Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:4567

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
29-07-2014
Datum publicatie
15-04-2015
Zaaknummer
200.122.537/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

verschuldigdheid parkbijdragen vakantiepark; uitleg koop/aannemingsovereenkomst en leveringsakte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.122.537/01

Rolnummer rechtbank : 1288431 CV EXPL 11-61597

arrest van 29 juli 2014

inzake

1. [appellant],

2. [appellante],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna te noemen: [appellant] c.s. (mannelijk enkelvoud),

advocaat: mr. S.C.W. Hart te Amsterdam,

tegen

VERENIGING VAN EIGENAREN VAN HET VILLAPARK [naam],

gevestigd te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de VvE,

advocaat: mr. J.P. van den Berg te Den Haag.

Het geding

[appellant] c.s. heeft bij exploot van 27 december 2012 de VvE in hoger beroep gedagvaard. Bij memorie van grieven heeft hij vijf grieven aangevoerd tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam, van 5 oktober 2012. Bij memorie van antwoord heeft de VvE de grieven bestreden. Op 19 mei 2014 hebben partijen hun zaak voor het hof doen bepleiten, beiden aan de hand van overgelegde pleitnotities, [appellant] c.s. door mrs. M.N. Weeda en N. Sipkens, beiden advocaat te Amsterdam en de VvE door mr. J.P. van den Berg voornoemd. Vervolgens is arrest bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Tegen de door de kantonrechter vastgestelde feiten zijn geen bezwaren geuit met uitzondering van 2.9, waarop het hof later terugkomt, zodat het hof in zoverre ook van die feiten uitgaat.

2. Het gaat in deze zaak, samengevat, om het volgende.

2.1.

Villapark [naam] is een vakantiepark in [woonplaats] met 120 vrijstaande vakantievilla’s.

2.2.

[appellant] c.s. heeft in 1993 een perceel bouwgrond en een daarop te bouwen/gebouwde vakantievilla in het Villapark [naam] alsmede een 1/120 onverdeeld aandeel in de mandelige eigendom van de wegen, groenstroken en waterpartijen, deel uitmakende van het villapark, gekocht. De koop/aannemingsovereenkomst bevat, voor zover van belang, de volgende bepalingen:

Vereniging van Eigenaren.

12.A. Met betrekking tot het villapark is opgericht een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid genaamd: “Vereniging van Eigenaren van het Villapark [naam]”;

de statuten van genoemde vereniging zijn vastgelegd in een voor genoemde notaris verleden akte. Deze vereniging stelt zich onder meer ten doel het beheer en het onderhoud van de wegen, bermen, paden, groenvoorzieningen en waterpartijen van het Villapark.

B. De koper verbindt zich als lid tot voornoemde vereniging toe te treden uiterlijk bij het passeren van de leveringsakte als hiervoor sub C. 1 bedoeld en lid te blijven, zolang hij de hoedanigheid van eigenaar en/of beperkt gerechtigde van het gekochte bezit.

C. De koper verbindt zich tot het bijdragen in de exploitatie-, onderhouds- en beheerskosten van de algemene en/of recreatieve voorzieningen van het villapark zoals hiervoor onder 12.A. omschreven en het buiten-schilderwerk van iedere villa, zoals hierna onder 12.G. vermeld, één en ander zoals omschreven in de statuten van voornoemde vereniging.

D. De koper verplicht zich tevens de omslagen gelegd op de leden van de vereniging en in verband met de exploitatie-, onderhouds- en beheerskosten van de algemene en recreatieve voorzieningen bij de eerste aanzegging door de vereniging prompt te voldoen.

E. De omslag zoals genoemd in lid D, voor 1994 is bepaald op f 3.000,--, zal worden voldaan aan de vereniging en is verschuldigd vanaf de dag van eerste oplevering.

(…)

19. Koper verklaart een exemplaar te hebben ontvangen van de statuten van genoemde vereniging, alsmede van het reglement van mandeligheid, van de inhoud kennis te hebben genomen en zich te verbinden tot nakoming van de daaruit voor hem voortvloeiende verplichtingen.

Koper verbindt zich tevens tot naleving van alle door de vereniging overeenkomstig de statuten genomen en nog te nemen besluiten.”

