Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:2210

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
11-06-2015
Datum publicatie
14-08-2015
Zaaknummer
22-002333-15
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:890, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van valsheid in geschrift en het gebruikmaken van een valse en vervalste geschriften. Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan zogenaamde identiteitsfraude en daarmee heeft hij een ander persoon – voor wie hij zich uitgaf teneinde een huurovereenkomst af te sluiten – ernstig gedupeerd, zoals wel blijkt uit diens vordering als benadeelde partij.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002333-15

Parketnummer: 10-662045-14

Datum uitspraak: 11 juni 2015

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 24 maart 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortejaar] 1978,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 28 mei 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

Ter terechtzitting in eerste aanleg van 24 maart 2014 is de onderhavige zaak met parketnummer 10-662025-14 gevoegd met de zaak met parketnummer 10-662045-14. De verdachte is in eerste aanleg van het bij dagvaarding met parketnummer van het bij dagvaarding met parketnummer 10-662025-14 onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het bij dagvaarding met parketnummer 10-662025-14 onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde en het bij dagvaarding met parketnummer 10-662045-14 onder 1 en 2 eerste en tweede cumulatief/ alternatief ten laste gelegde ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de bij dagvaarding met parketnummer 10-662025-14 gevoegde vordering van de benadeelde partij en de bij dagvaarding met parketnummer 10-662045-14 gevoegde vordering van de benadeelde partij, als nader in het vonnis waarvan beroep is omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Ter terechtzitting in hoger beroep van 28 mei 2015 is de onderhavige strafzaak met parketnummer 10-662045-14 van de strafzaak met parketnummer 10-662025-14 op de voet van het bepaalde in artikel 285, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering gesplitst en is de verdachte ter zake van de strafzaak met parketnummer 10-662025-14 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Het voorgaande brengt mee, dat het hof - nu in eerste aanleg ter zake van de onder bij dagvaarding met parketnummer 10-662025-14 en de bij dagvaarding met parketnummer 10-662045-14 ten laste gelegde feiten één hoofdstraf is uitgesproken en de verdachte bij arrest van 28 mei 2015 met rolnummer 22-002737-14 niet-ontvankelijk is verklaard in het tegen de strafzaak met parketnummer 11-662025-14 ingestelde hoger beroep - op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, bij dit arrest alsnog de straf voor het in eerste aanleg onder 10-662025-14 onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde zal bepalen.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van het hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:


1.
hij in of omstreeks de periode van 2 december 2011 tot en met 18 september 2012 te Rotterdam en/of Amsterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad

- een vals of vervalst paspoort (met documentnummer(s) [x] en/of [x] op naam van [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2]) en/of

- een valse of vervalste salarisspecificatie (op naam van [betrokkene 1]),

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte (een kopie van) bovengenoemd paspoort en/of (een kopie van) bovengenoemde salarisspecificatie (per email) heeft verzonden teneinde een huurovereenkomst (op naam van [betrokkene 1] en ten behoeve van het pand aan de [adres] te Rotterdam) af te sluiten en bestaande die valsheid hierin dat

- bovengenoemd paspoort is voorzien van een valse of vervalste personaliabladzijde en/of op die personaliabladzijde die op naam staat van [betrokkene 1] een foto van verdachte is aangebracht en/of bovengenoemd paspoort in zijn geheel vals of vervalst is en/of

- bovengenoemde salarisspecificatie is voorzien van (onder meer) (een) valse na(a)m(en), personeelsnummer, datum, loonheffingsnummer, naam van de werkgever en/of geheel vals of vervalst is,

terwijl verdachte (telkens)wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die/dat geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

2.
hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2011 tot en met 22 december 2011 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- ( een) vals(e) of vervalst(e) aanvraagformulier(en) ten behoeve van het openen van (een) bankrekening(en) (op naam van [betrokkene 1] en met nummer(s) [x] en/of [x]) en/of

- een vals of vervalst aanvraagformulier ten behoeve van het afsluiten van een energieleveringscontract (op naam van [betrokkene 1])

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk op dat/die (digitale) aanvraagformulier(en) (onder meer) (een) valse na(a)m(en), sofi-nummer, adres, geboortedatum en/of geboorteplaats ingevuld, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en/of

hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2011 tot en met 18 september 2012 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad

