Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:4633

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
22-05-2014
Datum publicatie
09-06-2015
Zaaknummer
22-003936-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, verkrachting en mishandeling van zijn ex-vriendin. Enkele weken nadat zij de relatie met hem had verbroken, heeft de verdachte de aangeefster in haar eigen woning mishandeld en verkracht. Korte tijd hierna heeft hij haar tegen haar wil meegenomen naar Frankrijk en Spanje en haar aldus een aantal dagen van haar vrijheid beroofd. Hun gezamenlijke kinderen waren daarbij aanwezig. Nadat familie van de verdachte, de moeder en buren van de aangeefster en de school van de kinderen na de verdwijning alarm sloegen, is de verdachte na onderzoek in Spanje getraceerd en vervolgens door de Spaanse autoriteiten aangehouden.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003936-11

Parketnummers: 09-753748-08 en 09-535612-08

Datum uitspraak: 22 mei 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 4 augustus 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1979,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 19 mei 2011 en 21 juli 2011 en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 8 mei 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het bij dagvaarding met parketnummer 09-753748-08 en het bij dagvaarding met parketnummer 09-535612-08 onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarde van – kort gezegd - verplicht reclasseringscontact. Voorts is een beslissing gegeven omtrent de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel, een en ander als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 09-753748-08:

hij in of omstreeks de periode van 02 september 2008 tot en met 08 september 2008 te Nieuwerkerk aan den IJssel en/of elders in Nederland en/of in Belgie en/of in Frankrijk en/of in Spanje opzettelijk
[benadeelde partij 1] en/of haar kinderen [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, met dat opzet die [benadeelde partij 1] en/of die kinderen (onder valse voorwendselen) in zijn, verdachte's, auto laten plaatsnemen en/of is hij, verdachte, (vervolgens) zonder die [benadeelde partij 1] hiervan (vooraf) in kennis te stellen naar Belgie en/of Frankrijk en/of Spanje gereden, terwijl de deur(en) van die auto niet van binnen uit door die [benadeelde partij 1] en/of die kinderen te openen waren en/of die [benadeelde partij 1] de Franse en/of Spaanse taal niet machtig is en/of heeft hij, verdachte, die [benadeelde partij 1] belemmerd om vrij contact op te nemen/te hebben met familie en/of vrienden;

Zaak met parketnummer 09-535612-08 (gevoegd):

1.

hij op een of meer tijdstip(en) in of omstreeks de periode van 01 juli 2000 tot 07 september 2008, althans in of omstreeks de periode november tot en met december 2004 en/of in of omstreeks augustus 2008 te Nieuwerkerk aan den IJssel en/of elders in Nederland door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 1], hebbende verdachte zijn penis in de vagina en/of de anus van die [benadeelde partij 1] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte
- die [benadeelde partij 1] heeft beetgepakt en/of
- tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] heeft geduwd en/of aan het lichaam van die [benadeelde partij 1] heeft getrokken en/of
- die [benadeelde partij 1] bij haar keel heeft beetgepakt en/of in de keel van die [benadeelde partij 1] heeft geknepen en/of
- die [benadeelde partij 1] (met haar hoofd) tegen een muur heeft geduwd en/of gegooid (ten gevolge waarvan die [benadeelde partij 1] buiten bewustzijn is geraakt) en/of
- die [benadeelde partij 1] op een bed heeft geduwd en/of gegooid en/of
- op die [benadeelde partij 1] is gaan zitten en/of
- de polsen van die [benadeelde partij 1] heeft vastgepakt en/of
- de voordeur op slot heeft gedaan en/of
- die [benadeelde partij 1] heeft geslagen/gestompt en/of (aldus) voor die [benadeelde partij 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2000 tot en met 07 september 2008 te Nieuwerkerk aan den IJssel en/of elders in Nederland opzettelijk zijn levensgezel (te weten [benadeelde partij 1]), tegen het lichaam heeft geduwd en/of aan het lichaam heeft getrokken en/of (met haar hoofd) tegen een muur heeft geduwd en/of gegooid en/of (krachtig) bij het lichaam heeft vastgepakt en/of tegen het lichaam heeft geslagen/gestompt en/of in het lichaam heeft geknepen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-753748-08 en in de zaak met parketnummer 09-535612-08 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 09-753748-08:

