Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:4636

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
30-09-2014
Datum publicatie
09-06-2015
Zaaknummer
22-002353-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan opzetheling. Daarnaast heeft de verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-002353-13

Parketnummer: 10-681026-13

Datum uitspraak: 30 september 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 27 mei 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1985,

[gba-adres],

opgegeven verblijfsadres [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 16 september 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 8 en 9 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, waarbij naast de algemene voorwaarden tevens bijzondere voorwaarden zijn bepaald en beslissingen zijn genomen over de vorderingen van de benadeelde partijen zoals nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraken van het onder 8 en 9 ten laste gelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 16 januari 2013 te Dordrecht, in elk geval in Nederland, (een) goed(eren), te weten een (een (personen) auto (merk BMW 320D, voorzien van kentekenplaten [x]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

2:
hij op of omstreeks 07 december 2012 te Gorinchem, in elk geval in Nederland, (een) goed(eren), te weten een (personen) auto (merk Citroen DS3, voorzien van kentekenplaten [x]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

3:
hij op of omstreeks 07 december 2012 te Gorinchem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (12.000 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zich voorgedaan heeft als bonafide verkoper van de (personen) auto (merk Citroen DS3, voorzien van kentekenplaten [x]) en/of -tegenover voornoemde [benadeelde partij 1] een (koop)prijs heeft afgesproken en/of is/zijn overeengekomen om voornoemde (koop)prijs/koopsom direct te betalen en/of -voornoemde (koop)prijs/koopsom in ontvangst heeft genomen, waardoor die [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4:
hij op of omstreeks 24 november 2012 te Swalmen, gemeente Roermond, in elk geval in Nederland (een) goed(eren), te weten een (personen)auto (merk BMW 116, voorzien van kentekenplaten [x]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

5:
hij op of omstreeks 24 november 2012 te Swalmen, gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (11.000 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich voorgedaan heeft als bonafide verkoper van de (personen)auto (merk BMW 116, voorzien van kentekenplaten [x]) en/of - tegenover/met voornoemde [benadeelde partij 2] een (koop)prijs heeft afgesproken en/of is/zijn overeengekomen om voornoemde (koop)prijs/koopsom direct te betalen en/of - voornoemde (koop)prijs/koopsom in ontvangst heeft genomen, waardoor die [benadeelde partij 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6:
hij op of omstreeks 19 juli 2012 te Breda, in elk geval in Nederland, (een) goed(eren), te weten een (personen)auto (merk Mercedes Benz, type C180, voorzien van kentekenplaten [x]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

7:
hij op of omstreeks 19 juli 2012 te Breda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (19.000 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zich voorgedaan heeft als bonafide verkoper van de (personen) auto (merk Mercedes Benz, type C180, voorzien van kentekenplaten [x])) en/of -tegenover voornoemde [benadeelde partij 3] een (koop)prijs heeft afgesproken en/of is/zijn overeengekomen om voornoemde (koop)prijs/koopsom direct te betalen en/of -voornoemde (koop)prijs/koopsom in ontvangst heeft genomen, waardoor die [benadeelde partij 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op of omstreeks 16 januari 2013 te Dordrecht, in elk geval in Nederland, (een) goed(eren), te weten een (een (personen) auto (merk BMW 320D, voorzien van kentekenplaten [x]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

2:
hij op of omstreeks 07 december 2012 te Gorinchem, in elk geval in Nederland, (een) goed(eren), te weten een (personen) auto (merk Citroen DS3, voorzien van kentekenplaten [x]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;


3:
hij op of omstreeks 07 december 2012 te Gorinchem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (12.000 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich voorgedaan heeft als bonafide verkoper van de (personen) auto (merk Citroen DS3, voorzien van kentekenplaten [x]) en/of

-tegenover voornoemde [benadeelde partij 1] een (koop)prijs heeft afgesproken en/of is/zijn overeengekomen om voornoemde (koop)prijs/koopsom direct te betalen en/of

-voornoemde (koop)prijs/koopsom in ontvangst heeft genomen, waardoor die [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4:
hij op of omstreeks 24 november 2012 te Swalmen, gemeente Roermond, in elk geval in Nederland (een) goed(eren), te weten een (personen)auto (merk BMW 116, voorzien van kentekenplaten [x]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

5:
hij op of omstreeks 24 november 2012 te Swalmen, gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (11.000 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich voorgedaan heeft als bonafide verkoper van de (personen) auto (merk BMW 116, voorzien van kentekenplaten [x]) en/of

- tegenover/met voornoemde [benadeelde partij 2] een (koop)prijs heeft afgesproken en/of is/zijn overeengekomen om voornoemde (koop)prijs/koopsom direct te betalen en/of

