Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2015:1323

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
09-06-2015
Datum publicatie
16-07-2015
Zaaknummer
200.158.794
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bewijswaardering; heeft bestuurder zich persoonlijk naast vennootschap hoofdelijk gebonden tot betaling advocatennota?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1341
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.158.794/01

Zaaknummer rechtbank : 2039408 CV EXPL 13-19762

arrest van 9 juni 2015

inzake

de maatschap Vos & De Lange advocaten,

gevestigd te Barendrecht,

appellante,

hierna te noemen: VDL,

advocaat: mr. P.A. de Lange te Barendrecht,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te Kapellen, België,

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. A. Roderίguez González te Rotterdam.

Het geding

Bij exploot van 21 oktober 2014 is VDL in hoger beroep gekomen van een door de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam tussen partijen gewezen tussenvonnis van 25 april 2014 en eindvonnis van 12 september 2014. Bij memorie van grieven heeft VDL vijf grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden.

Ten slotte hebben partijen de stukken (in kopie) overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. De door de kantonrechter in het tussenvonnis vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Ook het hof zal daar van uitgaan.

2. Het gaat in deze zaak om het volgende:

2.1

[geïntimeerde] was van 20 juli 2003 tot 13 september 2012 enig bestuurder van Padina B.V. (verder: Padina).

2.2

[geïntimeerde], in zijn hoedanigheid van bestuurder van Padina, heeft in maart 2004 aan mr. P.A. de Lange van VDL (verder: De Lange) de opdracht gegeven Padina van rechtskundige bijstand te voorzien en rechtsmaatregelen te treffen tegen Sky International Tours B.V. (verder: Sky).

2.3

Bij brief van 29 oktober 2004 schreef De Lange onder meer aan [geïntimeerde]:

"(…) Er staat in mijn administratie aan facturen open € 7.899,16, onverlet nog te declareren, reeds gemaakte en nog te maken uren. Gezien het feit dat van mij nog meer werkzaamheden worden verlangd, terwijl daar geen betalingen tegenover staan en u bij voortduring aangeeft dat de bodem is bereikt, is het voor mij niet langer verantwoord voor u te blijven optreden. Ik loop immers gerede kans geen betaling te verkrijgen. (…)

2.4

[geïntimeerde] reageerde hierop bij faxbericht van 1 november 2004 als volgt:

"(…) Dan de financiën (…) Door het nog ontbreken van de nieuwe start van de reizenverkoop (…) wordt daardoor helaas nog het financiële draagvlak node gemist om in het dagelijkse levensonderhoud te voorzien, laat staan bijzondere kosten te voldoen. Terwijl een goede afloop van de twee onder handen zijnde dossiers een ommekeer hierin kunnen betekenen. De bodem is dus werkelijk al enige tijd bereikt en zijn wij tussentijds volledig afhankelijk geworden van de minimale maar welkome familiesupport tot de opstart van de nieuwe activiteiten.

Los hiervan, zal ik nimmer de verplichtingen nu of later jegens uw kantoor uit de weg gaan, ervan uitgaande dat we gezamenlijk de eindstreep gaan halen met een hopelijk positief resultaat, maar zelfs indien anders, verandert er niets met betrekking tot deze verplichting wat mij betreft.

Het zal thans niet lang meer duren, voordat de verkoop opnieuw zal starten en daarmee de eerste voorzichtige inkomsten weer worden gegenereerd ofschoon de stroom naar alle waarschijnlijkheid nog niet volledig op gang is gekomen op het door u gestelde tijdstip voor betaling. Wel hoop ik, dat alsdan minimaal een aanvang kan worden gemaakt met de betaling en zal me daar sterk voor maken. (…)"

Het faxbericht vermeldt rechtsboven (in een zwart blokje) de naam [geïntimeerde] Koning en linksonder, onder "hoogachtend" (alleen) de naam "[geïntimeerde]", met daarbij diens handtekening.

