Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:2121

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
15-07-2015
Datum publicatie
30-07-2015
Zaaknummer
200.162.914/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof volgt de voorkeur van de rechthebbende voor de huidige bewindvoerder als enige bewindvoerder. Geen noodzaak aanwezig voor benoeming van een tweede bewindvoerder tegen de wens van de rechthebbende in.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Uitspraak : 15 juli 2015

Zaaknummer : 200.162.914/01

Rekestnummer rechtbank : EJ VERZ 14-87747

Zaaknummer rechtbank : 3383332

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoek in hoger beroep,

hierna te noemen: de verzoeker,

advocaat mr. J. Jong te Zaandam, gemeente Zaanstad.

Als belanghebbende zijn aangemerkt:

1. [rechthebbende] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de rechthebbende,

advocaat mr. W.F. Hendriksen te Amsterdam,

2. [belanghebbende 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [belanghebbende 1] ,

3. [belanghebbende 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de bewindvoerder,

4. [belanghebbende 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [belanghebbende 3] .

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De verzoeker is op 15 januari 2015 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 19 november 2014 van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag.

De rechthebbende heeft op 18 maart 2015 een verweerschrift ingediend.

Bij het hof is voorts op 24 juni 2015 een brief van de beoogde tweede bewindvoerder ingekomen.

De zaak is op 25 juni 2015 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

  • -

    de verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    [belanghebbende 1] ;

  • -

    [belanghebbende 2] ;

[belanghebbende 3] en echtgenoot. Ter zitting is aan partijen een kopie van een proces-verbaal ter hand gesteld betreffende het horen van de rechthebbende, die afzonderlijk op 22 juni 2015 door de raadsheer-commissaris mr. L.F.A. Husson is gehoord.

De advocaat van de rechthebbende heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.

Ter zitting heeft de verzoeker zijn verzoek gewijzigd in die zin dat hij thans primair verzoekt de zaak aan te houden opdat hij, gelet op het feit dat de door hem beoogde tweede bewindvoerder te kennen heeft gegeven niet langer bereid te zijn een eventuele benoeming tot bewindvoerder te aanvaarden, een andere mogelijke bewindvoerder bereid kan vinden een benoeming tot bewindvoerder te aanvaarden.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan rechthebbende onder bewind gesteld wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand en is [belanghebbende 2] voornoemd benoemd tot bewindvoerder.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de benoeming van een tweede bewindvoerder.

2. De verzoeker verzoekt het hof thans primair de zaak aan te houden opdat hij, gelet op het feit dat de door hem beoogde tweede bewindvoerder te kennen heeft gegeven niet langer bereid te zijn een eventuele benoeming tot bewindvoerder te aanvaarden, een andere mogelijke bewindvoerder bereid kan vinden een benoeming tot bewindvoerder te aanvaarden. Subsidiair verzoekt hij het hof de bestreden beschikking te vernietigen voor zover daarbij geen tweede onafhankelijke bewindvoerder werd aangesteld en opnieuw rechtdoende een door het hof te benoemen onafhankelijke bewindvoerder als tweede bewindvoerder te benoemen, althans een beslissing te nemen die het hof juist acht.

3. De rechthebbende bestrijdt het hoger beroep en verzoekt het hof het hoger beroep van de verzoeker af te wijzen en voor zover het hof mocht overwegen toch een tweede bewindvoerder en/of mentor te benoemen, dan verzoekt zij in de gelegenheid te worden gesteld zich uit te laten over de persoon van een dergelijke bewindvoerder en/of mentor.

4. De verzoeker voert kort samengevat het volgende aan. Tot de onder bewind gestelde goederen van de rechthebbende behoren onder meer de vorderingsrechten van de kinderen van de rechthebbende op hun aandeel in de omvangrijke nalatenschap van hun vader, de heer [naam] . Als gevolg hiervan en gelet op de gebrouilleerde verhoudingen tussen de kinderen, hebben zij er een direct en te rechtvaardigen belang bij dat naast een van de kinderen een onafhankelijke bewindvoerder wordt aangesteld.

