Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:860

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
18-02-2014
Datum publicatie
18-03-2014
Zaaknummer
22-005345-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich op bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan verduistering in persoonlijke dienstbetrekking van een aantal mobiele telefoons. Daarbij heeft de verdachte de verduistering willen verhullen door het doen voorkomen dat hij in de telefoonwinkel waarin hij werkte, was overvallen. Om zijn verhaal kracht bij te zetten heeft hij van deze in scene gezette overval een valse aangifte gedaan.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 228 (tweehonderdachtentwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 114 (honderdveertien) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-005345-11

Parketnummer: 09-752570-10

Datum uitspraak: 18 februari 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 27 oktober 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [geboortejaar] 1986,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 7 juni 2012 en 4 februari 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder

1

en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van

4

maanden. Voorts is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 oktober 2011 is tijdens die zitting door de rechtbank een vordering wijziging tenlastelegging toegestaan. De rechtbank heeft geen kopie van deze vordering wijziging tenlastelegging aan het proces-verbaal van die zitting gehecht. Vervolgens heeft de rechtbank, blijkens het vonnis, de zaak beoordeeld aan de hand van de oorspronkelijke tenlastelegging. Nadat de verdediging hoger beroep had ingesteld heeft de rechtbank de zaak uitgewerkt en het dossier naar het hof verzonden. In dit dossier bevindt zich geen afschrift van de vordering wijziging tenlastelegging. In het dossier bevindt zich wel een e-mailbericht d.d. 29 maart 2012 van een administratief medewerker van het ressortsparket Den Haag aan het app[medeverdachte 2]nblok van de rechtbank, inhoudende een navraag naar het ontbrekende afschrift van de vordering wijzing tenlastelegging. Nu een antwoord op dat e-mailbericht in het hofdossier ontbrak, heeft de griffier van het hof op 22 mei 2012 navraag gedaan bij de desbetreffende medewerker van het ressortsparket Den Haag. Aan de griffier is toen medegedeeld dat een afschrift van de toegestane vordering wijziging tenlastelegging niet meer in het restdossier zat en om die reden niet meer aanwezig was. Het hof beschikt derhalve niet over de gewijzigde tenlastelegging, doch alleen over de oorspronkelijke tenlastelegging.

Tijdens de terechtzittingen in hoger beroep heeft de advocaat-generaal noch de verdediging aan de orde gesteld dat de rechtbank in haar vonnis recht heeft gedaan op grond van de ongewijzigde tenlastelegging, waaruit het hof impliciet afleidt dat geen bezwaren bestaan tegen het in de onderhavige zaak ook in hoger beroep beoordelen van de zaak op grondslag van de oorspronkelijke tenlastelegging. Het hof zal derhalve de oorspronkelijke tenlastelegging als uitgangspunt nemen.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


hij in of omstreeks de periode van 13 september 2010 tot en met 16 oktober 2010 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, tezamen en vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk 51, althans een groot aantal, mobiele telefoons en/of een geldbedrag (groot 604,25 euro), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele toebehoorden aan T-Mobile, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als medewerker van een T-Mobile winkel, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.


hij op of omstreeks 16 oktober 2010 en/of 19 oktober 2010 te Leidschendam en/of Voorburg, (beiden) gemeente Leidschendam-Voorburg, aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van een afpersing en/of diefstal met geweld, die zou zijn gepleegd op 16 oktober 2010.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij in de periode van 13 september 2010 tot en met 16 oktober 2010 te Leidschendam, opzettelijk een aantal mobiele telefoons die toebehoorden aan T-Mobile, en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als medewerker van een T-Mobile winkelonder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.


hij op 16 oktober 2010 te Leidschendam, aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van [verbalisant 1] opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van een afpersing en/of diefstal met geweld, die zou zijn gepleegd op 16 oktober 2010.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte mobiele telefoons heeft verduisterd en valse aangifte heeft gedaan. De verdachte ontkent niet dat hij telefoontoestellen met korting heeft verkocht. Volgens de verdediging kan evenwel niet worden vastgesteld welke toestellen met personeelskorting verkocht werden en wanneer deze toestellen verkocht werden. Voorts blijkt volgens de verdediging niet uit het dossier welke toestellen voor de overval zijn weggenomen en welke toestellen tijdens de overval zijn meegenomen, hetgeen tot gevolg heeft dat men ook niet kan vaststellen welk verband er is tussen de weggenomen toestellen en de toestellen die door de verdachte zijn verkocht met personeelskorting.

