Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:863

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
18-03-2014
Zaaknummer
22-003443-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid door zich voor zijn webcam af te trekken terwijl zulks via deze webcam voor twee meisjes jonger dan 16 jaar waarmee hij daarvoor contact had gemaakt, zichtbaar was.

Voorts heeft de verdachte een gewoonte gemaakt van het aanwezig hebben van gedigitaliseerde kinderpornografische afbeeldingen en (ruim 500) -films, door dergelijke bestanden gedurende langere tijd via internet op te zoeken, te downloaden en deze op zijn computer te laten staan. De aangetroffen afbeeldingen en films bevatten beelden van extreme seksuele handelingen met (zeer) jonge kinderen.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-003443-13

Parketnummer: 09-715849-12

Datum uitspraak: 19 februari 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 2 augustus 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1978,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 5 februari 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht en een behandeling bij De Waag. Voorts is tot verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen voorwerpen beslist.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


hij op of omstreeks 24 januari 2012 te Haelen, gemeente Leudal, en/of te Leiderdorp, in elk geval in Nederland, zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten in zijn, verdachtes, woning voor zijn, verdachtes computer en/of webcam, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden (waarbij verdachte zich voor die webcam aan het aftrekken was), terwijl daarbij [benadeelde partij 1] (geboren [geboortejaar] 1998) en/of [benadeelde partij 2] (geboren [geboortejaar] 1997) haars/hun ondanks via de webcam tegenwoordig was/waren, doordat hij, verdachte door middel van een webcam voor die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] geheel of gedeeltelijk zichtbaar was;

2.


hij in de periode van 01 januari 2005 tot en met 01 mei 2012 te Leiderdorp, in elk geval in Nederland, (een) (groot) aantal afbeelding(en), te weten foto's/plaatjes (ongeveer dertien, althans een of meer) en/of een (grote) hoeveelheid films (ca 513, althans een of meer) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een/die) afbeelding(en) in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

- een meisje met de vermoedelijke leeftijd van ca tussen 7 en 11 jaar, zit bij een (volwassen) vrouw die met opgetrokken benen naakt op en matras ligt. Het meisje heeft een vinger in de vagina van de (volwassen) vrouw en/of [bestandsnaam 1]

- een meisje met de vermoedelijke leeftijd tussen de 3 e 6 jaar zit tussen de benen van een man met een stijve penis. Het meisje houdt de penis vast en heeft deze (deels) in haar mond en/of [bestandsnaam 2]

- een naakt jongetje met de vermoedelijke leeftijd tussen 2 en 5 jaar oud ligt op bed. Daarboven zit een (volwassen) vrouw die de penis van dit jongetje in haar mond houdt en/of [bestandsnaam 3]

- een meisje met de vermoedelijke leeftijd tussen de 6 maanden en de 2 jaar en/of tussen de 3 en 7 jaar, waarbij een stijve penis van een (volwassen) man tegen de vagina van het meisje is aangedrukt en/of [bestandsnaam 4] en/of [bestandsnaam 5] en/of [bestandsnaam 6]

- een geheel naakt meisje met de vermoedelijke leeftijd tussen de 1 en 3 jaar waarbij een volwassen vrouw de vagina ligt en/of filmfragment, filename [bestandsnaam 7]

- een naakt meisje met de vermoedelijke leeftijd tussen de 2 en 4 jaar. Een volwassen man probeert meermalen zijn stijve penis in de vagina van het meisje te duwen. De man maakt rijdende bewegingen en komt klaar tegen de vagina van het meisje filmfragment, [bestandsnaam 8]

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Partiële nietigheid inleidende dagvaarding

In navolging van het arrest van de Hoge Raad d.d. 20 december 2011 (LJN BS1739) is het hof van oordeel dat de inleidende dagvaarding wat betreft het onder 2 tenlastegelegde partieel nietig dient te worden verklaard.

Vooropgesteld dient te worden dat aan de term “afbeelding van een seksuele gedraging” in de zin van artikel 240b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht op zichzelf onvoldoende feitelijke betekenis toekomt. Zonder feitelijke omschrijving van die afbeelding in de tenlastelegging voldoet de dagvaarding niet aan de in artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht gestelde eis van opgave van het feit.