- ( een) vals(e) of vervalst(e) (digitaal) aanvraagformulier(en) ten behoeve van het openen van (een) bankrekening(en) (met nummer(s) [x] en/of [x]) en/of

- een vals of vervalst (digitaal) aanvraagformulier ten behoeve van het afsluiten van een energieleveringscontract,

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte bovengenoemd(e) (digitale) aanvraagformulier(en) heeft ingediend teneinde (een) bankrekening(en) te openen en/of een energieleveringscontract af te sluiten en bestaande die valsheid hierin dat verdachte (telkens) valselijk op dat/die (digitale) aanvraagformulier(en) (onder meer) (een) valse na(a)m(en), sofi-nummer, adres, geboortedatum en/of geboorteplaats heeft ingevuld,

terwijl verdachte (telkens) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die/dat geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van 2 december 2011 tot en met 18 september 2012 te Rotterdam en/of Amsterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad

- een vals of vervalst paspoort (met documentnummer(s) [x] en/of [x] op naam van [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2]) en/of

- een valse of vervalste salarisspecificatie (op naam van [betrokkene 1]),

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte (een kopie van) bovengenoemd paspoort en/of (een kopie van) bovengenoemde salarisspecificatie (per email) heeft verzonden teneinde een huurovereenkomst (op naam van [betrokkene 1] en ten behoeve van het pand aan de [adres] te Rotterdam) af te sluiten en bestaande die valsheid hierin dat

- bovengenoemd paspoort is voorzien van een valse of vervalste personaliabladzijde en/of op die personaliabladzijde die op naam staat van [betrokkene 1] een foto van verdachte is aangebracht en/of bovengenoemd paspoort in zijn geheel vals of vervalst is en/of

- bovengenoemde salarisspecificatie is voorzien van (onder meer) (een) valse na(a)m(en), personeelsnummer, datum, loonheffingsnummer, naam van de werkgever en/of geheel vals of vervalst is,

terwijl verdachte (telkens) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die/dat geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

2.
hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2011 tot en met 22 december 2011 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- (een) vals(e) of vervalst(e) aanvraagformulier(en) ten behoeve van het openen van (een) bankrekening(en) (op naam van [betrokkene 1] en met nummer(s) [x] en/of [x]) en/of

- een vals of vervalst aanvraagformulier ten behoeve van het afsluiten van een energieleveringscontract (op naam van [betrokkene 1])

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk op dat/die (digitale) aanvraagformulier(en) (onder meer) (een) valse na(a)m(en), sofi-nummer, adres, geboortedatum en/of geboorteplaats ingevuld, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en/of

hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2011 tot en met 18 september 2012 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad

- (een) vals(e) of vervalst(e) (digitale) aanvraagformulier(en) ten behoeve van het openen van (een) bankrekening(en) (met nummer(s) [x] en/of [x]) en/of

- een vals of vervalst (digitaal) aanvraagformulier ten behoeve van het afsluiten van een energieleveringscontract,

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte bovengenoemd(e) (digitale) aanvraagformulier(en) heeft ingediend teneinde (een) bankrekening(en) te openen en/of een energieleveringscontract af te sluiten en bestaande die valsheid hierin dat verdachte (telkens) valselijk op dat/die (digitale) aanvraagformulier(en) (onder meer) (een) valse na(a)m(en), sofi-nummer, adres, geboortedatum en/of geboorteplaats heeft ingevuld,

terwijl verdachte (telkens) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die/dat geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging omtrent het bewijs

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman – verkort en zakelijk weergegeven – betoogd dat de aanhouding van de verdachte onrechtmatig is geweest. Daartoe is aangevoerd dat op basis van de verklaring van de getuige [getuige] geen redelijke vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit zijdens de verdachte kon worden aangenomen. Volgens de raadsman dient het gevolg daarvan te zijn dat, waar de daaruit voorvloeiende aanhouding van de verdachte als onrechtmatig moet worden beschouwd, de daaruit verkregen verklaringen van de verdachte van het bewijs moeten worden uitgesloten.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt en stelt op basis van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting de navolgende feiten en omstandigheden vast.

Blijkens het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 1] d.d. 6 oktober 2012 met proces-verbaalnummer PL17A0 2012495847-1 ontving [betrokkene 1] een energierekening van Eneco/ Stedin in verband met een aangetroffen hennepkwekerij aan de [adres] te Rotterdam. Het energiecontract was op zijn naam afgesloten. [betrokkene 1] is vervolgens op onderzoek uitgegaan en kwam erachter dat de betalingen vanaf bankrekeningnummer [x] op zijn naam verliepen. Hij deed aangifte van oplichting.