2.5

Op 29 januari 2005 schreef [geïntimeerde] per e-mail aan De Lange:

"(…) Ik heb inmiddels ruim 2000 uur gestoken in de ontwikkeling van een website die begin februari on line zal gaan en rekening houdende met een realistische aanloopperiode, zullen hieruit hopelijk de nodige boekingen voortkomen. Daarmee moet weer een financiële basis ontstaan voor kosten van levensonderhoud en het aflossen van schulden die sinds het Sky debacle zijn ontstaan alsmede een begin te maken met nakoming van verplichtingen, zoals die naar u toe. (…)"

2.6

Bij e-mailbericht van 11 maart 2005 schreef [geïntimeerde] aan De Lange:

"Vandaag heb ik een aanmaning ontvangen van drie uitstaande facturen, die uiteraard al lang waren voldaan als de situatie dat had toegestaan.

Maar helaas.

(…)

Liever kom ik met u een betalingsregeling overeen op basis van de realiteit. Die is dat per 1 mei a.s. extra draagkracht zal gaan ontstaan door een managementovereenkomst van bepaalde duur, waardoor een bedrag van € 500,- per maand kan worden voldaan op elke 10e van de maand. (…)

Ondanks het feit dat voor Padina B.V. wordt opgetreden, heb ik u toegezegd wegens de financiële situatie van deze vennootschap door de procedure tegen Sky Tours, dat ik mij persoonlijk sterk zal maken tot betaling van de laatste cent van de uitstaande facturen, mits hierop extra verhogingen komen waardoor het vrijwel onmogelijk wordt zulks na te komen.

Vooralsnog strijd ik ervoor te overleven met mijn gezin en intussen ontstane schulden tot een goede einde te brengen en reken daarbij ook op uw medewerking.(…)"

2.7

Ter zake van door haar verrichte werkzaamheden heeft VDL op 8, 23 en 31 maart 2004 en op 28 december 2007 aan Padina/[geïntimeerde] facturen gestuurd voor een totaalbedrag van € 20.901,38. De laatste factuur was alleen aan [geïntimeerde] gericht. Van deze facturen is een bedrag van € 20.495,38 onbetaald gebleven.

2.8

Bij e-mail van 12 februari 2009 schreef De Lange aan [geïntimeerde]:

"Op 4 februari 2009 heeft de Rechtbank Amsterdam bijgaand eindvonnis gewezen. (…) De uitkomst is helaas negatief. Uw vorderingen zijn afgewezen en u bent veroordeeld in de kosten. (…)

Mijn bemoeiingen zijn daarmee eveneens tot een einde gekomen. Punt van aandacht is voorts uiteraard nog de financiële afwikkeling, zowel naar de wederpartij als naar mij toe. (…)".

2.9

Op 13 maart 2009 schreef [geïntimeerde], zowel per e-mail als per fax, naar aanleiding van een door DLV verzonden ingebrekestelling:

"Hierbij doe ik u ingesloten uw ingebrekestelling retour toekomen van 10 maart 2009 vanwege de onjuiste tenaamstelling en vanwege andersluidende met u gemaakte afspraken. Overigens heeft de ontvangst van uw declaraties niet automatisch betekend dat deze zonder protest zouden zijn ontvangen, één en ander in verbinding met en in afwachting van de uitkomst van de procedure waarbij wij met een positieve afloop hadden gerekend. (…)"

2.10

In deze procedure vordert VDL de veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling aan haar van in totaal € 25.000,--, met verstrekking van een Europese executoriale titel en wel in de vorm van het in bijlage 1 van Verordening (EG) nr. 805/2004 opgenomen standaardformulier. De vordering is opgebouwd uit het onbetaald gelaten factuurbedrag, vermeerderd met rente en kosten, doch beperkt tot een bedrag van maximaal € 25.000,-- en met afstand van hetgeen DLV daarboven heeft te vorderen.

2.11

Bij het tussenvonnis heeft de kantonrechter VDL toegelaten tot het bewijs van feiten en/of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat [geïntimeerde] zich in privé als schuldenaar heeft verbonden de vordering van VDL op Padina te voldoen. Daarbij overwoog de kantonrechter dat van de door VDL voorgestelde getuigen (te weten: mr. B.J. Nauta (verder: Nauta) en De Lange), in ieder geval De Lange als partijgetuige zal worden aangemerkt.