Gelet op het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.1

De overval

Op 16 oktober 2010 heeft [verdachte] in Leidschendam ten overstaan van verbalisant [verbalisant 1] aangifte gedaan van een gewapende overval, die dezelfde ochtend in het filiaal van T-Mobile gelegen op de [adres] te Leidschendam werd gepleegd. [verdachte] heeft daarover het volgende verklaard. Er stond die ochtend een persoon voor de winkel te wachten die plotseling naast hem stond en hem de opdracht gaf naar de kluis te gaan. De overvaller had op dat moment een vuurwapen in zijn rechterhand. Vervolgens zijn [verdachte] en de overvaller naar binnen gegaan, heeft [verdachte] het alarm uitgezet en zei de overvaller: “Je hebt 30 seconden, ik wil de tas met geld gevuld. Ik wil iPhones, Blackberry’s en Samsungs. Houd de deur op een kier.” [verdachte] is de kluisruimte ingegaan en heeft de tas gevuld met geld en telefoons, in totaal ongeveer 20 toestellen. Vervolgens heeft hij de tas aan de overvaller gegeven, die op dat moment het vuurwapen tegen het hoofd van [verdachte] zette. [verdachte] moest zijn telefoon en de sleutels van de winkel aan de overvaller geven. De overvaller duwde de deur van de kluisruimte dicht en verliet de winkel. [verdachte] zat opgesloten en kon door het slechte bereik in de ruimte niet om hulp bellen. Uiteindelijk heeft een collega [verdachte] uit de ruimte gehaald en heeft [verdachte] 112 gebeld.2

Gestolen telefoons

Op 12 november 2010 werd namens T-Mobile in aanvulling op de aangifte verklaard dat uit onderzoek bij het betreffende filiaal naar voren is gekomen dat er ongeveer 50 telefoons zijn weggenomen, waarvan de types (Samsung Galaxy’s, iPhones en Blackberry’s) en IMEI-nummers werden genoteerd.3

T-Mobile heeft deze IMEI-nummers in het eigen systeem voorzien van een waarschuwingsmelding. Dit houdt in dat als één van de telefoons gebruik maakt van het netwerk van T-Mobile er bij het hoofdkantoor een waarschuwing binnenkomt. Gebleken is dat een aantal gestolen telefoons werd gebruikt op het netwerk van T-Mobile.4 Dit betroffen:

- Apple iPhone 4 16 GB, voorzien van IMEI nummer 012420003517287. Deze telefoon is sinds 1 november 2010 in gebruik met het nummer [telnr.] met als houder [houder 1].5

- Blackberry Curve 3G 9300 BK, voorzien van IMEI nummer 353872047351957. Deze telefoon is sinds 18 oktober 2010 in gebruik met als nummer [telnr.] met als houder [houder 2].6

- Apple iPhone 4, voorzien van IMEI nummer 012420005599440. Deze telefoon is sinds 15 november 2010 in gebruik met het nummer [telnr.] met als houder [houder 3].7

- Apple iPhone 4, voorzien van IMEI nummer 012429006375080. Deze telefoon is in gebruik met een prepaid nummer.8

- Apple iPhone 4 16 GB, voorzien van IMEI nummer 012429002680665. Deze telefoon is sinds 24 december 2010 in gebruik met het nummer [telnr.] met als houder [houder 4].9

In verband met het bovenstaande werd [houder 2] gehoord. Zij verklaarde de telefoon op 16 oktober 2010 te hebben gekregen van haar ex, [medeverdachte 1], die het telefoonnummer [telnr.] gebruikte. Hij had het toestel voor 100 euro gekocht.10 Het telefoonnummer bleek op naam te staan van [medeverdachte 1] en is vanaf 19 november 2010 getapt.11

