Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:955

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
21-01-2014
Datum publicatie
21-03-2014
Zaaknummer
200.133.442/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vervangende toestemming tot verkrijging van een paspoort.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.133.442/01

Zaak- rolnummer rechtbank : C/09/447203/KG ZA 13-861

arrest van de familiekamer van 21 januari 2014

inzake

[de man],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. K.Y. van Oosten te Waddinxveen,

tegen

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. ing. J. de Koning te Lisse.

Het geding

Bij exploot van 4 september 2013 is de man in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, op 8 augustus 2013 tussen de vrouw als eiseres en de man als gedaagde gewezen, hierna: het bestreden vonnis.

Voor de loop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen daaromtrent in het bestreden vonnis is vermeld.

Bij appelexploot (zonder producties) heeft de man twee grieven aangevoerd.

Bij memorie van antwoord (zonder producties) heeft de vrouw de grieven bestreden.

De man heeft zijn procesdossier aan het hof overgelegd. De vrouw heeft geen procesdossier overgelegd.

Partijen hebben beiden arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

Algemeen

1.Voor zover tegen de feiten geen grief is gericht, gaat het hof uit van de door de voorzieningenrechter vastgestelde feiten.

2.

Bij het bestreden vonnis is de vrouw - uitvoerbaar bij voorraad - vervangende toestemming verleend ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument voor de na te noemen minderjarige. De man is veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders verzochte is afgewezen.

3.

De man vordert: dat het het hof moge behagen om bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende:

  • -

    de proceskosten tussen partijen te compenseren, des dat iedere partij de eigen kosten draagt, dit met compensatie van de kosten in hoger beroep;

  • -

    de door de vrouw gevorderde vervangende toestemming tot het verkrijgen van een paspoort voor de minderjarige [naam], geboren [datum] te [plaatsnaam], hierna: de minderjarige, af te wijzen, althans voor het geval die toestemming wordt toegewezen daaraan de voorwaarden te verbinden dat de vrouw de man toestemming zal vragen voor buitenlandse reizen met de minderjarige, de man door de vrouw geïnformeerd zou worden op welke manier zou reizen en wanneer zij zou vertrekken, waar zij zou verblijven en met wie.

4.

De vrouw concludeert primair tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van de man in de kosten in de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep.

Het geschil

5.

In geschil zijn de vervangende toestemming ten behoeve van de aanvraag van het paspoort voor de minderjarige en de proceskostenveroordeling.

6.

Het hof zal eerst de tweede (tevens laatste) grief en daarna de eerste grief van de man bespreken.

7.

De man is van mening dat de voorzieningenrechter de vrouw geen vervangende toestemming voor de aanvraag van het paspoort voor de minderjarige had moeten verlenen, dan wel aan deze toestemming de door de man voorgestane voorwaarden had moeten verbinden. Hij voert daartoe aan dat de door hem gestelde voorwaarden geëigend zijn omdat de vrouw in 2012 zonder kennisgeving daarvan aan de man enkele weken met de minderjarige naar Marokko is vertrokken. Hierdoor is het vertrouwen van de man in de vrouw verdwenen en is de man bang voor een herhaling van de feiten, die destijds een grote impact op de man hebben gehad, mede omdat gedurende die tijd de zorgregeling niet heeft kunnen plaatsvinden.

8.

Voorts bestrijdt de man de veroordeling in de kosten van het geding. Volgens de man is deze proceskostenveroordeling in strijd met het beleid in familiezaken. De man voert daarnaast het volgende aan:

- de man heeft zijn toestemming voor het paspoort op juiste gronden geweigerd omdat de vrouw destijds in strijd met het gezamenlijk gezag heeft gehandeld;

- de man had een gegronde reden om de kortgedingzitting van 6 augustus 2013 niet bij te wonen. Hij was daartoe namelijk emotioneel niet in staat na het gemelde voorval van 2012.

Volgens de man dienen te proceskosten te worden gecompenseerd.

9.

De vrouw heeft de grieven gemotiveerd bestreden.

10.

Het hof is van oordeel dat de voorzieningenrechter de vrouw terecht vervangende toestemming heeft verleend ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument voor de minderjarige. De vrouw had ook spoedeisend belang bij haar verzoek in eerste aanleg aangezien zij het paspoort nodig had om de minderjarige kort daarop mee te kunnen nemen op de voormelde vakantie. Het hof neemt de gronden van de voorzieningenrechter over en maakt deze tot de zijne. In hoger beroep zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden.

11.

Ten aanzien van de proceskostenveroordeling overweegt het hof als volgt. In familiezaken is het - zoals de man stelt - gebruikelijk om elke partij de eigen kosten te laten dragen. De rechter kan echter anders beslissen als daartoe aanleiding bestaat. Naar het oordeel van het hof heeft de voorzieningenrechter de man terecht in de proceskosten veroordeeld, mede gelet op hetgeen hiervoor onder 10 is overwogen. In hoger beroep heeft de man niets anders of meer aangevoerd dat tot een ander oordeel zou moeten leiden. Ook heeft de man geen afdoende verklaring gegeven voor zijn afwezigheid tijdens de zitting in kort geding. De vordering tot compensatie van de kosten in eerste aanleg zal derhalve worden afgewezen.

12.

Het bovenstaande brengt mee dat het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.

13.

Nu het appel van de man zich heeft beperkt tot een herhaling van stellingen van de procedure in eerste aanleg, ziet het hof reden om de man te veroordelen in de kosten in hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt de man in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de vrouw tot deze uitspraak begroot op € 1.193,-, gespecificeerd als volgt:

- € 299,- griffierecht,

- € 894,- salaris advocaat;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. Labohm, Mink en Husson, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2014 in aanwezigheid van de griffier.