2.12

Bij het bestreden eindvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat nu VDL heeft afgezien van getuigenbewijs, de gestelde hoofdelijke aansprakelijkheid van [geïntimeerde] moet blijken uit de door VDL in het geding gebrachte correspondentie. De kantonrechter overweegt dat in die correspondentie de scheiding tussen Padina en [geïntimeerde] diffuus is, en onvoldoende om de conclusie te dragen dat [geïntimeerde] zich tot hoofdelijk schuldenaar heeft verbonden. Evenmin zijn er aanwijzingen te vinden dat er tussen VDL en [geïntimeerde] een overeenkomst tot stand is gekomen waarin [geïntimeerde] zich borg heeft gesteld voor de nakoming van de verplichtingen van Padina jegens VDL. Ook aan de uitlating van [geïntimeerde] dat hij zich "persoonlijk sterk zal maken voor nakoming" kunnen volgens de kantonrechter niet de door VDL gewenste rechtsgevolgen worden verbonden. De vordering van VDL is afgewezen, met veroordeling van VDL in de kosten.

3.1

In hoger beroep vordert VDL de vernietiging van beide vonnissen en opnieuw rechtdoende veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling aan haar van een bedrag van € 25.000,, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties.

3.2

De eerste grief is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat de door [geïntimeerde] in de door VDL overgelegde correspondentie gedane mededelingen onvoldoende is om de conclusie te dragen dat [geïntimeerde] zich tot hoofdelijk medeschuldenaar heeft verbonden. In de toelichting op deze grief stelt VDL dat op 2 maart 2004 een gesprek met [geïntimeerde] heeft plaatsgevonden, waarbij namens VDL De Lange en Nauta aanwezig waren. Tijdens dat gesprek verstrekte [geïntimeerde] namens Padina aan VDL de opdracht om rechtsmaatregelen te treffen jegens Sky. Daarbij spraken partijen ook af dat [geïntimeerde] zich in privé als medeschuldenaar verbindt voor de nakoming van de betalingsverplichtingen jegens VDL. Deze afspraken werden door VDL bij brief van 8 maart 2004 al volgt aan [geïntimeerde] bevestigd:

"(…) Wij spraken af dat ik deze zaak voor u zou behandelen tegen mijn uurtarief thans groot € 190,-, te vermeerderen met 6% kantoorkosten, verschotten en de BTW. (…) Gelet op het feit dat ik mijn werkzaamheden in beginsel verricht voor Padina B.V., welke vennootschap serieuze financiële problemen kent, verlang ik dat u zich mede in privé als schuldenaar verbindt voor de nakoming van de betaling van mijn declaraties. Een eerste declaratie, tevens houdende een voorschot op de nog voor u te verrichten werkzaamheden treft u bijgaand aan. (…)"

De stelling van [geïntimeerde] dat hij deze brief niet heeft ontvangen, kan volgens VDL geen stand houden. Bij deze brief was immers de declaratie van 8 maart 2004 gevoegd en [geïntimeerde] heeft– ondanks vele betalingsherinneringen en aanmaningen – nimmer gesteld dat hij deze declaratie niet heeft ontvangen. Nu [geïntimeerde] de declaratie van 8 maart 2004 heeft ontvangen, moet worden aangenomen dat hij ook de begeleidende brief van 8 maart 2004 heeft ontvangen. Hij heeft daar nimmer tegen geprotesteerd. De afspraak dat [geïntimeerde] zich in privé als medeschuldenaar heeft verbonden blijkt voorts uit hetgeen [geïntimeerde] in zijn e-mailbericht van 11 maart 2005 aan VDL heeft bericht. VDL wijst er voorts op dat [geïntimeerde] in zijn correspondentie met VDL steeds zijn eigen briefpapier, zijn huisadres en persoonlijke e-mailadres heeft gebruikt en dat hij – voor 13 maart 2009 – nooit heeft geprotesteerd tegen het feit dat de declaraties, herinneringen, aanmaningen en overige correspondentie (ook) aan hem in privé werden gestuurd, aldus nog steeds VDL.

