Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:2049

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
16-07-2015
Datum publicatie
20-07-2015
Zaaknummer
2200294314
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van, kort gezegd, vernielingen, bedreiging en diefstal tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-002943-14

Parketnummer(s): 09-817150-14

Datum uitspraak: 16 juli 2015

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 4 juli 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum],

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 5 december 2014 en 2 juli 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het 1 subsidiair, 2 primair, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk onder de algemene en bijzondere voorwaarden als nader vermeld in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. primair:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon [Aangever 1] van het leven te beroven, opzettelijk met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp meermalen, althans één maal, heeft gestoken en/of heeft gesneden en/of heeft geprikt in het gezicht van die [Aangever 1], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1. subsidiair:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [Aangever 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [Aangever 1] met een mes, althans een scherp en puntig voorwerp, in het gezicht heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 primair:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon [Aangever 2] van het leven te beroven: opzettelijk met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp meermalen, althans éénmaal heeft gestoken en/of geprikt en/of gesneden in het gezicht en of het lichaam van die [Aangever 2], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 subsidiair:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [Aangever 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [Aangever 2] meermalen met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het gezicht en/of het lichaam heeft gestoken en/of heeft gesneden en/of heeft geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn opzettelijk en wederrechtelijk twee, althans een of meer auto('s) (te weten een zwarte Volkswagen Golf kenteken [1] en/of een gele Volkswagen Golf, kenteken [2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie Hollans-Midden en/of [x], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk een kookplaat, althans een zwaar en/of groot voorwerp, op en/of tegen die auto('s) te gooien;

5:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een strijkijzer, althans een hard en/of zwaar voorwerp gegooid in de richting (van het hoofd) van die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "ik maak jullie dood" en/of "ik heb een shotgun" en/of "ik schiet jullie neer" en/of "ik gooi een granaat", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon (merk Alcatel) en/of 35 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

7:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn opzettelijk en wederrechtelijk twee, althans een of meer deur(en) en/of een of meer ruiten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen die ruit(en) en/of deur(en) te slaan/stompen en/of met een mes en/of een strijkijzer, althans met een hard en/of puntig voorwerp tegen/door die deur(en) en/of ruit(en) te slaan en/of steken.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

De verdenking tegen de verdachte berust in hoofdzaak op de verklaringen zoals die door beide aangevers zijn afgelegd. Die verklaringen – die niet nader konden worden getoetst omdat de aangevers niet meer te traceren waren - bevatten echter niet alleen tegenstrijdigheden, zij houden ook niets in omtrent het letsel dat ook verdachte onmiskenbaar heeft opgelopen. Een deel van dat letsel kan mogelijk in verband worden gebracht met het afweren van een mes. Stevig steunbewijs voor het scenario dat door aangevers wordt geschetst, inhoudende dat het slechts de verdachte is geweest die een mes heeft gehanteerd, ontbreekt. Het hof heeft op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, derhalve niet kunnen vaststellen wat de ware toedracht is geweest ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij de onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten. Dat hij letsel heeft toegebracht staat wel vast, maar niet dat dit is gebeurd op een wijze zoals ten laste gelegd. Nu daaromtrent te veel twijfel bestaat, zijn die feiten naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen en dient de verdachte daarvan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

4:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn opzettelijk en wederrechtelijk twee, althans een of meer auto('s) (te weten een zwarte Volkswagen Golf kenteken [1] en/of een gele Volkswagen Golf, kenteken [2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie Hollands-Midden en/of [x], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk een kookplaat, althans een zwaar en/of groot voorwerp, op en/of tegen die auto('s) te gooien;

5:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een strijkijzer, althans een hard en/of zwaar voorwerp gegooid in de richting (van het hoofd) van die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak jullie dood" en/of "ik heb een shotgun" en/of "ik schiet jullie neer" en/of "ik gooi een granaat", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon (merk Alcatel) en/of 35 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

7:
hij op of omstreeks 12 januari 2014 te Alphen aan den Rijn opzettelijk en wederrechtelijk twee, althans een of meer deur(en) en/of een of meer ruiten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen die ruit(en) en/of deur(en) te slaan/stompen en/of met een mes en/of een strijkijzer, althans met een hard en/of puntig voorwerp tegen/door die deur(en) en/of ruit(en) te slaan en/of steken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 primair, 4, 5, 6 en 7 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaard Reclasseringstoezicht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling door tegen een deur aan te slaan en twee auto’s beschadigd door een kookplaat naar buiten te gooien. De verdachte heeft hiermee geen respect getoond voor het eigendom van anderen. Dergelijke feiten veroorzaken naast overlast tevens financiële schade voor de benadeelden. Vervolgens heeft de verdachte vier agenten bedreigd. Blijkens de aangifte voelden de agenten zich bedreigd. Ambtenaren met een publieke taak moeten kunnen functioneren zonder daarbij hinder te ondervinden van bedreigingen. Tot slot heeft hij een telefoon en een geldbedrag gestolen. Ook nu heeft de verdachte geen respect getoond voor het eigendom van anderen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 285, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 4, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. J.W. van Rijkom, mr. C.J. van der Wilt en mr. H.A. Holthuis, in bijzijn van de griffier mr. W.H.M. van Romondt Vis.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 juli 2015.

mr. C.J. van der Wilt en mr. H.A. Holthuis zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.