Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:2212

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
08-07-2015
Datum publicatie
14-08-2015
Zaaknummer
22-003651-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks diefstallen uit kamers in verzorgings- of verpleeghuizen in Nederland. De verdachte ging de huizen binnen en heeft eigendommen van de bewoners uit hun kamers weggenomen.

De verdachte heeft zelfs niet geschroomd kamers in de huizen binnen te gaan, terwijl de bewoner zich in die kamer bevond.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 33 (drieëndertig) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-003651-14

Parketnummer: 10-740106-14

Datum uitspraak: 8 juli 2015

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 13 augustus 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1968,

thans gedetineerd in PI Rijnmond - HvB De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 24 juni 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 primair, alsmede van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 subsidiair, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen als vermeld in het vonnis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak ten aanzien van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans nog aan de orde - ten laste gelegd dat:

1:


hij op of omstreeks 26 februari 2014 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning / kamer (van verpleeghuis "Sint Antonius", welke is gelegen aan [adres] heeft weggenomen 17, althans één of meerdere siera(a)d(en) (waaronder oordopjes en/of broches), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2:


hij in of omstreeks de periode van 14 februari 2014 tot en met 26 februari 2014 te Rotterdam en/of Vianen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning / kamer (van een verpleeghuis, welke is gelegen aan het [adres] heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud, waaronder een (ING) (bank)pas en/of een (geld)bedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 februari 2014 te Vianen en/of te Rotterdam een goed, te weten een (ING) (bank)pas, heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die pas wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed betrof;

4:

hij op of omstreeks 03 juli 2013 te Veghel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van een verzorgingscentrum, welke is gelegen aan de [adres]heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5:


hij, verdachte op of omstreeks 3 juli 2013 en/of 4 juli 2013 te 's-Hertogenbosch en/of te Zwijndrecht, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit

-(1) een (geld)automaat van de RABO Bank en/of

-(2) een (geld)automaat van de ABN-Amro (gelegen aan de Nieuwstraat (75-79)) en/of

-(3) een (geld)automaat van de ABN-Amro (gelegen aan de Stationsweg (45)),

heeft weggenomen

-(1) een (geld)bedrag van 250 euro en/of

-(2) een (geld)bedrag van 750 euro en/of,

-(3) een (geld)bedrag van 1000 euro,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot die (geld)automa(a)t(en) heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte (telkens) een (bank)pas op naam van die [benadeelde partij 4], in elk geval op naam van een ander dan verdachte(n), in voornoemde (geld)automa(a)t(en) gestoken en een(maal) of meermalen de (juiste) pincode ingevoerd, waardoor voornoemde (geld)bedrag(en) verkregen konden worden, zonder daartoe gerechtigd te zijn;

6:

hij op of omstreeks 15 juli 2013 te Veghel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van een verzorgingstehuis, welke is gelegen aan [adres]) heeft weggenomen een tas (met daarin onder andere een portemonnee en/of één of meerdere bankpassen en/of een geldbedrag) en/of foto's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

7:


hij, verdachte op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 augustus 2013 tot en met

19 oktober 2013 te Rotterdam en/of Zwijndrecht en/of Dordrecht en/of Arnhem en/of Nijmegen, in elk geval (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit

-één of meerdere winkel(s) en/of

-één of meerdere (geld)automa(a)t(en),

heeft weggenomen

één of meerdere geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 7600 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

-waarbij verdachte en/of zijn mededader in één of meerdere winkel(s) is geweest en/of één of meerdere geldbedrag(en) heeft gepind door middel van een valse sleutel en/of

-waarbij de verdachte en/of zijn mededader zich (telkens) de toegang tot die (geld)automa(a)t(en) heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader (telkens) een (bank)pas op naam van die [benadeelde partij 6], in elk geval op naam van een ander dan verdachte(n), in één of meerdere (betaal)automa(a)t(en) en/of (geld)automa(a)t(en) gestoken en een(maal) of meermalen de (juiste) pincode ingevoerd, waardoor voornoemde (geld)bedrag(en) verkregen konden worden en/of voornoemd(e) geldbedrag(en) van de rekening van voornoemde [benadeelde partij 6] werden afgeschreven, zonder daartoe gerechtigd te zijn;