3.3

[geïntimeerde] daarentegen ontkent dat hij zich ooit privé als medeschuldenaar heeft gebonden. De brief van 8 maart 2004, waarin de gestelde afspraak werd bevestigd, heeft hij nimmer ontvangen. [geïntimeerde] vermoedt dat voornoemde brief achteraf door VDL is opgemaakt. Bovendien blijkt uit deze brief niet van de door VDL gestelde afspraak, omdat nergens uit volgt dat [geïntimeerde] met persoonlijke gebondenheid heeft ingestemd. Uit het feit dat [geïntimeerde] in de door VDL overgelegde correspondentie in de eerste persoon spreekt, mag niet zonder meer worden afgeleid dat hij niet in zijn functie als bestuurder van Padina sprak. Ook uit het gebruik van privé (e-mail)adres en privé briefpapier kan dit niet worden afgeleid: Padina had geen eigen e-mailadres, maar gebruikte als e-mailadres een adres met haar handelsnaam Home Safe Home. Home Safe Home moest vanwege het geschil met Sky haar activiteiten staken en daarom werd ook dat e-mailadres niet meer gebruikt. Door problemen werd Padina op een gegeven moment ook gedwongen haar kantoorpand te verlaten, waardoor [geïntimeerde] noodgedwongen zijn privé(e-mail)adres heeft gebruikt. [geïntimeerde] heeft zich tot maart 2009 nooit gerealiseerd dat de correspondentie van VDL aan hem persoonlijk was gericht, aldus [geïntimeerde].

3.4

Naar het oordeel van het hof heeft VDL met de door haar in het geding gebrachte correspondentie van [geïntimeerde] voldoende overtuigend bewezen dat VDL met [geïntimeerde] de door haar gestelde afspraak heeft gemaakt.

- VDL heeft immers steeds de facturen (mede) aan [geïntimeerde] gestuurd en zich in alle correspondentie tot [geïntimeerde] gericht. [geïntimeerde] heeft hiertegen tot maart 2009, dus gedurende een periode van bijna 5 jaar, nimmer bezwaar gemaakt, terwijl het bezwaar in 2009 – gelet op de formulering van het protest – mede lijkt te zijn ingegeven door de kennelijk onverwachte negatieve uitkomst van de gerechtelijke procedure tegen Sky. Een plausibele reden voor het gedurende lange tijd uitblijven van protest heeft [geïntimeerde] niet gegeven. Bijvoorbeeld in zijn hiervoor onder 2.4 bedoelde reactie van 1 november 2004 op de aan – alleen – hem gerichte brief van 29 oktober 2004 over het opstaande factuurbedrag schrijft [geïntimeerde] niet op dat dit bedrag niet door hem maar (alleen) door Padina verschuldigd is en verzekert hij daarentegen dat hij nimmer de verplichtingen jegens VDL uit de weg zal gaan.

- Dat VDL en [geïntimeerde] de door VDL gestelde afspraak hebben gemaakt acht het hof voorts alleszins aannemelijk, omdat redelijkerwijs niet te verwachten is dat VDL zonder nadere zekerheid en zonder te staan op voorschotbetalingen een opdracht van een vennootschap met serieuze financiële problemen zou aanvaarden.

- Een bevestiging van de gestelde afspraak kan voorts worden gevonden in het e-mailbericht van 11 maart 2005, waarin door [geïntimeerde] melding wordt gemaakt van een afspraak zoals weergegeven in de brief van 8 maart 2004. De zinsnede "Ondanks het feit dat voor Padina B.V. wordt opgetreden" verhoudt zich slecht met de stelling van [geïntimeerde] dat hij hier een toezegging bedoelde die hij heeft gedaan in de hoedanigheid van bestuurder van Padina.

- [geïntimeerde] heeft weliswaar weersproken dat hij de brief van 8 maart 2004 heeft ontvangen, maar hij heeft niet heeft verklaard hoe hij dan in het bezit is gekomen van de factuur van diezelfde datum, hetgeen wel op zijn weg had gelegen, daar door VDL is gesteld dat de factuur van 8 maart 2004 was gevoegd bij deze brief.