Er is vervolgens een onderzoek ingesteld naar de bankgegevens van dit rekeningnummer (proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 juni 2013 met proces-verbaalnummer 2012476688 en documentcode [x]). Door een bijschrijving van de SNS Bank op rekeningnummer [x] werd duidelijk dat laatstgenoemde rekening verbonden was aan het adres [adres] te Delft, waar [getuige] woonachtig bleek te zijn (proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 december 2013 met proces-verbaalnummer 2012476688 en documentcode 1312141136.AMB).

Volgens de verklaring van [getuige], zoals blijkt uit het proces-verbaal van zijn verhoor d.d. 2 augustus 2013 met proces-verbaalnummer PL17F0 2012476688-11, werd zijn adres gebruikt door [verdachte], die werkzaam was voor het Marokkaanse consulaat.

Na een onderzoek via de IND is de verdachte vervolgens op 1 februari 2014 buiten heterdaad aangehouden (proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 december 2013 met proces-verbaalnummer 2012476688 en documentcode [x] en proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 1 februari 2014 met proces-verbaalnummer PL17D0 2012476688-15).

Naar het oordeel van het hof waren voormelde feiten en omstandigheden voldoende om een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit aan te nemen en de verdachte ex artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering als zodanig aan te merken.

De verklaring van [getuige], bezien in combinatie met voormelde bevindingen omtrent het bankrekeningnummer en de aangetroffen hennepkwekerij, leverden voldoende feiten en omstandigheden op om de verdachte aan te houden. Van enig onrechtmatig optreden jegens de verdachte is dan ook niet gebleken en de verklaringen van de verdachte worden derhalve voor het bewijs gebezigd.

Het verweer wordt verworpen.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 en 2 eerste en tweede cumulatief/ alternatief bewezen verklaarde levert op:

de voortgezette handeling van

opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

en

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het bij dagvaarding met parketnummer 10-662045-14 onder 1 en 2 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van valsheid in geschrift en het gebruikmaken van een valse en vervalste geschriften. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in dergelijke documenten. Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan zogenaamde identiteitsfraude en daarmee heeft hij een ander persoon – voor wie hij zich uitgaf teneinde een huurovereenkomst af te sluiten – ernstig gedupeerd, zoals wel blijkt uit diens vordering als benadeelde partij. Het hof rekent dit de verdachte zeer aan.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 12 mei 2015, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, in de verwachting dat de verdachte van toekomstig crimineel gedrag kan worden weerhouden.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1]

In het onderhavige strafproces heeft [betrokkene 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte bij dagvaarding met parketnummer 10-662045-14 onder 1 en 2 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde tot een bedrag van € 3.386,50, met wettelijke rente. In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag, inclusief wettelijke rente.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat vordering van de benadeelde partij integraal zal worden toegewezen.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 1.102,50 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 eerste en tweede cumulatief/ alternatief bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is voorts van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 eerste en tweede cumulatief/ alternatief bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 897,50, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de vordering worden afgewezen, nu niet aannemelijk is geworden dat de gestelde schade is geleden.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[betrokkene 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 2.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag met rente aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [betrokkene 1].

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 56, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 eerste en tweede cumulatief/ alternatief ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 eerste en tweede cumulatief/ alternatief bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 1] ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.000,00 (tweeduizend euro) bestaande uit € 1.102,50 (duizend honderdtwee euro en vijftig cent) materiële schade en € 897,50 (achthonderdzevenennegentig euro en vijftig cent) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 1], ter zake van het onder 1 en 2 eerste en tweede cumulatief/ alternatief bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.000,00 (tweeduizend euro) bestaande uit € 1.102,50 (duizend honderdtwee euro en vijftig cent) materiële schade en € 897,50 (achthonderdzevenennegentig euro en vijftig cent) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt de straf voor de bij dagvaarding met parketnummer 11-662025-14 in eerste aanleg onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde feiten op een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries,

mr. A.M.P. Gaakeer en mr. G.J.W. van Oven, in bijzijn van de griffier mr. N.R. Achterberg.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 juni 2015.

Mr. G.J.W. van Oven is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.