2.3.

De VvE is opgericht bij notariële akte van 21 juli 1993. In de daarin opgenomen statuten staat, voor zover van belang:

Artikel 2

De vereniging stelt zich ten doel:

a. het beheren, onderhouden en instandhouden van alle percelen grond en waterpartijen in gemeld villapark, voorzover in mandelige eigendom toebehorend aan de individuele eigenaren van de villa’s in gemeld villapark;

b. het beheren, onderhoud en instandhouden van de verlichting van de wegen en paden in het villapark conform de daarvoor geldende overheidsvoorschriften;

c. het vaststellen van voorschriften en een huishoudelijk reglement betreffende het gebruik van de in voormeld villapark gebouwde en/of te bouwen villa’s met toebehoren en de overige tot gemeld park horende gronden en opstallen;

d. het treffen van een voor haar leden uniforme regeling met betrekking tot de verhuur van de in het villapark gebouwde villa’s;

e. het houden van algemeen toezicht op het onder c. bedoelde gebruik door het aanstellen van een beheerder;

(…)

Artikel 5

(…)

2. De leden zijn per bebouwde kavel aan de vereniging jaarlijks een contributie en verdere bijdragen verschuldigd als door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.

Onder “verdere bijdragen” vallen onder meer een jaarlijks vast te stellen omslag terzake van door de vereniging gemaakte en te maken exploitatiekosten, voortvloeiende uit de nastreving van haar doel (…)”

2.4.

Het perceel bouwgrond met de daarop te bouwen/gebouwde vakantievilla alsmede een 1/120 onverdeeld aandeel in de mandelige eigendom van de wegen, groenstroken en waterpartijen in het villapark is aan [appellant] c.s. bij notariële akte van 31 maart 1994 geleverd. In deze leveringsakte staan als comparant nummer 1 [naam] Vastgoed (aangeduid als verkoper) en de VvE (aangeduid als de vereniging) genoemd. [appellant] c.s. is comparant nummer 2 en wordt aangeduid als koper. In de leveringsakte staan, voor zover relevant, de volgende bepalingen:

“Lidmaatschap vereniging

Artikel 9

In voormelde koop- en aannemingsovereenkomst is het volgende bepaald:

(…)

B. De koper verbindt zich als lid tot voornoemde vereniging toe te treden (…)

C. De koper verbindt zich tot het bijdragen in de exploitatie-, onderhouds- en beheerskosten van de algemene en/of recreatieve voorzieningen van het villapark zoals hiervoor onder 12.A. omschreven en het buiten-schilderwerk van iedere villa, zoals hierna onder 12.G. vermeld, één en ander zoals omschreven in de statuten van voornoemde vereniging.

D. De koper verplicht zich tevens de omslagen gelegd op de leden van de vereniging en in verband met de exploitatie-, onderhouds- en beheerskosten van de algemene en recreatieve voorzieningen bij de eerste aanzegging door de vereniging prompt te voldoen.

E. De omslag zoals genoemd in lid D, voor negentienhonderd vierennegentig is bepaald op drieduizend gulden (f 3.000,--), zal worden voldaan aan de vereniging en is verschuldigd vanaf de dag van eerste oplevering.

(…)

Beheersovereenkomst

Artikel 10

” Koper aanvaardt uitdrukkelijk de voor hem uit de beheersovereenkomst tussen de vereniging en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Creatief Vakantieverblijven B.V. (…) voortvloeiende verplichtingen, waaronder begrepen de verplichting tot betaling van de verschuldigde bijdragen.

(…)

Artikel 11

Koper verbindt zich jegens verkoper, de vereniging en Creatief Vakantieverblijven B.V. om bij vervreemding en/of verlening van enig beperkt recht op het verkochte de bepalingen hiervoor genoemd in de artikelen 9 en 10, alsmede het bepaalde in dit artikel bij wege van kettingbeding op te leggen aan zijn rechtsopvolgers.”

2.5.