Uit deze tap komt naar voren dat [houder 2] op 21 november 2010 naar [medeverdachte 1] belt. Zij zegt: “Mijn telefoon gaat terug naar T-Mobile, met [verdachte].” Hierop antwoordt [medeverdachte 1]: “Luister (…) je moet die naam niet gebruiken wat je net zei, begrijp je (…) jij bent er dom mee bezig.”12

Ook belt [medeverdachte 1] op 19 november 2010 met ene [koper]. Hij, en later ook zijn vriendin, probeert deze [koper] over te halen om een telefoon terug te geven.13

[koper] blijkt te zijn [koper].14 Zij heeft bij de politie verklaard dat zij al enige tijd op zoek was naar een nieuwe iPhone 4. Op 17 november 2010 is zij op internet gaan zoeken en kwam zij de advertentie tegen van ene [medeverdachte 2] tegen op de website www.marktplaats.nl. Daar werd een iPhone 4 aangeboden voor 615 euro. Bij de advertentie stond een mobiel telefoonnummer, zijnde

[telnr.]. [koper] heeft dit nummer gebeld en een afspraak gemaakt om op dezelfde avond nog langs te komen op het adres [adres] te Leiden. Zij heeft toen de telefoon gekocht voor 600 euro. Naast de verkoopster was er ook een man aanwezig. De verkoopster melde dat zij de telefoon niet wilde hebben omdat zij al een Blackberry had.15

Gebleken is dat het genoemde adres16 het adres van [medeverdachte 2] betreft en dat het desbetreffende profiel op www.marktplaats.nl en het telefoonnummer in gebruik waren bij [medeverdachte 2].17

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] handelde in telefoons. In eerste instantie betrof dit Blackberry’s, maar de laatste maanden waren dit ook iPhones. Omdat [medeverdachte 1] niet goed Nederlands spreekt, heeft hij [medeverdachte 2] gevraagd om een advertentie op de website www.marktplaats.nl te zetten. Als de telefoon was verkocht, liet [medeverdachte 2] de advertentie vervolgens op de website staan, omdat zij wist dat er meerdere telefoons waren.18 Begin oktober 2010 heeft een jongen uit Amersfoort vijf iPhones gekocht bij [medeverdachte 2].19 Uit onderzoek volgt dat deze man [medeverdachte 3] betreft.20 Hij is degene die de hierboven genoemde telefoons aan respectievelijk [koper 2] - de man van [houder 1]21 -, [houder 3]22 en [houder 4]23 heeft verkocht.

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij af en toe telefoons koopt via de website www.marktplaats.nl om deze vervolgens zelf weer door te verkopen. Begin oktober zag hij op Marktplaats een advertentie staan van een iPhone. Toen hij belde kreeg hij een vrouw aan de telefoon. Hij heeft met de vrouw afgesproken in Leiden en hij is door haar opgehaald bij het station. Samen zijn ze naar haar huis gegaan. Daar was ook een donkergetinte man aanwezig. De man bleek nog een iPhone te koop te hebben. De man vertelde een vriend te hebben die bij T-Mobile werkte en die korting kreeg. Hij kocht de telefoons van deze vriend. Hij vertelde elke week wel één of twee toestellen te kunnen kopen van deze vriend. [medeverdachte 3] heeft de twee toestellen gekocht voor 600,00 euro (16 GB) en 650,00 of 675,00 euro (32 GB).24 [medeverdachte 3] heeft voorts verklaard dat hij twee tot drie weken later van dezelfde man nog vijf iPhones heeft gekocht op station Leiden Centraal. Voor deze toestellen heeft hij in totaal 3050,00 euro betaald.25 [medeverdachte 3] herkent de door hem genoemde man en vrouw op de door de politie getoonde verdachtenfoto’s van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2].26

In een nader verhoor door de politie verklaart [medeverdachte 3] dat hij het niet begrijpt dat er bij de overval een telefoon is gestolen die hij drie weken eerder al gekocht had van [medeverdachte 1].27

De telefoon van [medeverdachte 3] is in beslag genomen door de politie en onderzocht.