hij in of omstreeks de periode van 02 september 2008 tot en met 08 september 2008 te Nieuwerkerk aan den IJssel en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Frankrijk en/of in Spanje opzettelijk
[benadeelde partij 1] en/of haar kinderen [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, met dat opzet die [benadeelde partij 1] en/of die kinderen (onder valse voorwendselen) in zijn, verdachte's, auto laten plaatsnemen en/of is hij, verdachte, (vervolgens) zonder die [benadeelde partij 1] hiervan (vooraf) in kennis te stellen naar België en/of Frankrijk en/of Spanje gereden, terwijl de deur(en) van die auto niet van binnen uit door die [benadeelde partij 1] en/of die kinderen te openen waren en/of die [benadeelde partij 1] de Franse en/of Spaanse taal niet machtig is en/of heeft hij, verdachte, die [benadeelde partij 1] belemmerd om vrij contact op te nemen/te hebben met familie en/of vrienden;

Zaak met parketnummer 09-535612-08:

1.

hij op een of meer tijdstip(en) in of omstreeks de periode van 01 juli 2000 tot 07 september 2008, althans in of omstreeks de periode november tot en met december 2004 en/of in of omstreeks augustus 2008 te Nieuwerkerk aan den IJssel en/of elders in Nederland door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 1], hebbende verdachte zijn penis in de vagina en/of de anus van die [benadeelde partij 1] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte
- die [benadeelde partij 1] heeft beetgepakt en/of
- tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] heeft geduwd en/of aan het lichaam van die [benadeelde partij 1] heeft getrokken en/of
- die [benadeelde partij 1] bij haar keel heeft beetgepakt en/of in de keel van die [benadeelde partij 1] heeft geknepen en/of
- die [benadeelde partij 1] (met haar hoofd) tegen een muur heeft geduwd en/of gegooid (ten gevolge waarvan die [benadeelde partij 1] buiten bewustzijn is geraakt) en/of
- die [benadeelde partij 1] op een bed heeft geduwd en/of gegooid en/of
- op die [benadeelde partij 1] is gaan zitten en/of
- de polsen van die [benadeelde partij 1] heeft vastgepakt en/of
- de voordeur op slot heeft gedaan en/of
- die [benadeelde partij 1] heeft geslagen/gestompt en/of (aldus) voor die [benadeelde partij 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2000 tot en met 07 september
in augustus 2008 te Nieuwerkerk aan den IJssel en/of elders in Nederland opzettelijk zijn levensgezel (te weten [benadeelde partij 1]), tegen het lichaam heeft geduwd en/of aan het lichaam heeft getrokken en/of (met haar hoofd) tegen een muur heeft geduwd en/of gegooid en/of (krachtig) bij het lichaam heeft vastgepakt en/of tegen het lichaam heeft geslagen/gestompt en/of in het lichaam heeft geknepen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 09-753748-08 bewezen verklaarde levert op:

de voortgezette handeling van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden.

Het in de zaak met parketnummer 09-535612-08 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

verkrachting.

Het in de zaak met parketnummer 09-535612-08 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het bij dagvaarding met parketnummer
09-753748-08 en het bij dagvaarding met parketnummer
09-535612-08 onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van
36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, verkrachting en mishandeling van zijn ex-vriendin. Enkele weken nadat zij de relatie met hem had verbroken, heeft de verdachte de aangeefster in haar eigen woning mishandeld en verkracht. Korte tijd hierna heeft hij haar tegen haar wil meegenomen naar Frankrijk en Spanje en haar aldus een aantal dagen van haar vrijheid beroofd. Hun gezamenlijke kinderen waren daarbij aanwezig. Nadat familie van de verdachte, de moeder en buren van de aangeefster en de school van de kinderen na de verdwijning alarm sloegen, is de verdachte na onderzoek in Spanje getraceerd en vervolgens door de Spaanse autoriteiten aangehouden.

De verdachte heeft zich bij het plegen van de bewezen verklaarde feiten laten leiden door zijn lustgevoelens en door zijn verlangen de relatie met de aangeefster te herstellen. Deze feiten moeten voor de aangeefster bijzonder angstige en zeer traumatische ervaringen zijn geweest. De verdachte heeft met zijn handelen op zeer grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en de bewegingsvrijheid van de aangeefster. Slachtoffers van dergelijke feiten ondervinden, naar de ervaring leert, veelal langdurige psychisch nadelige gevolgen van het gebeurde. Bovendien heeft de plotselinge verdwijning van de aangeefster en haar kinderen hevige ongerustheid bij haar familie en vrienden veroorzaakt en de inzet van politie en justitie in zowel binnen- als buitenland tot noodzakelijk gevolg gehad.