Het beheer over het villapark wordt uitgevoerd door een derde. Thans is dat Landal GreenParks. De VvE en de rechtsvoorganger van Landal GreenParks Beheer en Projecten B.V. hebben op 10 december 2007 een wisseluitvoeringsovereenkomst gesloten. Voorts is Landal GreenParks de exclusieve verhuurbemiddelingsorganisatie op het villapark [naam] die zich aldus bezig houdt met de verhuur van de individuele vakantievilla’s op het park. Het villapark is voorzien van een receptiegebouw ten behoeve van de ontvangst van huurders en er is een technische dienst. Er zijn – anders dan de kantonrechter onder 2.9 vermeldt – ongeveer evenveel verhurende als niet-verhurende eigenaren van villa’s, zoals de VvE onder punt 19 van de memorie van antwoord onbestreden heeft gesteld.

2.6.

[appellant] c.s. is bij of direct na de eigendomsoverdracht lid geworden van de VvE. Bij brief van 30 november 2008 heeft hij zijn lidmaatschap van de VvE met ingang van 1 januari 2009 opgezegd. [appellant] verhuurt zijn vakantievilla niet.

2.7.

[appellant] c.s. heeft geweigerd de hem door de VvE in rekening gebracht parkbijdragen over 2009, 2010 en 2011 (volledig) te betalen.

2.8.

Bij akte van cessie van 10 september 2010 heeft [naam] Vastgoed B.V. haar rechten geldend te maken ten opzichte van de eerste koper(s), waaronder [appellant] c.s., en zijn/haar/hun rechtsopvolgers volgend uit de door [naam] Vastgoed B.V. met de betreffende eigenaren gesloten koop- en aannemingsovereenkomsten en ter uitvoering daarvan opgemaakte akten van levering aan de VvE overgedragen. De inhoud van de akte van cessie is bij brief van 15 september 2010 aan de eigenaren van de vakantiewoningen meegedeeld en een afschrift van deze akte is als kopie bij die brief meegestuurd.

2.9.

De VvE heeft [appellant] c.s. gedagvaard voor de kantonrechter en in conventie gevorderd [appellant] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan de VvE van de (resterende) parkkosten over 2009, 2010 en 2011 ad in totaal € 1.845,70, te vermeerderen met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [appellant] c.s. in de kosten van de procedure. In reconventie heeft [appellant] c.s. – voor zover in hoger beroep nog van belang – gevorderd artikel 12 van de koop/aannemingsovereenkomst zodanig te wijzigen dan wel te vernietigen dat op [appellant] c.s. slechts betalingsverplichtingen rusten ten aanzien van de mandeligheid.

2.10.

De kantonrechter heeft bij vonnis van 5 oktober 2012 [appellant] c.s. veroordeeld om aan de VvE te betalen een bedrag van € 1.565,70, te vermeerderen met de wettelijke rente, de vorderingen in reconventie afgewezen en [appellant] c.s. veroordeeld in de kosten van de conventie en de reconventie. Hij heeft aan die beslissing – kort samengevat – ten grondslag gelegd dat artikel 12 sub C en D niet alleen betrekking heeft op de kosten van de mandelige eigendom (waarvan [appellant] c.s. erkent dat hij gehouden is bij te dragen in deze kosten) maar ook geldt voor de bestuurs- en beheerskosten. [appellant] c.s. moet op grond van die bepaling bijdragen aan de kosten van de beheerder en de bestuurskosten omdat deze onlosmakelijk verbonden zijn met de overige door de VvE te maken kosten ten behoeve van mandelige zaken, zoals wegen, groenstroken en waterpartijen op het park. De vordering in reconventie heeft de kantonrechter afgewezen omdat er geen sprake is van onvoorziene omstandigheden en evenmin van een situatie die zich leent voor toepassing van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid.

2.11.

In hoger beroep heeft [appellant] c.s. gevorderd het bestreden vonnis te vernietigen en in conventie alsnog de vorderingen af te wijzen en in reconventie de vorderingen alsnog toe te wijzen, de VvE te veroordelen om aan [appellant] c.s. hetgeen hij ter uitvoering van het vonnis aan de VvE heeft voldaan aan [appellant] c.s. terug te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente alsmede de VvE te veroordelen in de kosten van de beide instanties, inclusief deurwaarderskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.

3.1.