Op 30 september 2010 13.32.21 uur stuurt [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] een sms-bericht, inhoudende: “Ben er zo alles is afgesloten voor de kermis d8 ik weer niet bij na hahahahha dus kan 5 min langer duren ciao”.

Op 7 oktober 2010 20.42.28 uur stuurt [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] een sms-bericht, inhoudende: “Hey we hebben weer iphones binnen en ik wil graag weten wat die kaartje voor de ds kosten groetjes [medeverdachte 2] uit leiden”.

Op 12 oktober 2010 10.20.07 uur stuurt [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] een sms-bericht, inhoudende: “Hoi vanavond na 7 uur heb ik de telefoons gr [medeverdachte 2]”.

Op 12 oktober 2010 13.57.03 uur stuurt [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] nog een sms-bericht, inhoudende: “Mijn vriend zegt er zijn meer klanten hij wil meer geld ervoor die 16 gb 650 en 32 gb700 dus als je daar niet mee akkoord gaat houd het op sorry de vorige keer heeft hij ze te goedkoop verkocht sorry!”.

Op 13 oktober 2010 12.29.16 uur stuurt [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] een sms-bericht, inhoudende: “Goedemiddag heb nieuwe iphones binnen 16 gb 630 euro en 32 gb 675 ik hoor wel als je nog geinteresseerd bent gr [medeverdachte 2].”

Op 13 oktober 2010 12.36.51 uur stuurt [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] nog een sms-bericht, inhoudende: “Oke 600 voor die 16 gb daar heb ik er 1 van en van 32 gb heb ik er nu nog 2 heb je daar ook nog interesse in? Dan zet ik ze appart snap je? Hoe laat kom je ongeveer morgen? Ge [medeverdachte 2]”.28

[medeverdachte 1] heeft over de herkomst van de telefoons eerst verklaard dat hij de telefoons die bij [houder 2] en [koper 1] zijn aangetroffen, gekocht heeft in Beverwijk voor een gezamenlijk bedrag van 880,00 euro. Later in datzelfde verhoor verklaart hij dat hij de betreffende telefoons heeft gekocht bij een man op het station Leiden Centraal. Een aantal weken eerder had hij bij dezelfde man een stuk of twaalf mobiele telefoons gekocht, waarvan hij steeds even meer dan de helft betaalde. Als hij de telefoons verkocht had, zou hij het resterende deel betalen.29

Contact tussen verdachten

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij wel eens telefoons op moest halen voor [medeverdachte 1] bij [verdachte]. [verdachte] werkte bij T-Mobile en zij kreeg de toestellen dan met personeelskorting. [medeverdachte 2] heeft ook verklaard dat [medeverdachte 1] alleen met [verdachte] omging vanwege de telefoons.30 Ten slotte heeft [medeverdachte 2] verklaard dat de telefoons van [verdachte] afkomstig waren.31

[medeverdachte 1] heeft verklaard [verdachte] te kennen van de T-Mobile winkel en van vroeger.32 In eerste instantie zegt hij de verdachte niet zo goed te kennen, maar gaandeweg het verhoor vertelt hij dat hij [verdachte] regelmatig in het weekend ziet.33 Voorts heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij een aantal keer een telefoon van [verdachte] heeft gekocht. [verdachte] regelde deze telefoons via zijn werk en [medeverdachte 1] kocht deze dan van hem, om de telefoons vervolgens zelf weer te verkopen. Ook verkocht [verdachte] wel eens telefoons van zijn collega’s aan [medeverdachte 1].34 Tot slot heeft hij verklaard dat [medeverdachte 2] ook wel eens telefoons voor hem bij [verdachte] is gaan halen.35

Aantal gestolen telefoons

Namens T-Mobile heeft [aangever] verklaard dat de voorraad in elke T-Mobile winkel één keer per kwartaal werd geteld. De laatste telling voor de overval was op 13 september 2010 geweest. Er waren tijdens deze telling geen bijzonderheden. De controle is altijd onverwachts.36 In theorie is het dus mogelijk, zo verklaart [aangever], dat toestellen n die opgegeven zijn als gestolen bij de overval al voor die tijd uit de winkel zijn weggenomen.37