Aan de verdachte is het bezit van ongeveer 13 afbeeldingen en/of circa 513 films tenlastegelegd, terwijl in de tenlastelegging slechts een zestal kinderpornografische afbeeldingen en een tweetal films zijn beschreven. Het hof is van oordeel dat de dagvaarding ten aanzien van het aantal overige – niet gespecificeerde – afbeeldingen en films niet voldoet aan de eisen gesteld door artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht.

De dagvaarding zal dan ook in zoverre nietig worden verklaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij op 24 januari 2012 te Haelen, gemeente Leudal, en te Leiderdorp, zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten in zijn, verdachtes, woning voor zijn, verdachtes computer en webcam, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden (waarbij verdachte zich voor die webcam aan het aftrekken was), terwijl daarbij [benadeelde partij 1] (geboren [geboortejaar] 1998) en [benadeelde partij 2] (geboren [geboortejaar] 1997) huns ondanks via de webcam tegenwoordig waren, doordat hij, verdachte door middel van een webcam voor die [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] gedeeltelijk zichtbaar was;

2.


hij in de periode van 01 januari 2009 tot en met 01 mei 2012 te Leiderdorp, afbeeldingen films in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen en films (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

- een meisje met de vermoedelijke leeftijd van ca tussen 7 en 11 jaar, zit bij een (volwassen) vrouw die met opgetrokken benen naakt op en matras ligt. Het meisje heeft een vinger in de vagina van de (volwassen) vrouw en/of [bestandsnaam 1]

- een meisje met de vermoedelijke leeftijd tussen de 3 en 6 jaar zit tussen de benen van een man met een stijve penis. Het meisje houdt de penis vast en heeft deze (deels) in haar mond en/of [bestandsnaam 2]

- een naakt jongetje met de vermoedelijke leeftijd tussen 2 en 5 jaar oud ligt op bed. Daarboven zit een (volwassen) vrouw die de penis van dit jongetje in haar mond houdt en/of [bestandsnaam 3]

- meisjes met de vermoedelijke leeftijd tussen de 6 maanden en de 2 jaar en/of tussen de 3 en 7 jaar, waarbij een stijve penis van een (volwassen) man tegen de vagina van het meisje is aangedrukt en/of [bestandsnaam 4] en/of [bestandsnaam 5] en/of [bestandsnaam 6]

- een geheel naakt meisje met de vermoedelijke leeftijd tussen de 1 en 3 jaar waarbij een volwassen vrouw de vagina ligt en/of filmfragment, [bestandsnaam 8]- een naakt meisje met de vermoedelijke leeftijd tussen de 2 en 4 jaar. Een volwassen man probeert meermalen zijn stijve penis in de vagina van het meisje te duwen. De man maakt rijdende bewegingen en komt klaar tegen de vagina van het meisje filmfragment, [bestandsnaam 9]

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Schennis van de eerbaarheid op een andere dan de in artikel 239 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde openbare plaats, toegankelijk voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 23 maanden, met een proeftijd van 5 jaren, alsmede een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid door zich voor zijn webcam af te trekken terwijl zulks via deze webcam voor twee meisjes jonger dan 16 jaar waarmee hij daarvoor contact had gemaakt, zichtbaar was. Aldus heeft hij hen plotseling en ongewenst geconfronteerd met zijn seksuele handelingen, hetgeen tot gevoelens van onveiligheid en onrust kan leiden.

Voorts heeft de verdachte een gewoonte gemaakt van het aanwezig hebben van gedigitaliseerde kinderpornografische afbeeldingen en (ruim 500) -films, door dergelijke bestanden gedurende langere tijd via internet op te zoeken, te downloaden en deze op zijn computer te laten staan. De aangetroffen afbeeldingen en films bevatten beelden van extreme seksuele handelingen met (zeer) jonge kinderen. Bij de vervaardiging van kinderpornografie worden de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van minderjarigen ernstig geschonden. Het kan gezien de aard van de seksuele handelingen en de leeftijd van de daarbij betrokken kinderen niet anders dan dat ook bij de vervaardiging van het in het bezit van verdachte zijnde kinderpornografische materiaal, de betrokken kinderen aanzienlijke schade is berokkend. De verdachte moet zich daar ook bewust van zijn geweest.

Het hof neemt het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 januari 2014 betreffende de verdachte in ogenschouw, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van enig strafbaar feit.