Het meest verstrekkende verweer van [appellant] c.s. is, dat de VvE, die geen partij is bij de koop/aannemingsovereenkomst, niet zelfstandig nakoming kan vorderen van het daarin opgenomen artikel 12C en D. De kantonrechter heeft dat verweer verworpen en geoordeeld, dat sprake is van een in de koop/aannemingsovereenkomst opgenomen derdenbeding (artikel 6:253 BW). Met grief 4 bestrijdt [appellant] c.s. dat er sprake is van een derdenbeding ten behoeve van de vereniging.

3.2.

Voor het antwoord op de vraag of de koop/aannemingsovereenkomst een derdenbeding bevat, dient die overeenkomst te worden uitgelegd aan de hand van de Haviltexmaatstaf. Die houdt in dat niet alleen de bewoordingen van de overeenkomst voor de uitleg daarvan van belang zijn, maar ook welke betekenis partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en uitlatingen terzake mochten toekennen en hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Alhoewel artikel 12 van de overeenkomst niet als derdenbeding is aangeduid, heeft [naam] Vastgoed B.V. naar het oordeel van het hof met het opnemen van dat artikel de bedoeling gehad om de VvE een zelfstandig vorderingsrecht te geven om de parkbijdragen te kunnen innen. [naam] Vastgoed B.V. had de taak het villapark te ontwikkelen, maar zij had na oplevering daarvan geen zelfstandig belang bij het innen van de parkbijdragen, die onder meer betrekking hebben op het beheer en onderhoud van het park. De VvE, die is opgericht circa twee maanden voordat de onderhavige koop/ aannemingsovereenkomst met [appellant] c.s. is gesloten, heeft dat belang juist wel want de VvE heeft (vide artikel 12.A. van de koop/aannemingsovereenkomst) de verplichting op zich genomen om te zorgen voor onder meer het beheer en het onderhoud van de wegen, bermen, paden, groenvoorzieningen en waterpartijen van het villapark. De VvE heeft het ten behoeve van haar gemaakte beding ook aanvaard. [appellant] c.s. heeft redelijkerwijs kunnen en moeten begrijpen, dat artikel 12 een derdenbeding inhoudt, temeer nu in de leveringsakte naast [naam] Vastgoed B.V. de VvE als tweede comparant wordt genoemd en in die akte (nogmaals) de verplichtingen voor de koper tot het betalen van de parkbijdragen aan de vereniging is opgenomen.

3.2.

Grieven 1, 2 en 3 hebben betrekking op de vraag of [appellant] c.s., die geen lid meer is van de vereniging, toch moet bijdragen aan de door de VvE in rekening gebrachte exploitatie-, onderhouds-, beheers- en verenigingskosten. Volgens [appellant] c.s. zien de artikelen 12C en D van de koop/aannemingsovereenkomst, welke bepalingen ook zijn opgenomen in de leveringsakte, daar niet op.

3.3.

