Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:2523

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
12-08-2015
Datum publicatie
17-09-2015
Zaaknummer
200.156.802/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Ontslag executeur vanwege verzaken verplichting tot boedelbeschrijving en informatieplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2015-0316
FJR 2016/30.17
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Uitspraak : 12 augustus 2015

Zaaknummer : 200.156.802/01

Rekestnummer rechtbank : EJ VERZ 13-89284

Zaaknummer rechtbank : 2539791

1. [verzoeker sub 1],

wonende te [plaatsnaam],

2. [verzoeker sub 2],

wonende te [plaatsnaam],

3. [verzoeker sub 3],

wonende te [plaatsnaam],

4. [verzoeker sub 4],

wonende te [plaatsnaam],

5. [verzoeker sub 5],

wonende te [plaatsnaam],

6. [verzoeker sub 6],

wonende te [plaatsnaam],

7. [verzoeker sub 7],

wonende te [plaatsnaam],

verzoekers in hoger beroep,

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,

advocaat mr. I.W. van Osch te Den Haag,

tegen

[verweerster],

wonende te [plaatsnaam],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: verweerster,

advocaat mr. G.C. Haulussy te Rotterdam.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Verzoekers zijn op 30 september 2015 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 2 juli 2014 van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag.

Verweerster heeft op 8 december 2014 een verweerschrift ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van verzoekers:

  • -

    op 24 oktober 2014 een brief van 23 oktober 2014 met bijlage;

  • -

    op 11 mei 2015 een brief van diezelfde datum met als bijlage een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen.

De zaak is op 22 mei 2015 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

  • -

    verzoekers sub 2, 3, 4 en 5, bijgestaan door hun advocaat;

  • -

    verweerster, bijgestaan door haar advocaat.

Verzoekers sub 1, 6 en 7 zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking zijn, voor zover in hoger beroep van belang, de verzoeken strekkende tot ontslag dan wel schorsing van verweerster als executeur, aflegging van rekening en verantwoording en het geven van opdracht aan notaris mr. M.J.J.R. Lentze tot het opmaken van een boedelbeschrijving, afgewezen. Voorts heeft de kantonrechter zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van (onder meer) het verzoek voor recht te verklaren dat het testament van erflater van 14 juli 2008 nietig is en dit verzoek verwezen naar team civiel van de rechtbank.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast:

  • -

    op [datum] 2008 is te [plaatsnaam] overleden [erflater] (hierna te noemen: de erflater);

  • -

    verzoekers sub 1, 2 en 3 zijn de thans nog in leven zijnde kinderen van erflater;

  • -

    de dochter van erflater, [dochter van erflater], is op [datum] 2009 overleden met achterlating van haar echtgenoot, verzoeker sub 4, en hun kinderen, verzoekers sub 5, 6 en 7, als haar erfgenamen;

  • -

    ten tijde van zijn overlijden was erflater met verweerster in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren;

  • -

    in het testament van 14 juli 2008 van erflater (hierna ook: het testament) is opgenomen dat erflater alle eerder gemaakte wilsbeschikkingen herroept en dat niet wordt afgeweken van de wettelijke erfopvolging. Dat betekent dat erflater zijn vier kinderen en verweerster als erfgenamen heeft achtergelaten. Daarnaast is in het testament de wettelijke verdeling van toepassing verklaard, waardoor verzoekers een in beginsel niet-opeisbare geldvordering op verweerster hebben gekregen;

  • -

    verweerster is in het testament van 14 juli 2008 benoemd tot executeur;

  • -

    de kinderen van erflater hebben de nalatenschap van hun vader beneficiair aanvaard;

  • -

    verweerster heeft de nalatenschap zuiver aanvaard;

  • -

    tot de nalatenschap behoren onder meer onroerende zaken en banktegoeden in Nederland en in [land A], effecten, aandelen in [onderneming] Er zijn nalatenschapsschulden waar onder belastingschulden.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de afwijzing van de verzoeken strekkende tot ontslag dan wel schorsing van verweerster als executeur, aflegging van rekening en verantwoording en het geven van opdracht aan notaris mr. M.J.J.R. Lentze tot het opmaken van een boedelbeschrijving.