8:


hij, verdachte op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 september 2013 tot en met 10 september 2013 te Rotterdam en/of Zwijndrecht, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) in / uit

-(1) een (geld)automaat van de ING bank (postcode [x]) en/of

-(2) een (geld)automaat van de ING bank (postcode [x]) en/of

-(3) een (geld)automaat van de ING Bank,

en/of

-(4) middels een (betaal)automaat van (winkel)pand "Van Gent Autoverhuur",

heeft weggenomen

-(1) een (geld)bedrag van 500 euro en/of

-(2) een (geld)bedrag van 500 euro en/of,

-(3) een (geld)bedrag van 500 euro en/of

-(4) een of meerdere (geld)bedrag(en) (van in totaal 735,10 euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot die (geld)automa(a)t(en) heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte (telkens) een (bank)pas op naam van die [benadeelde partij 7], in elk geval op naam van een ander dan verdachte(n), in voornoemde (geld)automa(a)t(en) en/of (betaal)automa(a)t(en) gestoken en een(maal) of meermalen de (juiste) pincode ingevoerd, waardoor voornoemde (geld)bedrag(en) verkregen konden worden, zonder daartoe gerechtigd te zijn;


9:


hij op of omstreeks 13 september 2013 te Varsseveld, binnen de gemeente Oude IJsselstreek, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van verzorgingscentrum [adres] heeft weggenomen een portemonnee en/of een geldbedrag (van (ongeveer) 45 euro) en/of een gouden armband en/of een gouden ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader;

10:

hij op of omstreeks 16 september 2013 te Capelle aan den IJssel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van het zorg / verpleeghuis [adres]) heeft weggenomen een bankpas (ING) en/of een geldbedrag en/of één of meerdere papieren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;


11:

hij op of omstreeks 28 september 2013 te Pernis Rotterdam, gemeente Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van het verzorgingstehuis [adres]) heeft weggenomen een portemonnee (met daarin onder andere een geldbedrag) en/of een sleutel van voornoemde woning, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:


hij op of omstreeks 26 februari 2014 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning / kamer (van verpleeghuis [adres])) heeft weggenomen 17, althans één of meerdere siera(a)d(en) (waaronder oordopjes en/of broches), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2 primair:


hij in of omstreeks de periode van 14 februari 2014 tot en met op 26 februari 2014 te Rotterdam en/of Vianen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning / kamer (van een verpleeghuis, welke is gelegen aan het [adres]) heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud, waaronder een (ING) (bank)pas en/of een (geld)bedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4:

hij op of omstreeks 03 juli 2013 te Veghel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van een verzorgingscentrum, welke is gelegen aan [adres]) heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5:


hij, verdachte op of omstreeks 3 juli 2013 en/of 4 juli 2013 te 's-Hertogenbosch en/of te Zwijndrecht, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit

-(1) een (geld)automaat van de RABO Bank en/of

-(2) een (geld)automaat van de ABN-Amro (gelegen aan [adres])) en/of

-(3) een (geld)automaat van de ABN-Amro (gelegen aan [adres]),

heeft weggenomen

-(1) een (geld)bedrag van 250 euro en/of

-(2) een (geld)bedrag van 750 euro en/of,

-(3) een (geld)bedrag van 1000 euro,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot die (geld)automa(a)t(en) heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte (telkens) een (bank)pas op naam van die [benadeelde partij 4], in elk geval op naam van een ander dan verdachte(n), in voornoemde (geld)automa(a)t(en) gestoken en een(maal) of meermalen de (juiste) pincode ingevoerd, waardoor voornoemde (geld)bedrag(en) verkregen konden worden, zonder daartoe gerechtigd te zijn;