- voornoemde (koop)prijs/koopsom in ontvangst heeft genomen, waardoor die [benadeelde partij 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6:
hij op of omstreeks 19 juli 2012 te Breda, in elk geval in Nederland, (een) goed(eren), te weten een (personen)auto (merk Mercedes Benz, type C180, voorzien van kentekenplaten [x]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;


7:
hij op of omstreeks 19 juli 2012 te Breda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (19.000 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich voorgedaan heeft als bonafide verkoper van de (personen) auto (merk Mercedes Benz, type C180, voorzien van kentekenplaten [x])) en/of

-tegenover voornoemde [benadeelde partij 3] een (koop)prijs heeft afgesproken en/of is/zijn overeengekomen om voornoemde (koop)prijs/koopsom direct te betalen en/of

-voornoemde (koop)prijs/koopsom in ontvangst heeft genomen, waardoor die [benadeelde partij 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Door de raadsman van de verdachte is vrijspraak van het onder 3, 5 en 7 tenlastegelegde bepleit. De raadsman heeft daartoe – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat het feit dat de verdachte zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als bonafide verkoper niet voldoende is om tot een bewezenverklaring van oplichting te komen en dat de combinatie met het gebruik van een valse naam dat niet anders maakt, nu de betrokkenen volgens de verdediging niet juist daardoor zijn bewogen tot afgifte van de geldbedragen.

Het hof verwerpt dit verweer. Daartoe overweegt het hof als volgt.

Het hof vergewist zich er allereerst van dat uit de jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat in beginsel het enkele zich voordoen als een bonafide (ver)koper niet oplevert het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (vergelijk HR 15 december 1998, LJN ZD1177). Niettemin kan sprake zijn van omstandigheden die dit anders maken(vergelijk o.a. HR 10 december 1998, LJN AC1299).

Het hof is van oordeel dat van dergelijke omstandigheden in deze zaak sprake is. De verdachte heeft op bedrieglijke wijze gebruik gemaakt van het in het maatschappelijk verkeer geldende patroon bij het verkopen en kopen van auto’s. Hij en/of zijn medeverdachte heeft immers gebruik gemaakt van een valse naam, zowel bij het maken van de afspraak over de verkoop als ten tijde van het verkoopgesprek, een naam welke ook op de door hem gebruikte rijbewijzen en kentekenpapieren stond, met het doel de betrokkenen er van te overtuigen dat hij de eigenaar was van de auto’s en als zodanig bevoegd om deze te verkopen, terwijl de verdachte wist dat de auto’s gekloond waren. Naar het oordeel van het hof levert het zich op deze wijze voordoen als bonafide verkoper wel degelijk het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht op en zijn de betrokkenen hierdoor bewogen tot afgifte van de geldbedragen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van oplichting.

het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van oplichting.

het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van oplichting.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd behoudens ten aanzie van de opgelegde straf en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 295 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, waarbij naast de algemene voorwaarden als bijzondere voorwaarde zal worden bepaald dat de verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, alsmede een taakstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof heeft hierbij in het bijzonder het volgende overwogen. De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan opzetheling, welk misdrijf het plegen van diefstallen en inbraken lucratief maakt en een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen in stand houdt.

Daarnaast heeft de verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting. Door aldus te handelen heeft de verdachte met zijn mededader groot financieel nadeel toegebracht aan de betrokkenen en misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zij in hem stelden. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij zich bij het plegen van de onderhavige feiten uitsluitend heeft laten leiden door geldelijk gewin en zich op geen enkele manier heeft bekommerd om de gevolgen voor de benadeelden.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur alsmede een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 3]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 7 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 19.000,00, vermeerderd met rente, alsmede tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand tot een bedrag van € 380,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot deze in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedragen van € 19.000,00 met rente en € 380,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 7 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op € 380,00.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 19.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 3].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 12.104,99 vermeerderd met rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 12.104,99 met rente.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 3 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer
[benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 12.104,99 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 5 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 23.204,68.

In hoger beroep heeft de benadeelde partij zich gevoegd en zijn vordering beperkt tot een bedrag van € 8.204,68.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij ter zake van het onder 5 bewezen verklaarde een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 326 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 295 (tweehonderdvijfennegentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ter zake van het onder 7 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 19.000,00 (negentienduizend euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 19 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 380,00 (driehonderdtachtig euro).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 3], een bedrag te betalen van € 19.000,00 (negentienduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 130 (honderddertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 19 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 12.104,99 (twaalfduizend honderdvier euro en negenennegentig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 7 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], een bedrag te betalen van € 12.104,99 (twaalfduizend honderdvier euro en negenennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 95 (vijfennegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 7 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. M.J.J. van den Honert,

mr. T.L. Tan en mr. U. van de Pol, in bijzijn van de griffier mr. E. van Doren.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 september 2014.

Mr. U. van de Pol is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.