Het hof stelt voorop dat de koop/aannemingsovereenkomst en de leveringsakte in onderlinge samenhang dienen te worden uitgelegd en dat voor de uitleg van de koop/aannemingsovereenkomst de eerder genoemde Haviltexmaatstaf geldt, terwijl de leveringsakte een objectieve uitleg vereist. Artikel 12C van de koop/aannemingsovereenkomst (herhaald in artikel 9C van de leveringsakte) bepaalt dat de koper zich verplicht om te betalen voor de (exploitatie-, onderhouds- en beheers)kosten van de algemene en recreatieve voorzieningen. [appellant] c.s. stelt weliswaar dat het park geen algemene en recreatieve voorzieningen kent (onder meer in punt 22 van de conclusie van antwoord), maar wanneer artikel 12A en artikel 12C in onderling verband worden gezien dan volgt daaruit dat de op het park aanwezige wegen, bermen, paden groenstroken en waterpartijen als algemene en recreatieve voorzieningen worden aangemerkt. Het hof is van oordeel dat [appellant] c.s. daarnaast ook verplicht is bij te dragen in de verenigingskosten. Op grond van artikel 12D van de koop/aannemingsovereenkomst is de koper verplicht de omslagen gelegd op de leden van de vereniging én de exploitatie-, onderhouds- en beheerskosten aan de VvE te betalen. Uit het feit dat artikel 12E bepaalt dat de (park)bijdrage één vastgesteld bedrag is (van fl. 3.000,00), daarbij verwijzend naar artikel 12D, leidt het hof af dat de door de koper (die ingevolge artikel 12B verplicht lid is van de VvE) aan de VvE verschuldigde (park)bijdrage een optelsom is van de verenigingskosten en de exploitatie-, onderhouds- en beheerskosten. Een andere uitleg ligt ook niet voor de hand. Het belang van de eigenaren zelf is immers dat het villapark op adequate wijze wordt geëxploiteerd, onderhouden en beheerd en dat er een VvE is die een en ander coördineert en aldus de belangen van de eigenaars behartigt. Daarvoor is nodig dat de kosten daarvan betaald worden. Om de continuïteit daarvan te waarborgen is in de leveringsakte een kettingbeding opgenomen waarbij de kopers/eigenaren zich hebben verbonden de verplichtingen tot het betalen van voornoemde parkbijdragen aan hun rechtsopvolgers op te leggen. [appellant] c.s. heeft niet dan wel onvoldoende onderbouwd dat partijen bij het aangaan van de overeenkomst een andere bedoeling voor ogen hadden. Evenmin heeft [appellant] c.s. feiten en/of omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat hij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij niet hoefde bij te dragen in de exploitatie-, onderhouds-, beheers- en verenigingskosten dan wel dat hij als niet-lid van de VvE niet meer aan deze kosten zou hoeven bij te dragen. Het voorgaande houdt in dat niet het lidmaatschap van de VvE met zich brengt dat [appellant] c.s. moet betalen voor de exploitatie-, onderhouds-, beheers- en verenigingskosten, maar het feit dat hij zich als koper op grond van de koop/aannemingsovereenkomst en de leveringsakte daartoe heeft verplicht. Dat [appellant] c.s. tegen 1 januari 2009 het lidmaatschap van de VvE heeft opgezegd doet dan ook niet ter zake. Hierop ketst af de stelling van [appellant] c.s. dat de kantonrechter er vanuit gegaan is dat de VvE 20% van de beheerskosten en 20% van de verenigingskosten aan hem heeft doorberekend (randnummer 31 memorie van grieven), terwijl dat volgens hem in werkelijkheid 30% respectievelijk 100% is. De grieven 1 tot met 3 falen mitsdien.

3.4.

[appellant] c.s. heeft aangevoerd dat er geen contractuele verbintenis bestaat tussen hem en de beheerder en dat hij geen gebruik maakt van de dienstverlening van de beheerder. Daarom is er volgens [appellant] c.s. geen grond om hem te laten betalen voor 1/5e deel van de kosten. [appellant] c.s. miskent hiermee dat in artikel 10 van de leveringsakte is opgenomen dat hij als koper uitdrukkelijk de voor hem uit de beheersovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, waaronder begrepen de verplichting tot het betalen van de verschuldigde bijdragen, heeft aanvaard. Dat [appellant] c.s. zelf zijn vakantiewoning niet verhuurt doet daaraan derhalve niet af, waarbij het hof nog opmerkt dat de VvE gemotiveerd heeft aangevoerd dat de beheerskosten niet slechts worden gemaakt ten behoeve van de verhuur van de villa’s op het park. Onder beheerskosten vallen volgens de VvE, behalve het ontvangen van gasten en afgeven van sleutels: het algemeen toezicht op het park, het optreden bij parkeer- en lawaaioverlast, het organiseren van de vuilophaaldienst, het coördineren van CV onderhoud, het coördineren van pandspecifieke activiteiten en het verlenen van hulp bij calamiteiten. Het had op de weg van [appellant] c.s. gelegen daar meer tegenover te stellen dan een enkele betwisting. Dat heeft hij niet gedaan. Overigens volgt uit de begroting (productie 23 bij dagvaarding) dat voor wat betreft de beheerskosten een verdeelsleutel is gemaakt tussen de verhurende en niet-verhurende eigenaars. Zo worden de niet-verhurende eigenaren niet aangeslagen voor de receptiekosten en slechts voor 30% voor de technische dienst (storingsonderhoud en toezicht), terwijl zij voor de bestuurskosten, de kosten van de ledenvergaderingen (in 2009 per eigenaar begroot op tezamen € 100) en de vuilafvoer wel 100% betalen.