6:

hij op of omstreeks 15 juli 2013 te Veghel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van een verzorgingstehuis, welke is gelegen aan [adres]) heeft weggenomen een tas (met daarin onder andere een portemonnee en/of één of meerdere bankpassen en/of een geldbedrag) en/of foto's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

7:


hij, verdachte op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 augustus 2013 tot en met

19 oktober 2013 te Rotterdam en/of Zwijndrecht en/of Dordrecht en/of Arnhem en/of Nijmegen, in elk geval (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen meermalen, althans meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit

-één of meerdere winkel(s) en/of

-één of meerdere (geld)automa(a)t(en),

heeft weggenomen

één of meerdere geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 7600 euro) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

-waarbij verdachte en/of zijn mededader in één of meerdere winkel(s) is geweest en/of één of meerdere geldbedrag(en) heeft gepind door middel van een valse sleutel en/of

-waarbij de verdachte en/of zijn mededader zich (telkens) de toegang tot die (geld)automa(a)t(en) heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader (telkens) een (bank)pas op naam van die [benadeelde partij 6], in elk geval op naam van een ander dan verdachte(n), in één of meerdere (betaal)automa(a)t(en) en/of (geld)auto-ma(a)t(en) gestoken en een(maal) of meermalen de (juiste) pincode ingevoerd, waardoor voornoemde (geld)bedrag(en) verkregen konden worden en/of voornoemd(e) geldbedrag(en) van de rekening van voornoemde [benadeelde partij 6] werden afgeschreven, zonder daartoe gerechtigd te zijn;

8:


hij, verdachte op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 september 2013 tot en met 10 september 2013 te Rotterdam en/of Zwijndrecht, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) in / uit

-(1) een (geld)automaat van de ING bank (postcode [x]) en/of

-(2) een (geld)automaat van de ING bank (postcode [x]) en/of

-(3) een (geld)automaat van de ING Bank,

en/of

-(4) middels een (betaal)automaat van (winkel)pand "Van Gent Autoverhuur",

heeft weggenomen

-(1) een (geld)bedrag van 500 euro en/of

-(2) een (geld)bedrag van 500 euro en/of,

-(3) een (geld)bedrag van 500 euro en/of

-(4) een of meerdere (geld)bedrag(en) (van in totaal 735,10 euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot die (geld)automa(a)t(en) heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

hebbende hij, verdachte (telkens) een (bank)pas op naam van die [benadeelde partij 7], in elk geval op naam van een ander dan verdachte(n), in voornoemde (geld)automa(a)t(en) en/of (betaal)automa(a)t(en) gestoken en een(maal) of meermalen de (juiste) pincode ingevoerd, waardoor voornoemde (geld)bedrag(en) verkregen konden worden, zonder daartoe gerechtigd te zijn;

9:


hij op of omstreeks 13 september 2013 te Varsseveld, binnen de gemeente Oude IJsselstreek, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van [adres] heeft weggenomen een portemonnee en/of een geldbedrag (van (ongeveer) 45 euro) en/of een gouden armband en/of een gouden ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader;

10:

hij op of omstreeks 16 september 2013 te Capelle aan den IJssel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van het zorg / verpleeghuis "Rozenburcht", welke is gelegen aan [adres] heeft weggenomen een bankpas (ING) en/of een geldbedrag en/of één of meerdere papieren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;


11:

hij op of omstreeks 28 september 2013 te Pernis Rotterdam, gemeente Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (van het verzorgingstehuis [adres]) heeft weggenomen een portemonnee (met daarin onder andere een geldbedrag) en/of een sleutel van voornoemde woning, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1, 2 primair, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 bewezen verklaarde levert op:

1 2 primair, 4, 9, 10, 11: diefstal, meermalen gepleegd;

5, 7 en 8: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

6 diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks diefstallen uit kamers in verzorgings- of verpleeghuizen in Nederland. De verdachte ging de huizen binnen en heeft eigendommen van de bewoners uit hun kamers weggenomen.