Ook de getuige [getuige] heeft verklaard dat de voorraad in de winkels van T-Mobile regelmatig gecontroleerd wordt. Dit wordt eenmaal per maand door het eigen personeel gedaan. De voorraden worden geteld en doorgegeven aan het hoofdkantoor, waarna er een overzicht van de verschillen teruggestuurd wordt. De laatste keer voor de overval is op 13 september 2010 geteld. Er waren geen bijzonderheden.38

Ter terechtzitting in eerste aanleg is [getuige] nogmaals als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat naar aanleiding van de overval pas ongeveer na een maand in het desbetreffende filiaal een telling door het hoofdkantoor is uitgevoerd.39

Onderzoek naar overval

Door de politie is (nader) onderzoek naar de toedracht van de overval gedaan. Op de door T-Mobile ter beschikking gestelde bewegende beelden is te zien dat [verdachte] om 08.47.28 uur met zijn rechterhand de sleutel in het slot van de kluis steekt en met zijn linkerhand de deur open doet. [verdachte] gaat vervolgens naar binnen. Er is geen tas te zien. Verdachte doet de deur achter zich dicht, op een klein kiertje na.40

Om 08.49.10 uur opent [verdachte] met zijn rechterhand de kluis. In zijn linkerhand is geen tas te zien. [verdachte] loopt de kluis uit. Weer is geen tas te zien.41

Om 09.03.55 uur is door de geopende deur te zien dat op de grond in de kluis, op de plaats waar te 08.49.16 uur de vloer te zien was, tenminste één kassalade ligt en dat er rond de lade kleingeld ligt. De kassalade en het kleingeld lagen, toen [verdachte] de eerste keer de kluis uit kwam, nog niet op de grond.42 De beelden zijn zowel tijdens de terechtzitting in eerste aanleg als de terechtzittingen in hoger beroep afgespeeld.

Geconfronteerd met de beelden en het verschil tussen wat er op deze beelden te zien is en de verklaring van [verdachte], verandert [verdachte] zijn verklaring meermalen ten aanzien van de tas en de kassalade tijdens hetzelfde verhoor. In eerste instantie geeft hij aan dat de tas korte handvaten heeft en later geeft hij aan dat er mogelijk ook nog een langer hengsel aan gezeten heeft, waardoor de tas buiten het beeld van de camera is gevallen en niet te zien is op de beelden.43 Ten aanzien van de kassalades geeft hij in eerste instantie aan dat hij deze op de grond heeft gegooid toen hij het geld in de tas van de overvaller stopte. Later verklaart hij dat hij de lades uit boosheid op de grond heeft gegooid nadat de overvaller de winkel al verlaten had. Dit heeft hij eerder niet gezegd omdat hij bang was spullen kapot te hebben gemaakt.44

Als de verbalisanten mededelen dat ze de verklaring van [verdachte] niet geloven zegt hij spontaan dat de verbalisanten kennelijk denken dat hij de afgelopen tijd voor de overval telefoons heeft weggenomen en dat hij die overval heeft laten plegen om te laten lijken dat de telefoons toen zijn weggenomen.45

Uit onderzoek van de politie is gebleken dat het mogelijk is om vanuit de kluis van het overvallen T-Mobile filiaal te bellen. Het onderzoek is gedaan met verschillende types telefoontoestellen en verschillende providers, waaronder T-Mobile. Ook is geprobeerd met een telefoon zonder simkaart het alarmnummer te bellen, wat ook zonder problemen is gelukt.46

De getuige [getuige] heeft verklaard dat je de kluis gewoon uit kan lopen als deze niet op slot zit.47 Ook uit onderzoek van de politie ter plaatse is gebleken dat het mogelijk is om de deur van de kluis van binnenuit door middel van een deurkruk te openen, indien deze van buitenaf niet op slot is gedraaid. Uit de beelden blijkt dat de overvaller de deur van de kluis niet op slot heeft gedraaid. De deur was gewoon dichtgetrokken en had van binnenuit met behulp van de deurkruk geopend kunnen worden.48

Conclusie ten aanzien van feit 1

Het hof overweegt dat op basis van de bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte telefoons heeft verduisterd terwijl hij over deze telefoons, uit hoofde van zijn dienstbetrekking bij T-Mobile, de beschikking had.

