Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:1875

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
03-07-2015
Datum publicatie
06-07-2015
Zaaknummer
2200221814
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere inbraken en een autodiefstal.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

van 14 (veertien) maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 (drie) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-002218-14

Parketnummer: 10-711011-14

Datum uitspraak: 3 juli 2015

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 mei 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum],

thans uit andere hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie De Schie, te Rotterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 19 juni 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 en 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 4 primair, 5 primair en 6 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is er beslist op de vordering van de benadeelde partij als nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraken.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


[711011-14]

hij op of omstreeks 05 december 2013 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning aan de [adres 1] heeft weggenomen een zwarte (dames)tas en/of twee paspoorten en/of een sleutelbos en/of betaalkaarten en/of sieraden en/of aanstekers en/of een rijbewijs en/of twee portemonnee's en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

4.


[adres 2]

hij op of omstreeks 24 april 2013 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres 2]) heeft weggenomen vier, althans een of meeer computer processor(s) en/of vier, althans een of meer (spel)computer(s) (type: Nintendo DS) en/of een (hand)tas (kleur: zwart met als inhoud een rijbewijs (op naam van [persoon 1]) en/of drie, althans een of meer identiteitskaart(en) en/of een autosleutel (Skoda) en/of een jas (bevattende een mobiele telefoon (Nokia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 2] en/of [persoon 1] en/of [N.V.] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

Subsidiair, voorover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 24 april 2013 tot en met 27 april 2013 te Spijkenisse (een) goed(eren), te weten drie, althans een of meer identiteitskaart(en) (op naam van [persoon 4], [persoon 5] en [persoon3]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door woninginbraak, artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

5.


[adres 3]

hij op of omstreeks 29 mei 2013 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (personen) auto (merk: Chevrolet type Aveo met als kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een autosleutel, tot welk gebruik gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren;

Subsidiair, voorover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in de periode omstreeks 29 mei 2013 tot en met 01 juni 2013 te Spijkenisse een goed, te weten een (personen) auto (Chevrolet type: Aveo met als kenteken [kenteken]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door woninginbraak artikel 311 Wetboek van Strafrecht, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;


6.


[adres 4]

hij op of omstreeks 01 juni 2013 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres 4]) heeft weggenomen een (lederen) (dokters)tas (met inhoud) en/of een koffer (ATC) (bevattende documenten en/of formulieren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 7] en/of [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

Subsidiair, voorover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 juni 2013 te Spijkenisse een goed, te weten een koffer (ATC) (bevattende documenten en/of formulieren), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door woninginbraak, artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed betrof.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 4 primair, 5 primair en 6 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij op of omstreeks 05 december 2013 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning aan de [adres 1] heeft weggenomen een zwarte (dames)tas en/of twee paspoorten en/of een sleutelbos en/of betaalkaarten en/of sieraden en/of aanstekers en/of een rijbewijs en/of twee portemonnees en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

4.


hij op of omstreeks 24 april 2013 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres 2]) heeft weggenomen vier, althans een of meeer computerprocessor(s) en/of vier, althans een of meer (spel)computer(s) (type: Nintendo DS) en/of een (hand)tas (kleur: zwart; met als inhoud een rijbewijs (op naam van [persoon 1]) en/of drie, althans een of meer identiteitskaart(en) en/of een autosleutel (Skoda) en/of een jas (bevattende een mobiele telefoon (Nokia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 2] en/of [persoon 1] en/of [N.V.] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

5.


hij op of omstreeks 29 mei 2013 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (merk: Chevrolet type Aveo met als kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een autosleutel, tot welk gebruik gebruik hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren;

6.


hij op of omstreeks 01 juni 2013 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres 4]) heeft weggenomen een (lederen) (dokters)tas (met inhoud) en/of een koffer (ATC) (bevattende documenten en/of formulieren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 7] en/of [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverwegingen

I. Ten aanzien van feit 1.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat –zakelijk weergegeven– de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde nu hij dit feit ontkent en een enkele vingerafdruk onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen. Voorts heeft de raadsman verzocht om de moeder, de broertje en de zusjes van de verdachte te horen als getuige. Deze getuigen kunnen, aldus de raadsman, het alibi van de verdachte –dat hij pakjesavond heeft gevierd- ondersteunen en bevestigen. Dit verzoek is voorwaardelijk gedaan, namelijk voor het geval het hof tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde zou komen.

Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Uit het proces-verbaal Sporenonderzoek van 16 december 2013 (met nummer PL17P0-2013380190-4; dossierpagina 19 e.v.) komt naar voren dat er bij sporenonderzoek op 5 december 2013 aan de [adres 1] te Spijkenisse een dactyloscopisch spoor is aangetroffen op een van deurtjes van een medicijnkastje op de eerste etage ([spoor]). Uit hetzelfde proces-verbaal komt naar voren dat aangeefster heeft verklaard dat zij slecht ter been is en al tijden niet meer op de bovenverdieping is geweest en dat voorts de gehele woning is doorzocht door de inbreker.

Naar het oordeel van het hof staat vast dat het aangetroffen dactyloscopisch spoor, zoals hiervoor genoemd, een daderspoor is. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat het dactyloscopisch spoor kort na de inbraak is aangetroffen in de woning op een plaats waar de inbreker de woning heeft doorzocht. Het hof acht voorts gelet op de verklaring van de aangeefster niet aannemelijk dat het medicijnkastje recent in de woning is geplaatst, zodat de mogelijkheid dat het dactyloscopisch spoor van de verdachte er elders op is gekomen eveneens niet aannemelijk is.

Blijkens het proces-verbaal van bevindingen van 16 januari 2014 (met nummer PL17P0-2013380190-5; dossierpagina 21 e.v.) leverde het dactyloscopische spoor met [spoor] een positieve hit op met het dactyloscopisch signalement van de verdachte.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte heeft ingebroken aan de [adres 1] te Spijkenisse.

Ten aanzien van de voorwaardelijk gedane getuigenverzoeken overweegt het hof het volgende. De verdachte heeft tijdens het politieverhoor op 18 januari 2014 (met nummer PL17K0-2013380190-17;dossierpagina 15 e.v.) verklaard dat hij in de avond van 5 december 2013 pakjesavond heeft gevierd met zijn moeder, broertjes en zusjes. De inbraak heeft plaatsgevonden in de vroege ochtend van 5 december 2013. Het hof is gelet daarop van oordeel dat uit de verklaring van de verdachte niet blijkt –anders dan door de raadsman is gesteld- dat de verdachte ten tijde van de inbraak pakjesavond heeft gevierd. Derhalve acht het hof het horen van de door de raadsman verzochte getuigen niet noodzakelijk en wijst zij de verzoeken af.

II. Ten aanzien van feit 4.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat –zakelijk weergegeven– de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 4 ten laste gelegde nu hij dit feit ontkent en er onvoldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen. Voorts is door en namens de verdachte aangevoerd dat hij de bij hem aangetroffen ID-kaarten heeft gevonden.

Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Blijkens een proces-verbaal aangifte van 25 april 2013 (met nummer PL17K0 2013125645-1; dossierpagina 13 e.v.) zijn bij een inbraak in de nacht van 24 op 25 april 2013 in een woning aan de [adres 2] te Spijkenisse onder andere meerdere identiteitskaarten, een Skoda Octavia en de daarbij behoren autosleutel zijn weggenomen.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van 27 april 2013 (met nummer PL17K0 2013128001-5; dossierpagina 28 e.v.) valt op te maken dat de verdachte op 27 april 2013 omstreeks 03:00 uur is aangehouden. Tijdens de insluitingsfouillering werden in de voering van de bodywarmer van de verdachte de drie identiteitskaarten aangetroffen.

Zoals blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van 27 april 2013 (met nummer PL17K0 2013128001-16; dossierpagina 30 e.v.) is gelijktijdig met de verdachte aangehouden [medeverdachte 1], geboren op [datum] te [plaats]. De verdachte heeft tijdens het politieverhoor op 28 april 2013 (met nummer PL17K0 2013125645-13; dossierpagina 54) verklaard dat hij [medeverdachte 1] (het hof begrijpt [medeverdachte 1]) wel goed kent. Bij de insluitingsfouillering werd bij [medeverdachte 1] een autosleutel aangetroffen. Uit nader onderzoek is gebleken dat deze autosleutel hoort bij de tijdens de voornoemde inbraak weggenomen Skoda Octavia (proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 april 2013 met nummer PL17K0 2013125645-11; dossierpagina 33 e.v.). De Skoda Octavia is tevens aangetroffen in de omgeving van de woning van de verdachte.

Het hof is op grond van de voornoemde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien van oordeel dat de verdachte heeft ingebroken in de woning aan de [adres] te Spijkenisse.

Onder III. gaat het hof nader in op de door de verdachte afgelegde verklaring dat hij de identiteitskaarten heeft gevonden.

III. Ten aanzien van feit 6.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat –zakelijk weergegeven– de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 6 ten laste gelegde nu hij dit feit ontkent en er onvoldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen. Voorts is door en namens de verdachte aangevoerd dat hij de bij hem aangetroffen ATC-koffer heeft gevonden.

Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Blijkens een proces-verbaal verhoor aangever van 1 juni 2013 (met nummer PL17K0 2013165877-13; dossierpagina 9 e.v.) zijn bij een inbraak op 1 juni 2013 in een woning aan de [adres 4] te Spijkenisse een zogenoemde dokterstas en een ATC-koffer weggenomen met daarin formulieren van UNICEF en persoonlijke administratie. Zoals blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van 1 juni 2013 (met nummer PL17K0 2013165877-9; dossierpagina 20) is op 1 juni 2013 omstreeks 05:15 uur in een tuin vlak over de brug bij het park –waar de verdachten van de inbraak heen zouden zijn gerend- een dokterstas aangetroffen met daarin UNICEF-logo’s. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 3 juni 2013 (met nummer PL17K0 2013165877-11; dossierpagina 24 e.v.) valt op te maken dat de politie op 1 juni 2013 omstreeks 04:36 een melding van inbraak in een woning aan de [adres 4] te Spijkenisse heeft ontvangen. Hieropvolgend is een onderzoek ingesteld waarbij omstreeks 05:25 uur de verdachte is aangehouden in de omgeving van het park. Bij zich droeg de verdachte een koffer met daarin papieren van UNICEF. De verdachte zei dat de koffer van hem was. De verdachte droeg onder andere een wit vest met capuchon en een zwarte bodywarmer. Volgens [getuige] die de inbraak heeft waargenomen droeg een van de inbrekers een witte trui met capuchon en een donkere bodywarmer (proces-verbaal verhoor getuige d.d. 1 juni 2013 met nummer PL17K0 2013165877-10; dossierpagina 11 e.v.). Het hof stelt vast dat het door de getuige opgegeven signalement overeenkomt met het signalement van de verdachte. Tijdens het overbrengen van de verdachte naar het politiebureau wordt door een van de verbalisanten de telefoon van de verdachte afgepakt, waarmee de verdachte op dat moment een whatsappgesprek voert. In het gesprek wordt onder andere het volgende gezegd: “Waar backa gedropt”, “Ahaha tuin op oekoe van brugg” en “Ishen unicef dacht bricks”. Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat dit whatsappgesprek onmiskenbaar betrekking heeft op de voornoemde inbraak.

Het hof is op grond van de voornoemde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien van oordeel dat de verdachte een van de inbrekers in de woning aan de [adres 4] te Spijkenisse is geweest. Het hof is voorts van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de verdachte in minder dan twee maanden tijd –kort na de inbraken- twee keer goederen heeft gevonden die afkomstig zijn van die inbraken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 en 4 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 5 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Het onder 6 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere inbraken en een autodiefstal. Bij een van die inbraken betrof het de woning van een 87-jarige vrouw die op het moment van de inbraak in de woning was en alles bewust heeft meegemaakt. Overmand door angst heeft aangeefster zich in haar bed stil gehouden terwijl het huis werd doorzocht. Door een dergelijk feit wordt het gevoel van veiligheid dat mensen in hun eigen woning zouden moeten hebben, ernstig aangetast. De verdachte heeft er door zijn handelen blijk van gegeven geen respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen en de persoonlijke levenssfeer van anderen. Niet alleen heeft hij voor de betrokkenen overlast en financiële schade veroorzaakt, ook zijn er bij de inbraak in het huis van de 87-jarige vrouw fotolijstjes weggenomen met daarin foto’s van haar overleden echtgenoot. Dat zijn goederen die een emotionele waarde vertegenwoordigen die de waarde in het economisch verkeer ver te boven gaat.

De feiten waar de verdachte voor wordt veroordeeld hebben allemaal plaatsvonden in het korte tijdsbestek tussen april 2013 en december 2013.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat aan de verdachte een stevig afkeurend signaal moet worden gegeven zodat niet anders kan worden gereageerd op zijn handelen dan door oplegging van een gevangenisstraf. Teneinde een stimulans te creëren voor de verdachte om zich in de toekomst niet wederom schuldig te maken aan strafbare feiten, zal een deel van de straf voorwaardelijk worden opgelegd.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 1.863,41.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 1.863,41 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 4 primair, 5 primair en 6 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 4 primair, 5 primair en 6 primair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.863,41 (duizend achthonderddrieënzestig euro en eenenveertig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij], ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.863,41 (duizend achthonderddrieënzestig euro en eenenveertig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 28 (achtentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door mr. A.A. Schuering,

mr. P. van Essen en mr. G.J.W. van Oven, in bijzijn van de griffier mr. A.D. Verhoeven.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 juli 2015.

mr. A.A. Schuering en mr. G.J.W. van Oven zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.