- Tot slot acht het hof van belang dat [geïntimeerde] diverse malen in zijn correspondentie rept over "kosten van levensonderhoud" voor zijn gezin die ook moeten worden voldaan en die in de weg staan aan het nakomen van zijn verplichtingen jegens VDL. Daar Padina geen kosten van levensonderhoud voor het gezin van [geïntimeerde] hoeft te voldoen, moet het hof het ervoor houden dat [geïntimeerde] hier sprak als privépersoon die verplichtingen had jegens VDL en niet als bestuurder van de vennootschap.

3.5

Dit betekent dat de eerste grief slaagt en de overige grieven geen bespreking meer behoeven. In het kader van de devolutieve werking, dient het hof nog wel de door [geïntimeerde] in eerste aanleg gevoerde en door de kantonrechter verworpen of niet behandelde verweren te bespreken.

3.6

[geïntimeerde] heeft zich beroepen op verjaring, omdat er sinds de eerste factuur van VDL tot de dagvaarding bijna 10 jaar verstreken is. Evenals de kantonrechter en met overneming van de door de kantonrechter in rechtsoverweging 5.3 van het tussenarrest gegeven gronden verwerpt het hof dit verweer.

3.7

Ook het beroep op het niet voldoen aan de klachtplicht wordt door het hof verworpen omdat geen sprake is van een ondeugdelijke prestatie (zie ECLI:NL:HR:2007:AZ3531, overweging 4.3). Het beroep op matiging faalt reeds omdat het hier niet gaat om een vordering tot schadevergoeding. Ook overigens zijn er geen termen voor matiging.

3.8

[geïntimeerde] heeft voorts nog aangevoerd dat VDL een veel te hoge verwachting heeft gewekt op een positief resultaat in de procedure tegen Sky en heeft voorts de hoogte van de declaraties bestreden. Verder heeft [geïntimeerde] gesteld dat de in rekening gebrachte kosten en honorarium onjuist en in strijd zijn met hetgeen is overeengekomen en dat het – gezien alle omstandigheden van het geval – in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van al hetgeen door VDL wordt gevorderd.

3.9

Nu [geïntimeerde] genoemde verweren niet voldoende (feitelijk) heeft onderbouwd, dienen deze te worden verworpen. [geïntimeerde] stelt immers niet welk rechtsgevolg hij wenst te verbinden aan de gesteld te hoge verwachtingen, wat partijen volgens hem wel zijn overeengekomen ten aanzien van de kosten en het honorarium; wat er niet klopt aan de door VDL overgelegde urenstaten; welke omstandigheden de toewijzing van de vordering van VDL onredelijk maken, etc.

3.10

Tot slot heeft [geïntimeerde] weersproken dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Wat hier ook van zij, nu het bedrag van de onbetaald gelaten declaraties, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW reeds het gevorderde bedrag van € 25.000,-- overschrijdt, is de vordering van VDL toewijsbaar.

Aan het (voorwaardelijke) bewijsaanbod van [geïntimeerde] wordt voorbijgegaan, reeds wegens de onvoldoende gemotiveerdheid van zijn verweer. Bovendien is niet gespecificeerd waar het aanbod betrekking op heeft.

3.11

Dit betekent dat het bestreden eindvonnis dient te worden vernietigd. Ten aanzien van het tussenvonnis zal het hof in het dictum geen beslissing nemen, omdat dit vonnis geen te executeren beslissingen bevat. Bij deze uitkomst past dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld in de kosten van beide instanties.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het tussen partijen gewezen eindvonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 12 september 2014;

en opnieuw rechtdoende:

- veroordeelt [geïntimeerde] om aan VDL tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 25.000,--;

- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van VDL tot op 12 september 2014 begroot op € 86,21 aan explootkosten en € 1.000,-- aan salaris advocaat;

- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van VDL tot op heden begroot op € 77,52 aan explootkosten, € 1.920,-- aan griffierecht en € 1.158, aan salaris advocaat;

- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.J. van der Ven, A.J.M.E. Arpeau en J.M. van der Klooster en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2015 in aanwezigheid van de griffier.