Gebleken is dat de laatste telling van voor de overval dateert van 13 september 2010, waaruit geen bijzonderheden zijn gebleken. De verdachte heeft in de periode vanaf 13 september tot 16 oktober 2010 ruim de mogelijkheid gehad om toestellen weg te nemen zonder dat dit direct opgemerkt zou worden.

Met betrekking tot de telefoons die in de periode na 13 september 2010 bij T-Mobile zijn weggenomen, staat van tenminste vijf telefoons vast dat deze door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] aan derden zijn weggegeven of verkocht, waarvan drie aan [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij in totaal zeven telefoons van [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] heeft gekocht.49 Deze telefoons zijn reeds in de periode voorafgaande aan de overval gekocht, zie onder meer de hiervoor weergegeven data van de sms-jes. Gelet hierop en op basis van de verklaringen van [medeverdachte 2], die heeft verklaard dat de telefoons die [medeverdachte 1] verhandelde van de verdachte afkomstig waren, het tussen [medeverdachte 1] en [houder 2] gevoerde telefoongesprek, waarin [houder 2] meldt dat de onder haar in beslag genomen telefoon terug moet naar [verdachte], en de daarop door [medeverdachte 1] gegeven reactie dat zij die naam niet moet noemen, alsook de verklaring van [medeverdachte 3] dat [medeverdachte 1] hem vertelde dat hij aan de telefoons kwam via een vriend die bij T-Mobile werkte, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte deze telefoontoestellen heeft verduisterd bij T-Mobile en heeft geleverd aan medeverdachte [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2], die deze op hun beurt weer doorverkochten.

Het hof schuift het scenario dat de verdachte voornoemde toestellen met korting zou hebben verkocht aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] als onaannemelijk terzijde, nu ‘fysiek bewijs’ ontbreekt. Aangever [aangever] heeft in zijn aangifte de inkoopprijzen van de gestolen telefoons opgegeven. De inkoopprijs van een Apple iPhone 4 16GB bedroeg 475 euro en de inkoopprijs van een Apple iPhone 4 32GB bedroeg 560 euro. De inkoopprijs van een Blackberry Curve 3G 9300 bedroeg 209 euro.50 Tijdens een later verhoor heeft [aangever] verklaard dat de verkoopwaarde ongeveer het dubbele van de inkoopwaarde is.51 Het is naar ’s hofs oordeel dan ook prijstechnisch onverklaarbaar dat deze telefoons, zelfs indien rekening zou worden gehouden met een personeelskorting van 20%, konden worden doorverkocht voor de prijzen als genoemd door [koper] en [medeverdachte 3] (tussen de 600 en 675 euro voor de iPhones) en [houder 2] (100 euro voor de Blackberry), omdat de verkoopprijs dan onder de inkoopprijs die door verdachte en/of [medeverdachte 1] zou zijn betaald, zou hebben gelegen.

Bovendien heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 4 februari 2014 verklaard dat het, anders dan in het geval van Blackberry’s of Samsungs, niet mogelijk was om iPhones met personeelskorting te verkopen. Voor zover de verdediging nog heeft willen betogen dat voornoemde iPhones afkomstig waren uit de kerstpakketten van de verdachte en zijn collega’s, en om die reden goedkoper door de verdachte konden worden geleverd aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2], is die stelling geenszins aannemelijk geworden.

Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat niet ten aanzien van alle weggenomen telefoons bewezen kan worden verklaard dat deze door de verdachte zijn verduisterd, zodat hij van het in de ten laste gelegde aantal van 51 partieel zal worden vrijgesproken. Ook voor wat betreft het geldbedrag ad € 604,25 kan naar ’s hofs oordeel niet bewezen worden verklaard dat dit door de verdachte is verduisterd, zodat hij hiervan zal worden vrijgesproken.

Conclusie ten aanzien van feit 2

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat de verdachte in ieder geval ook een motief had om de overval in scene te zetten.

