehad met uw medewerker waar ik de situaitie in het kort heb uitgelegd.

Het is als volgt wij zijn per 01-06-2010 door actys aangemeld bij u als groot zakelijk vebruik, dit is hellaas onterecht want wij hoorden als klein vebruik aangemeld te woorden het is daarom dan ook terecht dat wij als klein verbruik aangemeld zouden woorden. Bij u is de aanmelding als zijnde verbruik van 3 x 80 ampere aangegeven. Wij zijn verbruikers van 3 x 25 ampere.

Vandaag heb ik dan ook gesproken met Eneco services en hebben een aanvraag gedaan als klein zakelijk vebruik.

Daarom verzoek ik u hierbij om onze aanmelding bij u ongedaan te maken.

Ik dank u voor uw medewerking en wacht uw reactie af.

(...)”

Op deze brief is als afzender vermeld: Brasserie pasha, [adres 3] .

4. Eneco vordert in deze procedure dat [appellant 1] c.s. hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling van € 13.961,07, met rente en kosten. Eneco voert daartoe aan dat [appellant 1] c.s. de energieleveringsovereenkomst medio 2010 heeft overgenomen, maar in verzuim is geraakt bij de betaling van de facturen. Anders dan [appellant 1] c.s. verzocht is hij nooit als kleinverbruiker aangemerkt. De gehanteerde tarieven en de in rekening gebrachte bedragen kloppen.

5. [appellant 1] c.s. heeft daartegen aangevoerd dat hij nooit een overeenkomst met Eneco is aangegaan. Daarnaast heeft hij een kleine onderneming. Verder zijn de door Eneco gehanteerde tarieven onjuist. Tot slot maakt [appellant 1] c.s. bezwaar tegen de kosten.

6. De kantonrechter heeft de vorderingen van Eneco grotendeels toegewezen. Daartoe heeft hij het volgende overwogen. Het verweer van [appellant 1] c.s. dat het hem onbekend is dat hij met Eneco gecontracteerd heeft is als onwaarachtig aan te merken, gelet op de onweersproken inhoud van de stukken, met name de brief d.d. 12 april 2011. Verder is er weliswaar een verzoek van [appellant 1] c.s. gedaan om te worden aangemerkt als kleinverbruiker, maar nergens is uit gebleken dat dit verzoek werd gehonoreerd en dat vervolgens een andere meter is geplaatst. Voorts heeft Eneco aangevoerd dat de meterstanden kloppen. [appellant 1] c.s. heeft deze stelling onvoldoende weersproken. De buitengerechtelijke kosten zijn niet toewijsbaar aangezien de overgelegde stukken daartoe onvoldoende zijn.

7. Het hof heeft de feiten opnieuw vastgesteld. De bezwaren die [appellant 1] c.s. daartegen heeft gericht behoeven daarom geen nadere bespreking. De discussie over op welke nummer de onderneming van [appellant 1] c.s. was gevestigd wordt behandeld onder grief 2.

8. Grief 1 bevat de klacht dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat het verweer van [appellant 1] c.s. dat het hem onbekend is dat hij met Eneco heeft gecontracteerd, onwaarachtig is, gelet op de onweersproken inhoud van de stukken, met name de brief van 12 april 2011.

In de toelichting op deze grief stelt [appellant 1] c.s. dat uit geen enkel stuk blijkt dat hij met Eneco heeft gecontracteerd. Uit de brief van 12 april 2011 blijkt eerder het tegenovergestelde, aangezien [appellant 1] c.s. daarin aangeeft niet als grootverbruiker te willen worden aangemerkt. Voorts wordt niet verklaard waarom de energiekosten enorm verschillend zijn in vergelijking met het bedrag dat hij vanaf 2007 jarenlang aan de verhuurder betaalde.

Eneco betwist dat er geen stukken zouden zijn waaruit blijkt dat [appellant 1] c.s. met Eneco heeft gecontracteerd. Eneco verwijst daarbij naar de brief van 12 april 2011, een addendum van 23 juli 2010 van Eneco aan Brasserie Pasha (p/a Actys Inkoopservices, [adres 3] ) en de brief van [appellant 1] c.s. van 13 juli 2010 aan gerechtsdeurwaarder Bazuin en Partners. Verder is Brasserie Pasha als grootverbruiker aangemerkt, hetgeen niet door Eneco kan worden veranderd omdat men hiervoor een verzoek moet doen aan Stedin voor het plaatsen van een andere meter.

9. Het hof verwerpt deze grief en overweegt daartoe als volgt.

Het antwoord op de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen, is afhankelijk van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden. Aanbod en aanvaarding hoeven niet uitdrukkelijk plaats te vinden; zij kunnen in elke vorm geschieden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen.

Naar het oordeel van het hof heeft Eneco genoegzaam aangetoond dat partijen een contractuele relatie zijn aangegaan. Vast staat dat [appellant 1] c.s. hun energiekosten aanvankelijk betaalden aan hun verhuurder middels een maandelijks voorschot in de servicekosten, maar dat – zoals blijkt uit de brief van 13 juli 2010 – in april 2010 met de heer [naam] van Actys is afgesproken dat hij per 1 juni 2010 een eigen energieleverancier zou krijgen. Uit de brief van [appellant 1] van 12 april 2011 blijkt dat [appellant 1] c.s. al sinds juni 2010 energie van Eneco krijgt geleverd, en verder dat hij – weliswaar onder een andere voorwaarde, namelijk als zijnde kleinverbruiker – die energie in de toekomst ook geleverd wil krijgen. Eneco heeft aldus vanaf juni 2010 tot en met mei 2012 energie aan [appellant 1] c.s. geleverd, die [appellant 1] c.s. steeds heeft afgenomen. Gelet op deze gang van zaken wordt het verweer van [appellant 1] c.s. dat er tussen hem en Eneco geen overeenkomst tot stand is gekomen verworpen. In het geval [appellant 1] c.s. geen energie wilde hebben geleverd van Eneco, had het op zijn weg gelegen om een andere energieleverancier te zoeken en daarvan melding te doen aan Eneco. Dat heeft [appellant 1] c.s. kennelijk nagelaten.

