Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:2586

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
22-09-2015
Datum publicatie
24-09-2015
Zaaknummer
22-004042-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 26 WWM. Voorhanden hebben stroomstootwapen. Geen straf of maatregel ivm overschrijding van redelijke termijn (6 EVRM)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2015/215
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004042-15

Parketnummer: 09-655224-11

Datum uitspraak: 22 september 2015

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 14 december 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 8 juli 2014 en 8 september 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-758944-10 onder 1 en 2 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 09-655224-11 ten laste gelegde onder andere veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Verzoek tot splitsing zaken

De raadsman van de verdacht heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verzoek gedaan de in eerste aanleg gevoegde zaken te splitsen, nu de advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte te veroordelen voor het in de zaak met parketnummer 09-655224-11 ten laste gelegde, maar de verdachte vrij te spreken van het in de zaak met parketnummer 09-758944-10 onder 1 en 2 ten laste gelegde en ook de raadsman vrijspraak heeft bepleit voor de laatstgenoemde feiten. Splitsing van de zaken zou, indien het hof de eis van de advocaat-generaal volgt, de mogelijkheid tot het indienen van een verzoek tot schadevergoeding wegens onterecht ondergaan voorarrest in de zaak met parketnummer 09-758944-10 openlaten.

Het hof wijst het verzoek toe. Tussen de twee zaken bestaat geen verband en gevoegde behandeling van de zaken is niet langer in het belang van het onderzoek. De zaak met parketnummer 09-758944-10 zal bij apart arrest met rolnummer 22-006216-11 worden afgedaan en onderhavig arrest zal nog slechts de zaak met parketnummer 09-655224-11 beslaan.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee aldus bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan de orde.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 oktober 2010 te Delft (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet (in alle opzichten) verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 29 oktober 2010 te Delft een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van €250,-, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis.

Geen straf of maatregel

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat aan de verdachte geen straf of maatregel dient te worden opgelegd, nu de verdachte het wapen in zijn bezit heeft gekregen nadat was gepoogd hem in zijn woning te overvallen en hij niet met het wapen op straat heeft gelopen. Bovendien is sprake van overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, hetgeen niet te wijten is aan de verdediging.
De advocaat-generaal heeft bij repliek te kennen gegeven zich te kunnen vinden in het toepassen van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht in deze zaak.

Het hof heeft geconstateerd dat de behandeling van de zaak in hoger beroep inderdaad niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden, nu de verdachte reeds op 28 december 2011 hoger beroep heeft ingesteld, het dossier vervolgens op 13 juli 2012 bij het hof is binnengekomen en de zaak pas op 8 september 2015 ter terechtzitting in hoger beroep inhoudelijk is behandeld. Dat betekent dat de behandeling in hoger beroep ruim drie jaar heeft geduurd, en daarmee is de redelijke termijn met ruim een jaar overschreden. Waar een feit als het onderhavige in beginsel een onvoorwaardelijke geldboete rechtvaardigt, is dat naar oordeel van het hof in het licht van de termijnoverschrijding niet langer passend.

Derhalve acht het hof het raadzaam te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd;

Dit arrest is gewezen door mr. Th.W.H.E. Schmitz, mr. H.J.M. Smid-Verhage en mr. T.B. Trotman, in bijzijn van de griffier mr. E. van Doren.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 september 2015.