Het hof is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake is van een valse aangifte en overweegt daartoe, in lijn met de rechtbank, als volgt.

Ten eerste wijkt de in de aangifte vervatte verklaring van de verdachte op belangrijke punten af van de onderzoeksbevindingen.

Niet alleen is er op de camerabeelden bij de kluis geen tas te zien, zo heeft het hof waargenomen ter terechtzitting d.d. 4 februari 2014 in hoger beroep, terwijl de verdachte wel verklaart dat hij daarmee de kluis in moest gaan van de overvaller, maar ook is het, anders dan de verdachte heeft verklaard, wél mogelijk gebleken om vanuit de kluis naar buiten te bellen. Omstandigheden op grond waarvan aannemelijk is dat de mogelijkheid om te bellen vanuit de kluis begin januari 2011 verschilde met de situatie ten tijde van de vermeende overval op 16 oktober 2010 zijn niet aangevoerd en ook anderszins niet door het hof vastgesteld. Bovendien was de kluisdeur van binnenuit gemakkelijk te openen, terwijl de verdachte heeft verklaard dat dit niet mogelijk was. Evenmin is op de camerabeelden te zien dat – zoals de verdachte verklaard – hij zijn mobiele telefoon en sleutels aan de overvaller zou hebben afgegeven, nadat hij uit de kluis kwam.

Deze bevindingen zijn derhalve anders dan hetgeen verdachte in het kader van zijn aangifte inzake de toedracht van de overval tegenover de politie heeft verklaard.

Voorts volgt uit de camerabeelden zelf dat de overval niet echt is. Zo wordt de deur naar de kluisruimte door de verdachte, terwijl hij naar eigen zeggen bezig is de telefoons in een tas te stoppen, op een kiertje na gesloten. Volgens de verdachte zou dit op verzoek van de overvaller zijn gebeurd. Het hof acht deze verklaring van de verdachte niet geloofwaardig. Het hof acht het in strijd met de aan overvallen inherente logica dat de overvaller gedurende ruim anderhalve minuut geen zicht op hem zou willen houden, terwijl de verdachte zich in een kluisruimte met mobiele telefoons bevond waarmee gemakkelijk alarm zou kunnen worden geslagen. Het hof wijst er in dit verband op dat één van de camera’s in de winkel op deze deur is gericht blijkens de door het hof ter zitting bekeken camerabeelden. De dichte deur houdt voor de camera verborgen wat er al dan niet in de kluisruimte plaatsvindt.

Daarnaast stelt het hof vast dat uit de camerabeelden is gebleken dat de kassalade niet tijdens de overval, maar pas na het vertrek van de overvaller op de grond is beland. De verdachte heeft hiervoor geen bevredigende verklaring kunnen geven.

Ook deze omstandigheden dragen bij aan het bewijs van feit 2.

Tenslotte bevreemdt het hof dat de verdachte thuis niets heeft gezegd over de overval en is het evenzeer opmerkelijk te noemen dat de verdachte bij de politie spontaan heeft verklaard dat de verbalisanten kennelijk denken dat hij voor de overval telefoons had weggenomen en dat hij die overval had laten plegen om te laten lijken dat de telefoons op het moment van de overval zijn weggenomen. Deze laatste omstandigheden dragen bij aan de overtuiging van het hof dat verdachte het feit als bewezenverklaard heeft gepleegd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft,

meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 228 uren, subsidiair 114 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan verduistering in persoonlijke dienstbetrekking van een aantal mobiele telefoons. Daarbij heeft de verdachte de verduistering willen verhullen door het doen voorkomen dat hij in de telefoonwinkel waarin hij werkte, was overvallen. Om zijn verhaal kracht bij te zetten heeft hij van deze in scene gezette overval een valse aangifte gedaan. Het hof rekent het de verdachte in het bijzonder aan dat hij door zijn manier van handelen misbruik heeft gemaakt van zijn positie binnen het bedrijf waarin hij werkte en daarmee het vertrouwen van zijn werkgever en collega’s in grote mate heeft beschaamd. Ook het doen voorkomen slachtoffer te zijn van een ernstig misdrijf als een gewapende overval, zorgt voor gevoelens van onveiligheid bij personen in de directe (werk)omgeving van de verdachte. De verdachte heeft zich bij zijn handelen enkel laten leiden door zijn eigen financiële gewin en is daarbij voorbij gegaan aan de belangen en gevoelens van de overige betrokken personen.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 januari 2014, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsadvies d.d. 8 maart 2011, opgemaakt en ondertekend door reclasseringswerker R. Goris.