De verdachte heeft zelfs niet geschroomd kamers in de huizen binnen te gaan, terwijl de bewoner zich in die kamer bevond.

Met bij die diefstallen buitgemaakte bankpasjes heeft de verdachte betalingen voor zich zelf verricht en geld van de bijbehorende bankrekeningen opgenomen. Hij kon dit doen, omdat veel oudere mensen hun pincodes opschrijven of kiezen voor een voor de hand liggende pincode, zoals hun geboortedatum.

Door aldus te handelen heeft de verdachte op ernstige wijze misbruik gemaakt van het feit dat ouderen – veelal hoogbejaarden - die aangewezen zijn op verblijf en zorg in dit soort tehuizen, veelal zichzelf noch hun spullen deugdelijk kunnen afsluiten voor kwaadwillenden, omdat zij toegankelijk moeten zijn voor de zorgverleners, zodat deze mensen daarom wel moeten vertrouwen op de rechtschapenheid van de aanwezigen in het tehuis.

Dergelijke diefstallen zijn zeer ernstige en laffe feiten, die naast gevoelens van onrust en onveiligheid voor de bewoners van de verzorgings- en verpleeghuizen ook financiële schade voor die slachtoffers met zich mee brengen.

De verdachte heeft zich bij het plegen van deze diefstallen slechts laten leiden door geldelijk

gewin en hij heeft zich daarbij niet bekommerd om de ernstige materiële en emotionele gevolgen die zulke diefstallen voor de betrokkenen hebben. Zelfs de omstandigheid dat hij enige tijd in voorlopige hechtenis heeft verbleven voor een deel van de thans berechte

feiten, heeft hem niet doen stoppen. Nadat hij - in afwachting van deze berechting - vrij is gekomen, is hij gewoon doorgegaan,

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 10 juni 2015, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

De in eerste aanleg opgelegde en in hoger beroep door de advocaat-generaal ook gevorderde straf doet onvoldoende recht aan de door het hof in ogenschouw genomen omstandigheden en de daaruit volgende ernst van de bewezenverklaarde feiten.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt, waarbij het hof met de oplegging van een voorwaardelijk gedeelte beoogt de verdachte ervan te weerhouden zich andermaal aan strafbare feiten schuldig te maken.

Vorderingen tot schadevergoeding

1. In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 6] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 7 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 7.530,50.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 7.530,50.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij genoegzaam aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 7 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 6]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 7.530,50 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 6].

2. In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 8] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 9 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 2.430,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 2.430,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.000,-, met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij genoegzaam aangetoond dat materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 9 bewezen verklaarde.

Het hof acht de gestelde waarde van de sieraden, evenals de rechtbank, voldoende onderbouwd en stelt de schade daarom vast op een bedrag van € 2.430,--. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 8]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 2.430,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 8].

3. In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 7] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 8 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 2.247,60.

In hoger beroep is deze vordering door [benadeelde partij 7] namens de (overleden) benadeelde partij verlaagd tot een bedrag van € 400,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot

niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in haar vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, nu de benadeelde partij [benadeelde partij 7] in maart 2014 overleden is en niet is gebleken dat de eventuele erfgenamen zich in haar plaats in het strafgeding hebben gevoegd.

Alleen al omdat door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 primair, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 33 (drieëndertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot

3 (drie) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] ter zake van het onder 7 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 7.530,50 (zevenduizend vijfhonderddertig euro en vijftig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 6], ter zake van het onder 7 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 7.530,50 (zevenduizend vijfhonderddertig euro en vijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 72 (tweeënzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] ter zake van het onder 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.430,00 (tweeduizend vierhonderddertig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 8], ter zake van het onder 9 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.430,00 (tweeduizend vierhonderddertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door

34 (vierendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 7] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk, mr. C.G.M. van Rijnberk en mr. H.M.A. de Groot,

in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 juli 2015.