Ook het verweer van [appellant 1] c.s. dat hij als kleinverbruiker wilde worden aangemerkt, en dat – nu dat niet is gebeurd – er geen overeenkomst zou zijn ontstaan wordt door het hof niet gevolgd. Het veranderen van groot- naar kleinverbruiker kan slechts via de netbeheerder, in dit geval Stedin, en daarbij dient een andere meter te worden aangevraagd. Dit is kennelijk niet gebeurd. Het al dan niet zijn van groot- of kleinverbruiker is echter voor de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen tussen Eneco en [appellant 1] c.s. niet van doorslaggevend belang, nu immers vast staat dat er wel energie is geleverd door Eneco die door [appellant 1] c.s. is afgenomen.

Dat geen overeenkomst tot stand kan zijn gekomen omdat geen algemene voorwaarden zijn overeengekomen, is onjuist. Het staat partijen vrij om al dan niet bij een overeenkomst algemene voorwaarden overeen te komen.

10. Grief 2 bevat de klacht dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat [appellant 1] c.s. onvoldoende heeft weersproken dat de meterstanden die door de netbeheerder aan Eneco zijn doorgegeven, kloppen.

In de toelichting op deze grief stelt [appellant 1] c.s. dat hij niet de huurder was van de bedrijfsruimte aan het [adres 1] , maar van de bedrijfsruimte aan het [adres 2] , op welk adres meerdere bedrijven waren gevestigd. De EAN code van [adres 2] is anders dan de EAN code die op het mutatieformulier staat vermeld.

Eneco betwist deze grief. Daartoe voert zij aan dat [appellant 1] c.s./Brasserie Pasha wel op het [adres 3] was gevestigd. Verder heeft Eneco de juiste meter voor ogen, en op basis daarvan een correcte berekening van het energieverbruik gemaakt.

11. Het hof verwerpt ook deze grief en overweegt daartoe als volgt.

Hoewel in de tussen [appellant 1] c.s. en Oppenheim Immobilien-Kapitalanlagegesellschaft mbH gesloten huurovereenkomst staat dat het gehuurde is gelegen aan het [adres 2] , kan uit alle andere overgelegde bescheiden geen andere conclusie worden getrokken dan dat [appellant 1] c.s. zijn onderneming in feite dreef aan het [adres 1] . Dit volgt in eerste plaats uit de inschrijving van de Kamer van Koophandel, waarin staat dat het bezoekadres van Brasserie Pasha het [adres 1] is. Daarnaast vermeldt [appellant 1] c.s. in de brieven die hij schrijft als afzender ook altijd het [adres 3] of [adres 1] (zie bijvoorbeeld de brieven aan Bazuin en Partners van 13 juli 2010 en aan Eneco van 12 april 2011).

Verder is het hof van oordeel dat voldoende gesteld en bewezen is, althans door [appellant 1] c.s. onvoldoende gemotiveerd is betwist, dat het door Eneco in rekening gebrachte verbruik correct is, en is gebaseerd op basis van de juiste meterstanden. Zo volgt uit de e-mail van S.P.C. de Jong van Eneco van 19 oktober 2012 dat hij de meter die bij Brasserie Pasha in de kast hangt heeft bekeken, en dat uit navraag bij Stedin is gebleken dat dit een hoofdmeter betreft, die enkel het verbruik registreert van Brasserie Pasha. Voorts merkt hij op dat de meterstanden die Stedin heeft van 1 september 2012 in lijn zijn met de meterstanden die hij samen met [appellant 1] op 28 augustus 2012 heeft geconstateerd. Uit de overgelegde overzichten verbruik van Eneco van september 2010 tot en met april 2012 blijkt voorts dat de meter is gekoppeld aan EAN code 871689200000016286.

12. [appellant 1] c.s. heeft het een en ander op de comparitie van partijen bij het hof uitdrukkelijk betwist, waar hij heeft aangevoerd dat (i) de meter met EAN code 871689200000016286 een meter voor het gehele pand betreft en (ii) hij na Eneco is overgestapt naar energieleverancier Oro, die het daadwerkelijke verbruik bij de Brasserie vijf maanden lang handmatig heeft opgenomen, op basis waarvan [appellant 1] c.s. slechts € 375 per maand hoefde te betalen. Van beide punten zouden onderliggende bewijsstukken bestaan. Echter, op beide punten wordt in de memorie van grieven door [appellant 1] c.s. niet meer teruggekomen, ondanks de afspraak die partijen hierover hebben gemaakt tijdens de comparitie. Een en ander leidt tot de conclusie dat [appellant 1] c.s. onvoldoende heeft weersproken dat de energiestanden, zoals door Eneco gesteld, correct zijn.

13. Nu de grieven falen zal het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigen. [appellant 1] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van 12 december 2013 van de rechtbank Den Haag, team kanton;

- veroordeelt [appellant 1] c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eneco bepaald op € 1920,- aan verschotten en € 1788,- aan salaris advocaat;

- verklaart dit arrest (voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft) uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M.T. van der Hoeven-Oud, A.J.M.E. Arpeau en M. Flipse en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2015 in aanwezigheid van de griffier.