Het hof heeft geconstateerd dat de behandeling van de zaak in hoger beroep niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijk termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Namens de verdachte is op 3 november 2011 hoger beroep ingesteld, terwijl eerst op 18 februari 2014 – zijnde meer dan twee jaren na het moment van instellen van het appel - in hoger beroep arrest wordt gewezen. Het hof zal de overschrijding van de bedoelde termijn verdisconteren in de strafmaat en de beoogde op te leggen taakstraf voor de duur van 240 uren met 12 uren bekorten.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Vordering van de benadeelde partij T-Mobile Netherlands B.V.

In het onderhavige strafproces heeft T-Mobile Netherlands B.V. zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade ad € 21.042,07 als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde.

In eerste aanleg is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd en haar eerder ingediende vordering gehandhaafd.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Door de benadeelde partij zijn, nadat het vonnis door de rechtbank in de onderhavige zaak was gewezen, geen nadere gegevens aangeleverd omtrent welke B.V. binnen T-Mobile Netherlands B.V. als rechthebbende van de verduisterde telefoontoestellen heeft te gelden. Evenmin zijn er gegevens aangeleverd omtrent een mogelijke uitkering door de verzekering. Bij deze onveranderde stand van zaken levert naar het oordeel van het hof de behandeling van de vordering van de benadeelde partij ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een onevenredige belasting van het strafgeding op, indien tot nadere aanhouding van de zaak zou moeten worden overgegaan om nadere informatie te verkrijgen. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 188 en 322 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 228 (tweehonderdachtentwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 114 (honderdveertien) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart de benadeelde partij T-Mobile Netherlands B.V. in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit arrest is gewezen door mr. A.A. Schuering, mr. Th.W.H.E. Schmitz en mr. M.I. Veldt-Foglia, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 februari 2014.

1 Wanneer worden verwezen naar een proces-verbaal wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verweten naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met bijlagen van de politie Haaglanden, registratienummer PL1573 2010212186, doorlopend genummerd van pagina 1-506.

2 Proces-verbaal van aangifte verdachte, p. 101-103.

3 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever], p. 169-171.

4 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever], p. 170.

5 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever], p. 170.

6 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever], p. 171.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 172.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 172.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 453.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte [houder 2], p. 174-175.

11 Proces-verbaal van relaas, p. 14.

12 Schriftelijke weergave telefoongesprek, p. 291.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 184.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 185.

15 Proces-verbaal van verhoor [koper], p. 194-195.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 253

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 254-255.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 254.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 255.

20 Proces-verbaal van relaas, p. 20.

21 Proces-verbaal van verhoor [koper 2], p. 218.

22 Proces-verbaal van verhoor [houder 3], p. 207.

23 Proces-verbaal van verhoor [houder 4], p. 455.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], p. 379.

25 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], p. 379.

26 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], p. 381-382.

27 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], p. 441.

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 426-427.

29 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 302 en p. 304.

30 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 254.

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 436.

32 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 306.

33 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 307.

34 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 307 en 309.

35 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 308.

36 Proces-vervaal van verhoor aangever [aangever], p. 389.

37 Proces-vervaal van verhoor aangever [aangever], p. 390.

38 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], p. 393-394.

39 Proces verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 13 oktober 2011, p. 6.

40 Proces-verbaal van bevindingen, p. 240.

41 Proces-verbaal van bevindingen, p. 240.

42 Proces-verbaal van bevindingen, p. 241.

43 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 278-279.

44 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 279-280.

45 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 280.

46 Proces-verbaal van bevindingen, p. 397.

47 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], p. 395.

48 Proces-verbaal van bevindingen, p. 398.

49 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3], p. 379.

50 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 171.

51 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 390.