3.5.

[appellant] c.s. heeft verder de beheerder gebrekkige dienstverlening verweten en gesteld dat hem de meest eenvoudige dienstverlening wordt geweigerd. Voor zover [appellant] c.s. daarmee wil betogen dat er sprake is van wanprestatie, verwerpt het hof dit betoog omdat – nog daargelaten dat [appellant] c.s. aan deze stelling geen rechtsgevolgen heeft verbonden (hij doet bijvoorbeeld geen beroep op verrekening of opschorting) – gesteld noch gebleken is dat [appellant] c.s. de beheerder op dit punt in gebreke heeft gesteld, zodat er geen sprake is van verzuim dat nodig is om de rechtsgevolgen te doen intreden.

3.6.

[appellant] c.s. heeft zich subsidiair beroepen op vernietiging van de bijdrageverplichting op grond van onvoorziene omstandigheden, een en ander zoals bedoeld in artikel 6:258 BW. Hij stelt daartoe dat ten tijde van het aangaan van de koop/aannemingsovereenkomst de mogelijkheid nog niet bestond om het lidmaatschap van de VvE op te zeggen. Dit beroep stuit reeds af op het hiervoor overwogene, te weten dat de verplichting van [appellant] c.s. om bij te dragen aan de park- en verenigingskosten niet voortvloeit uit het lidmaatschap van de VvE.

3.7.

[appellant] c.s. heeft zich verder nog op het standpunt gesteld dat de kosten van de beheerder los moet worden gezien van de kosten van mandeligheid. Aan [appellant] c.s. kan worden toegegeven dat de grondslag voor de respectieve betalingen een andere is: de verplichting om bij te dragen aan de kosten van mandeligheid vloeit voort uit het feit dat hij voor een 1/120 onverdeeld aandeel eigenaar is, terwijl de verplichting om bij te dragen aan de beheer- en verenigingskosten voortvloeit uit de koop/aannemingsovereenkomst en de leveringsakte. De grief kan desondanks niet kan slagen omdat, zoals hiervoor is overwogen en geoordeeld, [appellant] c.s. verplicht is ook de kosten van het beheer te betalen.

3.8.

Grief 5 heeft betrekking op het feit dat de VvE over het jaar 2011 BTW aan [appellant] c.s. in rekening heeft gebracht. Volgens [appellant] c.s. is dat ten onrechte omdat de VvE niet BTW-plichtig is. De VvE heeft erkend dat de belastingdienst medio 2011 heeft meegedeeld dat de VvE geen ondernemer met BTW-verplichting meer is, maar zij stelt dat deze regeling eerst vanaf het derde kwartaal van 2011 inging. Verder stelt de VvE dat er nog wel over de rekeningen van derden (zoals bijvoorbeeld de onderhoudsmonteur) BTW moest worden betaald. Het hof stelt vast dat de VvE over interne kosten geen BTW behoeft af te dragen, maar de grief kan niet slagen omdat [appellant] c.s. heeft nagelaten nader te onderbouwen dat dit leidt tot een voor hem lagere betalingsverplichting. Immers, de VvE kan de BTW die zij aan derden dient te betalen niet meer compenseren met de door haarzelf ontvangen BTW en daarom wordt de aan derden betaalde BTW (terecht) als “normale kosten”-post doorberekend aan de eigenaren.

3.9.

Het vorenoverwogene heeft tot gevolg dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. [appellant] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit hoger beroep, zoals hierna in het dictum is bepaald.

Beslissing

Het hof

- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

- veroordeelt [appellant] c.s. in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de VvE vastgesteld op een bedrag van € 666,00 aan griffierecht en € 1.264,00 aan salaris advocaat;

- verklaart het arrest voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. A. Dupain, T.G. Lautenbach en C.G. Beyer-Lazonder is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juli 2014 in aanwezigheid van de griffier.