5. De rechthebbende verweert zich als volgt. Voorop staat dat de wet de mogelijkheid tot benoeming van een tweede bewindvoerder in beginsel toelaat, maar uit de Kamerstukken dienaangaande blijkt dat het belang van de betrokkene zich tegen benoeming van twee bewindvoerders verzet indien voorzienbaar is dat zij ten aanzien van hun taak niet op één lijn zullen zitten. Dat klemt in de onderhavige kwestie te meer, nu de rechthebbende uitdrukkelijk heeft aangegeven dat haar wens is dat haar zoon [belanghebbende 1] , dan wel haar zoon [belanghebbende 2] (de bewindvoerder), met het bewind wordt belast, welke uitdrukkelijke voorkeur in beginsel dient te worden gehonoreerd. De rechthebbende benadrukt dat de bewindvoerder indien hij dat nodig vindt, advies vraagt van een notaris, een accountant of een fiscalist, zodat er vanwege eventuele expertise en/of de omvang van de werkzaamheden ook geen tweede bewindvoerder nodig is. Ook is er geen (enkele) aanleiding voor de benoeming van een tweede bewindvoerder gelet op het door de kantonrechter uitgeoefende toezicht op de bewindvoerder. Indien en voor zover een bewindvoerder naar het oordeel van een belanghebbende zich niet of onvoldoende van zijn taken kwijt, heeft de kantonrechter ook nog de mogelijkheid de bewindvoerder te horen en als meest verstrekkende maatregel kan de kantonrechter de bewindvoerder ontslaan. De bewindvoerder is enkele maanden geleden tot bewindvoerder benoemd en is pas net begonnen met zijn werkzaamheden. Een klacht over zijn functioneren is dan ook niet aan de orde.

6. Het hof stelt voorop dat ingevolge het bepaalde in artikel 1:435 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur volgt van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Artikel 1:437 lid 1 BW bepaalt vervolgens dat de rechter twee bewindvoerders kan benoemen, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de voorkeur van de rechthebbende voor de huidige bewindvoerder als enige bewindvoerder vaststaat. Voorts is gebleken dat de bewindvoerder tot op heden voortvarend te werk is gegaan met de inventarisatie en registratie van de boedel. De bewindvoerder heeft verklaard zich hierin te hebben laten adviseren door deskundigen en voorts dat hij zijn verrichtingen laat controleren door een onafhankelijke notaris. Gebleken is dat de wens van de verzoeker tot benoeming van een tweede bewindvoerder met name is ingegeven door de complexiteit van de boedel en door de gedachte dat de belanghebbenden er, met het oog op de gespannen familieverhoudingen, allen belang bij hebben dat naast de huidige bewindvoerder ook een onafhankelijke tweede bewindvoerder wordt benoemd.

7. Naar het oordeel van het hof heeft de verzoeker, gelet op de omstandigheden dat zich tot op heden kennelijk geen onregelmatigheden hebben voorgedaan naar aanleiding van het bewind, de boedelbeschrijving is opgemaakt en aan de kantonrechter is gezonden, evenals de rekening en verantwoording over 2014 en het feit dat de bewindvoerder zich indien nodig laat bijstaan door deskundigen en zijn verrichtingen inzake het bewind laat controleren door een onafhankelijke notaris, de noodzaak van de benoeming van een onafhankelijke tweede bewindvoerder onvoldoende gemotiveerd. De enkele voorkeur van verzoeker voor de benoeming van een tweede onafhankelijke bewindvoerder vanwege de gespannen familieverhoudingen, hetgeen in zaken als de onderhavige niet ongebruikelijk is, levert naar het oordeel van het hof, in het licht van het voorgaande, geen gegronde reden op om de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende voor de huidige bewindvoerder als enige bewindvoerder te passeren. Het hof neemt daarbij tenslotte in aanmerking dat [belanghebbende 1] en de bewindvoerder van mening zijn, dat deze door rechthebbende uitgesproken mening, die is neergelegd in haar levenstestament, gerespecteerd moet worden.

Het hof zal de bestreden beschikking derhalve bekrachtigen.

8. Uit het bovenstaande volgt dat het hof niet toekomt aan de beoordeling van de persoon van de tweede bewindvoerder, zodat het hof het verzoek om aanhouding passeert.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Obbink-Reijngoud, Husson en Van Wijk, bijgestaan door mr. Rasmijn als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juli 2015.