Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:1555

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
23-06-2015
Datum publicatie
23-06-2015
Zaaknummer
200.152.860 - 01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Erkende huurachterstand, beroep op psychische problemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.152.860 / 01

Rolnummer rechtbank : 3110350 RL EXPL 14-16787

arrest van 23 juni 2015

inzake

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. M.M. Dezfouli te Den Haag,

tegen

Woningstichting Haag Wonen,

gevestigd te Den Haag,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Haag Wonen,

advocaat: mr. R. van Gelder te Bleiswijk.

Het geding

1. Bij exploot van 15 juli 2014 heeft [appellante] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag, team Kanton Den Haag, van 2 juni 2014 (in het appelexploot is abusievelijk 5 juni 2014 genoemd). Bij memorie van grieven heeft zij één grief tegen het vonnis geformuleerd en toegelicht. Haag Wonen heeft de grief bij memorie van antwoord bestreden. Ten slotte is arrest bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep

2. Het hof gaat uit van de volgende feiten:

  1. [appellante] huurt van Haag Wonen de woning aan de Ruijsdaelstraat 86(a) te Den Haag (hierna: de woning), tegen een huurprijs van laatstelijk, in 2014, € 560,90 per maand.

  2. [appellante] heeft de woning op 1 september 2014 onder dreiging van executie van het bestreden vonnis, verlaten.

3. Haag Wonen vordert in dit geding, samengevat weergegeven, de ontbinding van de huurovereenkomst, alsmede de veroordeling van [appellante] tot ontruiming van de woning. Voorts vordert zij de veroordeling van [appellante] tot betaling van € 4.138,58 te vermeerderen met een bedrag van € 560,90 per maand (te corrigeren in geval van een huurverhoging of –verlaging) tot aan de ontruiming, alsmede tot betaling van de wettelijke rente over € 3.871,52 vanaf 16 mei 2014. Aan die vordering heeft zij ten grondslag gelegd dat [appellante] geruime tijd in gebreke is gebleven met betaling van de maandelijkse huursom. Voorts heeft Haag Wonen aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [appellante] de woning in strijd met de huurvoorwaarden heeft onderverhuurd of in gebruik heeft gegeven aan derden.

4. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen, zij het dat is bepaald dat op de veroordeling tot betaling van de gevorderde geldsom een bedrag van € 1.471,40 in mindering strekt dat na dagvaarding is voldaan. [appellante] heeft, na betekening van het vonnis, een kort geding aanhangig gemaakt waarmee zij, naar het hof begrijpt, ontruiming van de woning wilde voorkomen. Haar vordering is door de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag afgewezen.

5. De grief van [appellante] richt zich tegen de toewijzing van de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. [appellante] voert aan, samengevat weergegeven, dat de kantonrechter rekening had moeten houden met haar bijzondere positie, die hierin bestaat dat zij door haar geestelijke gesteldheid vaker in problemen komt. Daardoor heeft zij gedurende enige tijd geen inkomen gehad waardoor zij ook de huur niet kon betalen.

6. Bij beoordeling van de grief stelt het hof voorop dat uit artikel 6:265 lid 1 BW volgt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid geeft de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

7. Het hof stelt vast dat [appellante] de huurachterstand erkent. Die achterstand komt overeen met meerdere maanden (in ieder geval ruimschoots meer dan drie maanden) huur. Daarmee is gegeven dat er sprake is van een tekortkoming die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.

8. Het feit dat [appellante] door omstandigheden die zijn terug te voeren op haar psychische gesteldheid niet in staat was de huur te voldoen, komt in de relatie tussen haar en Haag Wonen voor haar rekening en is niet een omstandigheid die een beroep op de uitzonderingsbepaling in artikel 6:265 lid 1, laatste zin, BW rechtvaardigt. Dat betekent dat de kantonrechter de vordering terecht heeft toegewezen. De grief faalt.

9. Het bewijsaanbod van [appellante] wordt gepasseerd omdat het geen betrekking heeft op feiten die, indien bewezen, tot een andere uitkomst kunnen leiden.

10. [appellante] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

  • -

    bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag, team kanton Den Haag, van 2 juni 2014;

  • -

    veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Haag Wonen tot op heden begroot op € 704,- aan verschotten en € 894,- aan salaris advocaat;

  • -

    verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, E.M. Dousma-Valk en J.J. van der Helm en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2015 in aanwezigheid van de griffier.