Naar het oordeel van het hof komt in de door de rechtbank opgelegde straf de ernst van de bewezen verklaarde feiten onvoldoende tot uitdrukking, temeer indien in aanmerking wordt genomen dat blijkens de LOVS oriëntatiepunten alleen al voor verkrachting een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden als uitgangspunt geldt en er noch in de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, noch in de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanknopingspunten zijn te vinden om van dit uitgangspunt af te wijken.

Met het oog op dit laatste wordt nog overwogen dat het hof – nu de psychiater R. Thomassen en de psycholoog W.J.L. Lander blijkens hun rapporten van 7 maart 2009, gelet op de opstelling van de verdachte, geen uitspraak omtrent diens toerekeningsvatbaarheid hebben kunnen doen – de bewezen verklaarde feiten volledig aan de verdachte toerekent.

Hoewel de verdachte zich, naast verkrachting, tevens aan mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving schuldig heeft gemaakt, acht het hof een gevangenisstraf van bovenvermelde duur in dezen een passende en geboden strafrechtelijke reactie. De mishandeling behoort naar het oordeel van het hof niet tot strafverzwaring te leiden, aangezien de verkrachting daarmee gepaard is gegaan. De wederrechtelijke vrijheidsberoving daarentegen rechtvaardigt weliswaar een gevangenisstraf van langere duur, doch daar staat tegenover dat de bewezen verklaarde feiten zich in augustus/september 2008 hebben voorgedaan en de gedateerdheid van die feiten – ook al behoort de overschrijding van de redelijke termijn, die tijdens de procedure in hoger beroep is opgetreden, naar het oordeel van het hof geheel voor rekening van de verdachte te komen - een omstandigheid is waarmee in casu bij de strafoplegging rekening dient te worden gehouden, nu meer in het bijzonder het met de strafrechtstoepassing na te streven doel van speciale preventie, mede gelet op het gegeven dat de verdachte blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel Justitiële Documentatie sedertdien niet meer voor het plegen van soortgelijke feiten met justitie in aanraking is gekomen, inmiddels minder zwaarwegend is geworden.

Vordering tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden schade tot een bedrag van in totaal € 12.667,-, bestaande uit:

  • -

    € 6.667,- ter zake van materiële schade als gevolg van, aldus de vordering, het bij dagvaarding met parketnummer 09-753748-08 ten laste gelegde,

  • -

    € 3.000,- ter zake van immateriële schade als gevolg van het bij dagvaarding met parketnummer 09-753748-08 ten laste gelegde en

  • -

    € 3.000,- ter zake van immateriële schade als gevolg van het bij dagvaarding met parketnummer 09-535612-08 onder 1 ten laste gelegde.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 12.667,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 6.000,- ter zake van immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Hoewel de vordering door of namens de verdachte niet is betwist, komt deze het hof, waar het de vergoeding van materiële schade betreft, ongegrond voor, aangezien de gestelde schade in zoverre geen rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-753748-08 bewezen verklaarde. Het hof zal de benadeelde partij in zoverre
in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De vordering ligt, waar het de vergoeding van immateriële schade betreft, voor toewijzing gereed, nu deze het hof in zoverre niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gestelde en niet betwiste immateriële schade valt als een rechtstreeks gevolg van het in de zaak met parketnummer 09-753748-08 en het in de zaak met parketnummer 09-535612-08 onder 1 bewezen verklaarde aan te merken.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 6.000,- aansprakelijk is voor de schade die door het in de zaak met parketnummer 09-753748-08 en het in de zaak met parketnummer 09-535612-08 onder 1 bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 56, 57, 63, 242, 282 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-753748-08 en in de zaak met parketnummer 09-535612-08 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-753748-08 en in de zaak met parketnummer 09-535612-08 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-753748-08 en in de zaak met parketnummer 09-535612-08 onder 1 bewezen verklaarde tot een bedrag van € 6.000,- (zesduizend euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering ter zake van materiële schade niet-ontvankelijk.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], een bedrag te betalen van € 6.000,- (zesduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 65 (vijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voor zover de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien en voor zover de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door mr. L.A.J.M. van Dijk, mr. M.J. de Haan-Boerdijk en mr. R.F. de Knoop, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 mei 2014.

mr. R.F. de Knoop is buiten staat dit arrest te ondertekenen.