2. Verzoekers verzoeken het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende in hoger beroep – zo nodig onder aanvulling en/of verbetering van gronden – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. verweerster primair te ontslaan als executeur van de nalatenschap van erflater, althans subsidiair verweerster uit haar taak als executeur van de nalatenschap van de erflater te schorsen voor de duur van de onderhavige procedure, met ingang van de datum van indiening van het beroepschrift, althans – in dit kader subsidiair – met ingang van een door het hof te bepalen datum;

  2. te bepalen dat verweerster binnen twee weken na de in deze te wijzen beschikking aan verzoekers rekening en verantwoording aflegt over de uitoefening van haar taak als executeur van de nalatenschap van erflater en in het bijzonder over de eigendomssituatie van het onroerend goed in [land A] zoals bedoeld in sub 27 van het beroepschrift, voorzien van onderliggende bescheiden;

  3. aan notaris mr. M.J.J.R. Lentze van notariskantoor Ellens & Lentze Notariaat Mediation, kantoorhoudende te Den Haag, althans subsidiair een door het hof in goede justitie te bepalen notaris, opdracht te geven om een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving op te stellen van alle activa en passiva van de nalatenschap van erflater per [datum] 2008, indien verweerster niet binnen één maand na een onherroepelijke uitspraak daarover geen dienovereenkomstig aangepaste boedelbeschrijving aan verzoekers heeft toegezonden (voorzien van onderliggende bescheiden);

  4. verweerster te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure en de procedure in eerste aanleg.

3. Verweerster verweert zich daartegen en verzoekt het hof het hoger beroep, zo nodig onder verbetering en/of aanvulling van gronden, af te wijzen, met veroordeling van verzoekers in de kosten van de procedure.

4. Verzoekers voeren het volgende aan. Als gevolg van de handelswijze van verweerster is het wantrouwen van verzoekers jegens verweerster versterkt. Verzoekers voeren daartoe aan dat verweerster zich ten onrechte onroerende zaken in [land A] heeft toegeëigend, dat zij daarover geen rekening en verantwoording heeft willen afleggen, althans niet eerder dan daartoe in rechte te zijn verzocht door verzoekers, dat verweerster nog altijd geen (definitieve) boedelbeschrijving heeft opgemaakt en dat de door verweerster overgelegde stukken en afgelegde rekening en verantwoording niet juist en niet volledig blijken te zijn. Voorts voeren verzoekers aan dat verweerster geen pogingen heeft ondernomen om het ontstane wantrouwen weg te nemen of te verminderen. Integendeel, verweerster heeft ruim vijf jaar lang permanent geweigerd inhoudelijk op de vragen van verzoekers in te gaan, ondanks toezeggingen van de boedelnotaris daartoe. Bovendien zijn de vragen van verzoekers – anders dan door de kantonrechter aangenomen – ook in het kader van de procedure in eerste aanleg niet (afdoende) beantwoord. Sterker nog, de overgelegde stukken en mededelingen daarover door verweerster hebben verzoekers aanleiding gegeven zelf nader onderzoek te verrichten, hetgeen heeft geleid tot de conclusie dat verweerster zich ten onrechte onroerende zaken heeft toegeëigend. Voorts voeren verzoekers aan dat op verweerster als executeur de taak rustte om de geldvorderingen als bedoeld in artikel 4:13 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) vast te stellen en dat zij in dat kader gehouden was om nader onderzoek naar de eigendomssituatie van de registergoederen te (laten) doen. Nu zij dat heeft nagelaten en gelet op de overige omstandigheden in deze, is verweerster tekort geschoten in haar taak als executeur, zodat niet langer gevergd kan worden dat zij met het beheer over de nalatenschap van erflater is belast.

