Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:1438

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
26-05-2015
Datum publicatie
16-07-2015
Zaaknummer
200.156.776-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

geen belang bij hoger beroep: bodemprocedure is geregeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.156.776/01

Zaaknummer rechtbank : 3244606 VV EXPL 14-418

Arrest van 26 mei 2015

inzake

Stichting Maasdelta Groep (MDG),

gevestigd te Spijkenisse,

appellante,

hierna te noemen: Maasdelta,

advocaat: mr. R.W.F. Heijmeriks te Spijkenisse,

tegen

1. [geïntimeerde sub 1],

wonende te Spijkenisse,

geïntimeerde sub 1,

hierna te noemen: [geïntimeerde sub 1]

advocaat: mr.drs. G.S.J. van Gestel te Rotterdam,

2. [geïntimeerde sub 2],

wonende te Zoetermeer,

geïntimeerde sub 2,

hierna te noemen: [geïntimeerde sub 2],

advocaat: mr. F.L. Oudshoorn te Zoetermeer (die zich op 27 november 2014 heeft onttrokken).

Het geding

Voor het verloop van het geding tot 21 oktober 2014 verwijst het hof naar het tussenarrest van die datum. In dat arrest is een comparitie gelast, die niet heeft plaatsgevonden. Bij memorie van grieven heeft Maasdelta drie grieven aangevoerd en haar eis vermeerderd. Bij memorie van antwoord (met één productie) heeft [geïntimeerde sub 1] de grieven bestreden. Partijen hebben daarna ieder nog een akte genomen.

Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. De door de rechtbank in het vonnis van 14 augustus 2014 vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Ook het hof zal daarvan uitgaan. Het gaat in deze zaak om het volgende.

1.1.

Tussen Maasdelta als verhuurder en [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] als huurders is een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de bedrijfsruimte staande en gelegen aan [adres] (hierna: het gehuurde). In het gehuurde werd een café-restaurant geëxploiteerd. Het café-restaurant is sinds januari 2014 gesloten.

1.2.

Maasdelta heeft [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] bij dagvaarding van 12 juni 2014 gedagvaard in een bodemprocedure, waarbij Maasdelta betaling van de achterstallige huur alsmede ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde heeft gevorderd.

1.3.

Maasdelta heeft [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] tevens op 22 juli 2014 in kort geding gedagvaard. Daarbij heeft Maasdelta een voorschot op de huurachterstand alsmede ontruiming van het gehuurde gevorderd. Bij vonnis van 14 augustus 2014 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen in het thans bestreden vonnis afgewezen bij gebrek aan spoedeisend belang.

1.4.

Ter beëindiging van de bodemprocedure hebben partijen op 5 november 2014 een minnelijke regeling getroffen (hierna: de minnelijke regeling). Hierbij is overeengekomen dat de huurachterstand en schadevergoeding zullen worden betaald, dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat het gehuurde zal worden ontruimd uiterlijk op 27 november 2014. Voorts is het volgende opgenomen:

“(…) 8. Het door Maasdelta ingestelde hoger beroep in de kort geding procedure wordt niet ingetrokken maar Maasdelta zegt toe een eventueel toewijzend arrest niet te zullen executeren. Gedaagden zeggen toe een eventueel afwijzend arrest voor wat betreft de proceskosten eveneens niet te zullen executeren.

9. Partijen verklaren dat zij na voornoemde betalingen ter zake van het onderhavige geschil niets meer van elkaar te vorderen hebben. (…)”

2. In hoger beroep heeft Maasdelta gevorderd het vonnis van de kantonrechter te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, haar vorderingen toe te wijzen, met veroordeling van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] in de proceskosten van beide instanties. Maasdelta heeft daarbij haar vordering in die zin gewijzigd dat zij, naast de ontruiming, een bedrag van € 15.199,76 als hoofdsom vorderde.

3. De grieven zijn gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbreekt. [geïntimeerde sub 1] heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat Maasdelta geen belang heeft bij het hoger beroep gelet op de inhoud van de minnelijke regeling. Maasdelta heeft zich op het standpunt gesteld dat zij wel belang heeft bij het hoger beroep vanwege de proceskostenveroordeling.

4. Naar het oordeel van het hof heeft Maasdelta geen rechtens relevant belang bij het onderhavige hoger beroep, nu de bodemprocedure geregeld is en een voorziening bij voorraad dus niet meer nodig is, terwijl daarnaast is afgesproken dat, ongeacht de uitkomst van deze appelprocedure, de proceskosten niet zullen worden geëxecuteerd. Beslist zal worden als na te melden.

Beslissing

Het hof

- verwerpt het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, J.J. van der Helm en M.P.J. Ruijpers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2015 in aanwezigheid van de griffier.