Door dr. R.A.R. Bullens, klinisch psycholoog, is op 11 februari 2013 een rapport betreffende de verdachte uitgebracht. Hierin is te lezen dat bij de verdachte sprake blijkt te zijn van een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. De stress die de verdachte ervoer ging hij op seksuele wijze (i.e. seks als coping) te lijf. Er is, uitgaande van zelfrapportage, sprake van hyperseksualiteit. Vanwege het feit dat het downloadgedrag van de verdachte nadrukkelijk is gelieerd aan de bij hem gediagnosticeerde persoonlijkheidsstoornis dient de verdachte naar het oordeel van dr. Bullens ten aanzien van de feiten licht verminderd toerekeningsvatbaar worden geacht. Vanuit het risicotaxatie-instrument komt naar voren dat de kans op recidive als laag dient te worden ingeschat. Daarbij plaatst dr. Bullens echter de kanttekening dat – vanwege het bij de verdachte aangetroffen verslavingselement binnen zijn problematiek – hij juist op de langere termijn wellicht moeilijker weerstand kan bieden tegen eventuele drang die zich bij hem in situaties van stress kan openbaren. Dit maakt dat het recidiverisico onder gewijzigde omstandigheden (i.e. zonder behandeling) als laag/gemiddeld valt aan te merken. De behandelmotivatie van de verdachte blijkt zeer hoog. Hij toont zich zonder meer bereid om adequate probleemoplossende vaardigheden aan te leren c.q. zichzelf beter te leren controleren. Dr. Bullens adviseert een ambulante behandeling bij De Waag als bijzondere voorwaarde op te leggen.

Het hof heeft tevens kennis genomen van de brief van De Waag d.d. 28 januari 2014. Blijkens die brief is de verdachte aldaar – op eigen initiatief – vanaf 1 juni 2012 onder behandeling. De behandeling bestaat uit individuele sessies alsmede partnerrelatiegesprekken. Uit klinisch onderzoek is niet naar voren gekomen dat er sprake is van pedofilie bij de verdachte. De verdachte volgt trouw zijn afspraken en laat veel inzet zien. Hij werkt aan zijn doelen en ook zijn partner neemt gemotiveerd deel. De inschatting is dat een detentiestraf de behandelvoortgang zal hinderen.

Ten slotte heeft het hof acht geslagen op de door de verdachte en zijn echtgenote geschreven brieven, mede inhoudende hun visie op de gevolgen die een mogelijke detentie voor hun werk, woning en gezinsleven zou hebben.

Alles overwegende is het hof met de rechtbank van oordeel dat - zeker gelet op de ernst en de aard van de aangetroffen kinderpornografie - een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf onontkoombaar is. Het hof zal echter, gezien de persoonlijke omstandigheden, verdachte’s actuele opstelling ten opzichte van het bewezenverklaarde, alsmede zijn gemotiveerde en actieve deelname aan behandeling, welk behandeltraject zou worden doorbroken door een langdurige detentie, in vergelijking met de rechtbank een kleiner deel van de gevangenisstraf onvoorwaardelijk opleggen en een groter deel voorwaardelijk.

Gelet op de omstandigheid dat sprake is van een veroordeling wegens ernstige zedendelicten alsmede gelet op de omstandigheid dat sprake is van verslavingsproblematiek met daardoor een verhoogd risico op recidive in de toekomst, is het hof van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Het hof zal daarom tevens een lange proeftijd bevelen.

Ten slotte acht het hof eveneens de oplegging van een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals deze vermeld zijn op de zich in het dossier bevindende lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het onder 1 en 2 bewezen verklaarde is begaan. Het hof zal daarom deze voorweren verbeurd-verklaren. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24, 33, 33a, 57, 239 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart de inleidende dagvaarding partieel nietig voorzover het betreft de in het tenlastegelegde opgenomen zinsneden: ‘(ongeveer dertien, althans een of meer)’ en ‘(ca 513, althans een of meer)‘.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 (dertien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 5 (vijf) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1.

Apparaat, Coolster AP Stealth

2.

Computer, HP Elite Book

3.

Harddisk, WD Extern.

Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. A. Kuijer en mr. R.J. de Bruijn, in bijzijn van de griffier mr. R. van den Bosch.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 februari 2014.

Mr. A. Kuijer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.