Verzoekers voeren daarnaast aan dat de door verweerster in eerste aanleg in het geding gebrachte voorlopige boedelbeschrijving onjuist is en dat deze boedelbeschrijving mede aan de hand van de resultaten van het onderzoek door verzoekers dient te worden aangepast. Om te voorkomen dat verzoekers opnieuw onnodig lang moeten wachten op een definitieve boedelbeschrijving, op basis waarvan hun vorderingen ex artikel 4:13 BW kunnen worden vastgesteld, verzoeken zij om notaris mr. Lentze te benoemen om een boedelbeschrijving op te stellen, indien en voor zover verweerster niet binnen één maand na het onherroepelijk worden van een gerechtelijke uitspraak daarover, een dienovereenkomstig aangepaste boedelbeschrijving aan verzoekers verstrekt.

5. Verweerster stelt dat de kantonrechter terecht heeft overwogen dat er geen gewichtige redenen zijn om verweerster als executeur te ontslaan. Het wantrouwen van verzoekers jegens verweerster als executeur vormt evenmin een grond voor ontslag. Zoals door verweerster in eerste aanleg reeds is gesteld en als vaststaand moet worden aangenomen, is de wettelijke verdeling op de nalatenschap van toepassing en hebben verzoekers een niet-opeisbare vordering. Verweerster betwist dat verzoekers niet door haar zouden zijn geïnformeerd en voert daartoe aan dat zij de door de boedelnotaris opgestelde boedelbeschrijving aan verzoekers heeft overgelegd. Door verzoekers wordt deze boedelbeschrijving echter niet geaccepteerd, evenmin als de gevolgen van de wettelijke verdeling. Verweerster betwist de juistheid van de stellingen van verzoekers met betrekking tot de eigendom van de onroerende zaken in [land A] en stelt dat zij geen medewerking nodig had van verzoekers om de onroerende zaken te [land A] op haar naam te stellen omdat de erfopvolging ook wat betreft de [in land A gelegen] registergoederen wordt beheerst door Nederlands recht. Verweerster concludeert dat zij alle informatie heeft verschaft waar om is verzocht zodat er geen gewichtige redenen zijn die zouden moeten leiden tot ontslag. Ook het verzoek tot het laten opstellen van een boedelbeschrijving door een andere notaris is naar mening van verweerster terecht afgewezen, nu het feit dat de boedelbeschrijving en de juridische gevolgen van de wettelijke verdeling niet door verzoekers worden aanvaard, geen grond is voor toewijzing van dit verzoek.

6. Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 4:149, tweede lid, BW kan een executeur door de kantonrechter ontslag worden verleend om gewichtige redenen. Het hof stelt voorop dat een executeur bij de uitoefening van zijn taken niet alleen bevoegdheden heeft, maar ook verplichtingen, in het bijzonder de in artikel 4:146, tweede lid, BW neergelegde plicht om met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te stellen. Deze verplichting is door erflater in het testament herhaald in de bepaling op pagina 2 dat op de executeur de verplichting rust binnen drie maanden na het overlijden van erflater – derhalve niet later dan [datum] 2008 – een boedelbeschrijving op te maken. Het hof is van oordeel dat verweerster deze verplichting ernstig veronachtzaamd heeft. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat er thans – ruim zeven jaar na het overlijden van erflater – nog immer geen definitieve boedelbeschrijving is opgemaakt. Gelet op de uitvoering die verweerster tot op heden aan de executele heeft gegeven, is het naar het oordeel van het hof niet ondenkbaar dat, in het geval de executeur als zodanig aanblijft, de verdere afwikkeling van de nalatenschap nog steeds niet voortvarend ter hand wordt genomen en nog geruime tijd in beslag zal gaan nemen. Het hof is op grond daarvan van oordeel dat er gewichtige redenen bestaan op grond waarvan de executeur ontslag verleend dient te worden. Daarbij neemt het hof tevens in aanmerking dat een executeur een uitgebreide informatieplicht jegens de erfgenamen heeft, omdat hij uit hoofde van artikel 4:148 BW gehouden is een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak te geven. Deze verplichting is door erflater in het testament gespecificeerd door de bepaling op pagina 3 dat de executeur verplicht is jaarlijks en bij het einde van zijn beheer rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen. Ook aan deze verplichting heeft verweerster naar het oordeel van het hof in ruime mate niet voldaan. Het hof overweegt daartoe dat het niet alleen te lang heeft geduurd voordat verweerster – eerst in het kader van de door verzoekers aanhangig gemaakte procedures – enige informatie aan de andere erfgenamen heeft verstrekt, maar ook dat de door verweerster verstrekte informatie nog altijd niet volledig is. Door het handelen en – met name – het nalaten van verweerster in haar hoedanigheid als executeur is aan de zijde van verzoekers een dermate diep, langdurig en niet aanstonds van enige grond ontbloot wantrouwen jegens verweerster ontstaan, dat het hof moet concluderen dat de persoonlijke vertrouwensrelatie die nodig is voor een goede uitvoering van de executele, is weggevallen. Ook deze omstandigheid levert in samenhang met het verzaken van de verplichting tot opmaken van een boedelbeschrijving een gewichtige reden op die het ontslag van verweerster als executeur rechtvaardigt.

