Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:1889

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
07-07-2015
Datum publicatie
07-07-2015
Zaaknummer
2200142215
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van diefstal. Nadat de verdachte zich samen met een ander in de woning van die ander bevond en hij hem op enig moment levenloos aantrof, heeft de verdachte hem bestolen van een telefoon en sieraden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-001422-15

Parketnummer: 09-857107-15

Datum uitspraak: 7 juli 2015

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 17 maart 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats]

thans gedetineerd in PI Rotterdam, locatie Hoogvliet PI Rijnmond - Hoogvliet Stadsgev.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 23 juni 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist op de vordering van de benadeelde partij zoals vermeld in het vonnis van beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 29 januari 2015 te Monster, gemeente Westland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of diverse sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [aangeefster], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij in of omstreeks de periode van 29 januari 2015 tot en met 10 februari 2015 te Monster, gemeente Westland, en/of te 's-Gravenhage, althans in Nederland, een armband en/of ringen en/of oorbellen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die armband en/of ringen en/of oorbellen wist, althans redelijkerwijs had moeten weten dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 29 januari 2015 te Monster, gemeente Westland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en diverse sieraden, toebehorende aan [aangeefster], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat het hof - opnieuw rechtdoende - de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal, waarbij het hof de omstandigheden van het geval de verdachte in het bijzonder aanrekent. Nadat de verdachte zich samen met [slachtoffer] in de woning van [slachtoffer] bevond en hij hem op enig moment levenloos aantrof, heeft de verdachte [slachtoffer] bestolen van een telefoon en sieraden zonder zich te bekommeren om de situatie van [slachtoffer] en hij heeft nagelaten enige vorm van hulp in te roepen. Zonder iemand te informeren heeft hij de woning verlaten. De verdachte heeft daarbij niet geschroomd om een zegelring van de vinger van de overledene af te halen om vervolgens op straat te verkopen. Door aldus te handelen heeft de verdachte zich kennelijk louter laten leiden door financieel gewin, zonder bij de gevolgen voor de nabestaanden van [slachtoffer] stil te staan.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 9 juni 2015, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een vermogensdelict.

Het hof heeft tevens acht geslagen op een advies van de Reclassering Nederland d.d. 22 april 2015.

Het hof is - alles overwegende - evenals de politierechter van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [aangeefster]

In het onderhavige strafproces heeft [aangeefster] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 7.320,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte gemotiveerd betwist. Daarbij is onder meer gesteld dat onduidelijk is wie de gestelde schade heeft geleden en wat de hoogte daarvan is. Zo blijkt uit bijlage 2 bij het voegingsformulier benadeelde partij niet dat, zoals gesteld door de benadeelde partij, die schadeopgave door een juwelier is gedaan. Onduidelijk is voorts aan de hand waarvan de schade zou zijn geschat.

Naar het oordeel van het hof levert, gelet op het gevoerde verweer, de behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding op. Alvorens tot een oordeel te kunnen komen zou nadere onderbouwing door de benadeelde partij en (eventueel) bewijslevering dienen plaats te vinden, waarvoor gelet op artikel 334 Sv in het strafgeding evenwel slechts zeer beperkt ruimte bestaat. In aanmerking genomen voorts dat artikel 335 inhoudt dat de strafrechter over de vordering van de benadeelde partij gelijktijdig uitspraak doet met de einduitspraak in de strafzaak, zou de strafzaak daarvoor dienen te worden aangehouden.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [aangeefster]

Verklaart de benadeelde partij [aangeefster] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. J.W. van Rijkom, mr. R.C. Langeler en mr. R.F. de Knoop, in bijzijn van de griffier mr. S.D. Riggelink.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 juli 2015.