7. Het vorenstaande leidt ertoe dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen en verweerster alsnog zal ontslaan als executeur.

8. Ingevolge artikel 4:151 BW is een executeur wiens bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, verplicht aan degene die na hem tot het beheer bevoegd is of, bij gebreke aan een opvolgend executeur aan de erfgenamen, rekening en verantwoording af te leggen, op de wijze als in artikel 4:161 BW voor bewindvoerders is bepaald. Nu het hof het verzoek tot ontslag van verweerster als executeur zal toewijzen en haar privatieve beheer van de nalatenschap daarmee zal eindigen, zal het hof het onder 2b vermelde verzoek eveneens toewijzen.

9. Zoals reeds onder 6 overwogen, dient na overlijden van een erflater met bekwame spoed een boedelbeschrijving te worden opgemaakt. Gelet op het ontslag van verweerster als executeur en het wantrouwen tussen de erfgenamen, is een boedelnotaris de meest aangewezen persoon om een boedelbeschrijving op te stellen. Het hof zal derhalve als verzocht overgaan tot benoeming van een boedelnotaris. Van alle betrokkenen mag in deze worden verlangd dat zij volledig meewerken aan de afwikkeling van de boedel door de boedelnotaris. In het kader van de afwikkeling is het van belang dat partijen zich niet meer bezig houden met detailpunten, maar overeenstemming weten te bereiken over de hoofdlijnen. Indien partijen geen overeenstemming weten te bereiken omtrent enig onderdeel geeft het hof partijen in overweging om dit bindend te laten beslissen door de boedelnotaris. Partijen hebben ter terechtzitting verklaard geen bezwaren te hebben tegen benoeming van notaris mr. A.R. Autar, notaris te Rotterdam en aldaar kantoorhoudende aan de Straatweg 7 (3051 BA), zodat het hof mr. Autar zal benoemen tot boedelnotaris.

10. Verzoekers hebben hun verzoek om verweerster te veroordelen in de proceskosten niet onderbouwd, zodat het hof dit verzoek zal afwijzen en de proceskosten zal compenseren.

11. Dit leidt tot de volgende beslissing.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en, in zoverre opnieuw beschikkende:

ontslaat verweerster met onmiddellijke ingang uit haar functie van executeur;

draagt verweerster op rekening en verantwoording af te leggen aan verzoekers op de wijze als is bepaald in artikel 4:151 in samenhang met artikel 4:161 BW;

benoemt mr. A.R. Autar, notaris te Rotterdam en aldaar kantoorhoudende aan de Straatweg 7 (3051 BA) tot boedelnotaris in de nalatenschap van:

[erflater],

geboren op [datum] 1926 te [plaatsnaam], [land A],

overleden op [datum] 2008 te [plaatsnaam];

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de boedelnotaris zal zenden;

bepaalt dat verzoekers binnen 14 dagen na de datum van deze beschikking (een afschrift van) de processtukken ter beschikking van de boedelnotaris zullen stellen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Stollenwerck, Sutorius-van Hees en Zwagemaker, bijgestaan door mr. Hogendoorn-Matthijssen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 augustus 2015.